De uitschieters en afknappers van Primavera Sound 2022 (weekend 2)

© Sergio Albert
Jonas Boel
Jonas Boel Jonas Boel is medewerker van Knack Focus

Met een vertraging van twee jaar was het de voorbije week eindelijk zover: Primavera Sound vierde zijn twintigste verjaardag. Een uitgebreid verslag van weekend twee in acht vaststellingen.

Primavera greep zijn jubileum aan om voor het eerst twee opeenvolgende (driedaagse) weekends te organiseren, en vooraf en tussendoor ook nog een heel aantal optredens verspreid over verschillende zalen en clubs in de stad aan te bieden. Op die manier duurde het hele muziekfestijn in werkelijkheid van 1 tot 12 juni. En de cijfers zijn indrukwekkend: in totaal lokte het festival bijna een half miljoen bezoekers, die collectief een geschatte impact van 349 miljoen euro op de Catalaanse hoofdstad hadden.

Primavera Sound heeft Barcelona op de internationale festivalkaart gezet. Het begon ooit vrij bescheiden met een 7000-tal bezoekers en één podium in het architecturale openluchtmuseum Poble Espanyol, tegen de flanken van de Montjuïc-heuvels, maar sinds 2005 speelt de pret zich af in het Parc del Fòrum, een polyvalente, culturele site aan de rand van de stad met een oppervlakte van 14 hectare, op minder dan een steenworp van de Mediterrane zee.

Lang was Primavera een mekka voor wat we de indienerd zullen noemen. Ter illustratie: tien jaar geleden, in 2012, heetten de headliners nog Franz Ferdinand, Beirut, Other Lives, Wilco en The Afghan Wigs. Tegenwoordig telt het gebeuren in totaal veertien podia, van maxi tot mini, en is het eigenlijk drie festivals in één. Je hebt de kern, met vier middelgrote tot kleine zijpodia voor de ‘alternatieve’ acts centraal in het Fòrum, die links en rechts worden geflankeerd door een aangrenzend, braakliggend terrein met twee hoofdpodia voor grote publiekstrekkers als Dua Lipa en Megan Thee Stallion. En er is het op 20 minuten wandelafstand van het Fòrum gelegen Primavera Bits, het domein van dance-acts en dj’s.   

 

Dua Lipa. © Christian Bertrand

De gemiddelde leeftijd van de Primavera-bezoeker ligt nog steeds tussen de 25 en 35 jaar, maar de demografie is mee geëvolueerd met de muzikale koers: sinds vijf jaar staan er steeds meer pop-, hiphop- en r&b-acts bovenaan de affiche. De indienerd met het obscure bandshirt vindt er nog steeds zijn gading, maar nooit eerder zagen we hier zoveel glittermake-up, al dan niet in combinatie met doorkijkbroeken en -bloezen voor haar, hem en hun. Primavera Sound is de voorbije jaren een beetje meer Coachella of Tomorrowland geworden. Dit waren onze voornaamste vaststellingen van de voorbije editie:

Meer en andere podia (en meer vips) is niet meer plezier

‘Worst festival experience ever’. ‘Total shitshow’. De Twittercommentaren waren niet mals na de eerste festivaldag van Primavera, op donderdag 2 juni. Wachtrijen van een uur of meer aan de bars, ondoordringbare, slecht gemanagede mensenstromen en een gebrek aan toegang tot water waren de meest gehoorde klachten. Euvels die de organisatie meteen rechtzette, en die ons tijdens het tweede weekend grotendeels bespaard bleven.

