‘Harvest’, de plattelandsplaat die van Neil Young een superster maakte

© Neil Young (Getty)

Met het rustieke Harvest leverde Neil Young vijftig jaar geleden zijn populairste en best verkochte plaat af. Het werkstuk katapulteerde hem recht naar de mainstream en voerde in minstens zeven landen de hitlijsten aan. Alleen beschouwde de artiest dat succes destijds als een vergiftigd geschenk.

Wie vandaag de omvangrijke discografie van Neil Young overschouwt, kan er niet omheen: de seventies waren verreweg het creatiefste en vruchtbaarste decennium uit zijn carrière. Na de split van Buffalo Springfield zou hij even in de luwte opereren, maar dankzij zijn lidmaatschap van de supergroep Crosby, Stills, Nash & Young en zijn aandeel in de alom bewierookte kaskraker Déjà Vu, die in de lente van 1970 het licht zag, waren alle ogen plots op hem gericht. Zijn later dat jaar verschenen derde soloplaat, After the Goldrush, werd zowel door pers als publiek met superlatieven overladen. Met de opbrengst kocht de Canadees een landgoed van 2000 hectare in het Californische La Honda, ongeveer halverwege San Francisco en Santa Cruz. Young noemde zijn ranch Broken Arrow en zou er niet alleen zijn opnamestudio, maar ook zijn filmproductiemaatschappij Shakey Pictures onderbrengen.

Tijdens verbouwingen aan zijn nieuwe hoofdkwartier liep de artiest bij het optillen van een iets te zwaar uitgevallen houtblok een ernstig rugletsel op, dat hem bijna twee jaar parten zou spelen. Door de helse pijnen kon hij nog maximaal vier uur per dag rechtop staan en was hij fysiek niet langer in staat een elektrische gitaar te bespelen. Die handicap zou meteen de richting dicteren die hij op zijn volgende langspeler in zou slaan. Door de heroïneverslaving van gitarist Danny Whitten was de relatie met zijn begeleidingsband Crazy Horse, die een belangrijke rol had gespeeld op de lp Everybody Knows This Is Nowhere, sowieso al verzuurd, zodat Neil Young er eind 1970 voorlopig de voorkeur aan gaf in zijn eentje te toeren.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Vele jaren later werden de intimistische akoestische optredens uit die periode gedocumenteerd op lp’s als Carnegie Hall 1970, Live at the Cellar Door en Massey Hall 1971. Zeven van de tien songs die op Harvest zouden belanden, prijkten in die dagen overigens al op zijn setlist. Tijdens de eerste week van februari ’71 trok Neil Young naar Nashville, waar hij te gast was in de televisieshow van Johnny Cash. Terwijl hij in de stad was, profiteerde hij ervan in de plaatselijke Quadrafonic Sound studio’s enkele nieuwe nummers in te blikken. Young was een fan van Area Code 615, een band die uit gerenommeerde sessiemuzikanten bestond, en had gehoopt met hen samen te kunnen werken. Alleen waren de meeste leden op dat moment niet vrij. Met het oog op de opnamen bood producer Elliot Mazer aan inderhaast een groep samen te stellen.

Schetsmatig

Geen van de uitgenodigde muzikanten behoorde tot het studio-establishment van Nashville, maar ze hadden wél een indrukwekkende staat van dienst. Bassist Tim Drummond had zijn sporen verdiend bij Conway Twitty en was een poosje de enige blanke in de band van James Brown. Drummer Kenny Buttrey figureerde op Blonde on Blonde en Nashville Skyline van Bob Dylan. Pianist Jack Nitzsche was de vroegere rechterhand van Phil Spector en pedalsteelgitarist Ben Keith was te horen op I Fall to Pieces van Patsy Cline. Young doopte het gezelschap The Stray Gators en, als fervent aanhanger van de ‘less is more’-filosofie, stond hij erop dat iedereen zo ingehouden mogelijk zou spelen. ‘Cymbalen waren uit den boze’, herinnerde Buttrey zich. ‘Ik mocht alleen mijn linkerhand gebruiken. De beat was ultrasimpel en minimalistisch, maar voor Neil was hij perfect’.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Die avond werden drie nummers vastgelegd: Bad Fog of Loneliness (dat de uiteindelijke plaat niet zou halen), Heart of Gold en Old Man. Linda Ronstadt en James Taylor, die ook bij Cash waren uitgenodigd, verzorgden de achtergrondstemmen. Taylor leverde op Old Man voorts een gastbijdrage op een zessnarige banjo, een instrument dat hij naar zijn eigen zeggen nog nooit eerder had bespeeld en sindsdien ook niet meer had aangeraakt. ‘Neil werkt snel, instinctief en schetsmatig’, aldus Ronstadt. ‘De man leeft voor het moment’, voegt Taylor eraan toe. ‘Hij redeneert niet, hij steekt gewoon de handen uit de mouwen’.

