Boris Van Severen zou graag wat meer hara hachi bu in zijn leven hebben

© REBECCA FERTINEL
Kristof Dalle Journalist

‘Wanneer ik ga zwemmen, tel ik geen baantjes, maar overloop ik mijn levensjaren. Ik begin bij mijn kindertijd, ga langs de dood van mijn vader, de geboorte van mijn kinderen, en als ik maar lang genoeg zwem, kom ik in de toekomst uit.’ Boris Van Severen, binnenkort te zien in Een goed jaar op Streamz, over chloortherapie en linzen met linzen op een bedje van linzen.

De eerste plensbui in weken. Planten herleven. Het stof van de stad spoelt weg. Acteur en theatermaker Boris Van Severen rookt nog een sigaret aan de deur van de Antwerpse wijnbar waar we hebben afgesproken. En op het Zuid schreeuwen driftige amateur-poëten rond een plasje meurende verse modder om ter pedantst ‘petrichor!’ naar elkaar . Nature is healing.

Vlak voor de eerste lockdown slaagde regisseur Kadir Ferati Balci ( Storm Lara, Amigo’s) er nog net in Een goed jaar te draaien, waarin Lenny (Van Severen) en Erik (Jurgen Delnaet), twee losers op de pechstrook van het leven, in de kelder van Eriks oudtante op een partijtje wijn en wapens uit de Tweede Wereldoorlog stoten. Alleen blijkt het niet meteen het slimste idee om die daarna te proberen versjacheren als de privécollectie van de Führer. Andere grote rollen zijn weggelegd voor Joke Devynck en Frances Lefebure – die laatste is sinds vorige zomer ook de vrouw van Van Severen.

De combinatie van hyperfunctionaliteit en esthetiek heeft onze familie altijd geboeid. Al trek ik zelf de grens bij MDF-platen zagen voor ons waskot.

‘Jurgen kende ik eigenlijk niet zo goed’, vertelt Van Severen. ‘Maar het klikte meteen.’

Is jouw tegenspeler dan niet meer de man die nog het meest van stilte op de set houdt? ‘Samen zwijgen en gewoon wat rieken aan elkaar’, zoals Delnaet het me ooit omschreef.

Boris Van Severen: Jurgen is inderdaad een man van weinig woorden. In het begin werd ik daar een beetje ongemakkelijk van, dus probeerde ik die stiltes maar te doorbreken met flauwe grappen. Tot ik hem op een bepaald moment toch even zag gniffelen en dacht: Het is goed, we hebben een connectie. (lacht)

Hoe zie jij jouw personage Lenny?

Van Severen: Initieel leek hij me een stoere, forse kerel die wel min of meer wist waar hij mee bezig was. Het heeft even geduurd voor ik inzag dat hij best een beetje zielig was. Zo’n gast die wel goed wil doen, maar altijd aan de verkeerde kant van het gras belandt.

Doorgaans creëer je ook een playlist voor je rollen. Hoe klinkt Lenny?

Van Severen: Als Fairweather Friends van Queens of the Stone Age. Over hoe sommige vrienden alleen maar vrienden zijn als het goed gaat, maar bij het eerste spoor van problemen weer verdwijnen. Lenny stapelt de tegenslagen op, heeft ondertussen niemand meer die echt om hem geeft en niemand die hem eens zegt: ‘Goed bezig, gast.’ QOTSA én harde, pompende techno van Étienne de Crécy. Lenny heeft veel noten op zijn zang, maar is eigenlijk zeer fragiel. Zoals ik de gemiddelde technojohnny ook zie: veel uiterlijk vertoon, maar van binnen toch altijd een klein beetje aan het huilen. (lacht)

