‘Allez l’Union’: rooskleurige nostalgie naar een (op basis van de cijfers) palliatieve voetbalploeg

3 / 5
© VRT
3 / 5

Programma - Allez l'Union

Wanneer en waar uitgezonden - Maandag 2/5, 21.20 op Canvas

Tine Hens
Tine Hens Journaliste voor Knack

Het is een bijzonder en bont allegaartje, de supporters van de Brusselse voetbalploeg Union Sint-Gillis. Van nette heren die al zeventig jaar hondstrouw een abonnement kopen, of hun ploeg nu in eerste, tweede, derde, vierde of God weet welke klasse speelt, over de hipsters met USG op hun arm getatoeëerd tot de getogen Brusselaar die vlotter van Frans naar Nederlands schakelt dan om het even welke politicus met een meninkje over ‘dat Brussel’.

Twee zaken tekenen en binden deze clubgenoten. Ze steunen hun ploeg door dik en dun en ze hangen even stevig aan elkaar als Europa aan Russisch gas. ‘Eén grote familie’, noemen ze zichzelf en voor een keer is dat geen opgewarmd cliché. De supporters van Union zijn heel anders dan die met ‘ beaucoup plus de dikke nek que nous’, klinkt het met een fijne glimlach voor een van de supporterscafés. Vaagweg wordt er naar het zuidwesten gewuifd, richting Lotto Park.

Sint-Gillis is een van de fascinerende smeltkroezen van Brussel, 153 nationaliteiten klonteren er samen in een gemeente een voorschoot groot. Wie er over straat loopt, hoort tientallen talen waaien. Als Union Sint-Gillis speelt, vloeien die allemaal samen in aanmoedigingen voor die ene ploeg.

Als je stadion geen ruimte voor vipbehandelingen of businesszitjes heeft, dan kan je het wel schudden in de economie die voetbal heet.

Een ploeg met een historie, weet Fabrizio Basano van de Raad van Bestuur van Union Sint-Gillis. In 1896 opgericht door ‘des jeunes’ om daarna vijftig jaar lang het Belgische voetbal te domineren, met als legendarische uitschieter de jaren 1933 tot 1935 waarin de club zestig wedstrijden zonder verlies speelde. De 61e wedstrijd verloren ze van Molenbeek, die andere eeuwige rivaal aan de overkant van het kanaal.

Het waren de hoogdagen van Union, een ploeg die nooit professioneel werd en die in 1973 na een verlies tegen Diest wegdeemsterde. Voor het grote publiek althans, niet voor haar supporters. Die bleven hun geel-blauwe sjaals als een ereteken dragen.

De op- en neergang van Union, vertelt acteur en voetbaladept Kevin Van Doorslaer die in sappig Brussels de reeks van commentaar voorziet, valt exact samen met de op- en neergang van een andere Brusselse specialiteit: de artisanaal gebrouwen Geuze Lambiek. ‘Het is dezelfde cyclus’, vertellen vader en zoon Van Roy van Brouwerij Cantillon. ‘In de jaren zestig, zeventig was niemand nog geïnteresseerd in Geuze. Tien jaar geleden werd het bier weer populair.’

Met wat kwade wil zou je de makers van Allez l’Union van rooskleurige nostalgie kunnen betichten. De docu zit vol fijne gesprekken met overtuigde supporters, mooie beelden van een stadion dat ook een beschermd monument is en krachtige toespraken van een trainer die het heeft over het hart dat belangrijker is dan het geld.

Maar om toch wat tegengewicht te bieden aan al die passie, haalden ze ook een sporteconoom voor de camera. Geen cent zou Wim Lagae voor het overleven van Union Sint-Gillis gegeven hebben. Puur op basis van cijfers was dit een palliatieve ploeg. Je mag nog zo veel hart, passie en geel-blauwe sjaals hebben, als je stadion geen ruimte heeft voor vipbehandelingen of businesszitjes, dan kan je het wel schudden in de economie die voetbal heet. Maar ook dit maakt het verhaal achter Union Sint-Gillis boeiend. Lukt het om het hart van een ploeg te koesteren als je moet professionaliseren? Kan je het vuur behouden als voor spelers het grote geld lonkt? Of hebben de Britse eigenaars van Union een manier ontdekt om het betere van twee werelden te combineren?

Maandag 2/5, 21.20, Canvas

Partner Content