Over één ding waren alle betrokkenen het meteen eens: dat het zoetsappige maar catchy countrypopnummer Heart of Gold een megahit zou worden. En inderdaad, een jaar later stond de single aan weerskanten van de Atlantische oceaan op nummer één. Ook Old Man, geïnspireerd door de zeventigjarige Louis Avila, die op Neil Youngs ranch als voorman werkte, zou later uitgroeien tot een klassieker.

‘Male chauvenist pig’

Op een avond zaten Neil Young en enkele vrienden samen tv te kijken toen de film Diary of A Mad Housewife van Frank Perry voorbijkwam. Young werd meteen verliefd op Carrie Snodgress, de actrice die de rol van Tina Balser speelde, en probeerde met haar een afspraakje te versieren. Ze zocht de artiest op in het ziekenhuis, waar hij op dat moment een rugoperatie onderging, en enkele weken later trok ze bij hem in. De fraaie pianoballad A Man Needs A Maid handelt over het begin van hun relatie. Een maand na de eerste sessies in Nashville werd de song, net als het minder geslaagde There’s A World, in de Britse hoofdstad opgenomen met The London Symphony Orchestra. Sommigen deden het arrangement van Jack Nitzsche, die eerder al Expecting to Fly van Buffalo Springfield van een orkestrale verpakking had voorzien, af als bombastisch. ‘Ach, Bob Dylan noemt het één van zijn favoriete tracks’, riposteerde Young. ‘En toevallig hecht ik net iets meer belang aan zíjn inschatting dan aan die van iemand anders’.

Ook in feministische middens viel A Man Need A Maid niet in goede aarde. De zanger kreeg zelfs het etiket ‘male chauvenist pig’ opgeplakt. De waarheid was echter veel complexer dan na een oppervlakkige beluistering kon worden vastgesteld. De song gaf vooral aan hoe onzeker en onbeholpen de ik-figuur op dat moment in het leven stond.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

In april keerde Neil Young terug naar Nashville voor de registratie van Harvest, een cryptische country-wals, en het folky, door een dromerige harmonica aangezwengelde Out on the Weekend. Het was ontspannen Americana: lichtvoetiger, gepolijster en toegankelijker dan Youngs eerdere werk. Harvest gold als zijn plattelandsplaat. ‘Ik was verliefd toen ik die nummers opnam. Dat verklaart wellicht waarom ze zo zachtaardig en vredig klinken. Maar die plaat ligt mij even na aan het hart als mijn werk met Crazy Horse’, liet de zanger weten. ‘Ze weerspiegelt gewoon een ander deel van mijn persoonlijkheid. Ik was niet bewust op zoek naar een specifieke sound. Niets lag van tevoren vast’.

Tegen september ’71 was Youngs fysieke conditie aanzienlijk verbeterd, zodat de man zijn vertrouwde elektrische gitaar eindelijk weer kon laten scheuren. Intussen was ook zijn studio, in een schuur op zijn ranch, helemaal gebruiksklaar. Dat resulteerde in de onstuimige country-boogie van Are You Ready For the Country?, het even uitgesponnen als surrealistische Words (Between the Lines of Age) en het cynische Alabama, waarin Neil Young uithaalde naar het racisme en conservatisme van de Rednecks uit het Amerikaanse zuiden. Het nummer vormde een tweeluik met het bijtende Southern Man uit After the Goldrush, maar werd als ’te veralgemenend en te simplistisch’ afgedaan. De zanger kreeg prompt lik op stuk in Sweet Home Alabama van Lynyrd Skynyrd: ‘I hope Neil Young will remember / A Southern Man don’t need him around anyhow’, onderstreepte Ronnie Van Zandt.

‘Meer schuur!’

Young nam het sportief op. In zijn autobiografie Waging Heavy Peace uit 2012 zou hij ruiterlijk toegeven dat hij die schop onder zijn kont wel had verdiend en dat hij Alabama als een jammerlijke vergissing beschouwde. ‘De tekst was beschuldigend, neerbuigend, weinig doordacht en dus makkelijk verkeerd te interpreteren’, noteerde hij. The Loner werd af en toe op het podium gesignaleerd in een T-shirt van Lynyrd Skynyrd en deed de groep uit Florida zelfs enkele songs, waaronder Powderfinger, cadeau. Toen enkele bandleden in 1977 omkwamen bij een vliegtuigcrash, was Neil Young er het hart van in.

De tracklist van Harvest, zoals zijn vierde plaat uiteindelijk zou heten, werd vervolledigd met een live-opname van The Needle and the Damage Done, een donkere folksong over de drugsverslaving die zijn vriend Danny Whitten uiteindelijk het leven zou kosten. Toen Graham Nash op bezoek was in Broken Arrow, wilde Young hem zijn nieuwe plaat laten horen en daartoe roeiden ze met een bootje naar het midden van een meer. Young had voor zijn huis en de aanpalende schuur reusachtige luidsprekers laten aanbrengen, zodat je de muziek tot kilometers in de omtrek kon horen. Toen manager Elliot Roberts informeerde hoe het klonk, riep Neil: ‘Een beetje meer schuur, graag!’

