In Trix werden wij helemaal high van Low 

5 / 5
© Low
5 / 5

Artiest - LOW

Locatie - Trix

Het Amerikaanse Low beschikt in Vlaanderen al jaren over een hondstrouwe aanhang. Geen wonder dus dat het trio, dat met Hey What onlangs zijn dertiende langspeler uitbracht, het Antwerpse Trix weer moeiteloos gevuld kreeg. Resultaat: een haast twee uur durend concert waarin het ene hoogtepunt het andere opvolgde. 

HET CONCERT: Low in Trix, Antwerpen op 4/5. 
IN EEN ZIN: een concert van een duizelingwekkend hoog niveau dat menigeen met kippenvel naar huis stuurde 
HOOGTEPUNTEN: alles! 
DIEPTEPUNTEN: geen. 
QUOTE van Alan Sparhawk: ‘Telkens wanneer we in België komen, zelfs in de kleinste zaaltjes, valt het ons op hoe vriendelijk en respectvol we hier worden ontvangen en hoe bezield de mensen zijn die onze concerten hier mogelijk maken. Daar blijven we enorm dankbaar voor’. 

Low, met als kern een Mormoons echtpaar uit Duluth, Minnesota, behoorde haast dertig jaar geleden tot de grondleggers van een genre dat inmiddels bekend staat als slowcore. Het duo, live tegenwoordig aangevuld met bassiste Liz Draper, speelt al sinds 1993 trage, verstilde muziek, gedomineerd door het gitaarspel van Alan Sparhawk, de minimalistische drums van Mimi Parker en de magische combinatie van hun beider stemmen. Met iedere nieuwe plaat wist de groep een breder publiek te overtuigen en bij ons werden haar introverte songs een vaste waarde in een radioprogramma als Duyster.  

Met het in 2018 verschenen Double Negative verbaasde Low echter vriend en vijand door zijn sound, met de hulp van producer BJ Burton, grondig te herdefiniëren en zijn materiaal aan nieuwe parameters te onderwerpen. De songs werden ontmanteld en overwoekerd door schurende elektronica, terwijl de stemmen en instrumenten net zo lang digitaal werden gemanipuleerd tot ze overstuurd en zo goed als onherkenbaar vervormd klonken.  

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Lows experimenten met noise, drones, dissonantie en witte ruis waren tegelijk gedurfd en uitdagend. Met zijn naar abstractie neigende ambient-uitstapjes en de architectuur van zijn nummers herinnerde het gezelschap soms aan de monolitische geluidsblokken waarmee de Australiër Jim Thirlwell tijdens de eighties een wall of sound optrok met zijn verschillende Foetus-incarnaties. Niet bepaald easy listening, dus. Voor heel wat Low-fans was dat wel even slikken. 

Getraumatiseerd 

Voor een deel was de gedaanteverandering van de groep zeker politiek geïnspireerd. Sommigen lazen er een verklanking in van de chaos waarin Amerika was terechtgekomen onder Donald Trump. Double Negative riep met zijn dreigende, desolate sfeer een gevoel van onbehagen op en schetste, zij het met louter auditieve middelen, een hopeloos verdeelde en getraumatiseerde natie. Hey What, de jongste plaat van Low, die vorig najaar het licht zag, ligt in het verlengde van haar voorganger. Alleen ontwaren we dit keer af en toe weer een streepje licht in de duisternis, want het gezelschap beseft beter dan wie ook dat het ene niet kan bestaan zonder het andere. 

In Antwerpen was de belichting zo schaars dat op het podium enkel drie zwarte silhouetten te zien waren. Tijdens de eerste helft van de set speelde Low, met uitzondering van een kort instrumentaal interludium, alle nummers uit Hey What, in precies dezelfde volgorde van de plaat, waarmee de groep suggereerde dat ze het werkstuk als één en ondeelbaar beschouwt.  

Sommige songs vielen te vergelijken met een boom waarvan je pas na een flinke snoeibeurt weer de oorspronkelijke vorm kon herkennen. 

