Recensie Birdman: Prijsvogel

27/01/15 om 12:31 - Bijgewerkt om 12:38

Bron: Knack Focus

Alejandro González Iñárritu toont wat een acteur lijden kan in de zowel inhoudelijk als vormelijk bevlogen metakomedie Birdman. Oscar time!

Recensie Birdman: Prijsvogel

© gf

Birdman

Alejandro González Iñárritu met Michael Keaton, Edward Norton, Emma Stone, Naomi Watts, Zach Galifianakis

Alejandro González Iñárritu, de Mexicaanse somberman achter noodlotsdrama's als Amores perros (2000), 21 Grams (2003) en Babel (2006), die zich aan een komedie waagt? Klinkt even surrealistisch als 'Club Brugge wint de Champions League', maar Iñarritu vindt zichzelf helemaal opnieuw uit met deze geestige, prima vertolkte, zwierig gefilmde en dus terecht voor negen Oscars genomineerde satire op het acteurswereldje en het vreugdevuur der ijdelheden in de immer hectische coulissen van Broadway.

Spilfiguur in deze zwarte midlifecrisiskomedie annex bitterzoete celebrity spoof is Riggan Thomson, een acteur die ooit bovenaan op de A-list prijkte als de populaire superheld Birdman, maar ondertussen in de vergetelheid is gesukkeld en op Broadway krampachtig zijn carrière probeert herop te starten met een theateradaptatie van - this time he's serious! - Raymond Carver. Hoge kunst en lage instincten als roem en ambitie komen daarbij algauw frontaal met elkaar in botsing. En dat terwijl Thomson, die in zijn getroebleerde hoofd nog altijd door zijn alter ego Birdman wordt achtervolgd en zelfs diens briesende stem hoort, ook backstage de nodige problemen te bezweren heeft. Met zijn narcistische tegenspeler (een prima Edward Norton) en zijn vervreemde dochter (een nog betere Emma Stone) bijvoorbeeld.

Hoewel Iñárritu de toon luchtig en het tempo hoog houdt, met dank aan de energieke drumsoundtrack van Antonio Sanchez, slaagt hij er ook nu in de nodige gravitas in zijn coulissenkolder te pompen. Birdman is dan ook veel meer dan de elfendertigste komedie waarin Hollywood - dat, zoals een van de randpersonages sarcastisch opmerkt, sinds jaar en dag een culturele genocide pleegt - met voyeuristisch plezier de spot op zichzelf richt. Het is tegelijk een doorleefde en doorvoelde reflectie op ouder worden en de juiste prioriteiten kiezen, met een geweldige, van zelfspot doorspekte comebackrol voor Michael Keaton, de enige echte Batman voor iedereen die het einde van de jaren tachtig nog min of meer bewust heeft meegemaakt.

Bovendien loont de cinematografische aankleding dik de moeite. Iñárritu volgt de strubbelingen voor en achter de bühne namelijk met lange, zwierig gechoreografeerde steadicamshots waarin cameratovenaar Emmanuel Lubezki (die vorig jaar al een Oscar won voor zijn innoverende camerawerk voor Alfonso Cuaróns Gravity) van het ene personage naar de andere ruimte glijdt. Met de hulp van enkele subtiele digitale cuts wordt aldus de indruk gewekt dat de hele film uit één lang, ononderbroken shot bestaat, wat de betrokkenheid en levendigheid alleen maar vergroot. Alsof je naar een halsbrekend balanceerspektakel zit te kijken, met Keaton die twee uur springt, struikelt, sakkert, slaat en zalft op de slappe levenskoord.

'De wereld is een schouwtoneel', wist Shakespeare al, en nu ook de vol compassie grijnzende en in bloedvorm verkerende Alejandro González Iñárritu 2.0.

Lees meer over:

Onze partners