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Aanvankelijk werd Harvest op lauwe recensies onthaald. ‘Te afgeborsteld’, blokletterde Rolling Stone. ‘Oeverloos saai’, oordeelde NME. Andere critici hadden het over ‘een flauwe herhalingsoefening’, ‘een verzameling opgewarmde clichés’ of ‘een vorm van zelf-parodie’. Te streng? De plaat is minder sterk dan de twee vorige en anders dan op After the Goldrush draagt Neil Young niet langer het hart op de tong. Maar de liedjes klinken eerlijk en authentiek en de tijdloze, door country bestoven sound is beslist niet zonder charme.

Het grote publiek drukte de plaat wél meteen aan de boezem en maakte er een geheide bestseller van. In de VS werd Harvest de meest verkochte langspeler van 1972 en daarbij liet hij Exile on Main St. van The Rolling Stones, Ziggy Stardust van David Bowie en Machine Head van Deep Purple ver achter zich. Ook in Frankrijk is Youngs vierde, inzake platenverkoop, nog steeds de absolute recordhouder. De teller staat intussen al op ruim acht miljoen stuks en jaarlijks gaan er wereldwijd nog steeds zo’n 300.000 over de toonbank.

Keurslijf

Tijdens het jaar van de release was de single Heart of Gold niet uit de ether weg te slaan. Bob Dylan had er alvast een pesthekel aan: ‘Ik was zeer op Neils muziek gesteld, maar telkens wanneer ik dat nummer op de radio hoorde, dacht ik: Shit, dit klinkt precies zoals ik. Het voelde aan als een onteigening’. Die reactie was echter een beetje flauw, want ondanks de prominente aanwezigheid van een harmonica leek Heart of Gold op geen enkele song uit Dylans rijke catalogus.

Die nummer-één-hit maakte van Young een heuse celebrity. En die nieuwe status beviel hem slechts matig. Hij haalde er weinig voldoening uit en beschouwde het sterrendom als een bron van schaamte. ‘Er bestaat geen enkel handboek waaruit je kunt leren met roem om te gaan. Als je succes ernstig neemt, dreigt het je op te slokken. Het voedt misschien wel je ego, maar al bij al is het een oppervlakkige, lege ervaring. Wie roem nastreeft, komt al te gemakkelijk in de verleiding dingen te doen om anderen te plezieren en dan wordt het een keurslijf. Ik heb geen zin om voortdurend in de frontlinie staan’.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Van de weeromstuit kroop Neil Young in zijn schulp en ging hij zich steeds vaker afzonderen van de buitenwereld. Dat gold ook voor Carrie Snodgress, die voor haar rol in Diary of A Mad Housewife een Oscarnominatie kreeg, maar uit dedain voor het Hollywood-establishment haar kat naar de uitreiking stuurde. Het werd haar door de filmbonzen niet in dank afgenomen. Op haar 25e waren haar dagen als filmster dus al onherroepelijk voorbij. In september ’72 kregen Young en zijn vriendin een zoon, Zeke. Maar het idyllische gezinsgeluk zou niet lang duren. Een jaar later kwam het tot een breuk, die sporen naliet op platen als On the Beach (1974) en het met vijfenveertig jaar vertraging uitgebrachte Homegrown (2020).

Na het succes van Harvest begon Neil Young zijn carrière doelbewust te saboteren. ‘Heart of Gold dropte me in het midden van de snelweg’, meldde hij in de hoesaantekeningen van Decade. ‘Maar ik vond het landschap er maar saai, dus stuurde ik bewust richting gracht. Zo volgde ik een hobbeliger traject, maar kwam ik wél interessantere mensen tegen’. Young besloot voortaan zijn impulsen te volgen, wat resulteerde in zijn eerste -geflopte- film Journey Through the Past, waarvoor hij domweg een script vergat te schrijven. Zijn volgende plaat, het live-opgenomen maar uitsluitend nieuwe songs bevattende Time Fades Away. De muziek was rauw, hard, grofkorrelig en rammelde aan alle kanten. Ze stond, met andere woorden, volkomen haaks op Harvest en streek de nieuwe fans dermate tegen de haren in dat ze teleurgesteld afhaakten. Grilligheid werd vanaf nu het centrale begrip in Youngs artistieke productie. En zo begon een haat/liefde-relatie met het publiek die tot vandaag voortduurt.

BRONNEN: de biografieën A Dreamer of Pictures van David Downing, Shakey van Jimmy McDonough en Reflections In Broken Glass van Sylvie Simmons. De exacte releasedatum van Harvest blijft onduidelijk. Volgens sommige bronnen was het 1 februari, volgens andere 14 februari 1972.

Partner Content