***

Van Severen draaide Een goed jaar nagenoeg back to back met de Eén-reeks GR5, over de zoektocht van vier vrienden naar hun verdwenen vriendin langs het Grote Routepad. Het was zijn eerste hoofdrol, na eerdere rollen in onder meer De 16, Belgica en Studio Tarara. Een rol die hem naar eigen zeggen veranderd heeft. ‘Ik denk dat ik daar in een rotvaart echt volwassen ben geworden. Het had met de natuur en de hele omgeving te maken, waar je je soms echt heel klein en nederig voelde. Ik ben onthechter teruggekeerd van die draaiperiode, denk ik. Zelfverzekerder ook. Het boeit me niet meer wat mensen zeggen of schrijven over mij: ik weet wat ik zelf waard ben.’ Tussen de lockdowns in draaide hij onder meer Déja vu (Streamz), Renaissances (binnenkort op TF1) en Arcadia (binnenkort op NPO 3, later op Eén). ‘Ik heb niet stilgezeten, nee. Al is het nu wel even rustig. Ik probeer daarvan te genieten, maar ik ben er niet de man naar om helemaal niks om handen te hebben. Ik ben dan maar aan het klussen geslagen in het huis dat ik met Frances heb gekocht. Ook plezant. Voor even.’

© REBECCA FERTINEL

Ik zag je op Instagram inderdaad je washok aanpakken.

Van Severen: Het geld is op: alles zit in ons huis. (lacht) Dus de rest, hoofdzakelijk esthetische ingrepen, proberen we zelf te doen.

Mogen Sabato en DS Magazine al langskomen?

Van Severen:DS Magazine mag ons washok komen fotograferen.

De Van Severens zijn naar verluidt grote verzamelaars. Wijlen jouw vader, meubelontwerper en designer Maarten Van Severen, had onder meer een gigantische boekencollectie. Waar zit het hem bij jou?

Van Severen: Ik heb een relikwieënkast – een kast van mijn vader – met objecten en vondsten uit mijn leven. Foto’s. Dwaze plasticinemannetjes die mijn zoons jaren geleden hebben geknutseld. De afdruk van mijn tanden die gemaakt werd toen ik een bit liet maken tegen het nachtelijk tandenknarsen, met daarbovenop een grote dode bij uit de tuin – en met een stolp erover.

Geen asymmetrische snijplankenset uit polyethyleen tegen de muur van Muller Van Severen, het designbureau van je broer en schoonzus?

Van Severen: We hebben veel van hen in huis, en die set hangt er ook, ja. Geef nu toe, die is toch ongelooflijk mooi?

Zeer mooi. Maar ajuinen snijden op een plank van 780 euro blijft toch altijd een beetje janken.

Van Severen: Ik ben oprecht trots op wat zij maken en verwezenlijkt hebben. Dan moet je dat ook in je huis laten voelen. Die snijplanken zijn ook een perfecte combinatie van hyperfunctionaliteit en esthetiek. Die combinatie heeft onze familie altijd geboeid. Al trek ik zelf de grens bij MDF-platen zagen voor ons waskot. (lacht)

Is de designwereld ook niet nog harder en veeleisender dan jouw sector?

Van Severen: ‘Je bent maar zo goed als je laatste creatie’, dat geldt voor elke kunstenaar. Als acteur komt daar nog eens bij dat mensen je ook gewoon beu kunnen worden: je mag nog zo goed zijn, soms wil men gewoon andere koppen zien. Ik probeer dat te vermijden door selectief te zijn, maar soms zou ik willen dat ik gewoon een bakker was. Die kan elke dag lekker brood maken en geen enkele klant die na vijf jaar zegt: ‘Zijn koffiekoeken zijn nog steeds ongeëvenaard, maar ik ga nu – gewoon voor de verandering – toch een paar jaar naar een andere bakker.’ Nu ja, ik heb er vrede mee. En ik heb de heldere wens om enkel projecten aan te nemen die ik wil doen. Als ik dan een week linzen met linzen op een bedje van linzen moet eten, dan is dat maar zo.

Na een ruzie met Frances denk ik altijd: “Zalig, we zijn wéér gegroeid.” Waarop zij meestal zegt: “Eh, dit was toch helemaal geen ruzie?”

Tijd voor een side hustle.

Van Severen: Ik heb me dat deze week nog bedacht.

Iets specifieks op het oog?

Van Severen: Ik botste deze week op een lot vintage petten op Tweedehands.be en dacht: ‘Ah ja, petten! Hipsters dragen petten! En die willen daar veel geld voor neertellen!’ (droog) Bart Hollanders heeft er alvast één gereserveerd.