Het aangepaste terrein met de grote publiekstrekkers viel echter wel tegen. De voorbije jaren stonden de twee hoofdpodia diagonaal tegenover elkaar. Die opstelling zorgde voor een bijzondere publieksdynamiek met veel bewegingsruimte. Nu staan beide podia vlak naast elkaar, met midden op het terrein een buitenproportionele tribune voor vips (of vip-tickethouders), en dáárvoor de tent met geluidsmix met dáárbovenop balkons voor de super-vips. Gevolg: voor wie niet lang op voorhand het terrein opwandelde voor onder meer Gorillaz, Dua Lipa of Tyler, The Creator was er geen doorkomen meer aan. Wie niet tot de eerste honderd rijen doorstootte, zag behalve op de videoschermen niets van wat er zich op het podium afspeelde.

Nog vervelender was de open partytent van de Boiler Room, een nieuwe ‘aanwinst’. Die werd geposteerd vlak naast het podium dat jarenlang gesponsord/gecureerd werd door Pitchfork, en tegenwoordig de naam van een groen energiebedrijf draagt. Onder meer Tamara Lindeman van The Weather Station kon haar irritatie voor de beats van ‘the disco party next door’, die regelmatig boven en door haar elegante, naar late Fleetwood Mac gemodelleerde poprock bulderden, nauwelijks verhullen. Mooie set, nochtans. Zelfs Sebastian Murphy, frontman van het Zweedse, niet om een decibel meer of minder verlegen zittende postpunkcombo Viagra Boys deelde een sneer uit richting het doordringende gebonk. Volgend jaar toch maar een andere locatie zoeken voor deze uit de hand gelopen selfiecirkel.

Liever een zingende drummer dan een pratende zangeres

Met Dry Cleaning en Squid stonden twee ambassadeurs van de nieuwste, Britse postpunklichting in de vooravond vlak na elkaar geprogrammeerd, op vlak bij elkaar gelegen podia. Elk beschikken ze over eigen, individuele troeven. Dry Cleaning heeft met Florence Shaw een bijzonder boegbeeld. De frontvrouw debiteert haar surrealistische stream of consiousness-teksten kurkdroog over stuwende riffs en een vitale ritmesectie, een contrast dat op debuutplaat New Long Leg (2021) voor een hypnotiserend effect zorgt. Live leek het alsof de meeste toehoorders gezellig mee aanschoven voor een babbeluurtje. Parlando werkt blijkbaar aanstekelijk. Grappig nochtans, hoe een wel érg expressieve, grimassende Shaw ter plekke soms zelf op zoek leek naar het touw om haar onsamenhangende tekstregels aan vast te knopen.   

Dry Cleaning. © Eric Pamies

Squid had minder moeite om de focus vast te houden. Aangespoord door zingende drummer Ollie Judge wervelde het kwintet zich door haar album Bright Green Fields. Elke onverwachte bocht, elke plots te verkennen uithoek, elk onverwacht zijspoor en elke instrumentwissel werd met zoveel bravoure en spanning geïnjecteerd dat naar adem happen zelfs onder een loden zon bijzaak leek. Bleek het verrassingseffect van Dry Cleaning iets te snel uitgewerkt, dan was het hier een zaak van leven en dood. En energie maakt vaak het verschil op een meerdaags festival, die les hoeft u deze heren uit Bristol niet te leren.

Squid. © Eric Pamies
(Zelfs de allerbeste) rappers maken er nog altijd een boeltje van

De naam Timothy Elpadaro Thedford zal bij weinig mensen een belletje doen rinkelen, maar Jay Electronica mag voor de ware hiphopfanaat geen onbekende zijn. De man was lange tijd – en is  eigenlijk nog steeds – een soort enigma, een excentrieke maar meesterlijke woordkunstenaar en verbale grootmeester die in 2010 door Jay Z getekend werd op diens label Roc Nation en vervolgens tien jaar (!) treuzelde om zijn officiële debuut A Written Testimony uit te brengen, in 2020 één van onze favoriete albums van het jaar.

