Aster Nzeyimana, van het WK voetbal naar de Vlaamse discotheken: ‘De FIFA heeft me bij mijn kloten’

© Anneke D’Hollander
Kristof Dalle Journalist

Terwijl de bal in Qatar begint te rollen, lanceert VRT Max Those Were the Days, een docureeks waarin sportanker Aster Nzeyimana zwelgt in een heel andere persoonlijke fascinatie. ‘Als er één ding in de Vlaamse canon moet, dan wel onze discotheken!’

‘Ik moet voor een groot deel nog aan mijn WK-voorbereiding beginnen. Dat wordt nog pittig.’

We spreken Aster Nzeyimana een dikke week voor hij afreisde naar het wereldkampioenschap in Qatar. Mocht hij al enig talent voor nervositeit hebben, dan kan hij dat op indrukwekkende wijze verbergen. Voor het jongste EK sloeg het 29-jarige sportanker nog een maand op voorhand aan het studeren, deze keer kwam de presentatie van Extra time door die voorbereiding fietsen, de voetbaltalkshow die hij dit jaar van Frank Raes heeft overgenomen. En de audities van The Greatest Dancer van Vlaanderen, de shiny-floorshow die hij samen met Siska Schoeters in het voorjaar op Eén zal presenteren. En de laatste hand leggen aan Those Were the Days, zijn vijfdelige VRT Max-reeks over de hoogdagen van de Belgische clubscene. Als in Boccaccio of La Rocca. Niet Standard of AA Gent.

Ik wil respect betonen voor elke cultuur. Maar dan denk ik aan je schoenen uittrekken voor je een moskee betreedt, niet aan de negatie van basismensenrechten.

‘Ik kan wel genieten van zo’n drukke agenda’, zegt Nzeyimana, in jeansoverall en met een paar uit de kluiten gewassen gouden zegelringen aan beide handen. Een daarvan zal hij straks nog door de kamer lanceren. De sportjournalist gesticuleert graag als hij op dreef komt. ‘Maar ik kijk er ook heel hard naar uit om drie weken mijn hoofd leeg te maken op het WK. Dat is ook keihard werken, maar alles is er zo heerlijk duidelijk.’ Zijn eerste WK als commentator moet de zoveelste kers op een stilaan zeer fruitrijk taartje worden. Hij heeft er zin in. ‘In het voetbal welteverstaan. En ook uitsluitend in het voetbal.’

Hoeveel morele souplesse vergt het om toch op dat vliegtuig te stappen, de mensenrechtenschendingen van het gastland indachtig?

Aster Nzeyimana:(knikt) Het is zo… Ongelooflijk kut. Waarschijnlijk was de enige juiste keuze om niet te gaan. Maar dan liet ik een supergrote professionele kans liggen en miste ik mijn eerste WK als commentator. Het is geen WK wielrennen, hè, maar een voetbalhoogmis die maar één keer om de vier jaar doorgaat. De FIFA weet ook wat dat waard is en hoe ze op die manier de spelers voor het blok heeft gezet. Plots zijn zij dan zogezegd de hypocrieten omdat ze in Qatar gaan spelen, maar wees nu eens eerlijk: hoeveel WK’s kun je meemaken als profvoetballer?

Sinds je aantreden als sportanker in 2016 droom je inderdaad luidop van een WK als commentator. ‘Ongelooflijk kut’ is een aardige samenvatting van de situatie.

