Op zijn tweede plaat zoekt Tamino contact met het leven: ‘Af en toe ben ik een beetje dood vanbinnen, ja’

© National
Kristof Dalle Journalist

Tijdens de lockdowns bekwaamde Tamino zich zowel in het mixen van oosterse en westerse invloeden als in het mixen van parfums. Het resultaat? Sahar, een bezwerende tweede plaat. En een broer die naar bloedappelsien en ceder geurt.

‘Lockdown of niet, ik zou sowieso jaren over die tweede plaat hebben gedaan’, glimlacht Tamino terwijl hij op het Antwerps terras waar we zitten voorzichtig van zijn thee nipt. ‘Toen de pandemie kwam, voelde ik aan alles dat het tijd was voor een break.’

De rollercoaster die zich begin 2017 razendsnel op gang trok, met die fabuleuze kopstem op Habibi en winst in De Nieuwe Lichting, kwam drie jaar later abrupt tot stilstand in LA. ‘De zaal was helemaal uitverkocht, maar zat amper halfvol. De mensen waren al te bang om te komen. En de dag erna ging alles op slot. We hebben uiteindelijk veertien Amerikaanse shows moeten afzeggen. Maar tegen die tijd vond ik dat ook best oké. ’

Tamino-Amir Moharam Fouad trok zich terug in zijn schrijfkamer in Borgerhout. Tokkelend op gitaar en oed, het oosterse snaarinstrument waarin hij zich verder bekwaamde met de hulp van een Syrische vluchteling. ‘Songwriting is voor mij per definitie een eenzame, intieme bezigheid. Het heeft in die beginfase geen zin om zelfs maar proberen te schrijven met anderen in de buurt.’

Ondertussen heeft de Antwerpse songwriter met Sahar (Arabisch voor dageraad) zijn opvolger voor debuutalbum Amir (met daarop de singles Habibi, Cigar, Tummy en Indigo Night) uit 2018 klaar. Op 5, 6 en 7 december serveert hij zijn recept van oosterse en Europese folk, afgemixt in de studio van Aaron Dessner, voor het thuispubliek in het Koninklijk Circus. Maar warmdraaien deed hij alvast met showcases in Londen, New York en Amsterdam en een double bill met Cigarettes after Sex in Istanbul. ‘Ik hou van de muziekcultuur in Istanbul. Iedereen is er zo aanwezig en dankbaar. Waarschijnlijk omdat groepen er minder makkelijk passeren dan in België. Colin (Greenwood, de Radiohead-bassist en ondertussen ook vaste begeleider van Tamino, nvdr.) had er bijvoorbeeld nog nooit opgetreden. Vreemd genoeg, want Radiohead heeft er immens veel fans.’

© National

Je passeerde deze zomer ook op Pukkelpop. Je leek bij momenten even overdonderd door het enthousiasme van het publiek als bij je debuut op Rock Werchter 2017.

Tamino: Tijdens die grote shows ben ik altijd ergens anders. (lacht) Ik herinner me alles ervoor en erna, maar zeer weinig van het optreden zelf. Het was ook weer wennen: sinds mijn veertiende stond ik minstens één keer per maand op een podium. Nu kwam ik, zoals iedereen, uit twee jaar zonder optredens.

Je hield je die twee jaar naar verluidt dan maar bezig met parfums maken. Op de een of andere manier verbaast me dat niet.

Tamino:(lacht) Het was fijn om daarmee te experimenteren. Geuren kun je – net als muziek – niet negeren. For better or for worse. Ze doen iets met je. Denk maar aan hoe een specifieke geur je plots naar je kindertijd kan terugwerpen. Wat me eraan doet denken: mijn broer Ramy (fotograaf en regisseur, nvdr.) heeft me laten weten dat zijn flesje weer op is. Ik moet hem dringend een nieuwe batch maken.

Hoe ruikt Ramy tegenwoordig?