Hoge verwachtingen? Goh. Zelfs de allerbeste rappers hebben niet altijd de beste livereputatie, en dat kwam Jay Electronica jammer genoeg nog eens extra in de verf zetten. Jay Cirque du Soleilica – zoals hij zichzelf soms noemt – had een vrouwelijke dj meegebracht, maar veel meer dan een paar oude beats van J Dilla had die niet in de aanbieding. De hele show was een farce. Publiek opjutten, publiek induiken, de helft van het publiek – tot afgrijzen van de podiummanager – het podium op roepen: veel meer had de man niet in petto. Behalve dan ook nog één walkietalkie, één poncho, één polshorloge en twee microfoons van het podium keilen. Na een half uurtje hield hij het voor bekeken en waren wij één teleurstelling rijker.

Playboi Carti. © Sharon Lopez

Playboi Carti bleef wel een vol uur staan, maar ook de voormalige protegé van ASAP Rocky deed de rapreputatie geen eer aan. Veel rook en vuur – serieus, véél rook en vuur – maar rappen en rijmen? Daar had deze jongen geen zin. Gewoon af en toe krijsen over de backingtrack en dollen met de metalgitarist die hij bij zich had. Playboi Carti speelde gewoon zijn eigen hypeman, meer niet. Dik betaald nihilisme, dat was het eigenlijk. Je moet het maar doen.

Ook over Genesis Owusu kunnen we kort zijn: puike plaat (het vorig jaar verschenen Smiling With No Teeth), mooi kostuum (rood is dé podiumkleur deze zomer), goede flow en goede stem, maar breng volgende keer muzikanten of een dj mee in plaats van drie als Spiderman van de Aldi uitgedoste, over het podium hossende ‘dansers’.  

Afrika schoot drie keer een hoofdvogel af

We hadden u graag verteld dat Tyler, The Creator beter uit de verf kwam dan zijn hiphopcollega’s op de affiche. Maar ja, die ellende aan de hoofdpodia, weet u wel? Dan maar geopteerd voor Mdou Moctar, de Toeareg-rocker uit Niger, en daar waren we blij om.

Mahamadou Souleymane, zoals de man echt heet, kroonde zich tot dé gitaargod van deze Primavera-editie. En hij had misschien ook wel de beste drummer mee. Het was fenomenaal hoe dit kwartet het publiek van de eerste tot de laatste seconde begeesterde met hun door Jimi Hendrix en Prince beïnvloedde Sahara-rock. Virtuoos maar vol bezieling, folkloristisch maar op het scherp van de snee. Nee, het is hoegenaamd geen toeval dat hun album Afrique Victim in 2021 ons eindejaarlijstje haalde.

Sampa The Great. © Dani Canto

En daar hield de Afrikaanse weelde niet op. Een dag later mocht Sampa The Great één van de zijpodia openen. De zangeres en rapper opereert vanuit Australië maar is geboren in Zambia, en bracht de pandemieperiode door in haar vaderland. Daar sprokkelde ze meteen ook de drummer, de toetsenist, de gitarist en het uitmuntend m/v-koortje die haar met verve begeleidden. Geheel naar het model van haar grote voorbeeld Lauryn Hill klutst Sampa Tembo hiphop, soul, pop en funk door elkaar tot een zwoel swingend amalgaam, maar ze kruidt het op geheel eigen wijze af met een flinke snuf Zamrock, in de jaren ’70 de Zambiaanse variant op Westerse psychedelica. Een zeer smakelijke cocktail. Ga tijdens Couleur Café vooral zelf eens proeven.

Burna Boy. © Christian Bertrand

Een paar uur na de fel gesmaakte doortocht van Sampa The Great was het de beurt aan de zelfverklaarde ‘African Giant’ Burna Boy. De Nigeriaanse superster stond geprogrammeerd op hetzelfde moment als publiekstrekker The Smile, maar onze keuze tussen de op grillige artrock geënte, existentiële doembeelden van Thom Yorke en een uitbundig feestje was snel gemaakt. We waren niet de enigen. Bijgestaan door een voltallige band met alle nodige toeters en blazers, en nog eens zo veel dansers, bewees Damini Ebunoluwa Ogulu waarom hij het tot het ultieme boegbeeld van de hedendaagse afropop schopte – en waarom Beyoncé, Major Lazer en Justin Bieber zijn korrelige stemgeluid op hun platen willen. Deze man, die volgende maand naar Les Ardentes komt afgezakt, is een rasperformer.

