Stromae, Mens van het Jaar 2013: ‘Ik vraag me soms af of ik niet té aanwezig ben’

© Athos Burez
Geert Zagers
Geert Zagers Journalist bij Knack Focus

Alsof er iemand anders in aanmerking kwam.

De laatste keer dat ik Stromae sprak, was twee jaar geleden, in de coulissen van de verkiezing van de Radio 2-zomerhit op het strand van Westende. Hij zou die avond niet winnen: heel Europa had dan wel liggen zomeren op Alors on danse, in Vlaanderen bleek Dos cervezas net iets hardnekkiger als oorwurm. Stromae liet het niet aan zijn hart komen.

‘Mijn grootste angst? Een one-hit wonder worden. Die gast van Alors on danse‘, zei hij toen.

Ik durfde het niet zeggen, maar ik dacht het wel: ‘Dat heb ik er al meer horen zeggen.’

Twee jaar later heeft hij in België 115.000 exemplaren van Racine carrée verkocht, goed voor vijf keer platina, en wereldwijd een verbluffende 1.380.000. Hij kreeg een uitgebreid profiel in The International New York Times, The Guardian, Le Monde en Vrij Nederland. Hij verzamelde ruim meer dan honderdtwintig miljoen views met de videoclips van Formidable en Papaoutai, cijfers waarmee hij pakweg Justin Timberlake het nakijken gaf. Hij lanceerde een maandenlang debat over belgitude met één quote op de Grote Markt van Brussel en liet een vol voetbalstadion ‘Nous étions formidables!’ meebrullen.

Blij dat ik toen gezwegen heb.

‘Is het niet te veel?’

‘Te veel?’

‘Ik vraag me soms af of ik de mensen in België nog niet irriteer. Of ik niet té aanwezig ben. Dat de mensen de naam Stromae beu zijn.’

‘Voorlopig alleszins nog niet.’

‘Dan is het goed.’

De Marie Antoinette-lookalike links van hem trekt haar decolleté een centimeter omhoog. Met enige moeite: het korset van een hoepelrok blijkt behoorlijk rigide; plaats om twee duimen achter de naad te krijgen is er niet.

‘Spant het te hard?’ vraagt hij, een geamuseerde glimlach op de lippen.

‘Het gaat wel, hoor.’

‘Dan is het goed.’

Stromae, every inch a gentleman.

***

We zitten, op vraag van fotograaf Athos Burez, in de Spiegelkamer van het Antwerpse Paleis op de Meir. Voormalig eigendom van Napoleon en Leopold II, iets wat ook op de ruimte afstraalt. Hoge plafonds, geornamenteerde spiegels tegen elke muur, genoeg bladgoud om in noodgevallen de nationale goudreserve bij te vullen. De bourgeoisomgeving stáát Stromae, naar goede gewoonte gekleed in preppy chino’s, polo en debardeur – matching outfit, uiteraard.

Beter dan de journalist voor me alleszins, een veertiger in aftandse jogging.

‘Voor welk blad werkt hij?’

‘Paris Match. ‘

‘Ah bon.’

Stromae heeft nauwelijks interviews gegeven dit jaar. Zo weinig dat Paris Match – oplage: 625.000 exemplaren – op de enige promodag in maanden naar Antwerpen afzakt. Stromae heeft er net een maand toeren door Frankrijk op zitten. Vandaag volgen drie interviews, een passage langs Café Corsari, een concert in Club 69, om ’s anderendaags naar Zwitserland te vertrekken voor het vervolg van de tour.

Laat me raden: 2013 was hectisch voor een man van het jaar?

STROMAE: Uitzonderlijk. Ik denk dat dat wel duidelijk is. Het contrast was ook groot. Tegenover alle waanzin van de tweede helft van 2013 stond een ontzettend eenzame eerste helft. Alleen thuis. Zoekend naar wat ik moest doen om iets oprechts te schrijven. Ik weet nog goed dat ik na twee maanden aan mijn manager liet horen wat ik geschreven had en hij niet geweldig onder de indruk leek. ‘Bon, laat me drie maanden met rust’, zei ik. Ik moest alleen zijn.

Het verschil met de maanden na Formidable kon niet groter zijn. Beide periodes hebben iets, maar elk om hun eigen redenen.

‘Ik ben al veel met Jacques Brel vergeleken, maar ik bewonder hem vooral als acteur.’

Wat was het moment waarop je doorhad dat het geen gewoon jaar zou worden?

