In 'Addio Amore' portretteert Reinhilde Decleir de toestand van onze samenleving

21/11/16 om 10:28 - Bijgewerkt op 22/11/16 om 11:40

Bron: Knack Focus

Met maar liefst 34 spelers uit alle hoeken van de wereld, een achtkoppig muzikantenensemble én een wonderschoon achterdoek van kunstenaar Tom Liekens gaat Tutti Fratelli het cynisme en de graaicultuur te lijf in 'Addio Amore'.

In 'Addio Amore' portretteert Reinhilde Decleir de toestand van onze samenleving

© Cuauhtémoc Garmendia

The Play = Addio Amore

Gezelschap = Tutti Fratelli

In een zin = Addio Amore is een iets te kort, bondig muziektheaterstuk dat een schrijnende maatschappelijke toestand in indrukwekkend straffe scènebeelden - lichtkunstenaar Mark Van Denesse schildert hier meesterlijk met licht - toont én een antwoord formuleert op die toestand.

Hoogtepunt = Drieëndertig mensen maken zich zo klein mogelijk op de scène en kruipen tegen elkaar aan. Uit die compacte mensenzee priemt een hoofdje. Dat hoofdje zingt het Schotse volksliedje My Bonnie Lies over the Ocean.

Meer info: www.tuttifratelli.be

'My Bonnie lies over the ocean ...' Een hoofdje steekt boven de gebogen ruggen uit. Dat ene hoofdje wordt in een zachtgeel licht gevangen dat prettig weerkaatst tegen het immense doek van kunstenaar Tom Liekens. Een doek waarop een woeste zee getemd wordt door een nog woestere lucht. De muzikanten zijn even van de scène verdwenen. Dit scènebeeld snijdt door merg en been. Het toont niet alleen de eenzaamheid van de vluchtelingen die, dobberend op zee, tegelijkertijd de dood en de hoop in de ogen kijken. Het beeld toont evengoed ons, mensen die omringd door veel te veel van alles en iedereen toch eenzaam zijn en op de knieën gedwongen door 'het maatschappelijk systeem'.

Net voor die scène waren de vierendertig spelers en acht muzikanten een na een, op een rijtje, de scène opgewandeld en weer afgewandeld. Als een rij mensen die zich laat beoordelen. Als mensen die hun beurt op een beter leven afwachten. En net voor de rij over de scène wandelde, klonk er een dun, breekbaar gezongen lied terwijl de scène leeg bleef en het zaallicht nog niet uit was. En nét voor die beginscène hadden we ons het hart uit het lijf gerend na een dag waarop meer fout liep dan er kon fout liepen. En na zo een dag bleek Addio Amore het perfecte antwoord op alle fout gelopen toeren en te donkere doemgedachten. Een antwoord dat gespeeld wordt door een bende performers die duidelijk al een stamp en een duw kregen van het leven. Dat ze omringd worden door uitstekende muzikanten, een prachtig decor en omhuld zijn door geweldig, poëtisch licht helpt hen te stralen. En niet alleen hen.

Decleir portretteert, samen met coregisseur Nienke Reenhorst, in Addio Amore de uitgewrongen mens die in deze citroenmaatschappij (waarin mensen uitgeperst worden als een citroen) overeind blijft ondanks alles en dankzij zijn medemens. In de groep spelen enkele mensen mee die amper op de voorgrond treden tijdens de voorstelling: ze mogen bestaan in de groep. Gewoon mogen bestaan, gekoesterd worden zonder je te moeten in honderd kronkels wringen. Dat maakt Decleir mogelijk op de scène en met dit stuk spreekt ze haar hoop uit dat onze samenleving ook terug zo een plek mag worden.

En welk verhaal wordt er verteld? Er wordt niet echt een verhaal verteld. Er wordt een toestand getoond en beleefd. Addio Amore is een iets te kort, bondig muziektheaterstuk dat een schrijnende, maatschappelijke toestand in indrukwekkend straffe scènebeelden - lichttovenaar Mark Van Denesse schildert hier meesterlijk met licht - toont én een antwoord formuleert op die toestand. Dat antwoord is de hartverwarmende manier waarop de groep op de scène staat: als een beschermend geheel waarin iedereen gewoon zichzelf mag zijn en geholpen wordt als de ogen, de benen of gewoon het lot eventjes tegenwerken.

Els Van Steenberghe

Onze partners