In Memoriam Mark Lanegan: wachten op het Laatste Oordeel

Mark Lanegan in de Aeronef in Rijsel, in 2019.

Mark Lanegan vecht niet langer tegen zijn demonen. De gruizigste crooner ten zuiden van Leonard Cohen en Tom Waits overleed gisteren thuis in het Ierse Killarney. Een doodsoorzaak werd voorlopig niet meegedeeld. De Amerikaan, die de jongste jaren ook actief was als schrijver en kunstschilder, werd niet ouder dan 57.

Lanegan groeide op in Ellensburg, een plattelandsstadje in de Amerikaanse staat Washington, waar hij halverwege de eighties naam maakte als zanger en frontman van Screaming Trees. De band speelde psychedelische grunge nog vóór de term was uitgevonden en scoorde, in het kielzog van Nirvana, in 1992 een bescheiden radiohitje met Nearly Lost You. Een jaar eerder had het gezelschap de overstap gemaakt van indie-label SST naar major Epic, maar desondanks zou het grote succes uitblijven. Na vijftien jaar aanmodderen besloot Lanegan in 2000 dus definitief de stekker uit het stopcontact te trekken.

Zijn periode bij Screaming Trees kwam uitgebreid aan bod in zijn twee jaar geleden verschenen autobiografie Sing Backwards and Weep, waarin hij zich bijzonder genadeloos toonde voor de overige groepsleden. Vooral gitarist en mede-oprichter Gary Lee Conner werd uitgebreid door het slijk gehaald. ‘Vergelijk mijn periode bij de Trees maar met Fitzcarraldo‘, dixit de zanger, verwijzend naar de gelijknamige film van Werner Herzog. ‘Ook ík had het gevoel dat ik een boot over een berg diende te slepen’.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Wat Mark Lanegans boek echter nog ontluisterender maakte, waren de confidenties over zijn hardnekkige drugsverslaving. De man woonde in die periode in kraakpanden, rookte crack, injecteerde heroïne, was voortdurend betrokken bij vechtpartijen en moest, ook tijdens tournees, telkens weer op zoek naar zijn volgende ‘fix’. Het bracht hem meer dan eens naar de rand van de onderwereld, waar hij werd beroofd, vernederd of in elkaar geslagen. Als losgeslagen junkie keek Lanegan in die dagen regelmatig de dood in de ogen, maar met de financiële hulp van Courtney Love wist hij uiteindelijk voorgoed af te kicken.

Laatste Oordeel

Hoewel de zanger zich in stilistisch opzicht nooit in één hoekje liet dringen, was hij in wezen een bluesman pur sang. In zijn teksten riep hij een duistere wereld op, waarin slechts zelden een lichtstraaltje doordrong en bitter weinig te lachen viel. Naar Mark Lanegan luisteren was als wachten op het Laatste Oordeel. Niettemin was de artiest, die begiftigd was met een even schrapende als expressieve baritonstem, een geboren vertolker die de luisteraar tot in het diepste van zijn ziel wist te raken.

Op het podium maakte Lanegan niet zelden een norse en stugge indruk, waardoor hij gevaarlijk oogde en behoorlijk intimiderend overkwam. Meestal stond hij stokstijf en bewegingloos achter zijn microfoonstandaard, met een blik die wie hem irriteerde vanop afstand dood kon bliksemen. De zanger leek in zijn eigen bubbel te verkeren en wisselde jarenlang geen woord met zijn publiek. Toch werd hij milder met de jaren. Tijdens zijn jongste Belgische concerten kon er al eens een bedankje af en bleek hij, na afloop, zelfs bereid zijn platen te signeren.

Nog vóór de split van Screaming Trees begon Mark Lanegan aan een solocarrière. Op zijn solodebuut The Winding Sheet uit 1989 werd hij bijgestaan door vrienden als Mike Johnson (van Dinosaur Jr) of Kurt Cobain en Kris Novoselic (van Nirvana). Er zouden nog elf andere platen volgen, waaronder hoogtepunten als Bubblegum (2004), Blues Funeral (’12) en Phantom Road (’14).