Tamino: Ik heb hem ter inspiratie om een beeld gevraagd. Hij zei: ‘Op een bootje op zee, maar dicht genoeg zodat je ook nog de appelsienbomen langs de kust kunt ruiken.’ Het is dus een parfum met bloedappelsien en houterige tonen geworden. En nu ben ik zijn vaste leverancier. (lacht)

***

‘Die volwassenheid is ook maar een illusie’, grinnikt Tamino, die we ooit ’s werelds oudste twintigjarige noemden. ‘Natuurlijk klink ik wijs en matuur als je me laat praten over de paar onderwerpen waar ik dagelijks mee bezig ben. Maar op veel vlakken ben ik nog een klein kind. Ik kan bijvoorbeeld voor geen meter koken. Ik heb nog maar net mijn rijbewijs gehaald. En ik heb het pas deze zomer aangedurfd om enkele weken naar New York te gaan in mijn eentje. Ik wil dat in de toekomst vaker doen. Zoals Leonard Cohen – ik ben net zijn biografie aan het lezen – soms naar het Griekse Hydra trok, en dan weer naar New York of Montreal.’

Op Sahar wissel je klassiekere songs als Fascination af met zeer geslaagde experimenten op oed, zoals The First Disciple en A Drop of Blood. Een moeilijke spreidstand?

Tamino: Ik heb lang overwogen om ze op te splitsen: alle nummers op oed op één plaat, en de klassiekere songs op een tweede. Maar dat zou in deze fase van mijn carrière verwarrend geweest zijn, toch? Je tweede plaat moet vooral een bevestiging van je identiteit als muzikant zijn, maar misschien ga ik ooit nog full-on niche. (lachje) Die nummers op de oed voelen zeer waarachtig en natuurlijk aan. Enkel op het podium blijft het wat onwennig.

Waarom?

Tamino: Het is een zeer traditioneel instrument. Je wilt daar respectvol mee omspringen.

Er zijn twee YouTube-theorieën over wie je in The First Disciple toezingt met ‘My old friend, these poems that you preach’: jezelf, dan wel de Libanese dichter Khalil Gibran, een van je persoonlijke helden.

Tamino:(grinnikt) Ik hou ervan om de verschillende analyses van fans onder de YouTube-clip te lezen. Zing ik mezelf toe, of richt ik me tot mijn idolen? Het kan allebei. En dan kom je inderdaad onvermijdelijk ook bij Gibran uit. Dat was een van mijn grote idolen.

Verleden tijd?

Tamino: Hou ouder je wordt, hoe lastiger het wordt om idolen op hun voetstuk te houden. Idolatrie betekent ook blind geloven dat iemand beter is dan jij. Maar hoe meer je je eigen gebreken ontdekt, hoe beter je beseft dat je idolen ook heel tegenstrijdige, gemankeerde wezens zijn. Gibran worstelde bijvoorbeeld zowel met de rol van moderne profeet die hem toegedicht werd als met zijn zware alcoholverslaving, zijn divagedrag en de manier waarop hij mensen rondom hem behandelde.

Anderzijds geloof ik ook zeer sterk in het scheiden van werk en persoon. Werk komt altijd eerst. Ik kan gerust genieten van een film met Marlon Brando, wetende dat het een enorme klootzak was. Voor Gibran geldt dat ook. Maar dat neemt niet weg dat The First Disciple een vorm van rouw is. Omdat ik die idolatrie voel wegebben.

Hoe luidt de analyse in het andere geval, als je toch jezelf zou toezingen?

Tamino: Laat ons zeggen dat het niet hoeft te verbazen dat dit nummer eruit kwam na een tour van enkele jaren. Het gaat ook over een bepaald leven achterna zitten en plots beseffen dat je hebt wat je wilde. Ik ben enorm gegroeid als muzikant in die jaren, maar daarna kom je thuis en merk je dat je veel andere zaken te lang links hebt laten liggen.

A Drop of Blood, ook op oed gespeeld, lijkt dan weer over geweld in al zijn vormen te gaan.

