Nummers over aubergines en de andere favoriete platen van Delv!s

© Guy Kokken
Jonas Boel
Jonas Boel Jonas Boel is medewerker van Knack Focus

Hij wordt geroemd om zijn indrukwekkende soulstem en waaier aan muzikale invloeden, maar naar wie luistert Delv!s zélf? Deze platen hebben Niels Delvaux gevormd.

Brede glimlach, sigaretje tussen de vingers, zijn sokken in een paar donkerblauwe Crocs gestoken: Delv!s ontvangt ons hartelijk in zijn voortuintje in het Vlaams-Brabantse Landen.

‘De artiest voormalig bekend als Delv!s’ moeten we eigenlijk schrijven. Want nog voor zijn langverwachte debuut Blablablue vorige week verscheen, maakte Niels Delvaux bekend dat het meteen de laatste plaat is die hij zal uitbrengen onder die naam. Hij zal ze ook niet live promoten. De jarenlange, hooggespannen verwachtingen hebben er stevig ingehakt bij Delvaux. En toen kwam corona, een virus dat niet alleen de hele muzieksector een lange tijd lam legde, maar ook de persoonlijke en professionele kwelduivels van de zanger uitvergrootte.

‘Het was stoppen met Delv!s of mijn gezondheid naar de knoppen zien gaan’, vertelde hij over zijn beslissing om de stekker eruit te trekken. Maar dát verhaal – over een lijf dat niet meer mee wil, donkere gedachten en een gestrande relatie – wil Delvaux liever niet nog eens aan de grote klok hangen. Wel praat hij met ons graag over zijn favoriete onderwerp – muziek – en loodst hij ons aan de hand van vijf platen langs enkele ijkpunten uit zijn muzikaal bestaan.

De plaat die me muzikaal ontmaagd heeft: Betty Davis – Betty Davis (1973)

‘Ik was een braaf, zestienjarig manneke uit Landen toen ik hier wat verderop in de straat repeteerde met mijn eerste groepje The Sapiens. Op een van de repetities legde iemand deze plaat op. Wij luisterden in die tijd naar Nirvana en de Red Hot Chili Peppers. De attitude, de power, de algehele nastiness van Betty Davis en haar aangebrande funk, was compleet nieuw voor mij en blies me van mijn sokken. Ze is begin vorige maand overleden, en op een website omschreef iemand haar als ’the real Queen B’, naar analogie met Beyoncé. Voor mij was ze een openbaring.

Ik vind Marc Moulin erg interessant. Hij was een saaie piet, een muzikant met het charisma van een bankbediende.

In de platencollectie van mijn vader zat niet veel zwarte muziek, en ik had nog geen eigen muzikale identiteit ontwikkeld. Santana en Jimi Hendrix kenden we wel, omdat we naar de film over Woodstock hadden gekeken. Maar zij waren dagdagelijkse kost, zeg maar. Betty Davis kwam van een andere planeet. Ze veegde haar gat aan alle regels. Eigenlijk heeft zij me muzikaal ontmaagd – toch zeker wat funk betreft. Anti Love Song staat nog steeds tussen mijn meest gespeelde tracks op Spotify. Destijds hebben we met The Sapiens If I’m in Luck I Might Get Picked Up uit deze plaat gecoverd, maar zingen zoals Betty Davis, daar moest ik niet aan beginnen. Ik deed het nummer hoe dan ook geen eer aan. Davis zingt eigenlijk niet, ze schreeuwt, ze krijst, ze praat, ze hijgt in die microfoon. Het is bijna theater. Zo intens ga ik nooit kunnen zingen. Daarvoor moet je behoorlijk wat kletsen gekregen hebben in je leven.’

Op de favoriete plaat van Delv!s wordt er gezongen over aubergines

De plaat waarop ik goed kan ademen: Marc Moulin – Placebo Years 1971-1974 (2006)

‘Ik ben naar Marc Moulin beginnen luisteren toen ik in Hasselt op de kunsthumaniora zat.Daar leerde ik Toon Janssens alias producer Title kennen, en deze compilatie stond op één van zijn vele harde schijven vol muziek. Placebo Years is mijn favoriete treinplaat. Wanneer ik met dit op de achtergrond door Brussel rijd, dan hoor je dat deze muziek daar gemaakt is. Ze heeft een invloed op de kleuren en de vormen van de stad, je snuift onmiddellijk het bruisende Brussel van de jaren zeventig op. Placebo Years is steengoed, vooruitstrevend en een tikkeltje exotisch. Wat máákte Placebo eigenlijk? Fusion vind ik een lelijk woord. Er zit ook veel soul en zelfs hiphop avant la lettre in. De bekende hiphopproducer J Dilla heeft Placebo nog gesampeld, trouwens.