STROMAE: De eerste dag nadat we de clip van Formidable online hadden gezet. Het ding is: zodra je video meer dan 301 views haalt op YouTube, wordt de teller even geblokkeerd (om te verifiëren of het wel om echte views gaat; duurt een halve tot een hele dag, nvdr.). Onder elkaar waren we aan het raden hoeveel views we zouden hebben. ‘Wat denk jij? 20.000?’ ‘25.000.’ ‘Ik denk 30.000.’ ‘30.000? Zot.’

Wel, toen YouTube de teller deblokkeerde, hadden we er 100.000. Honderdduizend views op één dag: dat was om van achterover te slaan. Twee dagen later hadden we er een miljoen, ondertussen zit de clip al aan meer dan 47 miljoen views. Maar die eerste 100.000 na de deblokkering: dat was een fantastisch gevoel.

Ik zag in februari een filmpje van jou op YouTube. Je zat rustig tabouleh te eten in Charleroi in je auto, een Fiat 500, terwijl een paar lokale onnozelaars je filmden met hun gsm en ondertussen probeerden je uit te dagen – tevergeefs.

STROMAE: Ah, die bullshitvideo. Hoeveel views heeft die ondertussen?

140.000.

STROMAE: Ongelooflijk.

Wat ik me afvroeg: heeft dat ook mee het idee voor de clip van Formidable bepaald?

STROMAE: Dat had er wel mee te maken, ja. Ik was toen net terug van Venetië voor opnames van een filmpje. Locatie gehuurd, concept uitgewerkt, veel geld en energie in gestoken. En dan kom je thuis en zie je dat een paar gasten die met hun gsm filmen en ondertussen vragen waarom je je geen grotere auto kunt permitteren in geen tijd 40.000 keer bekeken worden. Dat was wel hard. ‘Ah bon, dus jullie willen me op mijn bek zien gaan? Wel, dan krijgen jullie dat.’ Toen hebben we het idee gekregen om met die verborgen camera te werken voor Formidable.

***

Het is iets dat wel eens vergeten wordt. Met Racine carrée maakte hij een goede plaat, maar geen evidente. Chanson, hiphop, tango, gabberhouse, opera, rumba en Afrikaanse ritmes: voor een popplaat is Racine carrée behoorlijk eclectisch. Met onderwerpen zo divers als mosselen-friet (Moules frites), de Kaapverdische folkzangeres Cesaria Evora (Ave Cesaria) en vaderschap (Papaoutai) mag het verbazend heten dat Racine carrée wereldwijd een pre-Napsterachtige verkoop als 1.380.000 exemplaren laat optekenen.

Dat Stromae daarin slaagde, komt omdat hij meer is dan een goede muzikant. Artiest van het jaar, maar ook: marketeer van het jaar. Hij heeft, zeker gezien de aandacht die hij heeft gekregen, nauwelijks interviews gegeven. Deels omdat hij graag enig mysterie rond zichzelf heeft, deels omdat zijn leven er te hectisch voor is, maar ook deels omdat hij het niet hoeft te doen. De campagne rond de videoclips van Formidable en Tous les mêmes was in Cannes een Gouden Reclameleeuw waard. Stromae weet hoe het internet en de media werken.

Dat halve man-vrouwgezicht in Tous les mêmes: was dat ook jouw idee?

STROMAE: Min of meer. Ik heb het samen met Jerome Guiot uitgewerkt, die ook cameraman was bij Alors on danse en Formidable. Ik wilde die conversatie tussen man en vrouw – conard en conasse – in het lied anders aanpakken, hij heeft het mee visueel helpen vorm te geven.

Het is niet dat de promo door Universal wordt gevoerd?

STROMAE: Neen. Mijn label is Mosaert, Universal heeft een licentie. Dat is niet onbelangrijk: we móéten nooit iets doen van Universal. Er is wel een A&R waar we naar luisteren, maar nagenoeg alle ideeën worden binnen Mosaert bedacht.

Klopt het dat Mosaert vooral een verzameling vrienden en familie is?

STROMAE: Mijn ene broer is A&R bij Mosaert, de andere fotograaf. Jerome, de cameraman, ken ik nog van de filmschool. Thomas Van Cottom, de executive producer, is een vriend. En de stylist en de graficus, dat zijn mensen die ik nog ken van het hiphopmilieu in Brussel. Het is met hen dat alles bedacht en uitgewerkt wordt.