Nzeyimana: Het is de bekroning van mijn carrière tot nu toe. Maar was het geen wereldkampioenschap, was ik gewoon thuisgebleven. De FIFA heeft me bij mijn kloten: een voetbalgek als ik kan dit moeilijk weigeren. Amnesty International zegt wel dat de situatie ondertussen verbeterd is. We zullen Amnesty dan maar geloven, neem ik aan? Al wist dat niet uit wat er de laatste jaren is gebeurd. Of dat je er nog altijd niet gay, bi of queer mag zijn, of toch zeker niet openlijk. Dat druist in tegen alles wat ik denk of ben. De Qatarese ambassadeur van het WK omschreef homoseksualiteit recent nog als ‘geestelijke schade’. De ambassadeur van het WK. Wat? Maar blijkbaar ben ik toch opportunistisch genoeg. (denkt na) Niet dat ik me per se ga inhouden. Toen ik op het Hongaarse EK zag hoe de regenboogvlaggen aan de ingang in beslag genomen werden, heb ik daar mijn eerste minuten op antenne over verteld. Sommigen vonden dat nogal gespleten van mij: ‘Hoe kun je nu enthousiast een match becommentariëren terwijl je weet wat er wat verderop gebeurt?’ Maar je moet die twee gescheiden houden. Als de match begint, draait alles negentig minuten uitsluitend om voetbal. Als de match begint, geef ik de FIFA even gelijk. Maar ervoor, erna en tijdens de rust kun je ons niet muilkorven.

‘Ik kan bij The Greatest Dancer van Vlaanderen volledig mezelf zijn. Waarschijnlijk meer dan in de voetbalwereld.’
‘Ik kan bij The Greatest Dancer van Vlaanderen volledig mezelf zijn. Waarschijnlijk meer dan in de voetbalwereld.’ © Anneke D’Hollander

‘Onze religie en onze cultuur zullen we niet veranderen voor het kampioenschap’, bedacht diezelfde ambassadeur zich ook.

Nzeyimana: Ik wil respect betonen voor elke cultuur. Maar dan denk ik aan je schoenen uittrekken voor je een moskee betreedt, niet aan de negatie van basismensenrechten. Dat overstijgt elke cultuur. Er is toch ook niemand die zegt: ‘Het zit in de Vlaamse cultuur om racistisch te zijn, dus daar moet je maar tegen kunnen als je naar hier komt. Wees respectvol voor onze cultuur!’ (dun lachje) En als iemand dat wel zou zeggen, zou ik me daar even hard tegen verzetten. (droog) Om maar te zeggen: ik heb een duidelijke mening, maar ik ga blijkbaar toch. Dat is de conclusie.

○○○

Hoewel Nzeyimana’s hart nog steeds het snelst gaat slaan van voetbal, rekt hij de jongste tijd ook graag de grenzen van zijn jobomschrijving op. Zo kunt u sinds vorige week op VRT Max terecht voor Those Were the Days, waarin hij in het illustere Belgische clubleven van de jaren 80 en 90 duikt. Passeren de revue: Café d’Anvers, Cherry Moon, Boccaccio, La Rocca en Fuse. Van die vijf houdt enkel de Brusselse Fuse nog stand. De originele Boccaccio Life (in Destelbergen) sloot in 1991, de Cherry Moon (Lokeren) in 2013, Café d’Anvers in 2019 en dit jaar keek ook La Rocca (Lier) tegen de sloopkogel aan.

‘Uitgaan is mijn grootste hobby.’ Hij kauwt even op de zin. ‘Jezus, als ik het zo luidop hoor, klinkt dat echt superzielig. (lacht) Maar als ik ooit moet kiezen tussen nooit meer feesten of nooit meer voetballen, dan zou dat echt een heel moeilijke keuze zijn. Ik ben nu eenmaal een extravert die enorm veel energie krijgt van sociaal contact. Lize (actrice Lize Feryn, zijn vriendin, nvdr.) en ik kampen beiden met zeer zware fomo: we leven hard en snel en hebben de allergrootste moeite van de wereld om ooit nee te zeggen tegen een feestje. Meestal zeggen we gewoon niet nee. Het idee voor Those Were the Days is ook ontstaan toen eindredacteur Maarten Boone en ik na de Ensors om zes uur ’s ochtends nog op café zaten. Maarten bedacht zich al een tijdje hoe we hier in de jaren tachtig en negentig een ongelooflijk nachtleven hadden – we waren een potentieel tweede Berlijn. Maar dat hadden we alleen van horen zeggen, aangezien we zelf te jong waren. Het leek ons dus tijd om die danstempels nog eens van onder het stof des tijds te halen, voor iedereen die er toen niet bij was maar ook voor diegenen die er ooit middenin zaten.’

