De onzichtbare helden van 25 jaar Ketnet: wie zit er in de kostuums van onze kinderprogramma’s?

© National
Jozefien Wouters Freelancejournaliste

U herkent hun stem uit de duizend of hebt hen al honderd keer op uw scherm zien passeren. U had het alleen niet door. Voor de vijfentwintigste verjaardag van Ketnet gingen wij op zoek naar de gezichten van de onzichtbare sterren, van de man in het Bumba-pak tot de stem van Olly Wannabe.

Patrick Maillard

‘Eén keer ben ik per ongeluk zonder hoofd een opnamestudio vol kinderen binnengewandeld’ De man in het Bumba-pak: Patrick Maillard

‘Bumba is bedacht door mijn broer Jan. Toen hij iemand zocht om in het pak te kruipen, kwam hij al snel bij mij uit. Samen met hem en mijn andere broer Marc speel ik bij Theater FroeFroe, een poppentheater, waar ik doorgaans als testpiloot fungeerde. Moest er iemand in een groot pak kruipen, dan werd er naar mij gekeken. En dus ook die ene keer dat Jan met een twee meter grote pop in een geel kleed naar het werk kwam.

‘Mensen beseffen het misschien niet, maar Bumba spelen is hard werk. Ten eerste zijn er die reusachtige clownschoenen waar je mee moet zien rond te lopen. Om de dingen iets vlotter te laten lopen zaten daar aansluitende turnsloffen in, maar zelfs dan was het voortdurend opletten dat je niet struikelde. Die kop was een ander probleem: in het hoofd van Bumba zaten motortjes om de neus en mond mee te bewegen, maar je moest oppassen dat je haar er niet in vast kwam te zitten. En dan was er de set. Bumba wordt met bluescreen opgenomen, dus alles was integraal blauw geschilderd. Overal waar ik keek, zag ik blauw, blauw en blauw. Ik wist nooit waar ik was.

Bumba
Bumba © © VRT

‘In al die jaren heb ik maar één grote fout gemaakt. Tijdens een scène met een kinderpubliek ben ik achteloos de opnamestudio binnengewandeld met mijn kostuum aan, maar met Bumba’s hoofd nog onder mijn arm. Ik zal de paniek in die kinderoogjes nooit vergeten: “Bumba heeft geen hoofd!”

‘Voor alle duidelijkheid: ik ben niet de enige man in het pak. In het begin deden we nog alles zelf. Behalve Bumba zat ik ook in de olifant en in het nijlpaard. Tussendoor moest ik in een vies, nauw aansluitend blauw pakje – de bluescreen, weet je wel – decorstukken laten rondzweven met een blauwe stok. Maar na drie seizoenen was ik het beu en hebben andere mensen het overgenomen – onder meer Koen Swanenberg en Dirk Verbeeck. Bumba is niet iets dat je voor het leven doet. Laat ons eerlijk zijn: het zijn niet de meest uitdagende verhaallijnen. (lacht)

‘Het is een gekke gedachte. Bumba is een groter succes dan we ooit hadden verwacht. Over de hele wereld wordt het uitgezonden, tot in Israël en Canada. Hele generaties zijn groot geworden met mij op hun televisie. Maar niemand die weet dat ik in dat pak zat. Nu goed, eigenlijk sta ik daar nooit bij stil. Ik ben niet zo ambitieus op dat vlak, denk ik. Bumba was de ideale rol voor mij: ik sta graag op een podium, maar niet als mezelf. Eén keer heb ik zonder pop meegespeeld in een voorstelling. Verschrikkelijk, al die aandacht.’

Barbara De Jonge
Barbara De Jonge © National

‘De costumière moest mijn staart vasthouden tijdens het plassen’ De vrouw in het Wizzy-kostuum: Barbara De Jonge

‘Ik dacht eerst dat Gert Verhulst een grap maakte. Ik had net een stiefzus gespeeld in de Studio 100-musical Assepoester toen hij vroeg of ik een paniekerige muis kon nadoen. Pas na een halfuur onnozel doen had ik door dat hij het meende. Gelukkig kreeg ik toch de rol. Ik mocht Wizzy spelen in Wizzy en Woppy.

