Begrotingsronde kunstensector dreigt bloedbad te worden

31/03/11 om 11:12 - Bijgewerkt om 11:12

Bron: Knack Focus

Misschien is het tijd voor een geheim wapen: Stany Crets en Peter Van Den Begin als redders van het Vlaams theater.

Begrotingsronde kunstensector dreigt bloedbad te worden

© Belga

De kunstensector maakt zich op voor een volgende begrotingsronde. Die dreigt een bloedbad te worden, niet alleen vanwege de beperkte budgettaire ruimte. De sector probeert zich te wapenen tegen politiek gekonkel, maar wil daarbij te opzichtig het laken naar zich toe trekken. Misschien is het tijd voor een geheim (dubbelloops)wapen: Stany Crets en Peter Van Den Begin.

Maandag 4 april blazen alle culturo's verzamelen in het Vlaams parlement. De verschillende steunpunten en beleidsondersteunende instanties (Vlaams theater Instituut, Muziekcentrum, BAM, VAI, Kunst&Erfgoed, oKo, Demos, Vlaams Fonds voor de Letteren ...) hebben het hele kunstenveld in kaart gebracht. Die 'veldanalyses' zullen worden voorgesteld en becommentarieerd waarna een receptie wordt aangeboden en het netwerken kan beginnen.

Bedoeling is dat alle sectoren hun bekommernissen en wensen kenbaar maken alvorens de subsidieronde van start gaat. Ook zal minister van Cultuur Joke Schauvliege (CD&V) een "beleidskader" schetsen voor de komende subsidieronde die de verdeling van het overheidsgeld vastlegt voor de periode 2012-2016.

Criteria

Bij de vorige subsidieronde maakte Schauvlieges voorganger Bert Anciaux gebruik van zijn decretale bevoegdheid om bijkomende criteria op te leggen aan de verschillende beoordelingscommissies die de subsidie-aanvragen moesten beoordelen. Daarbij hamerde hij op zijn belangrijkste actiepunt: participatie.

Omdat de speech van de minister te laat kwam en juridisch aanvechtbaar was, moesten de commissies geen rekening houden met de minister. Het resultaat was voorspelbaar: het kunstenveld werd nog eens voor drie jaar gebetonneerd. Wie bestond mocht (meestal) blijven bestaan en wie aan de deur klopte, moest nog even wachten.

Charter

Dit keer wordt het wellicht anders. Niemand weet wat Schauvliege precies gaat zeggen, al vernam Knack dat ze wellicht 'braaf' zal zijn. "Er worden geen bijkomende criteria verwacht", zegt een insider. Dat betekent dat de beoordelingscommissies vrij spel krijgen om hun adviezen naar goeddunken op te stellen. Dat klinkt de sectororganisaties als muziek in de oren. Zij werkten de laatste maanden ijverig aan een 'Charter' dat ze aan alle 'actoren' willen voorleggen.

Zo zouden de beoordelingscommissies zich ertoe verbinden om meer rekening te houden met eventuele replieken op de preadviezen. De minister wordt gevraagd om niet van de adviezen af te wijken (iets wat Anciaux regelmatig deed) en de organisaties die een negatief advies krijgen, worden aangemaand om zich niet te lenen tot plat politiek lobbywerk. Dat is een heikel punt omdat de subsidies zullen worden toegekend in juni 2012, vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen. Lobbywerk van lokale besturen die niet willen dat theaters, musea, ensembles of kunstencentra in hun achtertuin worden geschrapt, zal ongetwijfeld welig tieren.

'Primaat van de sector'

Naar verluidt heeft de minister wel oren naar het 'charter'. Zij zou zich willen schikken naar het 'primaat van de sector' en het 'primaat van de politiek', dat door Anciaux hoog in het vaandel werd gedragen, niet als zaligmakend beschouwen.

Dat klinkt een beetje wrang, aangezien de politieke inmenging in subsidiebeslissingen onder Schauvliege veel erger is dan onder Bert Anciaux. Door de budgettaire schaarste loont het voor kunstenaars en kunstenorganisaties meer om bevriende politici of gehaaide agenten van de vijfde macht (ex-kabintesmedewerkers, leden van beoordelingscommissies, ambtenaren, cultuurfunctionarissen) in te schakelen om hun slag thuis te halen. Vaak wordt Schauvliege ook nog eens overruled door haar collega's in de Vlaamse regering. Deze 'oude politieke cultuur' (of is het 'oude cultuurpolitiek') leidt tot steeds meer frustraties in de sector.

In die zin zou het 'Charter' van de kunstensector een lovenswaardig initiatief kunnen zijn. In een beschaafd land zouden subsidies moeten worden toegekend op basis van objectieve en transparante criteria. Wie een goed dossier maakt en een positief advies krijgt moet - binnen de budgettaire krijtlijnen - subsidie kunnen krijgen, ongeacht zijn politieke kleur of zijn lobbykracht.

Intersubjectief

Jammer genoeg hebben de beoordelingscommissies in het verleden vaak tekort geschoten. Ook al is het onmogelijk om objectief te zijn bij de beoordeling van artistieke projecten en producten - het is geen exacte wetenschap - toch zijn er manieren om tot een breed gedragen intersubjectief oordeel te komen. Dat kan door commissies zo breed mogelijk samen te stellen. Niet alleen academici of mensen uit de incrowd, maar ook mensen die voeling hebben met het terrein; bibliothecarissen, zaaluitbaters, cultuurbeleidscoördinatoren, mensen uit het socio-culturele veld, uitgevers, etc.

Ook zouden criteria als regionale spreiding, participatie, diversiteit (zowel inzake publiek als inzake artistiek aanbod) een belangrijkere rol moeten spelen dan nu vaak het geval is.