Over passieprojecten gesproken: broeden jij en je theaterkompaan Jonas Vermeulen nog op een derde voorstelling na het bejubelde The Great Downhill Journey of Little Tommy en The Only Way Is Up?

Van Severen: Dat wordt iets voor 2023 of 2024. We zitten in een brainstorm- en verzamelfase nu. Het was altijd mijn droom om er een trilogie van te maken. En om die dan ook één keer in 24 uur te spelen, met bussen die het publiek overal heen voeren: Tommy in Gent, Up in Antwerpen en de derde in Brussel. Ik vind dat nog steeds een tof idee. En ik kijk er zeer hard naar uit om opnieuw met Jonas te werken. Telkens ik met hem werk, word ik weer verliefd op hem. (grinnikt) Met Koen Mortier (met wie hij recent de verfilming van Skunk van Geert Taghon draaide, nvdr.) heb ik dat ook. Beiden kunnen mij pakken op een manier dat niemand anders dat ooit heeft gekund.

‘Lenny, mijn personage in Een goed jaar, klinkt als Queens of the Stone Age. En als harde, pompende techno van Étienne de Crécy.’
‘Lenny, mijn personage in Een goed jaar, klinkt als Queens of the Stone Age. En als harde, pompende techno van Étienne de Crécy.’ © REBECCA FERTINEL

Welke richting willen jullie uit?

Van Severen: Het is nog te vroeg om er iets zinnigs over te zeggen. Maar we luisteren tegenwoordig veel naar Devo.

Die van die rare hoedjes en de gele overalls uit de jaren tachtig?

Van Severen: De mannen van Whip It, ja. Ze haalden hun naam bij de devolutietheorie, het idee dat we eigenlijk niet meer evolueren maar net op de terugweg zijn. We denken dat we erop vooruitgaan en slimmer worden, maar is dat wel zo? Worden we niet almaar dommer door alle gadgets en apps? Niemand die in Brussel de weg nog vindt zonder app. Of zelfs al gewoon de weg naar Brussel. Tommy was een coming-of-ageverhaal, Up de biografie van vier mensen, en deze voorstelling zou eventueel het levensverhaal van de mensheid kunnen worden.

Tommy was jullie afstudeerproject. Dat ontstond uit onversneden geldingsdrang, vertelde Jonas me ooit. Is die ondertussen wat gaan liggen?

Van Severen: Die is er nog steeds. We zijn vooral iets voorzichtiger geworden. Tommy maakten we als afstudeerproject, in een vlaag van zinsverbijstering. ‘Springen, en we zien wel waar we landen.’ Die onbevangenheid speel je daarna helaas altijd wat kwijt: plots word je zelfbewuster, omdat je voelt dat iedereen naar je kijkt en iets verwacht.

Onderschat ook niet hoe intensief zo’n schrijfproces is. Je krijgt tunnelvisie, repeteert tien uur per dag en ook thuis kauw je nog steeds op die voorstelling. Die sluimert constant op de achtergrond. En hoewel ik het zeer fijn vind om af en toe helemaal in mijn hoofd te verdwijnen, is het voor mijn omgeving niet altijd gezellig. Maar moet het leven dan altijd gezellig zijn?

Wijn van Een goed jaar, die Lenny en Erik proberen te verkopen als zou hij uit de privécollectie van Hitler komen.
Wijn van Een goed jaar, die Lenny en Erik proberen te verkopen als zou hij uit de privécollectie van Hitler komen. © REBECCA FERTINEL

Frances en jij hebben opvallend veel gemeen, zo blijkt als je even gaat turven. Een jeugd doordrenkt met esthetiek om maar iets te noemen. Haar vader, een architect, had VTM thuis zelfs in de ban geslagen wegens niet esthetisch genoeg.

Van Severen: We delen echt heel veel. We hebben allebei iets met schoonheid. Maar ook met lekker eten. En met oprechtheid. We proberen heel consequent al onze gal direct op tafel te spuwen, zodat het nooit kan blijven gisten. Ik ben er zo dankbaar voor dat ik voor het eerst in mijn leven echte ruzies heb. Was ik in vorige relaties eerder conflictvermijdend, dan spreek ik nu alles meteen uit. En na zo’n ruzie denk ik altijd: ‘Zalig, we zijn wéér gegroeid.’ (droog) Waarop Frances meestal zegt: ‘Eh, dit was toch helemaal geen ruzie?’ (lacht) Nu goed, voor het eerst in mijn leven denk ik: ik wil alles van u. De goeie tijden en de fucking slechte tijden. Een zeer waanzinnig gevoel.