‘Als je erover nadenkt, is het een absurd concept: twee roze muizen met gekke kapsels die even groot zijn als een schildpad en een papegaai, samen in een dierenwinkel wonen en een raar brabbeltaaltje spreken. Dat taaltje kwam van de acteurs, trouwens. De scripts van Wizzy en Woppy waren geschreven in het Nederlands, wij mochten ze omzetten naar het gibberish. Kreetjes als ‘sjnip’, ‘jwei’ en ‘sakkerdesakkerdesak’ hebben we dus zelf verzonnen.

Wizzy en Woppy
Wizzy en Woppy © VRT

‘De opnames voelden als een enorme speeltuin. Letterlijk: alles op de set was gigantisch. Om de illusie te creëren dat wij muizen waren, hadden ze de decors uitvergroot. Ons muizenkot had de oppervlakte van een villa. De decorstukken en rekwisieten waren tien keer zo groot als in het echt. Luciferstokjes waren zo groot als zwaarden en we knabbelden aan petit-beurrekoekjes van een meter hoog.

‘De kostuums waren een ander verhaal. ’s Ochtends zat ik anderhalf uur in de schminkstoel. Ik moet zowat alle make-upremovers die er op de markt zijn hebben uitgeprobeerd, maar toch bleef er na elke warme zomernacht een roze schijn op mijn witte lakens zitten. Wizzy zat tot in mijn poriën. En dan was er nog de staart. Op den duur sleepte ik hem mee zoals een flamencodanseres haar jurk. Als ik kwaad was, gebruikte ik hem als zweep. Moest ik plassen, dan moest de costumière mee om mijn staart boven het toilet te houden. En je moet weten: ik drink héél veel water.

‘Ik heb honderd afleveringen van Wizzy en Woppy gedraaid en stond vaak van vijf uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds op de set. Maar als ik word herkend, is het als Frieda Kroket uit Samson en Gert of Maaike uit W817. Ik geef intussen les in het kunstonderwijs, maar zelfs daar komen leerlingen er pas na jaren achter dat ik Wizzy ben. Dat is prima zo. In het begin van mijn carrière voelde ik me zelfs comfortabeler als ik vermomd was. Maar één keer heeft iemand me op straat aangesproken als Wizzy. Hij had me herkend aan mijn benen. Blijkbaar heb ik nogal specifiek gevormde benen. (lacht)

Geerard Van de Walle
Geerard Van de Walle © National

‘Ik heb op elke vloer van de VRT gelegen’ De stem van Olly Wannabe: Geerard Van de Walle

‘Eigenlijk was het nooit de bedoeling dat ik Olly Wannabe zelf zou spelen. Ik werkte als scenarist bij Hotel Hungaria, waar ik een lifestyleprogramma voor kinderen had bedacht. Een Martha Stewart-achtige show met een betweterige aap die toen nog Eddy Wannabe heette – een knipoog naar Eddy Wally. Alleen had Ketnet meer interesse in de pop dan in het format. Uiteindelijk hebben we een mockumentary gemaakt waarin Olly stage loopt bij de VRT. Later zijn daar Olly Wannabe’s Comedy Club, In bed met Olly en de sitcom Wannabe’s uit voortgevloeid. Het waren mijn collega’s die me overtuigden om zelf de stem in te spreken.

‘Dat stemmetje had ik al langer. Het is een dwaze versie van mijn natuurlijke dialect, het Keerbergs, dat ik gebruikte om mijn eigen lompigheid te camoufleren. Het is ontstaan tijdens mijn eerste week stage bij een reclamebureau, waar alles mis liep. “(in Olly’s stem) Euh ik denk dat ik weer een computer heb laten vallen.” Olly is het duiveltje op mijn schouder dat zegt wat ik denk, maar niet durf te zeggen.

‘Het plan was dat ik alleen zijn stem zou inspreken, achteraf, in een studio. Maar het heeft geen maand geduurd voor ik op de grond lag met mijn hand in een aap. Bijna onmiddellijk werd Olly gevraagd voor allerhande gastoptredens. Om praktische redenen móést ik daar wel bij zijn. Intussen heb ik elke vloer van de VRT gezien, denk ik. Ik heb opgetreden in het Sportpaleis, al lag ik zelf onder het podium. Ik ben op zowat elke radiozender te gast geweest, maar dan gehurkt onder een desk. Ik heb naar kinderen gezwaaid tijdens een of andere Plopsa-parade, verstopt in een koude auto met mijn arm uit het dakvenster. Olly heeft me in veel absurde situaties gebracht.

