Hoera, De Mens is jarig: ‘Ik zal nooit zeggen dat het zomaar wat liedjes zijn’

© Guy Kokken

Waar andere groepen van dezelfde leeftijd luilekker graaien uit de eigen catalogus, blijft De Mens, 25 jaar jong, zoeken en tasten. ‘Ineens besef je dat je band het langer volhoudt dan The Beatles.’

‘De mens, ge kunt gij daar niet aan uit’, schreef Gerard Walschap. En hij had gelijk, weten we na ons gesprek met Frank Vander linden. Zijn groep De Mens, die dit jaar 25 jaar bestaat, heeft klassiekers genoeg om alle culturele centra en festivalweides van dit land plat te spelen in een nostalgische terugbliktournee en er een dito verzamelalbum aan te hangen.

Maar De Mens tart alle wetten van de jubilerende groep en komt met een verse plaat, 24 uur, die effectief in een etmaal werd ingeblikt en gemixt. Raar genoeg was er nooit eerder zoveel ruimte voor solo’s en uitweidingen op een Menselijke plaat, met een glansrol voor toetsenist David Poltrock.

FRANK VANDER LINDEN: Een gevolg van naar die opnamedag toe te werken, denk ik. Normaal beginnen we te jammen en gaan we dan de boel structureren. Overstructureren soms, zodat het pure spelplezier wat naar de achtergrond verschuift. Nu hadden we het meeste schrijfwerk vooraf gedaan en bleven de instrumentale passages wat ze waren. Zelf ben ik wel van de to-the-point-liedjes, dus ik heb wat schroom moeten overwinnen.

De strakke deadline zorgde ook voor een soort hyperfocus. Er heerst in onze maatschappij een voorlopig-cultuur. Demeeste beslissingen worden genomen in de wetenschap dat ze toch kunnen worden herroepen. Nu moesten we snel en definitief beslissen en hakten we sneller een knoop door. Datmaakt het allemaal wat frisser.

Dat de plaat verder niet wezenlijk anders klinkt, is een beetje verontrustend. Blijkbaar brachten we vroeger veel te veel tijd door in de studio. (lacht)

In Humo vertelde je dat 24 uur ontstond vanuit de vraag of De Mens nog platen moest maken. Hebben de opnames een antwoord op die vraag gebracht?

VANDER LINDEN: Als ik mijn eigen platenkast bekijk, vraag ik mij af of we nog nieuwe muziek nodig hebben van acts zoals wij, die al 20.000 jaar bestaan. Ons antwoord op die vraag is nu: ja, en we moeten nog méér platen maken.

Wij zijn geen revivalgroep, we zijn een levende groep. We bestáán, blijven zoeken en maken voortdurend nieuwe dingen. We weten niet of het zin heeft, laat staan of mensen die dingen willen kopen, maar dat mogen we ons dus niet aantrekken. 25 jaar De Mens hadden we kunnen vieren zoals onze twintigste verjaardag, in jubileumsfeer, maar nu doen we het omgekeerde. Ik zal uiteindelijk drie albums op negen maanden hebben uitgebracht: een liveplaat met De Mens, vervolgens 24 uur, en er zit nog een soloplaat aan te komen.

En jullie blijven experimenteren. Onmondig drijft op ijle elektronica, Later of de dag erna moet het drie vierde van de tijd zonder tekst doen.

VANDER LINDEN: En ik ben daar trots op. We zijn historisch gezien een ninetiesband, maar zo klinken we vandaag niet. Da’s ook de manier waarop we dit al een kwarteeuw doen: niet verzanden in oude klanken.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Die trots staat in contrast met uw teksten. Zelfs na 25 jaar blijft u bescheiden in nummers als Ik ben hier ook maar op bezoek.

VANDER LINDEN: Nu beginnen we aan het uurtje bij de psycholoog. (lacht)

Ik maak gewoon liever dingen vanuit nederigheid. Het werkt het beste, en blijkbaar heb ik daar ontzettend veel succes mee. (lacht) Maar aan de andere kant… Ik woon op vijftien kilometer van de taalgrens: twintig minuutjes zuidwaarts rijden en al die zogenaamd geniale nummers betekenen niks meer. Er is geen enkele reden om jezelf als de redder van de mensheid te beschouwen omdat je wat noten en woorden op een mooie manier achter elkaar kan zetten.