Lanegan beschouwde zich, ook al omwille van zijn wilde levensstijl, méér als een rocker dan als een singer-songwriter. Toch was hij in veel verschillende soorten muziek geïnteresseerd. Die veelzijdigheid bleek onder meer uit enkele platen met covers, waaronder I’ll Take Care of You en Imitations, waarop hij zich vastbeet in folk, country, blues en gospel. Zo interpreteerde hij niet alleen werk van zijn grote held en mentor Jeffrey Lee Pierce (van The Gun Club) of een tijdgenoot als Nick Cave, maar bladerde hij ook in het oeuvre van Tim Hardin, Fred Neil, Buck Owens, John Cale, Kurt Weill en Perry Como.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Muzikale veelvraat

Sinds hij min of meer clean door het leven ging, was Mark Lanegan onwaarschijnlijk productief. Tegen het einde van de vorige eeuw werd hij door zijn vriend Josh Homme, die ooit nog Screaming Trees had vervoegd als extra-gitarist tijdens tournees, gevraagd zanger te worden bij diens nieuwe groep Queens of the Stone Age. In die periode verbleef Lanegan echter in een ontwenningskliniek, zodat hij het aanbod moest afwijzen. Toch zou hij later nog regelmatig met het gezelschap op het podium staan en te horen zijn op lp’s als Rated R, Songs For the Deaf en Like Clockwork.

Mark Lanegan was een muzikale veelvraat die geen enkele samenwerking uit de weg ging. Samen met Greg Dulli van Afghan Whigs vormde hij The Gutter Twins, een duo dat, op grond van zijn lp Saturnalia, wel eens werd omschreven als ’the satanic Everly Brothers’. Toen Dulli tijdens een concert in de Brusselse AB onwel werd en naar het ziekenhuis diende te worden afgevoerd, trok de zanger zonder te verpinken het laken naar zich toe en werkte hij de set als enige overblijvende frontman af.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Met Isobel Campbell maakte hij, vanaf 2006, een viertal platen, geïnspireerd door de duetten van Lee Hazlewood met Nancy Sinatra. De pers vergeleek Campbell en Lanegan met ‘de schone en het beest’, maar volgens de Schotse chanteuse was hun alliantie minder verrassend dan hier en daar werd gesuggereerd: ‘Contrasten zorgen voor dynamiek’, zei ze. ‘Licht en donker, onschuld en ervaring… Allemaal extremen die samen een geheel vormen. Onze stemmen vullen elkaar aan, maar becommentariëren elkaar ook. Een strikte rolverdeling was er niet. Wél zag ik mezelf als de regisseuse en Marks bijzondere stemtimbre als één van mijn personages’.

De jongste jaren bundelde Lanegan ook zijn krachten met bluesgitarist Duke Garwood, leende hij zijn stem aan het elektro-gospelgezelschap Soulsavers en was hij te gast op platen van de Deense pedalsteelgitariste Maggie Björklund (bekend van haar werk met Jack White), Moby, UNKLE en, onlangs nog, op een track van Manic Street Preachers. Voorts verraste hij met een nogal intense kerstplaat, Dark Mark Does Christmas, nam hij als Black Phoebe een ep op met zijn vrouw Shelley Brien en serveerde hij vorig najaar nog een lp vol atmosferische synthsongs met Joe Cardamone van The Icarus Line, onder de titel Dark Mark vs. Skeleton Joe.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Thuiskomen

Dat Mark Lanegan een graag geziene gast was op de Belgische podia, lag voor een deel zeker aan zijn langdurige vriendschap met voormalig Orange Black- en Millionaire-lid Aldo Struyf, die hij als een ‘broer’ beschouwde en die als toetsenspeler en gitarist al vele jaren deel uitmaakte van zijn vaste entourage. Lanegan logeerde regelmatig bij Struyf in Borgerhout en werkte mee aan platen van diens band Creature With The Atom Brain.