Kijken jullie ook op dezelfde manier naar jullie vak?

Van Severen: Ik zie mezelf als een speler pur sang – het is alles wat ik heb, waardoor ik per definitie all-in ga – terwijl Frances op meerdere fronten uitblinkt. Maar het is niet omdat ze haar tijd verdeelt, dat ze zich niet smijt. Met F*** You Very Much heeft ze vorig jaar nogmaals bewezen dat ze niet enkel ‘Miss VTM’ is. We zijn wel allebei even perfectionistisch. Frances trekt dat echter ook door in de rest van het leven, terwijl ik het naast mijn werk eerder wat laat hangen. (lacht)

Jullie weten ook allebei wat het is om in de puberteit een ouder op slopende wijze te verliezen. Zij haar moeder, jij je vader. Al verwerkten jullie dat beiden op een andere manier.

Van Severen: Frances en ik begrijpen elkaar, op een veel dieper niveau. Omdat we onder meer hetzelfde hebben meegemaakt op dezelfde vormende leeftijd. Dat was heavy – zeker omdat ik op mijn vijftiende net puberde, en hard puberde – maar ondertussen ben ik al zo lang gewend zonder vader te leven dat ik me er ook geen vragen meer bij stel. Al kan ik er soms wel nog zeer melancholisch over worden. Op een warme manier weliswaar. Ik hou ervan om af en toe in zo’n bad van extreme gevoelens te stappen, me daarin te wentelen en er dan ook weer uit te kruipen. Frances heeft dat minder. Zij denkt daar liever niet te veel meer over na.

Voor mij is dat vooral een ijkpunt, een moment waarop ik veranderd ben. Waarop ik moest veranderen. (denkt na) Wanneer ik ga zwemmen, tel ik geen baantjes, maar overloop ik mijn leven. Eén levensjaar voor elk baantje. Ik begin bij mijn kindertijd, ga langs de dood van mijn vader, de geboorte van mijn kinderen en als ik maar lang genoeg zwem, kom ik in de toekomst uit. Het is heerlijk om dan te fantaseren over wat nog moet komen. Het helpt tegen de saaiheid van het zwemmen, maar het is tegelijk een goedkope vorm van zelftherapie.

Kinderen, de mijne incluis, kunnen echte klootzakjes zijn. En dat is geweldig. Als ze nu al aftasten, waar de grens ligt worden ze later hopelijk geen vreselijke klootzakken.

Hoe ver in de toekomst ben je met een flukse vlinderslag al geraakt?

Van Severen: Tot mijn tachtigste, denk ik. En dan wordt het heel raar. (lacht) Het is redelijk onmogelijk om vijftig jaar in de toekomst te kijken, maar dan probeer ik me voor te stellen hoe mijn kinderen dan zullen zijn. Of waar ik in mijn carrière zou staan. (denkt na) Het leven is ook maar gewoon wat dobbelstenen gooien en zien waar je uitkomt, hè.

Welke carrièrebewegingen ontbreken er nog in dat overzicht?

Van Severen: Ik heb het geluk dat ik in binnen- en buitenland al ongelooflijk mooie projecten heb mogen doen. Ik wil meer van dat, maar ik leg mezelf geen druk op. Natuurlijk heb ik wel bepaalde dromen. In een Scorsese- of Denis Villeneuve-film spelen, bijvoorbeeld.

Heb je je sandwalk al geoefend in de zandbak van de kinderen?

Van Severen:(lacht) Het schoonste en het vervelendste aan ons vak is dat je nooit weet wat je nog te wachten staat. Maar zolang ik kan blijven dromen, is het goed voor mij. Ik heb geen concrete mijlpalen in mijn hoofd die ik op mijn 35e of mijn 45e moet halen.

Dat lijkt me ook niet per se het pad naar geluk.

