Ja, we hebben u vorige week al bericht over de vele, hevige burgerprotesten over de hele wereld, en de rol die muziek soms speelt bij betogers van Hongkong tot Libanon en Chili. En neen, we vallen niet graag in herhaling. En toch willen we deze week graag nog eens terugkeren naar de straten van de Chileense hoofdstad Santiago, waar vijf dagen geleden een miljoen mensen samentroepten, en waar muziek andermaal een hoofdrol opeiste in het verzet tegen president Sebastian Pinera. Iconische beelden, die we u niet willen onthouden.
...

Ja, we hebben u vorige week al bericht over de vele, hevige burgerprotesten over de hele wereld, en de rol die muziek soms speelt bij betogers van Hongkong tot Libanon en Chili. En neen, we vallen niet graag in herhaling. En toch willen we deze week graag nog eens terugkeren naar de straten van de Chileense hoofdstad Santiago, waar vijf dagen geleden een miljoen mensen samentroepten, en waar muziek andermaal een hoofdrol opeiste in het verzet tegen president Sebastian Pinera. Iconische beelden, die we u niet willen onthouden. Het gebeurde een eerste keer op 26 oktober, aan de Biblioteca Nacional. Tientallen gitaristen hadden zich verzameld op de trappen voor het gebouw, en gingen duizenden mensen voor in een massale samenzang van El derecho de vivir en paz, de titelsong van het vijfde album van nationaal folkmonument Victor Jara. 'Het recht om in vrede te leven' verscheen in 1971, en Jara schreef de song oorspronkelijk als protest tegen de Amerikaanse oorlog in Vietnam. Twee jaar na de release was Victor Jara dood. Gruwelijk vermoord door soldaten van generaal Augusto Pinochet, die op 11 september 1973 een staatsgreep tegen het bewind van de democratisch verkozen Salvodor Allende pleegde. Een dag later werd Jara, net als duizenden andere linkse activisten en staatsgevaarlijk bevonden sympathisanten van Allende, opgepakt en ondergebracht in het Estadio Chile. In de catacomben werd hij vernederd, gefolterd, en uiteindelijk doodgeschoten, toen hij door een officier gedwongen werd om Russische roulette te spelen. Zijn levenloze lichaam, doorzeefd met kogels, werd voor het stadium op straat gegooid, als waarschuwing voor elkeen die het socialistische gedachtegoed nog waagde te preken. Jara, die bij leven dankzij z'n muziek, gedichten, en theaterteksten al de status van een volksheld genoot, groeide uit tot een martelaar, een tragisch symbool van de militaire repressie die verschillende Zuid-Amerikaanse landen tijdens de jaren '60 en '70 in de greep hield. Gestorven voor zijn kunst en overtuigingen. Onder meer Joan Baez, Bob Dylan, U2, en Bruce Springsteen brachten in de loop der jaren eerbetoon aan de zanger. Maar kijk, 46 jaar na zijn dood blijkt Victor Jara springlevend. Zeker bij de huidige protestbeweging in Chili, want op 27 oktober, één dag na het vorige fragment, gebeurde dit: Wat u hoort is opnieuw El derecho de vivir en paz, ditmaal gezongen door de Chileense sopraan Ayleen Jovita Romero. Tijdens de vroege uurtjes, wanneer de avondklok van kracht is en de zangeres, gecamoufleerd door de nacht, het bij militair decreet afgekondigde 'stiltegebod' trotseert. Luister vooral tot het einde, wanneer een daverend, cathartisch applaus losbarst, en probeer dan eens niet te geloven in de revolutionaire energie en verheffende kracht van muziek. Onder Pinochet waren al de platen van Jara nog strikt verboden, maar sinds begin jaren '80 deden bootlegs openlijk de ronde. In 2004, veertien jaar na het aftreden van de dictator, werd het Estadio Chile plechtig omgedoopt tot het Estadio Victor Jara, als hulde aan de alle slachtoffers van de junta en hun door de VS gesteunde doodseskaders, waaronder (hoogstwaarschijnlijk) ook befaamd dichter Pablo Neruda. Nog eens vijf jaar later werd zijn stoffelijk overschot opgegraven en kreeg hij een officiële begrafenis, bijgewoond door duizenden Chilenen. Onder hen ook Michelle Bachelet, voorganger van huidig president Pinera. Die stuurde intussen onder druk van de straat z'n kabinet de laan uit en beloofde sociale hervormingen. Ya veremos, zou Victor Jara zeggen. Vijf staatshoofden kwamen en gingen in Chili, sinds zijn dood in 1973, maar hij overleefde ze allemaal.