In ‘Het Verhaal van Vlaanderen’ botst Tom Waes al gauw op de spagaat tussen wetenschap en mythevorming

2 / 5
© National
2 / 5

Programma - Het Verhaal van Vlaanderen

Wanneer en waar uitgezonden - Eén, 01.01, 20u05 (en op VRTMax)

Tine Hens
Tine Hens Journaliste voor Knack

Bij het ontstaan van natiestaten in de negentiende eeuw hoorde het begin van een nationale geschiedenis. Hoe verder terug in de tijd men het bestaan van een nationaal gevoel kon traceren en bewijzen, hoe steviger verankerd het land in de wereld was. Overheden spaarden kosten noch moeite om het publieke domein te bevolken met standbeelden van statige heren – meestal te paard en met zwaard in de hand – en geschiedenis op school werd synoniem met een lijn die verwachtingsvol kronkelde van het moment dat er amper iets was tot het niet zo verre verleden waarin alles, bijna doelbewust, geworden was tot wat het nu is.

Soms lijkt het alsof deze Vlaamse regering deze streek terug naar de negentiende eeuw wil katapulteren. Alsof er geen wachtlijsten zijn in de zorg, de armoedegrens niet opschuift en het klimaat zichzelf wel zal redden, smijt men er een ruim overheidsbudget tegenaan om enerzijds een canon uit te vinden en anderzijds de ontstaansgeschiedenis van dit grondgebied spectaculair te verbeelden. Met historisch verantwoorde ensceneringen, ontmoetingen met mammoeten – amaai, die zijn groot! – afdalingen in de diepte – amaai, dat is diep! – zal de komende weken Het verhaal van Vlaanderen zich voor onze ogen ontrollen. Ook al is het grondgebied overdreven verhard, toch zal Tom Waes als een hedendaagse ridder Vlaanderen in een SUV doorkruisen. De opgeblazen wagen en de rubberen laarzen die hij steevast aantrekt, symboliseren in hun overbodigheid misschien onbewust het fundament van deze hele onderneming.

De opgeblazen wagen en de rubberen laarzen van Tom Waes symboliseren in hun overbodigheid misschien onbewust het fundament van Het verhaal van Vlaanderen.

Geschiedenis laat zich niet betonneren, ze is altijd veelheid, nooit uniformiteit. Wie liever ‘hét’ verhaal in plaats van ‘een van de verhalen’ vertelt, botst al gauw op de spagaat tussen wetenschap en mythevorming. Ook omdat veel onduidelijk is bij gebrek aan tastbaar materiaal. Soms kunnen we gewoon niet weten wat mensen deden die vroeger leefden. Dat geldt uitermate voor het eerste tijdvak waar Waes heen reist.

In een typische woonwijk in Limburg, een verkaveling met strak getrimde tuinen en lintbebouwing, trekt hij een dikke jas aan en plots bevindt hij zich op een onherkenbare vlakte. Een ijskoude prairie, zonder bomen en voorlopig ook zonder mensen. Het is de grootste sprong die Waes in de reeks zal maken, legt hij omstandig uit, 38.000 jaar terug in de tijd. Vlaanderen, zo weet hij te melden, zag er toen helemaal anders uit. Logisch, want het bestond nog niet. Maar, gaat hij onverstoord verder, er gebeurde wel iets bijzonders, want we kregen bezoek. En daar zie je ze over de bevroren steppe sloffen, een groepje mensen in dierenhuiden, met donkere haren, donkere ogen, een donkere huid. Het zouden zomaar de eerste bewoners van deze streken kunnen zijn, die via de Maasvlakte Zuid-Limburg binnentrokken.

‘Een geïnformeerde gok’, noemt een van de archeologen het. In Het verhaal van Vlaanderen temperen wetenschappers voortdurend de heroïek waarmee Waes door het verleden beent. Al lijken hun terughoudende analyses soms wat op schaamlapjes, alsof ze de drieste verteller de goedkeuring verlenen om de kortste weg tussen wetenschap en mythe in te slaan.

Want alleen al dat ene verhaal over de eerste homo sapiens die van de Maas naar de Schelde trok, legt het problematische van dat hele ‘Het verhaal van Vlaanderen’ bloot. Al 450.000 jaar woonde er een andere mensensoort in de buurt. Zoals geneticus Maarten Larmuseau in een gesprek met Waes duidelijk maakt, dragen we bijna allemaal een deel van haar genetische materiaal mee. Alleen, de sporen van haar bestaan, vond men enkel in Wallonië, in Spy en in het Duitse Neandertal. Daar begint de geschiedherschrijving al, want om hét verhaal van Vlaanderen te vertellen, moet je ver buiten Vlaanderen beginnen. Toen, zo legde een andere archeoloog uit, van een territorium nog geen sprake was. Laat staan van nationale driften. Dat waren nog eens tijden.

Lees meer over:

Partner Content