Recensie 'City Same City' (Flying Horseman): Meesterlijk!

09/10/13 om 17:12 - Bijgewerkt om 17:12

Bron: Knack Focus

De discografie van het Antwerpse collectief Flying Horseman was al niet minnetjes. Op de meesterlijke dubbelplaat City Same City wint de bende van Bert Dockx zo mogelijk nog meer hoogte.

Flying Horseman **** City Same City

postrock

Unday

Recensie 'City Same City' (Flying Horseman): Meesterlijk!

Wild Eyes (2010) en Twist (2011) hadden al een zekerheid opgebouwd die voor een popgroep minder alledaags is als je wel zou wensen. Met duistere, atmosferische (post-)rock waarin je raakpunten - maar ook niet meer dan dat - met Leonard Cohen, Nick Cave en 16 Horsepower ontwaarde, zette Bert Dockx zijn groep op de kaart van de fijnproevers. Niemand eiste van de zanger, gitarist en songschrijver dat hij met tal van subtiele nieuwe ingrediënten zou goochelen om dat recept nog te verbeteren.

Maar kijk. Op City Same City vloeien vermetele ambientrock, aardedonkere folk, Afrikaanse woestijnblues en apocalyptische postpunk naadloos in elkaar over. Nooit gaan daar geforceerde, halsbrekende toeren mee gepaard. Hier is een ensemble aan het werk dat een eigen stijl heeft aangeboord, en daar daas van enthousiasme de verste uithoeken van verkent. Als groep dus. Want geen Flying Horseman zonder de stuwende achtergrondzang van Loesje en Martha Maieu, de sprekende percussie van Alfredo Bravo, en het onontbeerlijke extra snarenwerk van Milan Warmoeskerken (gitaar) en Mattias Cré (bas).

In zijn zelfzekere afwijzing van strofes, refreinen en radiovriendelijke songlengtes beweegt City Same City op de rusteloze, opwindende, vrijheidsminnende adem van de jazz. En toch geven de twaalf omineuze nummers, samen goed voor dik zevenenzestig minuten muziek, gestalte aan een visie. Zowel de cd als de lp splitsen het werk op in twee schijven. Een lichte en een donkere volgens Dockx, een schaduwrijke en kolenzwarte voor de buitenstaander. Overigens: voor muziek die zo nadrukkelijk de schemering opzoekt, is elk detail kraakhelder te horen. Een krans voor producer Koen Gisen.

Op City, openingsnummer van de eerste plaat, toont Dockx dat hij ook als zanger zijn vleugels almaar nadrukkelijker spreidt. Wetende dat de Antwerpenaar zowel het persoonlijke als het maatschappelijke in zijn teksten vermaalt, is het verleidelijk om bij de zinsnede 'a city in cold cold hands' aan de recente ideologische herdecoratie van 't Schoon Verdiep te denken. Bij het magistrale, jachtige We Care weet je het wel zeker. 'Protection and safety are lyin' bitches', bijt Dockx, tegen de gangbare stedelijke opvattingen in.

Mijn tijd is helaas al op. Maar die van u kan volop beginnen. Boek vooral een lang verblijf in City Same City.

Kurt Blondeel

Onze partners