© Anneke D’Hollander

Is de fascinatie puur geschiedkundig of ben je zelf ook een techno-, house- of new-beatadept?

Nzeyimana: Als jonge tiener luisterde ik nooit naar techno. Maar rond mijn twintigste ben ik er verliefd op geworden, tijdens een feestje in de Watergate in Berlijn. Al was dat eerste uur verschrikkelijk. (lacht) Je moet er even aan wennen, maar daarna ben je verslaafd. Techno lijkt zeer eenvoudig, maar is best complex. Het duurt wel even voor je zelf snapt waarom iedereen om je heen plots knettergek wordt van een minimale verandering in de bassline. Dat slaat schijnbaar nergens op, maar het is echt zoals het verschil tussen een goede en een heel goede wijn. Als je het proeft, denk je: yes!

Waarom heb je er precies die vijf clubs uitgelicht?

Nzeyimana: Impact. Bekendheid. De invloed op het nachtleven en de festivalcultuur van vandaag. Peter Decuypere (oprichter van de Fuse en het I Love Techno-festival, nvdr.) was bijvoorbeeld de eerste die dj’s als rocksterren ging behandelen, wat je perfect kunt doortrekken naar Tomorrowland vandaag. 80.000 man die staan te kijken naar iemand die platen draait? Dat was veertig jaar geleden ondenkbaar. Boccaccio, La Rocca en Café d’Anvers waren dan weer safe spaces voor wie anders was: daar werd niet over gender of geaardheid gesproken, maar je kon er wel helemaal jezelf zijn. En het belang van Cherry Moon kun je niet overschatten. The House of House van Cherry Moon Trax was een absolute wereldhit. Hoeveel wereldhits zijn hier gemaakt?

De hoogdagen van de clubs die je noemt, liggen decennia achter ons. Sinds La Rocca dit jaar een Jumbo-filiaal werd, rest ons enkel nog de Fuse in de Marollen. Kun je er de vinger op leggen waar het fout is beginnen te lopen?

Nzeyimana: We zoomen zelf eerder in op de glorieperiode, niet per se op het einde. Maar veel heeft, denk ik, te maken met een soort ‘perfecte storm’ tussen twee partijen die elkaar niet konden luchten. Enerzijds de clubs zelf, die het vaak ook te bont maakten, anderzijds – en vooral – de lokale overheden die de clubs nooit echt omarmd hebben. De clubs hadden iets recalcitrants en leken niet altijd de ernst van de overlast of drugsproblemen in te kunnen schatten, de steden deden de clubs dan weer de das om met allerlei administratieve pesterijen. Jammer, want ons nachtleven was cultureel erfgoed. (gesticuleert zeer enthousiast) Als er één ding in de Vlaamse canon moet, dan wel onze discotheken! … Oei. (daar gaat de zegelring)

De Jan Becaus-doctrine klopt, of toch voor Jan: je mag als nieuwsanker niet proberen op te vallen met je kledij, maar je mag jezelf ook niet compleet verloochenen.

Wat heeft je in deze reeks zelf het hardst verbaasd?

Nzeyimana: (gehurkt achter een kast graaiend) Hoe groot de Cherry Moon eigenlijk wel was. Ik ging naar school in Lokeren en heb mijn proclamatie zelfs in de legendarische put van de Cherry Moon gevierd – weliswaar toen die al Radar heette – maar had nooit door wat voor een legendarische plek dat eigenlijk was. In Lokeren dan nog wel. Begin jaren tachtig had je de historische voetbalclub Sporting Lokeren met Lato, Larsen en Lubanski, maar in de jaren negentig had Lokeren met de Cherry Moon een al even historische club met kleppers als DJ Ghost en Yves Deruyter.

Je kleurt steeds gretiger buiten de voetballijntjes. Zo presenteer je komend voorjaar samen met Siska Schoeters ook The Greatest Dancer. Een shiny-floorshow zoals dat heet.