Vanaf 2012 ondernam de zanger regelmatig internationale tournees met een door ‘Brother Aldo’ samengestelde, volledig Belgische backing band, waar verder ook bassist Fred ‘Lyenn’ Jacques (Dans Dans), gitarist Steven Janssens (Daan, Mauro) en drummer Jean-Phillipe De Geest (van Creature With The Atom Brain, later vervangen door Christophe Claeys, die ooit de maat aangaf bij Balthazar) deel van uitmaakten. Mark Lanegan was ook te horen aan de zijde van Magnus in het nummer Singing Man. De Amerikaan, die vaak in het Antwerpse Trix repeteerde en talloze keren het podium van de Brusselse AB onveilig maakte, beschouwde zijn Belgische optredens dus als ‘een vorm van thuiskomen’. Nergens was hij zo populair als in de Benelux, waar hij steevast voor uitverkochte zalen speelde en meermaals op festivals als Pukkelpop en Cactus mocht figureren. Voor zijn langspeler Somebody’s Knocking (2019) deed hij dan weer een beroep op de Nederlandse groep Lady Dandelion.

In augustus 2020 verkocht Mark Lanegan zijn huis in Los Angeles en verkaste hij naar Ierland. ‘Waarom? Pff… Ik was betrokken bij iets waar ik beter niet bij betrokken was geraakt’, vertelde hij aan een journalist van het Amerikaanse blad Spin. ‘The story of my life, jawel. Maar ik had het ook gehad met Trump en zijn aanpak van de pandemie. Eigenlijk wilde ik naar Portugal, maar Ierland was op dat moment het enige Europese land waar ik als Amerikaans staatsburger welkom was. Toevallig had iemand die ik kende een huis beschikbaar in County Kerry en zodra ik er arriveerde raakte ik verslingerd op de schoonheid van de omgeving. Ik woon vlakbij een natuurpark met drie meren en bossen waar je dagelijks wezels en herten kunt tegenkomen. Ik ga er regelmatig fietsen of wandelen. En er zijn enkele goede boekhandels in de buurt. Die plek was, op spiritueel en emotioneel vlak, precies wat ik nodig had. Een zegen voor mijn geestelijke gezondheid’.

In dezelfde periode was Lanegan ook beginnen tekenen en schilderen. ‘Ik ging ooit één dag naar de kunstacademie, maar werd er prompt weggestuurd omdat de leraar oordeelde dat ik geen verbeelding had. Ik geef het toe: ik ben maar een amateur en mijn werk is aan de primitieve kant, maar ik beleef er wél lol aan’.

Poëzie

Even voordien kreeg de artiest ook al de smaak van het schrijven te pakken. Zijn gitzwarte autobiografie Sing Backwards and Weep (die vergezeld ging van de ‘soundtrack’-lp Straight Songs of Sorrow) werd overal lovend ontvangen. Het Britse magazine Mojo gewaagde zelfs van het Boek van het Jaar. Sindsdien publiceerde Mark Lanegan de dichtbundels Plague Poems en Leaving California. ‘Als kind droomde ik er al van poëzie te schrijven’, herinnerde hij zich. ‘Eigenlijk verschilt die discipline niet zoveel van songwriting. Maar ik schrijf nooit op papier, ik gebruik altijd mijn telefoon of een iPad. Wat ik doe moet wél ten dienste staan van een project – een plaat of een boek. Als ik geen dwingende reden heb, begin ik er gewoon niet aan’.

Rond de jaarwisseling verscheen het prozawerk Devil in A Coma, waarin Lanegan verslag uitbrengt van de lange maanden waarin hij met een ernstige Covid-19-besmetting in een Iers ziekenhuis doorbracht. ‘Het was een beangstigende ervaring’, aldus de zanger. ‘Ik heb de ziekte ternauwernood overleefd’.

Wat hem uiteindelijk het leven heeft gekost, is nog onduidelijk. Maar dat Mark Lanegan een onpeilbare leegte nalaat, staat vast. Volgens intimi was hij een minzame man met een bijzonder gevoel voor humor. En hij laat massa’s indringende en onsterfelijke songs na, zoals Metamphetamine Blues, One Hundred Years en Harborview Hospital.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Geen idee of hij vooraf heeft nagedacht over een passend grafschrift, maar sinds het nieuws van zijn overlijden mij bereikte, galmen volgende regels uit Blues Funeral op repeat door mijn hoofd:

It’s a deep black vanishing train

Upon a very long track

Standing on a sidewalk in the rain

Hands behind my back

Lost on a violent sea

Day on endlesss day

I have finally freed myself

But it’s been hard to break away.

Partner Content