GLIMPS dag 2 @ diverse locaties in Gent: Belgen maken het mooie weer

16/12/12 om 13:54 - Bijgewerkt om 13:54

Bron: Knack Focus

Na een succesrijke tweede avond ziet het er, na twee edities, al naar uit dat het showcasefestival GLIMPS een vaste waarde in het Vlaamse concertleven wordt. Ook op zaterdag waren de elf clubs en zaaltjes in de Gentse binnenstad goedgevuld met muzikale ontdekkingsreizigers.

GLIMPS dag 2 @ diverse locaties in Gent: Belgen maken het mooie weer

De grootste verandering tegenover vorig jaar was dat belangrijke rocktempels als Vooruit en de Handelsbeurs zich nu ook bij GLIMPS hebben aangesloten, wat de wandelafstanden tussen de deelnemende podia aanzienlijk heeft vergroot. Vooral Studioskoop lag een heel eind verwijderd van het hart van het festival. Het kostte je dus veel tijd om er naartoe te gaan, en toen je er aankwam bleek het optreden dat je wilde zien al volzet te zijn. Dat is niet leuk, maar dergelijke kinderziekten horen er nu eenmaal bij.

Welk traject je als GLIMPS-bezoeker ook uitstippelde, er viel altijd wel een nieuwe, interessante band te ontdekken. Zelf gaven we tijdens de tweede avond vooral voorrang aan jong Belgisch geweld. We zetten onze concertimpressies op een rijtje.

DOUGLAS FIRS (Zaal Miry).

Gertjan Van Hellemont was tot dusver vooral bekend als gitarist bij The Bony King of Nowhere. Dank zij zijn onlangs verschenen debuut met Douglas Firs kwamen we echter te weten dat er een getalenteerde singer-songwriter in hem schuilt en dat bewees hij ook tijdens GLIMPS.

De rootsy sound van zijn groep deed een beetje denken aan The Band, zeker in 'Never Cared Enough' dat van een prachtige, ingehouden gitaarsolo werd voorzien. De set varieerde van rammelend en bluesy tot sober en ingetogen ('The Winter Sun Is Gonna Last') en met 'Caroline' werd zelfs al een gloednieuwe song gelucht. Helemààl stil werden we van Leslie Feists 'Comfort Me', een nummer dat Van Hellemont, slechts geholpen door zijn stem en elektrische gitaar, met veel gevoel uitbeende. De tweede GLIMPS-avond liet zijn eerste magische moment optekenen.

MILE ME DEAF (Trefpunt).

Oostenrijkse slackerpop, met ingrediënten uit shoegaze en noiserock? Óns klonk het aantrekkelijk in de oren en op GLIMPS werden we niet teleurgesteld. Mile Me Deaf is een nevenproject van de 27-jarige zanger-gitarist Wolfgang Möstl, een man die regelmatig ook in andere bands onderduikt. Dit jaar bracht hij, geruggensteund door een bassist en een drummer, de aanstekelijke cd 'Eat Skull' uit en op het podium bleek dit trio al helemààl niet in te tomen.

Mile Me Deaf maakte een even losgeslagen als energieke indruk, wist strak en slordig probleemloos te verzoenen, schiep er een jongensachtig genoegen in zo veel mogelijk lawaai te maken en ongeveer iedere stemvervormer uit te proberen die op de markt verkrijgbaar is. Deze drie wakkere knapen leken 'fucking up' als een kunstvorm te beschouwen, maar wanneer je de fuzzlagen en de stofzuigersound wegschraapte, stelde je vast dat ze over enkele fijne popdeunen beschikten. Wenen is niet langer een werkwoord.

THE GERMANS (Handelsbeurs).

The Germans ontlenen hun naam aan een volk dat men hier in 1914 en 1940 liever zag gaan dan komen. Ook wanneer je aan de sound van de Gentse dwarsliggers wordt blootgesteld, weet je niet goed of je hen nu als vrienden of als vijanden moet beschouwen. De muzikanten volgen nooit een rechte lijn, maar zigzaggen er vrolijk op los en injecteren hun werk met druppels krautrock, psychedelia en andere vormen van experimentele teringherrie.