Ook Generatie X heeft recht op zijn oldiescircuit

Met The Strokes en Yeah Yeah Yeahs mochten twee oudgedienden van de New Yorkse rockrevival anno begin de nillies hun houdbaarheidsdatum komen testen op Primavera. Julian Casablancas en co. draaien al even lang mee als het festival zelf, Karen O en haar kornuiten debuteerden twee jaar later dan hun stadsgenoten. Even vergelijken.

The Strokes wist een grotere massa te lokken. Het is een band als Metallica, die een tijdloos logo heeft staan op T-shirts die van vader op zoon doorgegeven worden, en die over riffs beschikt die in het collectief geheugen zitten, een formule die uitblinkt in consequentie en rechtlijnigheid. En ja, dat geldt ook voor het doodgemoedereerd je-m’en-foutisme waar Casablancas op het podium al twee decennia een erezaak van maakt. Nul verrassingen, maar daar zat niemand op te wachten. Of het moet zijn dat de band niet aan zijn grootste hit Last Nite toekwam.

The Strokes. © Sergio Albert

Er was meer ruimte vooraan tijdens Yeah Yeah Yeahs, maar zij waren altijd al de arty buitenbeentjes. Meer hoekige noise, meer buitenissigheid, meer destructieve punk. En zij kwamen wél toe aan hun meest populaire meezinger: Heads Will Roll, in 2009 een clubhit met dank aan een remix van A-Trak. Verder de gebruikelijke feedback van gitarist Nick Zinner en de orale microfoonverdwijntruc van Karen O, uitgedost in een signatuurregenboogoutfit en haar sardonische signatuurgrijns.

Beide bands moesten het dus niet van nieuwigheden of verrassingen hebben, en dat is prima. Beide bands vervulden hun rol volgens de verwachtingen: ook Generatie X heeft recht op zijn oldiescircuit. En de toekomst stond elders op de affiche. Want…                 

   Sydney Minsky-Sargeant is de toekomst van het oude Engeland

Twintig jaar is hij nog maar, Sydney Minsky-Sargeant, bezieler van Working Men’s Club uit Yorkshire. Toen we hem twee jaar geleden interviewden, spuwde hij op alles van Noel Gallagher (nochtans een fan) tot de Londense scene (waar zijn maatjes Fat White Family deel van uitmaken). Zijn passage op Primavera Sound was al even stoutmoedig.

Handen in de zakken, nauwelijks acht slaande op het publiek, zonder gêne het knopje van zijn drumcomputer indrukken en de details verder laten invullen door zijn drie bandmaats: Minsky-Sargeant was niet naar Barcelona gekomen om de indruk te wekken dat hij zich uit de naad ging werken. Ook de twee meisjes op toetsen en de jongen op gitaar liepen er maar bij als een stelletje zoutpilaren. Maar het lawaai dat ze produceerden – en dat lawaai was lúíd – knetterde alsof iemand zijn vinylcollectie van The Fall, Happy Mondays, New Order en Cabaret Voltaire in de fik had gestoken, met een verzameling oude rave-flyers als brandversneller. Gerecycleerd? Jawel. Maar óók vol van demonisch vuur en jeugdige grinta. Onze nachtelijke opkikker van het weekend.

Brittany Howard is God

Of toch voor wie al eens op de knieën gaat voor het altaar van tijdloze, withete soul, ruige rhythm & blues, en zwartgeblakerde funk. Openen met een magistrale versie van Funkadelics Hit It And Quit It en daarna werkelijk geen seconde het stomend uit de startblokken geschoten momentum meer uit handen geven: de zangeres van Alabama Shakes en haar achtkoppige band gaven een masterclass in bezieling.