Nzeyimana: Voetbalcommentator blijft de mooiste job ter wereld, maar presenteren voor een duizendkoppig publiek komt toch zeer hard in de buurt. Het lijkt me ook gezond om iets helemaal buiten de voetbalwereld te hebben en geen afgeleide ervan: mijn sportfix heb ik elk weekend al.

De audities zijn ondertussen opgenomen, en ik merk dat ik me daar ook als een vis in het water voel. Ik kan er volledig mezelf zijn. Waarschijnlijk meer dan in de voetbalwereld. (denkt na) Die past nu eenmaal net iets minder bij mijn karakter, snap je? Denk maar aan de machocultuur – hoewel dat fel verbeterd is. Ik kan er allemaal goed mee om, maar het staat nogal haaks op hoe ik in elkaar zit.

Hoe ging de vijftienjarige Aster eigenlijk om met die machocultuur in het voetbal? Conformeren of aan de zijlijn blijven staan? Ik vraag het maar omdat het me zeer moeilijk valt een clichémacho in jou te zien.

Nzeyimana:(lacht) Het mooie aan voetbal is dat alle lagen van de bevolking daar samenkomen. Ik heb daar kennissen aan overgehouden die ik anders waarschijnlijk nooit had ontmoet. Maar een paar ploegmaats en ik werden toch duchtig uitgelachen als we zowaar ons huiswerk hadden gemaakt. (grinnikt) Voor alle duidelijkheid, ik was geen buitenbeentje, hè. Ik was zelfs kapitein van mijn ploeg. Maar ik merkte met de jaren wel dat ik mezelf ook op andere vlakken moest ontplooien: ik wilde geen vijftien jaar van mijn leven exclusief aan voetballen in derde klasse opofferen. Mijn interesses zijn breder. En ergens vind ik het ook gewoon leuker om over voetbal te práten.

© Anneke D’Hollander

Voor zo’n shiny-floorshow mag je eindelijk eens uit de flamboyantere helft van je kleerkast graaien.

Nzeyimana: Absoluut. Wat ik dus nooit zal doen in Het journaal of Extra time. Zelfs al vinden sommige kijkers dat ik nu al vrij kleurrijk voor de dag kom. Geloof me vrij, wat ik daar draag, zijn de allersaaiste stukken uit mijn kast. (lacht) Maar het zou niet gepast zijn om daar zo, eh, vestimentair aanwezig te zijn.

De bekende Jan Becaus-doctrine luidt: een anker moet een aardappel zijn. Kleur-, geur- en smaakloos.

Nzeyimana: Dat klopt misschien wel. Of toch voor Jan, want ik ben geen aardappel. Je mag als anker niet proberen op te vallen met je kledij, maar je mag jezelf ook niet compleet verloochenen. In The Greatest Dancer en zelfs in Those Were the Days kan ik mijn ei al veel beter kwijt.

Bij de commerciële zenders vroeg men zich af of zo’n show als The Greatest Dancer wel bij de kerntaken van de VRT hoorde. De VRT vond van wel, want het zou verbindende tv worden. Definieer ‘verbindend’ eens.

Nzeyimana: Het wordt geen plat entertainment. Ik was als tiener bijvoorbeeld een grote fan van So You Think You Can Dance, maar daar lag de klemtoon zeer duidelijk op de technische verfijndheid. The Greatest Dancer probeert toch iets verder te gaan. We hebben kandidaten met een beperking, die in armoede zijn opgegroeid, recent iemand verloren hebben… Je hebt nooit het gevoel dat het louter om de competitie draait.

Alle kandidaten doen auditie in een danszaal, met duizend toeschouwers achter de grote spiegel. Pas wanneer je genoeg van hen kunt overtuigen, gaat die open en mag je verder. Het verhaal dat je vertelt, moet dus op een of andere manier door de spiegel zien te komen. Dat klinkt als pure copywriting – ik weet het – maar het is wel zo. Je kunt het publiek grijpen met een technisch perfecte dans, maar net zo goed met een minder perfecte maar wel zeer emotionele performance.