Tamino:(knikt) Het nuttige geweld in de natuur – soms sierlijk, soms brutaal – in de eerste strofe. Het geweld dat bestaat tussen natuur en mens in de tweede. Het lelijke, zinloze geweld tussen mensen onderling in de derde. En hoe hard dat laatste me doet verlangen naar een zeker geloof in het goede. Snap je?

Enigszins.

Tamino: Ik geloof niet in een antropomorfe godheid die ergens in de lucht al onze bewegingen volgt. Maar ik geloof wel in het goede van de mens. Zo is een kind op de wereld zetten voor mij ook een daad van geloof. Want wat een gruwelijke keuze is dat wel niet wanneer je gelooft dat de wereld enkel slecht is.

‘Some kids around were scorning me / Yet I heard no sound / Then as they started to kick my back / I sank into the sand’, klinkt het. Diep je daar persoonlijke aanrakingen met geweld op?

Tamino: Ik werd vroeger behoorlijk zwaar gepest. Dat creëert een zeker wantrouwen jegens de wereld. A Drop of Blood is ook een verzet daartegen, of misschien zelfs een smeekbede: ik wil niet wantrouwig in het leven staan. Ik wil het goede in de mensheid zien.

Dergelijke ervaringen geven het vertrouwen in de mens onvermijdelijk een deuk.

Tamino: Zeker bij een kind. Dat blijft je achtervolgen. Al is het de laatste jaren beter geworden. Er zijn heel mooie vriendschappen uit mijn coronajaren gekomen. Plots had ik er ook gewoon eens tijd voor. Ik heb het gevoel dat daar een fundament is gelegd dat er vroeger nooit was, en op de een of andere manier sterkt me dat ook om wat vaker in het onbekende te springen. Die drie weken in mijn eentje in New York? Dat had ik drie jaar geleden nooit gedurfd.

‘And I didn’t cry / For that flamingo stuck in salt / Didn’t care for it at all / While you, you couldn’t hold your tears.’ Fascination doet ons geloven dat je…

Tamino: Af en toe een beetje dood ben vanbinnen? Ja. (grinnikt) Hoewel ik al mijn hele leven verlang naar meer contact met, welja, het leven, zit er een grote onverschilligheid in mij. ‘I’ve always needed bigger words’, zing ik en daar zit veel waarheid in. Ik heb blijkbaar altijd iets meer nodig om ontroerd of enthousiast te worden. (denkt na) Het helpt ook om mezelf uit mijn vertrouwde omgeving te trekken, heb ik ondertussen geleerd. Comfort sust je stilletjes in slaap. De komende jaren wil ik meer situaties opzoeken die me beangstigen, hoe tegennatuurlijk ze ook aanvoelen. Hopelijk voel ik me dan wel iets meer verbonden met de wereld.

© National

Vroeger schreef je naar eigen zeggen getormenteerdere nummers. Op Sahar is daar weinig van te merken. Behalve in You Don’t Own Me, een protestsong, maar een vage protestsong. Je kunt er ongeveer alles op enten: covidmaatregelen, overheden, racisme…

Tamino: Ik heb het bewust vaag gehouden. Iedereen voelt zich wel eens onderdrukt, de ene al erger dan de ander. Hopelijk kan iedereen er zijn eigen betekenis aan geven.

Waar zit het voor jou?

Tamino: Als ik nu zeg dat ik het pakweg na de dood van George Floyd schreef, dan draait You Don’t Own Me plots enkel nog daarom. (denkt na) Ik ben altijd bang om heel persoonlijk te gaan in mijn songs. Je wil toch niet dat iemand je nummer beluistert en denkt: djeezes, die moet dringend in therapie. Het is waarschijnlijk ook zelfbescherming, want ergens snap ik best dat de meest persoonlijke nummers tegelijk de meest universele kunnen zijn.

Nog een evolutie: voor Amir en de bijbehorende clips mocht je ter inspiratie al eens graag uit literatuur, mythes en kunst putten. Niks van dat op Sahar.