Parochiezalen

Het grote probleem van het Kunstendecreet is dat het een grote vergaarbak is waarbij heel diverse initiatieven allemaal volgens dezelfde criteria worden beoordeeld: de artistieke relevantie, de vernieuwende kracht. Dat zijn op zich deugdelijke criteria, maar ze zijn niet voldoende om een divers en fijnmazig cultuurlandschap op te bouwen.

Neem nu de stadstheaters. De KVS, het Toneelhuis of het NTGent mogen toch niet alleen afgerekend worden op hun louter artistieke prestaties. Ze hebben een veel ruimere rol: het repertoire levend houden, jonge acteurs coachen, verbanden leggen met stad en wijk, beginnende makers een podium geven, oude coryfeeën in de bloemetjes zetten. Dat gebeurt nu helemaal niet en dat leidt tot ontreddering. Stadstheaters - zoals de KVS en NTGent - die wel een taak willen opnemen in het stedelijk weefsel dreigen afgeserveerd te worden als veredelde parochiezalen en het Toneelhuis in Antwerpen - dat al twintig jaar met zijn rug naar de Scheldestad theater maakt - staat geboekstaafd als een bastion van elitair snobisme.

Politiek

De raden van bestuur van de stadstheaters zijn politiek samengesteld. De zakelijke en artistieke leiders moeten kiezen tussen de pest en de cholera: ofwel 'breed' gaan en de puristen van de beoordelingscommissie over zich heen krijgen, ofwel enkel oog hebben voor het Heilige Artistieke en spitsroeden lopen op de raad van bestuur of in de gemeenteraad. Wanneer zij dan ook nog eens een charter moeten tekenen dat hen zo goed als verbiedt om contact te houden met de politieke verantwoordelijken, dan zit de zaak muurvast.

Versnippering

Vooral de theatersector gaat dus erg woelige tijden tegemoet. De beoordelingscommissie pleitte bij de vorige adviesronde voor minder versnipperring. Volgens Bart Caron (Groen!), Vlaams parlementslid en ex-kabinetschef van Bert Anciaux, kan 20 procent van de theaters probleemloos worden geschrapt.

Bovendien moet Schauvliege rekening houden met een resolutie van het Vlaamse parlement waarin meer aandacht voor repertoiretheater (lees: auteurstheater) wordt gevraagd. Jammer genoeg zijn er erg weinig gezelschappen die dit soort theater willen brengen. Bovendien worden ze uitgespuwd of zelfs geridiculiseerd door de beoordelingscommissies.

Uit het decreet

De minister kan maar één ding doen: de grote theaters uit het Kunstendecreet lichten en met hen een beheersovereenkomst afspreken zoals ze dat met de VRT, deFilharmonie of de Vlaamse Opera doet. Dan kunnen ook niet-artistieke criteria onderhandeld worden en kunnen de huizen ingebed worden in zowel het stedelijke als het internationale landschap.

Dan moet gekeken worden of de kleinere theaters - die zich vooral in Antwerpen en Gent situeren - niet tot samenwerking kunnen worden bewogen. Een regionale spreiding waarbij elke centrumstad zijn ministadstheater krijgt naast een cultuur- of kunstencentrum is een interessante piste. Malpertuis in Tielt, Antigone in Kortrijk, Het Gevolg in Turnhout en 't Arsenaal in Mechelen bewijzen dat zo'n kleinstedelijke inbedding niet alleen interessant theater kan opleveren, maar ook een groot draagvlak creëert. En laat dat nu precies zijn wat de hele kunstensector ontbeert.

Experiment

Moet dit ten koste gaan van het experiment? Van de avant-garde? Natuurlijk niet. Maar dan moet Schauvliege wel de potjes van de projectsubsidies aanvullen. Die werden bij het begin van de legislatuur geplunderd. De sector vraagt een verdeling van 90 procent voor structurele subsidies en 10 procent voor projecten. Dat is een minimum.

Maar dan moeten de wurgsubsidies (gezelschappen die minder dan 200.000 euro krijgen) wel worden opgetrokken. De kleintjes moeten samenwerken (eventueel met cultuurcentra of bestaande huizen), de (middel)groten kunnen op eigen benen overleven en op hun beurt weer samenwerken met kleintjes.

Spelen!

En dan is er nog iets. Vlaamse theatermensen moet opnieuw van theater leren houden. Er staan in de bibliotheken duizenden schitterende theaterteksten. Kies er een paar uit en speel ze gewoon. Geef opdracht aan onze briljante Vlaamse auteurs om stukken te schrijven. Bewerkingen van romans, films of stukken die ontstaan uit 'improvisatie' of 'gedisperseerd tekstmateriaal' hebben een bestaansrecht. In de marge.

In het centrum, in het spotlicht moeten voldragen producties worden gespeeld. Zoals dat elders in de wereld gebeurt en zoals dat - nog niet zo lang geleden - ook op onze Vlaamse podia gebeurde.

Stany & Peter

Tot slot. Als de minister er écht niet uitraakt kan ze nog altijd aan Stany Crets en Peter Van Den Begin vragen om Het Toneelhuis over te nemen. Waarom het ver zoeken als de evidente oplossing voor het grijpen ligt. Als Stany en Peter op het podium kunnen wat ze op televisie met verve doen - niet evidente kwaliteitsproducties maken voor een breed publiek - waarom zouden ze dat niet op het belangrijkste podium van Vlaanderen kunnen?

Laat Het Toneelhuis (en de andere stadstheaters) opnieuw de norm stellen voor de hele sector. Dan hebben de beeldenstormers eindelijk weer iets om... te bestormen in plaats van voortdurend het pluche uit hun eigen navel te zitten pulken.

Karl van den Broeck

Onze partners