De winnaars van De Nieuwe Lichting 2017 over hun toekomstplannen (én hun zenuwen)

Vlnr.: The Lighthouse, Kai Wén en Tamino. © Guy Kokken

De luisteraar heeft geoordeeld: van de acht finalisten mogen de Antwerpse nachtegaal Tamino, het Leuvense indiepopcombo The Lighthouse en de Brugse r&b-jongeling Kai Wén zich officieel Studio Brussels Nieuwe Lichting 2017 noemen. Knack Focus sprak met de drie laureaten.

The Lighthouse: ‘Bijna was onze skivakantie om zeep’

Plaats van afspraak de wandelgangen van Studio Brussel, waar The Lighthouse net zijn cover van TLC’s No Scrubs heeft ingeblikt en het even ontspannen laat hangen als drie dagen eerder, backstage in de AB tijdens de finale van De Nieuwe Lichting. Bram Knockaert (zang, gitaar), Willem Schellekens (toetsen, zang), Yannick H’Madoun (bas, zang), Nick Socquet (gitaar) en Bastiaan Jonniaux (drums) – gemiddelde leeftijd: 23 – zijn dan ook geen onervaren groentjes meer.

Jullie hebben je favorietenrol waargemaakt.

NICK SOCQUET: Dat zal wel zo geleken hebben, op basis van de buzz op sociale media, maar ik had de indruk dat Tamino bij de meeste mensen nog méér favoriet was.

WILLEM SCHELLEKENS: En voor alle duidelijkheid: we hadden geen supportersbus vanuit Leuven ingelegd. (lacht)

Heeft jullie numerieke meerderheid een rol gespeeld in het stemmentotaal?

SCHELLEKENS: We hebben ons beste beentje wel voorgezet in de stemmencampagne. Maar aangezien je op drie favorieten moet stemmen, wordt dat numerieke voordeel wel wat uitgevlakt.

De winnaars van De Nieuwe Lichting 2017 over hun toekomstplannen (én hun zenuwen)
© Guy Kokken

Hollywood was veruit de radiovriendelijkste inzending in de finale. Hebben jullie dat nummer met de wedstrijd in het achterhoofd gemaakt?

BASTIAAN JONNIAUX: Nee. Het is wel ons recentste nummer. We speelden al een tijd met het idee om een meer elektronisch getinte weg in te slaan. Vooral de drumklanken verschillen van onze traditionelere rocksound van vroeger. Hollywood is zeker niet speciaal met airplay in het achterhoofd geschreven, maar we hebben wel uitgebreid nagedacht over hoe onze sound het best kan evolueren.

Dit was ook niet jullie eerste deelname aan De Nieuwe Lichting.

JONNIAUX: Inderdaad. Twee jaar geleden raakten we zelfs niet bij de eerste zestig geselecteerden. Waarom het toen niet en nu wel heeft gewerkt? Misschien lag het aan het nummer, maar volgens mij vooral omdat onze sound nu een pak hedendaagser klinkt.

En niet het enige muziekconcours waar jullie al aan hebben deelgenomen.

YANNICK H’MADOUN: We hebben de voorbije twee jaar meegedaan aan allerlei muziekwedstrijden, en ook al enkele keren gewonnen. Dat staat niet alleen mooi op je palmares, je naam komt ook in de picture, en met wat geluk blijft hij daar zo lang dat de mensen hem onthouden. Anders maak je weinig kans om door te breken, tenzij je Tamino heet en een dijk van een stem hebt. (snel) Niet dat jij geen goede stem hebt, Bram. Jij bent óók een dijk! (lacht)

Bram, jullie zanger, staat als enige Lighthouse-lid met Kai Wén en Tamino op onze cover. Hoe denken de anderen daarover?

SCHELLEKENS: Geen probleem mee. Met vijf leden is het niet zo simpel om goede foto’s te nemen, hebben we al gemerkt. Plus: zet ons samen en er ontstaat blijkbaar nogal snel een boybandeffect. En dat kunnen we écht wel missen. (lacht)

Wat vonden jullie van de concurrentie in de finale?

SOCQUET: Best sterk. Mij heeft vooral Ludoviq overtuigd.

KNOCKAERT: Ik vond Tundra ook heel goed. En Tamino.

JONNIAUX: De sterkte van deze editie zat zeker en vast in de verscheidenheid van de artiesten.

Dat Bram alleen op de foto staat? Geen probleem mee. Zet ons allemaal samen en er ontstaat nogal snel een boybandeffect

Backstage ging het er bij jullie heel ontspannen toe. Er bleek zelfs tijd voor een toernooitje tafelvoetbal.

