Ethiojazzband Black Flower trok zijn geluid op nieuwe plaat ‘Magma’ open na een rare diefstal in Rio

Vlnr.: Karel Cuelenaere, Filip Vandebril, Nathan Daems, Simon Segers en Jon Birdsong.
Bart Cornand
Bart Cornand Redacteur Knack

Met Magma, het zesde album in tien jaar, stapt Black Flower weer wat verder weg van de ethiojazz waarmee de Gentse band bekend werd. ‘Het wordt allemaal wat wazig.’

Stonede meiden, exotische melodieën en grooves die bezuiden de navel floreren? De oogst van Black Flower na twee coronajaren is beter dan de onze. Na tien jaar in de Gentse scene en laudatio’s van Britse cult-dj’s en internationale festivals, schakelt de band rond veelblazer Nathan Daems en trompettist Jon Birdsong een versnelling hoger. Magma voegt een nieuwe laag toe aan hun Belgisch-Amerikaanse versie van Ethiopische jazz. Die is sinds de gelauwerde film Broken Flowers (Jim Jarmusch, 2005), die een hoop tracks van vibrafonist Mulatu Astatke bevatte, aan een lange revival bezig.

Je moet Meskerem Mees ontmoeten om te snappen wat haar zo bijzonder maakt.

Black Flower bestaat tien jaar. Hoe kijken jullie op je jonge zelf terug?

Nathan Daems: Ik was nog maar een jaar of twee van het conservatorium af, had een jazzkwintet, en dacht: wat is deze muziek toch ernstig! Terwijl de Ethiopische jazz mysterieuze, melancholische toonladders en harmonieën heeft, en de ritmes lekker groovy zijn. Daar wilde ik een groep rond opbouwen.

Jon, toen je nog in de VS woonde, tourde je met Beck en Calexico. Hoe kwam jij dan in deze wereld terecht?

Jon Birdsong: We waren allemaal in de ban van Mulatu Astatke, die op het eind van de jaren negentig vooral bekend was geworden dankzij de verzamelalbums Éthiopiques. Ik hoopte al lang dat iemand me voor zoiets zou vragen. En daar was Nathan. Eindelijk!

Op Magma trekken jullie de sound open. Vertel.

Birdsong: Karel Cuelenaere, onze nieuwe man op de toetsen, bracht met zijn manier van spelen een frisse wind in de groep – meer elektronisch en toch warm. Daarnaast speelden we al een tijd met het idee om met vocals te werken. Ik had een tekst klaar, geïnspireerd door een rare diefstal. Net voor de eerste lockdown van 2020 zaten we met de band in Lapa, een funky, wilde wijk van Rio. Er hing een broeierige postcarnavalsfeer, en plots kwam een vrouw dichter en dichter bij me staan – knap maar al veel te veel gefeest in het leven. Ineens voelde ik haar hand in mijn achterzak gaan om mijn telefoon te pikken. Ik had haar nét op tijd vast bij haar pols. En toen kwam dat ene, rare moment waarop je elkaar in de ogen kijkt, en zij weet dat ze pech heeft maar over een halfuurtje bij een andere vent vast niet. Dat werd de basis voor een verhaal, dat uiteindelijk Morningin the Jungle werd.

Dat nummer wordt gezongen door Meskerem Mees. Wat maakt haar zo bijzonder?

Birdsong: Toen we Meskerem voor het eerst hoorden, waren we zowat betoverd. Ze schrijft bijna literaire teksten. En wat een stem.

Daems: Ze heeft een bijzondere uitspraak, dat ook. Maar fundamenteler: je moet haar ontmoeten om te snappen wat haar zo bijzonder maakt. Ze is puur en overtuigend als mens.

Hebben jullie de ethiojazz stilaan losgelaten?

Daems: Laten we zeggen dat Ethiopië het startpunt van Black Flower was, maar we zijn helemaal geen ethiojazzspecialisten. Er is zo veel bovenop gekomen. Turkse, Arabische, Koerdische, Balkanmuziek, en zelfs subtiele Indische invloeden. En een hoop dub en jazz van de seventies en funky stuff. Het wordt allemaal wat wazig – wat voor mij typerend is voor onze tijd en onze steden. Het niet-gedefinieerde wordt de nieuwe definitie.

Net zoals Mulatu de etnische muziek vermengde met latin en jazz. En, goed honderd jaar geleden, de jazz ontstond uit de mix van ettelijke muziekjes.

Daems: Dat is the spirit of jazz, ja!

Jullie bespelen samen zowat een dozijn blaasinstrumenten. Welke hebben het album gehaald?

Daems: Veel kaval en washint – fluiten uit Bulgarije en Ethiopië. Plus bariton- en altsax. Ik speel nog wel wat instrumenten, maar deze passen het best bij Black Flower.

Birdsong: In mijn geval vooral kornet (een variant van de trompet, nvdr.). O, en schelp!

Tot slot: in 1973 begon jazzgrootheid Duke Ellington aan zijn laatste wereldtournee. Hij maakte een tussenstop in Ethiopië om er te spelen met Mulatu Astatke. Duke speelde toen stukken uit zijn album The Afro-Eurasian Eclipse. Klinkt als de synthese van Black Flower, toch?

Daems:(veert op) Echt? Bestaan daar opnames van?

Birdsong: Ik hou van die plaat. Ellington ging maniakaal te werk. Reizen was zijn manier om bronnen aan te boren. Toen ze in Egypte waren, gingen zijn bandleden sightseeën en naar het strand. En Duke? Die sloot zich op in zijn hotelkamer en schreef een compositie over de witte stranden. Wat een toewijding. (grijnst) Ik zou naar het strand zijn gegaan.

Magma

Uit bij Sdban.

Die keer dat Black Flower bijna bestolen werd in Rio

Nathan Daems

Wint in 2010 met het Nathan Daems Quintet het jongerenconcours van Gent Jazz.

Richt twee jaar later Black Flower op, waarmee hij datzelfde jaar een eerste ep uitbrengt en internationaal opgepikt wordt.

Leidt ook het Indiase Ragini Trio (met onder andere Lander Gyselinck), Trance Plantations en de worldjazzrockband Echoes of Zoo.

Partner Content