Iceland Airwaves @ Reykjavik (4): Gevloerd zonder bokshandschoenen

03/11/13 om 15:21 - Bijgewerkt om 15:21

Bron: Knack Focus

Met Ghostigital en de Amerikaanse Zola Jesus had Iceland Airwaves ook tijdens de vierde avond weer spraakmakende concerten in petto. Maar kiezen is verliezen: aangezien we slechts een fractie van de 74 shows konden meemaken, hebben we uiteraard ook veel gemist.

Iceland Airwaves @ Reykjavik (4):  Gevloerd zonder bokshandschoenen

© Facebook

Straks treedt, tot besluit van het festival, Kraftwerk op. Alleen heb je voor dat concert in het prestigieuze Harpa-complex een speciaal ticket nodig. De laatste 150 kaartjes werden gisteren weliswaar gratis uitgedeeld onder de festivalgangers. Alleen moest je er twee uur voor in de rij staan, met het risico dat je toch nog achter het net zou vissen. En dat op een tijdstip dat de meeste journalisten hun stukken zaten te schrijven. Voor ons geen Duitse elektropoppioniers dus, maar niet getreurd: op de twaalf lokaties in de binnenstad van Reykjavik die aan de vijfdaagse hun podium lenen, valt genoeg te beleven. Dat we ons ook tijdens de vierde avond niet verveelden, was in ruime mate te danken aan:

KIRA KIRA Kristín Björk Kristjánsdóttir, beter bekend als Kira Kira, is al jaren een prominente figuur in de IJslandse elektronische avant-garde. Ze is performance-artieste, maakt installaties en ligt, samen met Jóhann Jóhansson, aan de oorsprong van Kitchenmotors, een artiestencollectief dat geen grens kan zien of het wil ze verleggen. Kira Kira is het soort figuur dat zekerheden afzweert en zich pas echt in haar element voelt wanneer ze zich op glad ijs begeeft. Zo bestond meer dan de helft van haar set op Icelandic Airwaves uit materiaal dat ze nog nooit eerder live had gespeeld.

Op het podium van Harpa verschanste ze zich achter een batterij keyboards en machines en liet ze zich assisteren door Alex Somers (de wederhelft van Jónsi) op allerlei elektronische gadgets, een drummer en drie jazzy blazers. Dat leidde tot muziek die soms vrij abstract en ambient aandeed, stilistische hokjes sloopte en 'cutting edge' was, zonder daarbij de speelse en sensuele component uit het oog te verliezen. "Het zou kunnen dat we elkaar voor het eerst en voor het laatst zien", vertelde Kira Kira. "Ik heb dus het gevoel dat ik jullie alles kan vertellen."

Het ene moment overspoelde ze het publiek met gruizige noise, het andere met motiefjes die uit een desolate western konden zijn geplukt. 'Thunder Lightning Antennas', dat ze schreef op een 160 jaar oude gitaar, was zelfs een heus liedje, dat klonk alsof het door een telefoon werd gezongen en, dank zij de trompettist en de twee trombonisten, een elegische toets meekreeg. "I'm feeling mildly less scared then I was thirty minutes ago", zei Kira Kira nog, voor ze haar laatste nummer inzette. En zo illustreerde ze andermaal dat je als kunstenaar enkel door risico's te nemen boven jezelf kunt uitstijgen.

GHOSTIGITAL Vandaag is Einar Örn Benediktsson schepen van cultuur en tourisme in Reykjavik, maar hij is ook de man die in IJsland ooit de punk introduceerde, tijdens de eighties verwarring zaaide met anarchistische combo's als Purrkur Pillnikk en KUKL en later, samen met Björk; deel uitmaakte van The Sugarcubes. Op zijn 51ste blijft hij de extremen opzoeken met Ghostigital, verreweg de meest opwindende en compromisloze band van het hoge noorden.

Op 'Division of Culture and Tourism', de jongste cd van de band, zijn gastbijdragen te horen van David Byrne, Damon Alarn, Alan Vega, Dälek en Nick Zimmer van The Yeah Yeah Yeahs, maar Einar Örn en Curver (de IJslandse Steve Albini, zeg maar), hebben die grote namen absoluut niet nodig om het publiek een onvergetelijke concertervaring te bezorgen. Meer nog dan een concert is een show van Ghostigital een ritueel, een terroristische aanval. Örn zingt niet: hij schreeuwt, kermt, scandeert en declameert, terwijl een DJ, een techneut, een gitarist en een free-jazztrompettist (Einar Örns zoon Kaktus) een explosieve cocktail brouwen met scheutjes elektro, hiphop, metal en industrial.