Olly Wannabe
Olly Wannabe © © VRT

‘Vier jaar geleden hebben we een singletje uitgebracht en was ik plots ook zanger. Tijdens een van de optredens schoot mijn arm in het eerste refrein al in een kramp. De rest van het nummer heb ik dan maar wat met Olly’s hoofd geschud. Weinig glamoureus allemaal. Als er één ding is dat ik de voorbije jaren heb geleerd, is het dat wel: poppenspelers hebben vooral heel veel pijn.

‘Mensen staan weinig stil bij de praktische kant van het poppenspelen. Er bestaat bijvoorbeeld niet zoiets als personal space. Olly wordt altijd bediend door twee acteurs. Iemand voor de mond en ogen en iemand voor de handen. Een ongelofelijke rompslomp. Tijdens In bed met Olly lagen Jakob Verstichel, onze vaste poppenspeler, en ik met twee onder het bed gepropt. Zonder in detail te treden: we zijn vertrouwd met elkaars lichaamsholtes.

‘Het is echt fascinerend. Van zodra Olly op mijn arm zit, verdwijn ik. Mensen zien me niet meer staan. Ik ben dan zo’n beetje Olly’s verwaarloosbare nageboorte. (lacht) Intussen doe ik dit al een dikke zes jaar en ik sta er nog steeds van versteld hoe graag hij wordt gezien. Ook door volwassenen. Op Facts, een popculturele beurs waar veel bezoekers verkleed naartoe gaan, had een fan zich voor een meet-and-greet uitgedost als Steve, een kabouter met een groene jogging en een kortpittig kapsel. Dat personage was nooit in beeld geweest, maar blijkbaar had Olly hem in een aflevering beschreven – ik was het zelf al lang vergeten. Heel surreëel, maar ook fantastisch. Tenslotte ben ik maar een gewone scenarist die stoemelings onder een pop is gerold en zo via een rare omweg toch een beetje van de roem kan genieten.’

Bert Plagman
Bert Plagman © National

‘Met poppen spelen is zoals auto rijden’ De stem van Lullu en Rita uit De grote boze wolf show: Bert Plagman

‘Ik ben de stem van Lullu uit De grote boze wolf show, ja. En van Rita, Oma Konijn, Eddy, Reddy en Freddy. Broes de Hond ook. De mol. Nog een paar nevenpersonages. Verder speelde ik eenenveertig jaar lang Tommie uit Sesamstraat. En de kleintjes kennen mij misschien als Frits uit Kaatje tralalaatjes. Ik heb wel wat stemmen- en poppenwerk gedaan doorheen de jaren. Met poppen spelen is voor mij zoals auto rijden. Ik denk er niet meer over na.

‘De Maillards, de broers achter Theater FroeFroe en De grote boze wolf show, kende ik van de set van Het Atomium, een jeugdserie van de BRT over vier poppen die een clubhuis hebben ingericht in een van de bollen van het Atomium. Tijdens de opnames van De grote boze wolf show woonde ik nog in Nederland, dus sliep ik in een kamertje boven de studio. Een heel intense, mooie en ietwat chaotische periode, als ik erop terugkijk.

‘Gek genoeg heb ik tijdens De grote boze wolf show nauwelijks met poppen gespeeld. Enkel tijdens de liedjes mocht ik er af en toe een paar in de lucht houden, want dan kreeg iedereen die toevallig voorbijkwam een pop in zijn handen geduwd. Meestal zat ik op een podiumpje en deed ik ter plekke de stemmen van alle personages na, die daarna in een professionele studio door de juiste stemacteur werden gedubd.

Lullu en Rita
Lullu en Rita © National

‘Als vijftigjarige man mocht ik de stem van de konijnenmeisjes inspreken. Achteraf gezien misschien een vreemde castingkeuze, maar ik kon toen best hoog praten. Op zich blijft het ook heel bizar dat een groot deel van dat sprookjesbos met een Nederlandse tongval sprak, maar dat was voor de makers nooit een probleem. De Maillards trokken zich sowieso weinig aan van logica. Zo speelden de poppenspelers rechtstaand. Totaal onpraktisch, want daardoor moesten ook de camera’s en het decor de lucht in. Maar het zorgde wel voor meer speelvrijheid.