Als zanger ben ik beïnvloed door zangeressen als Billie Holiday en Nina Simone, maar evengoed door instrumentale jazz. Zeker wanneer er veel ruimte in zit, en niet alles opgevuld wordt met complexe solo’s. En in de muziek van Placebo zit véél ruimte. De nummers zijn heel inspirerend om met mijn stem overheen te jammen. Up All Night van John Scofield heeft datzelfde effect op mij: het is een plaat waarop ik goed kan ademen. Ademen is voor mij enorm belangrijk in de muziek. Neem nu Chet Baker: of hij nu zingt of trompet speelt, je hoort hem in en uit ademen. Ik kan al zijn solo’s perfect meezingen.

Op de favoriete plaat van Delv!s wordt er gezongen over aubergines

Naast zijn muziek, vind ik ook de figuur Marc Moulin erg interessant. Hij was een saaie piet, een muzikant met het charisma van een bankbediende. En toch bedacht hij unieke sounds. Zo’n goede toetsenist was hij trouwens niet. Hij was geen Dave Brubeck. Maar dat maakt de platen van Placebo net zo goed: zijn beperkingen dwongen hem tot creatieve oplossingen’.

De plaat waarin ik mezelf herken: Shuggie Otis – Inspiration Information (1974)

‘Het moet 2014 of 2015 geweest zijn – ik was al met Delv!s bezig – toen ik Inspiration Information voor het eerst hoorde. De plaat pakte mij meteen bij de lurven. Nick Drake had ooit datzelfde effect op mij: van bij de eerste luisterbeurt werd ik diep geraakt. Inspiration Information is heel divers qua stijlen, maar heeft toch een eigen geluid: het is een plaat waarin ik mezelf herken – of toch zou willen herkennen.

Behalve de strijkers heeft Otis alle instrumenten op deze plaat zelf opgenomen, wat het album nog straffer maakt. Hij was niet voor niets een inspiratie voor Prince. Dankzij alle technische mogelijkheden is alles zelf doen tegenwoordig niet zó moeilijk. Maar toen? Drie jaar heeft Otis aan dit album gewerkt, in zijn eentje. Hoe begín je daaraan, vraag ik me af. Hoe goed moet je op voorhand wel niet nadenken? Voor mij is Shuggie Otis een lichtend voorbeeld. Er had gerust wat meer Shuggie mogen zitten in de plaat die ik nu heb uitgebracht. Ik heb het geprobeerd, hoor. Ik heb alle nummers zelf geschreven, zelf alle gitaren opgenomen en zelf de basis zo veel mogelijk gelegd. Maar om bij een plaat als Inspiration Information uit te komen, moet de hele kosmos op één lijn staan, zo simpel is het. Voor mij is dit creativiteit zonder grenzen.

Op de favoriete plaat van Delv!s wordt er gezongen over aubergines

Het zit hem ook in de details. Otis’ teksten zijn soms surrealistisch. Zelfs de songtitels zijn bizar: XL-30 of Aht Uh Mi Hed bijvoorbeeld, mijn favoriete song op de plaat. Nee, deze man had duidelijk geen manager naast zich die aan zijn oren trok. “Shuggie, geen enkele radiozender gaat dit willen draaien”: het zou niet gepakt hebben, denk ik. (lacht)

Ik kan me identificeren met muzikant-kluizenaars zoals hij. Ik heb moeite met creatief zijn wanneer er iemand anders in de buurt is, of als er iemand mee luistert. Mijn beste concerten gaf ik hier, in mijn living. Op mijn eentje. Met de deuren toe en de rolluiken naar beneden.’

De plaat die me zin geeft om buiten de lijntjes te kleuren: Dur-Dur Band – Volume 5 (1989)

‘Ik heb Dur-Dur Band waarschijnlijk ontdekt tijdens een feestje in Brussel waar dj Funky Bompa aan het draaien was. Die gast staat altijd garant voor nichemuziek en rare, uit Afrika geïmporteerde singletjes. Dingen zoals Dur-Dur Band dus, complete craziness uit Somalië. Afrobeat kan je dit niet echt noemen, het is meer een experimentele culture clash tussen disco, funk en Westerse pop, gespeeld door muzikanten die de Afrikaanse grooves in hun lijf niet kunnen controleren. (lacht) Dooyo was het eerste nummer dat ik leerde kennen, maar toen ik later de hele plaat beluisterde, was ik helemaal verkocht.