Twee gitaristen, twee toetsenisten, twee backingzangers, één drummer, één bassist, en een overvloed aan muzikale klasse. De soultrein van Brittany Howard arriveerde in Barcelona met slechts één soloalbum op zak – het drie jaar geleden verschenen, uitstekende Jaime – maar keerde terug met duizenden gewonnen zieltjes.

Brittany Howard. © Sergio Albert

Nog twee dagen hebben we de drie minuten gelukzaligheid van Stay High lopen neuriën. Zondagochtend werden we wéér, voor de tweede keer al, wakker met Jackie Wilsons (Your Love Keeps Lifting Me) Higher And Higher in ons hoofd, die andere, opzwepende cover van een klassieker die Howard moeiteloos naar haar hand zette. Wat een zangeres. Wat een gitariste. Wat een charisma. Lorde had de pophymnes, Megan Thee Stallion had de aangebrande rhymes, Dua Lipa had de discochoreografieën en M.I.A. had lokaal een heus koor opgetrommeld, maar er kan maar één lentekoningin van deze Primavera Sound-editie zijn, en dat was verdorie een voormalige postbode uit Athens, Alabama.

Angèle heeft haar Spaanse vuurdoop koelbloedig doorstaan

En wat met de Belgen? Het feestje van 2manydjs op donderdag hebben we moeten missen, maar de passage van Angèle Van Laeken mocht niet op ons programma ontbreken. Haar Spaanse debuut dan nog, als voorlaatste artiest op één van de zijpodia op de derde, afsluitende dag, maar wel in hetzelfde tijdslot als überheadliner Tame Impala. Gene cadeau, zoals ze zeggen.

Maar Angèle heeft haar vuurdoop op Primavera met koelbloedige klasse doorstaan. Ondanks de concurrentie van Tame Impala – hun lazers priemden in de verte door de nachtelijke hemel – bracht ze veel volk te been. En ja, de Catalaanse meiden naast ons wisten wie ze was. Dankzij Franstalige kennissen. Of ze veel op de lokale radio wordt gespeeld? Neen. ‘But it helps she is a cute blond’, verklaarden ze de talrijke opkomst. Die was echter ook te danken aan het uitgebreide contingent Belgische en Franse bezoekers, die hits als Libre en Je veux tes yeux vooraan het podium luidkeels meebrulden.

Angèle. © Sharon Lopez

De meeste smartphoneschermpjes gingen natuurlijk de lucht in tijdens Fever, de hit die Angèle twee dagen eerder al samen met Dua Lipa op het hoofdpodium gezongen had. Beetje vreemd wel, zoveel extase bij een song waarvan een groot deel gezongen wordt door iemand die enkel op een videoscherm aanwezig is. Ook de stemmen van Roméo Elvis en Damso waren enkel op band te horen.

Maar dat mocht hoegenaamd geen domper zijn op de feestvreugde die zich hoe langer hoe uitbundiger meester maakte van het voltallige publiek. Angèle toonde zich de popprofessional die ze is, in een strakke productie die ons bij momenten herinnerde aan de passage van Christine and the Queens, drie jaar geleden op dezelfde bühne. Kleine kanttekening? Balance ton quoi mag dan een nummer ‘against the fucking patriarchy’ zijn, zoals Van Laeken het aankondigde, maar als de cameraman van dienst vervolgens drie minuten lang inzoomt op je beglitterde billen, valt die boodschap ietwat in het water.

Onze nieuwe Catalaanse vrienden waren in elk geval enthousiast. Hun favoriete moment? Afsluiter Bruxelles je t’aime, waarbij het Belgische wafels regende op het videoscherm. ‘Are you proud?’ vroegen ze ons, schijnbaar nog nastralend. ‘You should be proud’. En stiekem waren we dat wel een beetje.

Partner Content