JONNIAUX: Dat is een van de voordelen van aan veel muziekwedstrijden deelnemen: nóóit zenuwen! (lacht) Serieus, we zijn met vijf om op elkaar terug te vallen, dat zorgt automatisch voor minder stress. En mocht er iets fout lopen, dan weten we door onze ervaring haast instinctief wat gedaan. Dat, én we kickeren gewoon graag. (lacht)

In augustus mogen jullie aantreden op Pukkelpop. Jullie grootste festival tot nu toe?

SOCQUET: We hebben in 2015 al op een zeer groot festival gespeeld: Sziget, in Boedapest. Geweldige ervaring.

Hoe zijn ze vanuit Hongarije bij jullie uitgekomen?

SCHELLEKENS: Wel, we hadden ons voor een wedstrijd ingeschreven … (hilariteit)

KNOCKAERT: We hebben die Sziget Talent Rally, georganiseerd door poppodium 014 in Turnhout, ook gewonnen, hè. We hadden totaal onverwacht de jury overtuigd én de publieksprijs gewonnen.

Ik probeer het nog één keer: jullie rekenden jezelf deze keer tot de kanshebbers of niet?

KNOCKAERT: Neen, echt niet. Meer zelfs: morgen vertrekt de helft van de groep op skivakantie. Oorspronkelijk zouden we op de dag van de finale afreizen. We hebben onze tickets nog kunnen omboeken. Bijna was die reis dus in het water gevallen.

H’MADOUN: Zoiets mag je niet zeggen, Bram! Je zult zien: volgende week spelen we in het voorprogramma van Tout Va Bien, en staat hij hier terug met een gebroken been. Zo kan het evengoed voorbij zijn voor het goed en wel begonnen is.


Kai Wén: ‘Ik heb betere dingen te doen dan te Snapchatten’

Plaats van afspraak de studio van fotograaf Guy Kokken in Aalst. Geen onbekend terrein voor de jonge Bruggeling. Kevin Kembo (20) – Kai Wén is de Chinese vertaling van zijn voornaam – heeft een tiental jaren in de ajuinenstad gewoond en heeft hier nog veel vrienden rondlopen. Het is ook hier dat zijn muzikale roeping begon.

KAI WÉN: Aalst heeft een bloeiende hiphop- en r&b-scene, ja. Er wonen hier veel getalenteerde artiesten en producers. De scene is zelfs groter dan in Brugge.

Behalve zingen en rappen fabriceer je ook zelf je muziek en beats. Hoe heb je dat geleerd?

KAI WÉN: In het begin door over de schouder van mijn grote broer mee te kijken terwijl hij op de computer aan zijn muziek werkte. Ik kom uit een muzikale familie. Toen ik zeven, acht jaar was, ben ik begonnen in het kerkkoor.

Hymnes als Ave Maria of meer swingend spul?

KAI WÉN: (lacht) Het was een zwarte gemeenschapskerk, dus we zongen gospel met het kinderkoor. Ik zag mijn vader ook veel gitaar spelen, mijn zus ging naar de muziekschool en oefende thuis piano. Zelf heb ik samen met mijn broer nog gitaarlessen gevolgd. Later is daar op en na school het rappen en zingen bij gekomen.

De winnaars van De Nieuwe Lichting 2017 over hun toekomstplannen (én hun zenuwen)
© Guy Kokken

Je zit nog steeds op school, welke richting?

KAI WÉN: Media en communicatiewetenschappen, het laatste jaar middelbaar. Vóór De Nieuwe Lichting stond ik voor de keuze: verder studeren of werken en geld verdienen. Nu komt daar een optie bij: verder mijn geluk beproeven in de muziek.

Tegenwoordig valt het niet mee om geld te verdienen in de muzieksector.

KAI WÉN: Weet ik. Het zou ook kunnen dat ik naar Londen ga, om daar verder muziek te studeren – en te maken.

Had je hiervoor al ervaring met muziekwedstrijden?

KAI WÉN: Neen. Een vriend bleef er maar op hameren dat ik me moest inschrijven. Ik ben hem dankbaar, want ik zie dit nu als een erkenning voor al de jaren dat ik al met muziek bezig ben.

Bij de bekendmaking van de laureaten leek het alsof je niet hoorde dat je naam werd genoemd.