© Anneke D’Hollander

Begin dit jaar nam je Extra time over van Frank Raes, die op pensioen moest. Halverwege het voetbalseizoen. Dat is geen cadeau voor een tv-maker, neem ik aan?

Nzeyimana: Klopt. Veel kun je op zo’n moment natuurlijk niet aanpassen. Maar ik ben ongelooflijk dankbaar dat ik die kans heb gekregen. En mijn respect voor Frank en Filip Joos is het afgelopen jaar alleen maar gestegen.

Op welke manier?

Nzeyimana: Iedereen die van voetbal houdt, heeft een zeer uitgesproken mening over Extra time. En die meningen variëren nogal. (grinnikt) Je moet daarmee leren omgaan.

Jouw eerste aflevering als presentator was goed voor 236.000 kijkers – een uitschieter weliswaar– maar aan het einde van het seizoen daalden de cijfers even onder de 100.000. Heeft de kijker nog wel trek in een voetbaltalkshow?

Nzeyimana: Het goede nieuws is dat die ondertussen weer gestegen zijn. Het hangt er wat van af of het een geanimeerd voetbalweekend is geweest. Maar de hoogdagen van klassieke tv en De Talkshow liggen achter ons. Check de algemene kijkcijfers maar. Vroeger bestond Extra time bovendien in een vacuüm: wie De Voetbalmening wilde horen, kon enkel bij ons terecht. Ondertussen is er overal concurrentie. Met 90 Minutes beconcurreer ik zelfs mezelf. (lacht) Wij zijn de grootste podcast van de VRT, maar wie in de wagen 90 Minutes luistert, zapt misschien niet meer naar Extra time. Al is dat ook niet zo erg, zolang ze hun shot voetbal maar bij de VRT komen zoeken.

© Anneke D’Hollander

In 2016 trad je als 22-jarige aan als sportanker. In 2022 mag je als 28-jarige een WK, een eigen voetbaltalkshow en een liveshow afvinken.

Nzeyimana: Top, toch?

Heb je geen angst om vroegtijdig zonder dopamine en nieuwe doelen te vallen? Of die onbevangenheid te verliezen waar je al jaren voor geroemd wordt?

Nzeyimana: 2016 was te vergelijken met de eerste weken van een verliefdheid: zeer uniek en spannend, maar het geeft ook wat stress en onzekerheid. ‘Gaat dit blijven duren? Waar zitten de lijken in de kast?’ In tegenstelling tot de periode waar Lize en ik ons nu in bevinden: we zijn bijna vijf jaar samen, we weten wat we aan elkaar hebben. Met mijn job is dat vandaag ook zo. Ik ben amper nog uit mijn lood te slaan. En dat is zowel positief als negatief. Want zo spannend als in die eerste maanden wordt het inderdaad nooit meer. In ruil is er wel dat gelukzalige gevoel van te weten wat je kunt, wie je bent en waar je staat.

En betekent onbevangenheid niet net dat je daar níét van wakker ligt? Piekeren zit gewoon niet in mijn aard. Ik kan me voorstellen dat je als sportjournalist ooit in een sleur terechtkomt, maar je stelt me die vraag twintig jaar te vroeg. (grinnikt) Tegelijk hoor ik Filip nog regelmatig geëmotioneerd worden door de schoonheid van een match. Net zoals ik Peter Vandenbempt elke wedstrijd hoor becommentariëren alsof het een finale is. En die doen dat al dertig jaar. Dat stelt me gerust. Blijkbaar kun je ook gewoon eeuwig onbevangen blijven.

Those Were the Days
Nu op VRT Max.

Aster Nzeyimana

Geboren op 12 november 1993 in Butare, Rwanda. Opgegroeid in Zele.

Wordt op zijn 22e het jongste sportanker ooit van Het journaal.

Is daarnaast ook presentator en commentator voor Sporza en Eleven Sports.

Heeft in januari op Canvas Extra time overgenomen van Frank Raes en maakt de VRT-podcast 90 Minutes.

Partner Content