De grote boze wolf show blonk uit in volwassen humor en ambachtelijke make-believe. Je kunt fantastische dingen doen met computeranimatie, maar de charme en fantasie van ons programma zul je er nooit mee evenaren. Ik vergelijk het weleens met de komst van de drumcomputer. Toen vreesde men ook voor het einde van de drummer, maar we willen nog steeds zwetende mensen op vellen zien rammen. Wij waren de drummers onder de poppenspelers.

‘Ik word nog nauwelijks gevraagd voor televisiewerk. Mijn focus ligt nu op theater. Soms mis ik het wel, maar het is mooi om te zien hoe een nieuwe generatie poppenspelers het overneemt. Ik heb niks te klagen: zowat iedereen in Nederland en Vlaanderen kent mijn personages, maar zelf wandel ik nog steeds anoniem over straat. Heerlijk.’

Dirk Verbeeck
Dirk Verbeeck © National

‘Blij dat ik tegenwoordig enkel in mijn eigen stank moet zitten’ De man in het Kamiel-pak: Dirk Verbeeck

‘Ik ben toevallig poppenspeler geworden. Eigenlijk ben ik grafisch vormgever, maar om mijn legerdienst te ontlopen heb ik een jaar burgerdienst gedaan. Dat kon bij de civiele bescherming of in een ziekenhuis. Maar ook bij een poppentheater in Mechelen. De keuze was snel gemaakt. Het bleek een samenraapsel van alles wat ik leuk vind: muziek, literatuur, theater, beeldende kunsten.

‘Een dinosaurus met een mentale leeftijd van drie jaar spelen, dat leek me ook wel iets. Ik had al in de pakken van Bumbalu en Bumba gezeten toen Ketnet me voor de rol van Kamiel vroeg. In het begin speelden we hem met drie om het helse tempo vol te houden. Patrick Maillard, zijn nichtje Charlotte en ikzelf. Niet evident, want Kamiels motoriek moest consequent zijn. Deed Patrick een specifieke beweging met zijn voetje, dan moest ik dat ook doen.

‘Kamiel spelen is niet iedereen gegeven. Charlotte is snel gestopt. Patrick begon te sukkelen met een hernia. Intussen ben ik als enige overgebleven. Blijkbaar ben ik gemaakt voor deze job. Ik kan goed in rare houdingen staan, heb geen claustrofobie, ben warmtebestendig en heb een hoge pijngrens.

Kaatje, Viktor en Kamiel
Kaatje, Viktor en Kamiel © National

‘Het grootste voordeel: ik hoef nu enkel in mijn eigen stank te zitten. Kamiels pak is gigantisch. De staart alleen al is twee meter lang. Dat steek je niet zomaar in een wasmachine. Een paar jaar geleden moest iemand van de crew even inspringen tijdens een Ketnet-evenement omdat ik in de file zat. Die mens bleek nogal een zweter. Er zijn aangenamere dingen dan in een nat, stinkend dinosauruspak kruipen.

‘Door de jaren heeft de rol meer diepgang gekregen. Sarah Vangeel, Philippe Liekens (respectievelijk Kaatje en Viktor, nvdr.) en ik zijn ook zelf scenario’s beginnen te schrijven. Ik speel Kamiel nu al zo’n vijftien jaar: niemand kent de personages zo goed als ons. Daardoor hou ik het uitdagend. Geloof me: ik heb veel minder leuke jobs gehad. Ooit moest ik een muis spelen in een reclamespot voor Quick. Het pak had zo’n 60.000 euro gekost en het zag er heel indrukwekkend uit, maar ik kon er mijn artistieke ei niet in kwijt.

‘Ik heb maar één kleine frustratie. Doordat we elkaar in het begin afwisselden, werd Nico Sturm ingeschakeld voor Kamiels stem. Hij doet dat fantastisch, maar om eerlijk te zijn had ik het liever zelf gedaan. Tijdens de theatershows mag ik wel praten, maar dan moet ik toch vooral een zo goed mogelijke Nico Sturm neerzetten. Niet dat het me om de aandacht te doen is. Ik ben de broer van Showbizz Bart, dus ik weet waarover ik spreek: bekend zijn is leuk, maar ik doe mijn boodschappen liever in alle rust.’

25 jaar Ketnet

Ter gelegenheid van de verjaardag duikt VRT Max vanaf 01.12 ook uitgebreid in het Ketnetarchief.

Partner Content