Zoals verwacht opereerden The Germans tijdens GLIMPS op het scherp van de snee. Soms hoorde je iets voorbijwaaien dat vaag op een song geleek, maar die momenten waren schaars. Muzikale structuren werden binnenste buiten gekeerd en het klankbeeld werd gedomineerd door noisy gitaren, kregelige synths, schreeuwerige zangpartijen en doodgraversdrums.

Even dachten we aan een leftfieldverschijnsel als Liars, al stonden The Germans nooit lang genoeg stil om al hun wezenskenmerken prijs te geven. Hun nummers vlogen voortdurend uit de bocht en lieten een spoor van verbrand rubber achter. Is dit je kopje thee, zet in je agenda dan een kruisje naast 18 januari. Die dag verschijnt namelijk hun nieuwe cd 'Mother Sings In Front of the House'.

DANS DANS (Studioskoop).

De toeloop was vele keren groter dan de zaal kon slikken. Wie het zinnenprikkelende concert van Dans Dans op GLIMPS heeft meegemaakt, mag zich dus met reden een bofkont noemen. Speelde het trio jazz met een rockattitude of was het net andersom? In ieder geval werd het een wervelende, instrumentale set waarin gitarist Bert Dockx (Flying Horseman), bassist Fred 'Lyenn' Jacques (Mark Lanegan Band, zichzelf) en drummer Steven Cassiers (Dez Mona) zich elk expressieve meesters toonden op hun instrument.

De heren gebruikten composities van Nick Drake, Thelonious Monk en Sonny Rollins als alibi om eens goed loos te gaan en allerlei grillige zijpaadjes te verkennen, zonder ooit de melodie uit het oog te verliezen.

Dans Dans speelde erg fysieke, dynamische, beeldrijke, maar vooral grofkorrelige muziek, die door iemand als Marc Ribot zonder twijfel op een goedkeurend schouderklopje zou worden onthaald.

MARY&ME (Trefpunt).

Van Studioskoop naar Trefpunt is een fikse wandeling, maar we zetten het met plezier op een looppas om nog een stukje mee te kunnen pikken van Mary&Me. Dit tot kwintet uitgezette duo rond fotografe, tekenares, video-artieste, zangeres en multi-instrumentaliste Elke Andreas Boon en haar partner-in-crime Pieter-Jan Dewaele verraste eerder dit jaar nog met zijn fraaie tweede cd 'We Go Round'.

Ook live wist de muziek van Mary&Me, een verslavende cocktail van pop, freakfolk, chanson en nog een handvol andere genres, te fascineren. Boon is een chanteuse die voortdurend op de rand tussen lieflijk en duister balanceert en over een wendbare stem beschikt waarmee ze soms verrassend wist uit te halen. Tel daarbij een imposant aantal mooie, bitterzoete liedjes, en je begrijpt: dit is een groepje om in het oor te houden.

FLYING HORSEMAN (Zaal Miry).

Flying Horseman is zo'n band die nooit MIA-fähig zal worden, maar, voor wie het wil horen, met 'Twist' wel één van de beste Belgische platen van dit jaar heeft afgeleverd. Het gezelschap rond zanger-gitarist Bert Dockx speelt dan ook donkere, bluesy muziek die net zo intens en bezwerend klinkt als het werk van 16 Horsepower of Nick Cave & The Bad Seeds.

Op het podium roept de groep met songs als 't.m.l' of 'Memorial' een broeierige spanning op die onder meer steunt op het contrast tussen de warme, diepe stem van de voorman en de ijle, engelachtige stemmen van de zussen Maieu. In de wereld van Flying Horseman staan verdorvenheid en onschuld voortdurend tegenover elkaar. Ook het twangy, nu eens lyrische, dan weer bijtende gitaarspel van Dockx en de altijd inventieve arrangementen trekken de toeschouwer onverhoeds de paardenstal in.

Bij dit Antwerpse sextet, waar zelfs een basgitaar met een strijkstok wordt bewerkt, staat alles ten dienste van sfeer en song. En zo hoort het ook. Het slotconcert op GLIMPS was er één dat ons vleugels gaf.

Dirk Steenhaut

Onze partners