Tegelijk zal ik nooit zeggen dat het maar wat liedjes zijn. Muziek is kunst, ook popmuziek, en liedjesschrijvers bieden meer dan dichters, namelijk tekst én muziek. Er is geen enkele reden om ons te onderwerpen aan poëten die hooghartig komen langsgelopen, met hun strik en hun dichtershoed.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Op 24 uur staan maar liefst twee nummers over zwijgen. Wordt songschrijven moeilijker met de jaren?

VANDER LINDEN: Het is altijd moeilijk. Ik heb nog nooit neergezeten met een ganzenveer en een stuk papier om dan De Tekst in één haal neer te schrijven. Ik kan dat niet, en ik wil dat niet. Het enige wat ik kan doen om dat echt goed te doen, is neerzitten, gitaarspelen of lang met de auto rondrijden, tot er iets komt dat niet van mij lijkt te komen. Dat is hard werken, maar het is ook aangenaam.

Elke keer ik iets gemaakt heb, vraag ik me af hoe ik het gedaan heb. Dat is met alle goede liedjes zo. Een sterke song overkomt je altijd een klein beetje. Anders wordt het een trucje dat je doorhebt, een rechte oefening van a naar b.

U werkte zelf enkele jaren als journalist voor Humo. Wat is de beste interviewvraag die u nog nooit gesteld werd?

VANDER LINDEN: Hoe is ’t ?

(grinnikt)

VANDER LINDEN: (ernstig) De beste vraag die er is.

Welaan dan, hoe is ’t?

VANDER LINDEN: Goed zoals het nu gaat. Ik plan zelden meer dan twee jaar vooruit en ik heb zelden artistieke visioenen, maar dit is allemaal wonderwel gelukt zoals ik het in mijn hoofd heb. Ook al is het commerciële zelfmoord.

Wat is de belangrijkste les die u leerde uit 25 jaar De Mens?

VANDER LINDEN: Wees dankbaar dat je dit mag doen. (denkt na) Da’s wel heel Ingeborg, eigenlijk.

Elke keer ik iets gemaakt heb, vraag ik me af hoe ik het gedaan heb. Dat is met alle goede liedjes zo. Een sterke song overkomt je altijd een klein beetje.

Hoe blijft u dankbaar, zonder erover te zingen bij Lieven Van Gils?

VANDER LINDEN: Door gewoon rond te kijken. Veel mensen die met ons op dezelfde podia begonnen zijn, staan er nu niet meer op. Wij wel, op een fijn niveau, en dat was niet eens zo moeilijk. Uiteindelijk bestaat De Mens al tweeënhalf keer zo lang als The Beatles bestaan hebben.

Jullie positie in het muzikale veld ook veranderd. Jullie kwamen op met Noordkaap en Gorki als Grote Drie van de Nederlandstalige rock, maar beide bands bestaan vandaag niet meer. De nieuwe vaandeldragers van de muziek in de moerstaal heten Bazart en Tourist LeMC.

VANDER LINDEN: Nooit opzij kijken, maar altijd naar de twee meter voor jezelf. Dat is mijn filosofisch motto, maar ook een praktische keuze. We kunnen alleen maar ons eigen leven leiden en maken wat we maken.

Houden meningen en kritieken u nog bezig?

VANDER LINDEN: Twintig jaar geleden werd je plaat bij wijze van spreken in een krant en in Humo besproken. Wanneer die recensies slecht waren, kon je maar beter inpakken. Nu zijn meningen zijn meer verspreid, maar een slechte kritiek kan nog altijd pijn doen. Soms heb je er dan nog iets aan, maar soms ook niet. Tegelijk moet je als kunstenaar je hoofd echt opzetten en met open vizier lopen. Dat zowel het positieve als het negatieve binnenkomt, is dan natuurlijk het risico.

Wat was de raarste kritiek die u ooit kreeg?

VANDER LINDEN: In het begin kreeg ons plaat twee reviews in één week. De eerste noemde onze teksten ‘kinderrijmpjes’, de andere ‘pseudo-intellectualistisch geneuzel’. Met de som van beiden was ik heel blij.

24 uur van De Mens is nu uit bij Petrol

De Mens 25 in Het Depot, Leuven: op 24 (uitverkocht) en 25 november

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content