Ghostigital maakt intense 'take it or leave it'-muziek, met striemende beats en, zoals bleek uit 'Dreamland', een combinatie van verbeelding en humor. Einar Örn eindigde de set met een nep-telefoonconversatie en de mededeling "We're going to take a commercial break". Ghostigital is één van de weinige groepen die anno 2013 bewijzen dat rock nog altijd gevaarlijk en subversief kan zijn. Deze vikings verdienen dus een standbeeld, al was het maar omdat het dan door toekomstige generaties zou kunnen worden bestormd en neergehaald.

MIDLAKE Midlake, uit Denton, Texas, fungeerde ooit als backingband op John Grants alombewierookte 'Queen of Denmark'. En nu Grant in IJsland woont, slaagde hij erin zijn vrienden een uitnodiging voor Iceland Airwaves te bezorgen. De groep bracht net haar vierde cd 'Antiphon' uit, haar eerste zonder spilfiguur Tim Smith. Maar zoals eerder al bleek op Pukkelpop, heeft gitarist Eric Pulido met succes diens rol als zanger overgenomen. Naast nieuwe songs, speelde het sextet ook enkele publieksfavorieten, waarvan opener 'Young Bride' en afsluiter 'Roscoe' onze favorieten waren. De naar CSN&Y neigende samenzang, het psychedelische orgeltje in 'The Old and The Young', de messcherpe gitaren in 'Provider': er viel geen speld tussen te krijgen. Alleen waren er momenten waarop de gelaagde folkrocksound van Midlake iets te vaak werd vermengd met belegen symfo-ingrediënten uit de seventies. We stonden net op het punt Evan Jacobs van zijn ellendige dwarsfluit te beroven, toen de laatste noten weerklonken. Saved by the bell!

SHINY DARKLY Het Deense Shiny Darkly oogt nog vrij jeugdig: zijn langspeeldebuut, 'Little Earth', verschijnt pas begin 2014, maar dat heeft het kwartet niet belet met zijn eerste ep airplay te veroveren op meer dan honderd vooraanstaande Amerikaanse college-radiostations. Shiny Darkly, opgepikt door het Crunchy Frog-label dat jaren geleden The Raveonettes ontdekte, heeft een donker geluid dat aanleunt bij dat van The Jesus & Mary Chain, Black Rebel Motorcycle Club, The Black Angels en The Stooges: fuzzy gitaren, een dreinerig orgeltje en een zanger (Kristoffer Bech) met een stem die het midden houdt tussen die van Ian Curtis van Joy Division en Andrew Eldritch van Sisters of Mercy. Voorlopig is Shiny Darkly nog vooral een sound, maar trashy songs als 'Diana' en 'He's Suicidal' geven aan dat de narcotische dronerock van dit gezelschap uit Kopenhagen zeker potentieel bezit.

ZOLA JESUS De nacht was al gevorderd toen de Russisch-Amerikaanse Zola Jesus op het podium van het bioscoopzaaltje Gamla Bio verscheen. De zangeres, die eigenlijk Nika Roza Danilova heet en op haar tiende al in opera's optrad, heeft een stem als een klok, maar gebruikt die nu in een popcontext. Haar songs zijn zowel beïnvloed door de girl groups uit de jaren zestig als door de 'left of center' gothic rock van Lydia Lunch en Diamanda Galás.

Tijdens haar set op Airwaves deed de artieste, die wegens haar pseudoniem verguisd wordt door de Tea Party, ons vooral denken aan een hedendaagse Ronnie Spector, zij het dan begeleid door een violiste, een rechtopstaande drummer en een toetsenspeler die haar torch songs van een fikse scheut elektronica voorzag. Zola Jesus bracht tijdens Airwaves vooral materiaal uit haar cd's 'Stridulum II' en 'Conatus' (haar jongste, 'Versions', bevat herwerkte uitvoeringen van enkele van haar beste songs met een strijkkwartet, gearrangeerd door Jim 'Foetus' Thirlwell).

Live toonde ze zich een gepassioneerde en bevlogen performer. Ze verkende alle hoeken van het podium, ijsbeerde heen en weer alsof ze ieder moment een zenuwtoeval kon krijgen en dook tijdens het derde nummer, 'Collapse', al meteen de zaal in. Zola Jesus zong met haar hele lijf: 'Trust Me', 'Lipstick', 'Sea Talk' en 'Lick the Palm of the Burning Handshake' klonken een voor één urgent en overdonderend. Dit was niet zomaar een concert, het was een strijd op leven en dood van een chanteuse die blaakte van het zelfvertrouwen. Deze dame had niet eens bokshandschoenen nodig om ons gevloerd te krijgen.

Dirk Steenhaut

Onze partners