De meeste muzikanten willen zich uitsluitend met de muziek bezighouden. Jij niet.

STROMAE: Alleen met muziek bezig zijn, ik geloof daar niet in. De muziek, de clips, de look: het is allemaal één ding. De motor moet de muziek zijn, uiteraard, maar alles daarrond moet je ook in handen nemen. Je moet op alles letten.

Nu, bij mij loopt dat al iets meer door elkaar. Soms heb ik het idee en de thematiek voor een clip al in mijn hoofd, maar heb ik nog geen nummer. Ik mix alles door elkaar: dat is soms wel een probleem: moet je een nummer voor je plaat schrijven, kun je alleen maar de clip ervan bedenken.

Tijdens de research stootte ik op Faut que t’arrête le rap, een videoclip van jou uit 2005, toen je nog deel uitmaakte van de rapgroep Suspicion.

STROMAE:(lacht) Sorry voor die baggy jogging. Ik was nog jong toen.

Baggy jogging, kortgeschoren haren, traditionele Franse hiphop: als je die clip naast pakweg Papatouai legt, valt wel op dat je een totaal universum hebt opgebouwd.

STROMAE: Daar is ook tijd over gegaan. Die clip is acht jaar oud – ik was twintig toen. Ik heb het sindsdien gaandeweg allemaal geleerd. Dat baggy’s niet flatterend zijn voor je lijf. Dat hiphop ook invloeden uit het chanson of de commerciële dance verdraagt. Dat je niet gewoon stoer moet doen op een podium, maar ook kunt acteren.

Ben je ondertussen niet ook een personage geworden in die wereld? Het valt me op dat je steeds meer bent gaan acteren – niet alleen in je clips, maar ook op het podium. In een vol voetbalstadion speel je een dronkenlap terwijl je Formidable zingt; voor Tous les mêmes ging je nog een stuk verder, door een half-man-half-vrouw te incarneren.

STROMAE: Dat komt van Brel. Ik ben al veel met hem vergeleken, maar het is vooral dat aspect van hem dat me beïnvloed heeft. Ik bewonder hem vooral als acteur. Maar hij was niet de enige die dat deed: zijn hele generatie acteerde op het podium. Ik denk ook dat dat voor je eigen geestelijke gezondheid goed is. Als je denkt dat mensen naar een optreden komen om jou te zien, ben je mis. Mensen komen om muziek te horen en naar een personage te kijken. Dat probeer ik altijd in het achterhoofd te houden.

Die tegenstelling tussen mens en personage is ook heel hard iets van nu. Die 15 minuten roem waar Warhol het over had: daar zijn we aanbeland. Op Facebook promoot iedereen zichzelf. Iedereen creëert zijn eigen personage. Iedereen laat alleen zijn goede kanten zien en houdt de mindere voor zichzelf. Maar niemand heeft nog door dat het dat ook maar is: een personage.

En dat is waarom je een dronkenlap speelt als je op een podium staat?

STROMAE: Precies. (lacht) Neen, ik benadruk gewoon het verschil. Stromae en Paul Van Haver vallen niet samen. Op het podium is perfect zijn mijn job, naast het podium hoeft dat niet.

Het boezemt me soms wel angst in: het publiek vergeeft je niets. Eén keer dronken optreden is genoeg om vijftien jaar carrière te doen vergeten. 140.000 mensen bekijken een filmpje om te zien of je je kalmte verliest. Daarom ook die clip van Formidable: laat ons menselijk blijven, dat was de boodschap.

***

Het is een fascinerende tegenstelling. Achter de meebrulbare refreinen en de vrolijke perfectie in kanariegeel en robijnrood schuilt een donker, pessimistisch kantje. Of liever faux pessimisme, zoals hij het noemt: als je denkt dat je gaat falen, kun je alleen maar beter doen. Negatief denken om positief verrast te worden.

‘Défonce-toi, mais tu vas te faire défoncer’, zingt hij in Ta fête, de opener van Racine carrée, over haast cynisch agressieve gabbersynths. Het staat in schril contrast met het heersende ethos op de dansvloer, waar de yolopop al enkele jaren regeert. Of zoals cultuurfilosofe Miley Cyrus het verwoordde in We Can’t Stop: ‘Hands in the air like we don’t care / Cause we came to have so much fun now.’

‘Yolo? Wat is dat?’

‘You only live once. Zegt je niks?’

‘Ik heb er wel eens van gehoord, ja.’