KAI WÉN: Klopt. Ik was zo hard aan het applaudisseren voor de anderen! Een van de jongens van The Lighthouse heeft me op de schouder moeten tikken: ‘Je bent er ook bij, hè.’ (lacht) Ik had het niet verwacht.

Wat vond je van de concurrentie in de finale?

KAI WÉN: Sterk. Het liedje van The Lighthouse is een echt vlot radionummer. Tamino heeft een heel krachtige stem. Met hem zou ik in de toekomst graag eens samenwerken. Met Tundra trouwens ook, en Amazumi’s nummer had een goeie, harde beat. Maar de grootste concurrentie kwam die avond, zoals altijd, van mezelf. Ik ben een perfectionist.

The Lighthouse, met wie je een kleedkamer deelde, leefde zich backstage uit met tafelvoetbal. Jou heb ik daar bijna niet gezien. Stress?

KAI WÉN: Niet zozeer stress, maar wel voorbereiding, focus, concentratie.

Was je tevreden met je performance?

KAI WÉN: Het zingen en rappen kan altijd beter, maar het entertainment was wel on point, vond ik. Van nature ben ik een rustige, bescheiden jongen, maar als ik weet dat ik de show moet stelen dan doe ik dat ook. (lacht)

Tamino heeft een heel krachtige stem. Met hem zou ik in de toekomst graag eens samenwerken

Als cover koos je voor One Dance van Drake. Is hij je grote voorbeeld?

KAI WÉN: Een van mijn voorbeelden. Hij speelt tenslotte op het hoogste niveau in the game: niemand telt meer streams

en hij heeft een kast boordevol prijzen. En net als Drake probeer ik in mijn teksten verhalen uit mijn eigen leven of dat van mijn vrienden te vertellen die mensen kunnen herkennen en raken. Mensen helpen met mijn muziek, dat zou ik graag bereiken.

Waar komt de inspiratie van Deep vandaan?

KAI WÉN: Ik probeer zo veel mogelijk mijn grenzen te verleggen – enkel in rap en r&b blijven hangen zou me niet vooruithelpen. Deep heb geschreven nadat ik een avondje was gaan stappen in Aalst, in clubs als The Factory en Cirque Mystic. Daar draaien ze voornamelijk deep house, en die invloed heb ik vermengd met r&b en trap. De beat heb ik gemaakt in een dik halfuur, de tekst stond op papier in een uur. De inspiratie stroomt eruit, maar voor ik naar de studio trek, studeer en werk ik wel heel hard, zodat het eindresultaat helemaal op punt staat. Hard werken loont, zo is me altijd ingepeperd, en dat blijkt nu ook te kloppen.

Daar gaat het cliché dat jonge mensen tegenwoordig vooral denken dat alles vanzelf moet gaan.

KAI WÉN: Dan toch niet in mijn omgeving. Al mijn vrienden, of ze nu muziek maken, voetballen of basketten, zijn heel gemotiveerd om iets te bereiken. Zomaar iets in de schoot geworpen krijgen is toch ook niet leuk? Natuurlijk zijn er jongeren die minder hard streven en hun tijd vooral aan sociale media besteden. Maar ik heb belangrijkere dingen te doen dan te instagrammen of snapchatten. Van je passie je werk maken, zoiets gaat niet vanzelf.


Tamino: ‘Jeff Buckley? Jongens, ik ben nog maar 20, hè’

Plaats van afspraak de keukentafel in huize mama in Mortsel, waar de twintigjarige Antwerpenaar met Egyptische roots – voluit Tamino-Amir Moharam Fouad – na twee en een half jaar Amsterdam sinds kort weer is ingetrokken. De studies aan het conservatorium staan even op pauze.

TAMINO: Ik studeerde zang in Amsterdam, maar de voorbije maanden werd het steeds moeilijker om dat te combineren met mijn verplichtingen hier. Op de duur had ik het gevoel dat ik op te veel plekken tegelijk moest zijn en al die mogelijkheden maar half kon benutten. Op het conservatorium hebben ze er alle begrip voor dat ik even een break inlas.

Je naam ging al vóór De Nieuwe Lichting over de tongen, sinds je in oktober meedeed in de Radio 1-sessie van Het Zesde Metaal. Hoe ben je op die affiche terechtgekomen?

TAMINO: Via Tom Pintens, met wie ik vorige zomer een ep heb opgenomen. Voor een van onze gezamenlijke optredens nodigde hij het hele Zesde Metaal uit. Daaruit is die invitatie voor de Radio 1-sessie gekomen. Ik schrok wel van de impact van zo’n sessie, van hoeveel reacties je daarop krijgt. Het was ook de eerste keer dat ik voor zo veel volk had gespeeld.

