Van Major Tom tot Mr. Jones: David Bowie in 12 gedaantes

11/01/16 om 11:50 - Bijgewerkt om 12:19

Zijn hele leven lang was David Bowie een artistieke kameleon, een man die zichzelf, zowel in muzikaal als visueel opzicht, voortdurend opnieuw leek uit te vinden. Zoals hij al aangaf met 'Changes' was verandering zowat de enige constante in zijn vijftigjarige carrière. Bowie was niet één, maar vele personages. En dat maakte hem tot zijn laatste ademstoot ongrijpbaar.

Van Major Tom tot Mr. Jones: David Bowie in 12 gedaantes

© gf

  • MAJOR TOM

Zo heette de fictieve astronaut uit 'Space Oddity' (1969), Bowies eerste hit, die zijn banden met de aarde doorknipt om een wereld voorbij de sterren te kunnen exploreren. Het personage zal veel later een update krijgen in 'Ashes to Ashes', maar nu als een junkie, 'hitting an all time low'. Dat de kosmos op de zanger een enorme aantrekkingskracht uitoefent, blijkt ook uit songs als 'Starman' of 'Hello Spaceboy'.

• ZIGGY STARDUST

David Bowies grote doorbraak valt samen met het hoogtepunt van de glamrock in de vroege jaren zeventig. Dat is geen toeval, want de artiest speelt zijn seksuele ambiguïteit ten volle uit: tegenover de macho rocksterren van die tijd plaatst hij een androgyn personage met een oranje kapsel, dikke lagen make-up en bevreemdende, buitenaards aandoende kostuums. Het ruimtewezen Ziggy wordt bij Bowie getransformeerd in een gedoemde rock-'n-rollmessias.

  • ALADDIN SANE

De titel van de gelijknamige plaat uit 1973 valt te lezen als 'A lad insane' en is geïnspireerd door Bowies broer, die in een psychiatrische instelling verblijft, en de homoseksuele schrijver Jean Genet ('The Jean Genie'). Het Ziggy Stardust krijgt hier iets menselijker trekken, maar wordt voorzien van een lijkwitte kleur, terwijl zijn gezicht rode en blauwe bliksemschichten vertoont.

  • HALF MAN, HALF HOND

David Bowie blijft gefascineerd door science fiction, maar wil met 'Diamond Dogs' (1969) een bewerking maken van George Orwells '1984', een donkere toekomstroman over een totalitair regime. Op de hoes laat de zanger zich door de Belgische tekenaar Guy Peellaert afbeelden als half mens, half hond. Zelf spreekt Bowie van een politieke plaat. In zekere zin vormt het later verschenen, distopische 'Outside' (1995), waarop Bowie de rol speelt van Nathan Adler, een soort vervolg op dat werkstuk.

  • DE PLASTIC SOUL MAN

In 1975 ruilt Bowie Londen voor Phildelphia en transformeert hij zich in de geblondeerde 'plastic soul man' van 'Young Americans'. De ster draagt nu losse pakken en werpt zich op als een pure entertainer. Later al hij verder de discotoer op gaan met hits als 'Fame' en 'Fashion'.

  • DE THIN WHITE DUKE

Dit personage wordt doorgaans geassocieerd met de lp 'Station to Station' (1976): wit hemd, zwarte broek, slippenjas. Het is Bowies cocaïneperiode, waarin hij zelfs even met het nazisme lijkt te flirten, al weet je bij een artiest van zijn allure nooit zeker wat écht is en wat gespeeld. De Thin White Duke wordt afwisselend omschreven als een geschifte aristocraat, een amorele zombie en een emotieloze, Arische superman. Het blijft één van zijn meest controversiële vermommingen.

  • DE EXPERIMENTALIST

In de tweede helft van de seventies trekt Bowie naar Berlijn, waar hij, met o.a. Robert Fripp en Brian Eno, de duistere trilogie 'Low'/'Heroes'/'Lodger' opneemt. Op muzikaal vlak ontpopt Bowie zich hier als een avantgardist die met elektronica experimenteert. In tekstueel opzicht bedient hij zich dan weer van de cut-up-technieken van William Burroughs.

  • DE MAINSTREAM ARTIEST

Met de million seller 'Lets' Dance', geproducet door Nile Rodgers, werpt David Bowie zich voor het eerst op als 'middle of the road'-artiest en gaat hij volop de competitie aan met de mainstream. Die overgang naar 'elder statesman of rock' verloopt echter niet zonder kleerscheuren. Steriele, zielloze platen als 'Tonight' en 'Never Let Me Down' blijven dieptepunten uit zijn oeuvre. Achteraf bekeken speelde Bowie ook hier slechts een rolletje.

  • ONE OF THE BOYS

Tegen het einde van de eighties richt Bowie de 'superstar pub rock band' Tin Machine op. De zanger wil niet langer een superster zijn, maar staat erop als een gewoon groepslid behandeld te worden. Het project wordt door pers en publiek maar lauwtjes ontvangen en is geen lang leven beschoren.

  • BOWIE DE ACTEUR

Eigenlijk heeft Bowie als muzikant en performer altijd al rollen gespeeld en diverse personages uitgebeeld. Maar op een bepaald moment wil hij ook als een echte acteur worden erkend. Op Broadway speelt hij de hoofdrol in het theaterstuk 'The Elephant Man', en tegelijk verovert hij het bioscoopscherm, als acteur in o.a. 'The Man Who Fell to Earth', ' Merry Christmas Mr Lawrence', 'The Hunger' en 'Christiane F'.

  • DE DANCE-PIONIER

In de loop van de nineties raakt David Bowie helemaal in de ban van jungle, drum & bas en andere vormen van dansmuziek uit de underground. Hij gebruikt ingrediënten uit die genres op 'Earthling' (1996). Zeer geslaagd volgens de een, geforceerd volgend de ander.

  • MR JONES

Op zijn pasverschenen 28ste cd, 'Blackstar', lijkt David Bowie zich niet langer achter een fictief personage te verschuilen, maar gooit hij alle maskers af en toont hij zich als David Jones. ook al verschijnt hij in videoclips met het hoofd verborgen door windels en met zwarte knopen waar je zijn ogen vermoedt. Pas nu weten we dat de uitgedoofde ster uit de titel impliciet naar zijn nakende einde verwees. Is 'Blackstar' een waarschuwing voor valse profeten of gaat het over de slepende ziekte waarvoor hij zich gewonnen zal moeten geven? De speculaties kunnen vanaf nu helaas beginnen.

Dirk Steenhaut

Onze partners