In dat geval: mogen we jou een tegenwicht voor de yolopop noemen?

STROMAE: Ik denk niet dat het iets voor mij is, die filosofie. Ik denk alleen maar aan later en later. Zelfs met al het succes nu, denk ik alleen maar aan wat er komt. Als je leeft alsof er alleen maar het nu is, is het al gedaan. Ik denk liever dat er nog iets komt. Dat is wat je energie geeft om verder te leven. Daar gaat Ta fête ook over: ga uit om even je problemen te vergeten, maar denk niet dat dat het echte leven is.

‘Ik ben tegen snobisme, maar ik heb nooit beweerd dat ik zelf geen snob ben.’

Het bizarre is dat het publiek dat steevast lijkt te ontgaan. Wij hoorden een vol voetbalstadion ‘Tu étais formidable!’ meebrullen, en iets fezelen bij de daaropvolgende zin, ‘J’étais fort minable’ – ‘Ik was rampzalig’. Stoort je dat, dat een lied helemaal zijn context verliest?

STROMAE: Iedereen weet toch dat ik de tweede keer ‘fort minable’ zing?

Tot vorige week dacht ik dat ‘forminable’ één woord was.

STROMAE: Dat ligt dan misschien meer aan jouw Frans. (lacht) Maar om op je vraag te antwoorden: als ik op een podium sta, zing ik geen blij of triest lied. Ik zing gewoon een lied. Het is zoals Arno zegt: ‘Op het podium ben ik een hoer.’

Excuus?

STROMAE: Ken je dat filmpje niet? Arno die een interview geeft op Francofolies in Spa. De interviewer, die Arno nogal pijnlijk ‘Renaud’ noemt, vraagt of het anders is om op zo’n festival te spelen. ‘Quand on me paye, je joue. Je suis ouvert comme une vieille pute.’(lacht) Fantastisch fragment, het staat op YouTube.

Maar wat ik wil zeggen: ik ben tegen snobisme. Ik maak geen muziek voor trendy mensen, commerciële mensen, arme mensen, rijke mensen. Ik maak muziek. Je kunt het kopen als je wilt, downloaden als je dat niet wilt. Maar het is maar een album.

Stromae is tegen snobisme?

STROMAE: Ik heb nooit beweerd dat ik zelf geen snob ben. (lacht)

‘Het is maar een album’ klinkt al even vreemd uit jouw mond. The New York Times en The Guardian noemden je een ‘exponent van het Europese pessimisme en de eurocrisis’, in eigen land ben je een symbool van de nieuwe belgitude, sinds je op de Brusselse Grote Markt iets hebt gezegd over ‘Vlaams spreken’.

STROMAE: Ik had ‘Nederlands’ moeten zeggen, ik weet het. Excuses daarvoor. (lacht)

Niettemin: je lijkt je muziek wel ontstegen.

STROMAE: Bwa, veel kan ik daar niet over zeggen. Ik weet niet of ik The New York Times helemaal volgde in hun betoog, maar als dat hun gevoel is, dan is dat voor mij oké. En over die belgitude: ik denk dat ik een kind ben van de belgitude, geen symbool. Pas op: je hoort me hier niet beweren dat ik alleen maar muziek maak en me van de rest niets aantrek – als artiest lijkt me dat onmogelijk – maar dat betekent nog niet dat ik een of ander symbool zou willen zijn. Ik denk niet dat het gezond is voor je hoofd om jezelf als een symbool te gaan beschouwen. En uiteindelijk blijft dat wel waarom ik muziek maak: om een gezonde kop te hebben.

‘De schrik om een one-hit wonder te blijven zal ondertussen wel weg zijn, zeker?’

Alors on danse blijft nog altijd mijn grootste hit. Maar zoals het nu gaat, maak ik me niet zo veel zorgen om de toekomst.’

‘Wat is nu je doel dan?’

‘Bewijzen dat je geen Engels nodig hebt om internationaal door te breken. ?Maar je zingt in het Frans”: ik ben het beu om dat te horen. Wie heeft er ooit beslist dat Engels de taal van muziek moet zijn? Muziek is een taal op zich.’

‘Dat heb ik er al meer horen zeggen.’

Dat laatste denk ik, maar durf ik niet te zeggen.

Bij Stromae weet je nooit.

Met dank aan Paleis op de Meir (erfgoedsite van Herita), Florence Teerlinck (make-up + hair), Huis Baeyens (voor de kostuums) en Valerie en Merel.

Partner Content