Tamino: Enkel Sunflower is nog geïnspireerd door de Griekse mythe van Clytia. Die nimf werd verliefd op zonnegod Apollo. En hoewel die liefde onbeantwoord bleef, volgde ze dagenlang vanaf een rots de bewegingen van Apollo aan de hemel. Tot ze in een zonnebloem veranderde.

Ik heb daar een tweede karakter bij bedacht – een jongen die al jaren verliefd is op haar, maar moet vaststellen dat ze enkel oog heeft voor de zon. Wanneer ze uiteindelijk in een bloem verandert, zorgt hij voor haar, terwijl zij naar de hemel blijft staren. Een zeer tragikomisch beeld, toch? Twee figuren die naast elkaar zingen, beiden verlangend naar iets dat ze nooit zullen krijgen. En hoe beter hij voor haar zorgt, hoe verder ze – letterlijk – van hem weg groeit.

De Clytia in kwestie heet Angèle, die je wist te strikken voor dat duet. Zijn jullie goeie vrienden?

Tamino: We kwamen elkaar heel vaak tegen – we zijn ook op exact hetzelfde moment doorgebroken – maar hadden nog nooit uitgebreid kunnen praten. Tot ze me vorig jaar vroeg of ik eens wilde langslopen in de studio, om samen wat te schrijven. Heel fijn. Ik ben blij dat ik haar wat kon leren kennen, want meestal vind ik het lastig om te schrijven voor een ander. Dan helpt het als er toch enigszins een band is.

Sunflower is uiteindelijk opgenomen toen ze net uit New York kwam, na een show met Dua Lipa. Ze negeerde de jetlag, nailde dat nummer even en is dan meteen gaan slapen. (lacht)

Voor je debuutalbum kon je putten uit zo’n vijftig halfafgewerkte songs die je tussen je zeventiende en twintigste bijeenschreef. Kregen sommigen deze keer nog een herkansing?

Tamino: Enkel Cinnamon. Het is flink aangepast, maar de strofes stammen uit mijn Amsterdamse dagen.

Waar de studentenkamer walmde naar ‘flowers that have long ceased to bloom’.

Tamino:(aarzelt) Grappig dat je dat eruit haalt. Toen ik het aan vrienden liet horen, dachten ze dat het gewoon een liefdesliedje was.

Alle poëtische eufemismen ten spijt, valt even later ook het woord ‘bong’, toch?

Tamino: Het is heel aangenaam schrijven op hasj, maar ik moet ermee opletten. Ik doe het af en toe nog. En ik ben zeker niet tegen het gebruik van softdrugs – iedereen moet dat zelf maar bepalen – maar ik laat het eigenlijk beter liggen. Het maakte dat ik niet meer droomde ’s nachts en uiteindelijk ook stopte met dagdromen. In Amsterdam voelde ik bij momenten hoe hasj mijn ambitie en drive helemaal wegzoog. Vandaar ook dat ik daar aan mijn jongere versie vraag wat die aan het doen is met zijn leven?

Die relatie met verschillende versies van mezelf vind ik heel boeiend. Als ik vandaag naar mijn debuut luister, hoor ik bijvoorbeeld iemand compleet anders. Ik ken die persoon goed, maar ondertussen ben ik echt iemand anders.

Sahar

Uit op 29/9 via Communion / Virgin.

Tamino treedt op 5, 6 en 7/12 op in het Koninklijk Circus, Brussel. Alle info: cirque-royal-bruxelles.be

Tamino

Geboren in 1996. Groeit op in Mortsel.

Wint in 2017 De Nieuwe Lichting.

Debuteert in 2018 met het album Amir, met hits als Habibi, Tummy, Indigo Night en Cigar.

Bouwt sindsdien aan een rotvaart een internationale carrière uit.

Kleinzoon van de bekende Egyptische zanger Moharam Fouad.

Partner Content