Dit is muziek die me oprecht gelukkig maakt. Als je mijn favoriete platen zou opsommen, dan zal je overal wel een zekere weemoed in terugvinden. Maar dit leg ik op wanneer ik in een feeststemming ben. Het klinkt heel crappy – het is niet goed opgenomen – maar dat maakt het net zo geweldig. De magie van muziek zit vaak in passages die niet helemaal kloppen, maar wel met volle overtuiging worden gebracht. Zoals de obscure gospelplaten waar ik graag naar luister. Die klinken niet perfect, maar de muziek komt wel recht uit het hart. Dat gevoel mis ik soms nog bij mijzelf. Echte pontaniteit, echte puurheid: dát is de heilige graal. En daar ben ik nog steeds naar op zoek. Maakt dat van mij een eeuwige twijfelaar? Dat kan.

Op de favoriete plaat van Delv!s wordt er gezongen over aubergines

Ik heb deze plaat omarmd toen ik net mijn eerste ep had uitgebracht. Die klonk heel proper, heel afgelikt. Daardoor kwam ik een beetje tegen mijn zin in een circuit terecht van popartiesten die heel afgebakende dingen maken. Maar als ik iets zoals Dur-Dur Band hoor, dan krijg ik meteen zin om heel hard buiten de lijntjes te kleuren. Om één of ander maf, anoniem project uit de grond te stampen en me uit te leven.’

De plaat die me nostalgisch aan de liefde doet denken: Michael Franks – The Art of Tea (1976)

‘Zullen we op een sentimentele noot eindigen? Toen ik pas samen was met mijn vriendin – intussen ex-vriendin – was dit “onze” plaat. Michael Franks is een soort jazzy singer-songwriter. Zijn platen klinken heel glad, heel afgeborsteld. Compleet het tegenovergestelde van Dur-Dur Band dus, maar wel de ideale muziek voor verliefde koppels om samen op te ontwaken. Alle songs op The Art of Tea gaan over zijn relatie. Liedjes als Eggplant bijvoorbeeld, waarin hij de loftrompet afsteekt over hoe goed zijn vriendin aubergines kan klaarmaken. (lacht) Erg melig dus, maar wel catchy en compleet pretentieloos. Franks lijkt me een aangename mens om mee op café te zitten.

Sommige Knack Focus-lezers zullen misschien schrikken dat ik zoiets goed vind. Eigenlijk is het heel blanke zwarte muziek. (lacht) Maar zolang het met liefde gemaakt is, inspireert het mij. Als muzikant vind ik alles leuk om te doen. Zelf maak ik misschien ook eens een houseplaat. Ik heb geen zin om te kiezen. Misschien was dat wel het probleem met Delv!s: er waren te veel opties. Nu ben ik van plan om, voor de eerste keer in lange tijd, me te beperken tot mezelf. Als Delv!s, met de hele groep, ga ik niet meer live spelen. Maar ik wil het in de toekomst wel nog alleen doen. Gewoon ik en mijn gitaar. Terug naar de essentie. Dat ik die knoop heb doorgehakt, werkt redelijk bevrijdend. Ik voel de creatieve sappen weer stromen. Alsof ik terugkeer naar toen ik begon met muziek, toen ik vijftien, zestien jaar was en mijn puberkwellingen van me af schreef. Muziek bedoeld om mezelf te helen, niet gefilterd door een label of een management: dat is wat ik graag wil maken.’

Blablablue

Uit via Because.

Op de favoriete plaat van Delv!s wordt er gezongen over aubergines
© Guy Kokken

Niels Delvaux

Geboren op 9 september 1987 in Landen.

Debuteerde in 2010 samen met het Leuvense Up High Collective met de single Blend, die onder meer opgepikt werd door de Britse dj Gilles Peterson.

Speelde in de loop der jaren het voorprogramma van onder meer Aloe Blacc, Selah Sue, Jamie Lidell en Jamie Cullum.

Tekende een platencontract bij Because, het label van Christine and the Queens, Charlotte Gainsbourg en Major Lazer.

Scoorde in 2016 een hit met Come My Way, een single die gevolgd werd door de ep No Ending.

Bracht vorige week zijn debuutalbum – en meteen zijn laatste plaat als Delv!s – uit, Blablablue.

Op de favoriete plaat van Delv!s wordt er gezongen over aubergines

Partner Content