Lucky Fonz III brengt in ‘Hemellichamen’ een intiem verslag van dood en wedergeboorte

© Sanja Marusic

Singer-songwriter Lucky Fonz III, alias van Otto Wichers, gaat meer dan ooit de poëtische kant op met zijn nieuwe album ‘Hemellichamen’. Een plaat waarop nederpop, folk en hardcore wonderbaarlijk genoeg samen passen.

Tijdens onze small talk vraagt Lucky Fonz III of ik de volledige plaat al gehoord heb.

‘Dan ben je een van de eerste’, zegt hij ,’ik vind de periode vlak voordat ik muziek uitbreng altijd een vagevuur. Het is klaar, het is zoals het moet zijn, ik kan er niets meer aan veranderen, maar ik mag het nog niet loslaten op de wereld. Mijn nummers zitten nu in een donkere kluis, ze zijn even nergens. Echt een gek gevoel.’

Al had je enkele nummers reeds op voorhand uitgebracht.

Toedeloe,Kwantumwetenschapper en Ik Ben Een Sukkel bracht ik inderdaad eerder uit. Enkele andere nummers heb ik ook live gezongen tijdens mijn theatershow Buiten de lijnen, dus mijn publiek hoorde en bezong al enkele nummers van de plaat. De opgenomen versies zijn daarentegen nog door niemand gehoord.

Het thema van je album is wedergeboorte. Wat betekent dat precies voor jou?

Het is ten eerste niet de bedoeling dat de betekenis van mijn album echt vaststaat. Mijn liedjes ontlenen hun betekenis aan een omgeving, een tijd, een plek in de wereld. Iedereen mag er zijn eigen interpretatie aan geven die even legitiem is als de mijne. Als ik het kon uitleggen had ik het niet moeten schrijven.

Maar mijn interpretatie van wedergeboorte is het leven even ophoudt, dat je even verdwijnt en in een andere vorm terugkomt. Zonder dat ik het op voorhand beslist had, kwam dit thema tijdens het schrijfproces regelmatig naar boven borrelen. Het bevat dus ook veel verwijzingen naar de dood, maar dat is hier een symbolische plek, zoals in een tarotspel.

‘Ik wil een klein beetje dood’, zing je ook.

Exact, en dat bedoel ik grimmig én grappig. Soms wil je er gewoon even niet zijn, en daarna weer verder leven. Ik zie de dood in Een Klein Beetje Dood als een overgang naar een betere tijd, waaruit je zelfs inspiratie kan halen voor het leven. Alles Moet Weg is daar de tegenhanger van. Daarin verkoop ik mijn problemen om daarna opnieuw te beginnen. ‘En mijn trauma’s krijg je er gratis bij’. De nummers tonen weerskanten van wedergeboorte.

Ook instrumentaal zijn het tegenovergestelden. In Alles Moet Weg hoor je een vrolijk, bubbelig deuntje, terwijl de tekst best zwaar is. Dat is een esthetische tactiek, want ook als je tijdens het schilderen iets belichten moet je andere elementen net in de schaduw zetten. Een Klein Beetje Dood brengt dan weer een komischere boodschap met een heel zwaar geluid.

Een gabbergeluid! Hoe is dat op de plaat beland?

Ik heb een diepe relatie met rave en hardcore. Vroeger was ik een gabber, een raver ben ik nog steeds. Mijn muzikale wortels liggen in folk en klassieke piano, maar het eerste wat ik zelf in de muziek deed, was als dj hardcore muziek draaien. Die overstuurde kick die je in Een Klein Beetje Dood hoort betekent veel voor mij, ik heb echt een emotionele band met dat geluid. Mensen associëren hardcore vaak met slechte smaak of drugs. Dat vind ik onterecht, want voor mij is het een heel mooi geluid. Ik vind het belangrijk om te erkennen dat ook die muziek een deel van mijn muzikale DNA inneemt. Het is mijn verlangen om al mijn muzikale invloeden samen te brengen op een natuurlijke, ongeforceerde manier.

Is je stijl daarom zo moeilijk thuis te brengen?

Mijn stijl is echt een amalgaam van alles wat mij inspireert, of inspireerde. Ik begon als Engelstalige songwriter in 2006. Toen speelde ik traditionele folk en was Bob Dylan mijn grootste voorbeeld. Maar ik ben in de loop der jaren meer invloeden beginnen toelaten en die op mijn eigen manier gaan vormgeven. Ik hou bijvoorbeeld ook enorm van Wagner. Ik kan hem niet spelen, maar ik kan wel luisteren en me laten inspireren. Soms bouwt hij minutenlang op naar erg korte uitbarstingen. Dan denk ik soms dat ik misschien ook wel een intro moet maken van 40 seconden in plaats van tien.

