Eurosonic 2017, dag 1: Avant-garde voor de dansvloer

12/01/17 om 14:28 - Bijgewerkt op 13/01/17 om 14:36

Op het driedaagse Eurosonic Noorderslag-festival in Groningen staan geen headliners, enkel jonge Europese bands die voor het eerst een gooi doen naar internationaal succes. Wie oren heeft, kan er de muzikale helden van morgen ontdekken. Zoals Anna Meredith, Palace Winter en Newmoon, dé acts van de openingsavond.

Eurosonic 2017, dag 1: Avant-garde voor de dansvloer

Newmoon. © GF

  • ANNA MEREDITH

Soms is het fijn zonder al te veel voorkennis naar een concert te gaan, omdat je dan onverhoeds kan worden overrompeld. Het overkwam ons in Groningen tijdens de memorabele show van Anna Meredith. Haar vorig jaar verschenen cd 'Varmints' was ons ontgaan, maar intussen weten we dat de Schotse een klassiek geschoolde componiste is, die al als artist-in-residence mocht samenwerken met de BBC Scottish Symphony Orchestra. Op Eurosonic trad ze aan met een band waarin cello, tuba, gitaar en drums figureerden en waarin ze zelf op een hoogst percussieve manier op haar synth te keer ging, maar occasioneel ook een klarinet hanteerde.

De combinatie van elektronische en akoestische instrumenten, de bevreemdende tempowisselingen, de flirt met wervelende danceritmes: het klonk niet evident, maar wist ons even moeiteloos mee te slepen als een optreden van Stuff. Anna Meredith maakt kamermuziek met een groove, die zowel naar het minimalisme van Philip Glass als naar de mathrock van Battles verwijst. Op andere momenten herinnerden de nummers aan het vroege werk van Soft Verdict of aan de eerste stappen van Walter Hus met Maximalist. De composities deden cerebraal en lichamelijk aan, getuigden van een speels anarchisme maar tegelijk van een strakke regie.

Avant-garde? Ja, maar dan wel van het soort dat de sfeer van een zweterige disco opriep. Zelf waren we vooral in de ban van de instrumentale nummers. Zodra er, doorgaans unisono, gezongen werd, kregen we onprettige visioenen over de Ray Conniff Singers. Tja, geen rozen zonder doornen. Zeker is wel dat Anna Meredith voor het onmiskenbare hoogtepunt van de eerste festivaldag zorgde.

  • PALACE WINTER
Palace Winter.

Palace Winter.

R.E.M., maar dan door de krautrockmolen gehaald. Dat was het eerste dat bij ons opkwam tijdens de set van Palace Winter, een Deens kwartet dat wordt aangevoerd door de Australische zanger-gitarist Carl Coleman. Vorig jaar maakten de heren al een goede indruk tijdens het Spotfestival in Aarhus, en ook hun debuut-cd 'Waiting For the World To Turn' wist ons sindsdien moeiteloos te charmeren. Met The War on Drugs heeft Palace Winter zijn epische snarenspinsels, motorik beats en atmosferische synthpartijen gemeen, maar op het podium vertoont het gezelschap uit Kopenhagen alvast voldoende eigenheid om het publiek bij de les te houden. Voeg daarbij catchy songs als 'Hearts to Kill' en 'H.W. Running' en je begrijpt meteen dat Palace Winter over het potentieel beschikt om ook in de internationale popvijver enkele rimpels te veroorzaken.

  • NEWMOON

Sinds legendarische bands als My Bloody Valentine, Slowdive en Swervedriver aan een tweede leven zijn begonnen, is shoegaze weer helemaal hot. Dat is ook het Gents-Antwerpse Newmoon niet ontgaan. 'Space', de onlangs verschenen debuut-cd van het vijftal, kon bij een aantal Britse muziekwebsites al op goedkeurend geknor rekenen en in Groningen toonden de heren zich al evenzeer van hun beste kant. Mistige droompopmelodieën, zoals 'Helium', werden verpakt in subtiel verweven reverbgitaren: gelaagd, kaleidoscopisch en soms ook een beetje glaciaal. De muzikanten stonden geconcentreerd over hun instrumenten gebogen en leken zich in hun eigen wereldje op te houden.

Hoewel Newmoon zijn naam ontleent aan een plaat van Elliott Smith, leunt zijn muziek, zeker qua volume, dichter aan bij die van een Amerikaans gezelschap als Nothing. Maar wie even abstractie maakte van de psychedelische noise en het gestoei met feedback, hoorde in de etherische zangpartijen van Bert Cannaerts dezelfde bedeesdheid als bij Smith. Newmoon deed ons voorlopig nog geen sterretjes zien, naar in ons boekje noteerden we wél al het woord 'veelbelovend'.

  • FIL BO RIVA
Fil Bo Riva

Fil Bo Riva

Op een Europees showcasefestival als EuroSonic tref je vanzelfsprekend ook wereldburgers aan. De 24-jarige Filippo Bonamici is er zo één: een Italiaan die opgroeide in Ierland en zijn anker inmiddels op Berlijnse bodem heeft geplant.

De man is een beslagen singer-songwriter die zich van het pseudoniem Fil Bo Riva bedient en enkele maanden geleden bij PIAS debuteerde met de aardige ep 'If You're Right, It's Alright'. In Groningen werd de artiest, die het klappen van de zweep leerde als straatmuzikant, geruggensteund door een extra gitarist en een drummer. Dat resulteerde in bezielde folkrocknummers als 'Killer Queen' en 'Greeningless', die af en toe van een blues- of soulinjectie werden voorzien. Het mag duidelijk zijn: het recente succes van Hozier is aan de jonge garde alvast niet onopgemerkt voorbij gegaan.

  • THE COURETTES

Goed, dit Braziliaans-Deense echtpaar klonk een beetje anachronistisch, maar zijn muziek spatte zo krachtig, gebald en explosief uit de luidsprekers dat je er onmogelijk aan kon weerstaan. The Courettes - zangeres-fuzzgitariste Flávia Couri en drummer Martin Wild, een man die zijn achternaam niet had gestolen - combineerden furieuze garagerock met catchy girl group-deuntjes en deden dat met volle overgave, maar ook met een zelfrelativerende knipoog.

We hoorden veelvuldige echo's van The Shirelles, The Sonics en de jonge Kinks, er werd niet gekeken op een decibelletje meer of minder en zo te horen moest Mr Proper in het huishouden van The Courettes nog zijn intrede doen. Lekker vuil en ongepolijst, dus. Onze oren tuiten er nóg van. Niettemin: A mighty good time was had by all.

  • YUMA SUN

'Do You Want something sinful?', wilde de zanger van Yuma Sun weten. De vraag stellen was ze beantwoorden, want het gezelschap uit het Noorse Bergen voelde zich blijkbaar het best thuis in doemerige sferen en grossierde in broeierige gospelblues die niet geheel vrij was van theatrale trekjes. Een stem die je uit de diepste krochten van de hel tegemoet waaide, gitaren die rammelden als roestige kettingen, een omineuze doodgraversbas: het zijn ingrediënten die tijdens de jaren tachtig al veelvuldig werden aangewend door Australische bands als The Wreckery, Blue Ruin en Nick Cave & The Bad Seeds. Niets nieuws onder de (Yuma-) zon dus, maar de murder ballads van deze Vikingen klonken toch huiveringwekkend genoeg om de jongere festivalgangers de stuipen op het lijf te jagen.

Onze partners