In opener White Horses joeg Alan Sparhawk zijn stotterende gitaar door zoveel elektronische effectapparatuur dat je haar percussieve klanken eerder met een computer dan met een echt instrument zou hebben geassocieerd. Ook in het langzaam voortschrijdende maar snoeiharde Disappear en het door digitale metalriffs aangedreven More herkenden we nog de dynamiek van de recentste platen. Maar gaandeweg kwam toch steeds vaker de oude, vertrouwde Low-sound doorschemeren.  

Zo stelde je vast dat I Can WaitDays Like These en het haast a capella gestarte All Night, zodra je het noise-laagje wegschraapte, voorzien waren van elegante, ronduit catchy melodieën en dat de ontwapenende samenzang van Sparhawk en Mimi Parker nog niets van zijn oorspronkelijke magie was verloren. Opvallend trouwens dat Low niet consequent vasthield aan de esthetiek van Hey What, maar zich in Trix, tijdens het haast tedere Don’t Walk Away bijvoorbeeld, iets toegankelijker opstelde. Sommige songs vielen dus te vergelijken met een boom waarvan je pas na een flinke snoeibeurt weer de oorspronkelijke vorm kon herkennen. 

Storm

Zeker, nu en dan stak er een genadeloze storm op, zoals in The Price of You, maar de grofkorrelige gitaar van Alan Sparhawk, die ons deed denken aan die van Jimi Hendrix ten tijde van Little Wing, klonk altijd sierlijk en was beslist niet verstoken van subtiliteiten. Tijdens de tweede helft van de set zou Low, ten behoeve van de oudere fans, trouwens ook een gulle portie oudere nummers opdiepen. Tot drie keer toe greep de band terug op Ones and Sixes uit 2015 en in Congregation vermocht de warme, loepzuivere stem van Mimi Parker het zelfs de laatste ijsschotsen van Antarctica tot water te herleiden. In No Comprende bewees Alan Sparhawk nog eens hoe expressief hij met de snaren weet om te gaan en met What Part of Me suggereerde Low dat het over meer goud beschikt dat de doorsnee juwelier in zijn vitrine heeft liggen. 

Méér publieksfavorieten werden gelicht uit lp’s als Things We Lost in the FireThe Great DestroyerC’Mon en The Invisible WaySunflower bleef een prachtige illustratie van Lows less is more-filosofie, het gedreven Monkey was zowat het dichtste dat de groep ooit bij een bona fide rocksong was gekomen, Nothing But Heart was uitgesponnen maar hypnotisch en met Plastic Cup gaf Sparhawk aan dat hij, in weerwil van zijn reputatie, over een gezond gevoel voor humor beschikt. Zo stak hij de draak met toekomstige archeologen die over duizend jaar een plastic beker zullen vinden, van het type waarin je bij de dokter moet plassen, en er wellicht allerlei verheven betekenissen aan zullen toekennen. 

Low heeft een hekel aan rockclichés en begon dus aan zijn toegiften zónder van het podium te verdwijnen. Met Will the Night, een beknopte ode aan het oeuvre van Roy Orbison uit Secret Name (1996), losten ze meteen de oudste song uit de set. En in het toepasselijk getitelde When I Go Deaf liet Sparhawk zijn gitaar nog één keer vervaarlijk uit de bocht scheuren. Stilletjes hadden we gehoopt dat de band nog een uurtje langer op dit elan zou doorgaan, maar het was hoe dan ook mooi geweest: een concert van een duizelingwekkend hoog niveau dat menigeen met kippenvel naar huis stuurde. Low? High zult u bedoelen! 

Dirk Steenhaut 

DE SETLIST: White Horses / I Can Wait / All Night / Disappearing / Hey / Days Like These / Don’t Walk Away / More / The Price You Pay (It Must be Wearing Off) / Congregation / No Comprende / Sunflower / Disarray / Plastic cup / Monkey / What Part of Me / Especially Me / Nothing But Heart //Will the Night / When I Go Deaf. 

Partner Content