Is je schrijfproces ook veranderd doorheen de jaren?

Vroeger was ik anti-intellectueel en wilde ik enkel romantisch schrijven. Daar ben ik klaar mee. Ik vind het leuk om iets complex-poëtisch te maken. Mijn teksten zijn aan de ene kant compleet schaamteloos en grappig. Aan de andere kant sluipt er ook iets intellectueel in. Kwantumwetenschapper is bijvoorbeeld een lied met zware energie, die je toch kan omzetten in emoties. Je kan geen fluit begrijpen van de kwantumwetenschap, maar alsnog voelen waar het over gaat. Daar ben ik erg trots op.

Wat inspireerde je om Kwantumwetenschapper te schrijven?

Dat nummer vind ik zelf nog steeds vaag. Het gaat over dingen die niet in één nummer passen. De onvoorspelbaarheid van kwantumwetenschap is niet te vatten, ze ontdekken altijd nieuwe dingen die niet rijmen met ons basisverstand. Het leert ons dat we het onbegrijpelijke moeten accepteren, een opdracht die we ook krijgen wanneer we verdriet moeten verwerken. Daarom gaat het nummer voor mij over rouw. Het is raar, maar als ik lees over kwantumwetenschap dan schiet mijn poëtisch brein aan.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Is elk nummer op de plaat complexer dan we denken?

De meeste wel. Ik Ben Een Sukkel is zelfs een credo, een politiek punt. Als je door het leven gaat met het idee dat je geweldig bent, dan heb je een heel zwaar bestaan. Er is ook niets zo vervelend als iemand die het hoog in zijn bol heeft. Die mensen zijn niet mild voor zichzelf en dus ook niet voor anderen. Toegeven dat je een sukkel bent, is mildheid geven aan jezelf. Je bent ontslagen van het gewicht van perfectie.

Je hebt het dus over de gehele mensheid?

De mens is voor mij een stuntelaar, dus het is inderdaad niet enkel autobiografisch (lacht). Mensen wringen zich in de raarste bochten om geen sukkel te zijn en daarom nemen ze vaak idiote dingen aan als waarheid. Sukkeligheid zou een basiskwaliteit van elke mens moeten zijn. We moeten, zoals Socrates leert, de oneindigheid van onze domheid omarmen. Leven in oprechte onzekerheid is beter dan leven in valse zekerheid, maar toch vinden mensen dat tweede aantrekkelijker. Het is een complexe boodschap in een grappig jasje. Kinderen vinden het trouwens ook helemaal te gek. Die begrijpen het contrast tussen de zware boodschap en het vrolijke deuntje.

Welk nummer is dan niet zo poëtisch bedoeld?

Praat Erover kon ik niet te moeilijk maken, daar pasten geen grote theorieën bij. Ik heb dat nummer geschreven voor 113, een platform voor zelfmoordpreventie. Zelf heb ik ook psychische problemen gehad, zoals een depressie en suïcidale verlangens. Ondanks mijn angst om erover te spreken ben ik er toch mee op tv gekomen en naar aanleiding daarvan kreeg ik de opdracht om het lied te schrijven. Ik vind het niet enkel een heel mooi nummer, het was ook erg helend om te schrijven. Het viert mijn transformatie van zwijgen naar openheid en van het omarmen en behouden van mijn lichaam.

Het lichaam is ook een rode draad doorheen mijn album. De Zender is bijvoorbeeld een Sci-Fi nummer over een lichaam dat onsterfelijk is doordat het aan snoeren hangt. Dat is eigenlijk mijn grootste nachtmerrie, want de mensen die je graag ziet zijn niet onsterfelijk. Op die manier verwijst de titel van het album Hemellichamen ten slotte ook naar de verhouding met ons lichaam. Het verlangen naar een goede relatie ermee, of er juist verlost van zijn. In Een Klein Beetje Dood willen we geen lichaam, in Alles Moet Weg willen we een nieuw lichaam en in De Zender verlangen we naar het lichaam dat we hadden.

Op 21 maart speelt Lucky Fonz III samen met Eva Manen in de Ancienne Belgique.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content