Van Severen: Precies. Al willen zelfverklaarde entrepreneurs op Instagram je wel laten geloven dat je je succes moet ‘manifesteren’. Je kunt die wens van een Lamborghini op je dertigste gewoon manifesteren en dan zal dat gebeuren. (droog) Zal wel. En bovendien, kmoekik gene Lamborghini hebben. Volg je buikgevoel, doe wat je denkt dat juist is, reflecteer, kijk vooruit, maar stel jezelf vooral niet te veel doelen.

Hoe zie je je kinderen uitdraaien, als je in die chloorkoortsdroom voorbij de 1500 meter zwemt? Of anders, wat hoop je dat ze al dan niet van jou hebben opgepikt?

Van Severen: Kinderen, de mijne incluis, kunnen echte klootzakjes zijn. En dat is geweldig. Want als ze nu al aftasten waar de grens ligt, worden ze later hopelijk geen vreselijke klootzakken. Kinderen die hele dagen braaf doen wat van hen wordt verwacht? Ik vertrouw ze niet. Dat zijn de psychopaten van morgen. (lacht) Dat gezegd zijnde, vader spelen is echt een van mijn tofste rollen. En ik heb twee ongelooflijke zonen, met al hun hoogtes en laagtes. Achille, mijn oudste zoon, heeft bijvoorbeeld ADHD. Hij kan niet zo goed om met zijn emoties en heeft best een donker kantje. Dat is een lastige, maar dan is het mijn taak om hem daar telkens uit te helpen. Je moet samen kunnen lachen, maar ook samen kunnen blèten.

© REBECCA FERTINEL

Je werd zelf vroeg vader. Zeer bewust.

Van Severen: Ik heb lang gedacht dat het leven ophield bij 48, vandaar dat ik alles snel wilde doen. (denkt na) Ik zou vandaag een andere vader zijn. Op je 23e word je erin gegooid zonder de waarde van het vaderschap al ten volle te begrijpen. Mijn oudste wordt er dit jaar al tien. Tien! Over zes jaar rijdt die met een brommer. Nu pas besef ik hoe snel het allemaal gaat. Mocht ik vandaag weer vader worden, zou ik proberen er meer van te genieten.

Je wilde hen de waarde van matigheid meegeven, bedacht je je ooit. Op welke manier?

Van Severen: Je kent mijn familiegeschiedenis. Mijn grootvader (kunstschilder Dan Van Severen, nvdr.) had een drankprobleem. Mijn vader had een drankprobleem. Ik ben er ook wel gevoelig aan. De familie Van Severen heeft een ingewikkelde relatie met verslaving. Dus probeer ik matig te zijn. Het is een voorzichtigheid die ik inbouw, om valkuilen te vermijden en mijn kinderen het goede voorbeeld te geven. Niet elke dag drinken bijvoorbeeld. Eén glas, geen vijf. Af en toe twee droge maanden inlassen.

Tegelijk ben ik nog steeds een verstokte roker. Ik vind dat niet fijn. Ik móét stoppen, maar het lukt voorlopig niet. Weet je wat het is? Ik doe alles snel. Roken. Drinken. Eten. Alles tegen de klok. Maar zo kun je de grenzen minder bewaken. Ik kan de avonden niet meer tellen waarop ik kapot en volgevreten in de zetel lig te puffen en Frances rologend zegt: ‘Schrok dan toch niet zo.’ Ik geef mijn brein nooit de kans om te beseffen dat mijn maag vol zit. Koen Mortier leerde me ‘hara hachi bu’ kennen, een Japanse term uit het confucianisme, ofwel ‘eten tot je voor 80 procent vol zit’. Een beetje meer hara hachi bu in mijn leven zou echt geen kwaad kunnen.

Een goed jaar

Vanaf 8/6 op Streamz. Later op VTM.

Boris Van Severen

Geboren in 1989 in Gent.

Studeert kleinkunst aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen.

Maakt met Jonas Vermeulen de bejubelde voorstellingen The Great Downhill Journey of Little Tommy en The Only Way Is Up, respectievelijk een rock- en een elektro-opera.

Speelt onder meer in de films Ben X en Belgica en de reeksen De 16, Salamander, Déja vu, Studio Tarara, GR5 en de BBC-reeks Baptiste.

Is de zoon van meubelontwerper Maarten Van Severen.

Partner Content