De winnaars van De Nieuwe Lichting 2017 over hun toekomstplannen (én hun zenuwen)
© Guy Kokken

Wanneer heb je besloten deel te nemen aan De Nieuwe Lichting?

TAMINO: Net voor die sessie. De ep met Tom (die binnenkort verschijnt, nvdr.) was al opgenomen. Ik dacht: we schuiven één liedje naar voren en we zien wel. Dat is dus heel goed uitgedraaid. (lacht)

Habibi is inmiddels verschenen via Unday Records, de stal waar ook Het Zesde Metaal, Trixie Whitley en Flying Horseman thuis zijn. Ideale keuze?

TAMINO: Dat denk ik wel. Ik stond al in contact met Tim Beuckels vóór die Radio 1-sessie en ik had er meteen een goed gevoel bij. En een Trixie Whitley is voor mij echt iemand om naar op te kijken. De songs die ze schrijft, hoe ze zingt en op het podium staat, haar kunnen op gitaar en piano: allemaal bijzonder straf.

Wat betekent ‘habibi’?

TAMINO: Je kunt het vertalen als schatje, maar het is evengoed iets dat je tegen je kinderen zegt. Zoals mijn vader doet. (lacht)

En gaat het nummer over een schatje in het bijzonder?

TAMINO: (knipoogt) Wie weet?

Je moeder is een Belgische, je vader is Egyptenaar. Van welke kant komen de muzikale genen?

TAMINO: Mijn moeder speelt viool en piano en ze heeft me genoemd naar een personage uit Mozarts Toverfluit. Mijn grootvader langs vaderskant was een heel bekende zanger en acteur in Egypte en de rest van de Arabische wereld: Moharam Fouad. Van eind jaren vijftig tot zelfs de jaren tachtig was hij heel populair.Vooral zijn liveperformances met orkest – Sinatra was een van zijn voorbeelden – grepen me vroeger erg gaan. Mijn moeder legde zijn muziek vaak op. Dat en The Beatles zijn mijn vroegste muzikale herinneringen.

Je bijzondere manier van zingen, met die speciale knik in je stem, heb je dus van je grootvader?

TAMINO: In zekere zin. Hij was een soort Arabische crooner, van een generatie toen de Egyptische muziek beïnvloed werd door westerse klassiek, maar ook door onze popmuziek. Zo ontstond een speciale westers-Arabische hybride. Zangeres Oum Kalthoum is daar een van de bekendste voorbeelden van.

Ik schrok van hoeveel reacties ik op die Radio 1-sessie heb gekregen. Het was ook de eerste keer dat ik voor zo veel volk had gespeeld

Je wordt vaak vergeleken met Jeff Buckley. Valt dat wat mee?

TAMINO: (lacht) Het is een hele zware stempel om te dragen, hè. Toen ik nog in punkrockgroepjes zong – ik was toen veertien, vijftien – kreeg ik dat al te horen. Ik luisterde toen vooral naar stoeme groepjes als Sum 41. Buckley kende ik totaal niet. Toen ik die naam maar bleef horen, ben ik naar zijn muziek beginnen te luisteren en snapte ik de vergelijking wel. Maar toch: Jeff Buckley, jongens! Ik ben nog maar twintig, hè. (lacht)

Tijdens jouw finaleoptreden kon je een speld horen vallen in de nochtans propvolle AB. De hele zaal hing aan je lippen. Heb je dat ook zo op het podium ervaren?

TAMINO: Toen ik begon, waren ze aan de andere kant van dat draaipodium bezig met het materiaal van The Lighthouse weg te nemen. Ik stond te wiebelen op mijn benen, terwijl ik net heel ingetogen moest zingen. Ik was zo geconcentreerd dat ik de sfeer niet goed opmerkte, maar toen het applaus losbarstte, dacht ik wel even: holy shit!

Weet je zelf waarom Habibi zo’n gevoelige snaar raakt?

TAMINO: Ik vraag het me al een tijd af. Ik weet het niet. (gemompel verderop in de keuken, waar jongere broer Ramy een boterham staat te smeren) Maar echt, Ramy, ik meen wat ik zeg!

RAMY FOUAD: Het is simpel: ge zijt gewoon goe, Tamino.

TAMINO: Tja.

Dit is het coverstuk uit de Knack Focus-editie van 15/2. Verder in dit nummer: Oscars 2017: de pronostiek van Dave Mestdach, alles over Big Little Lies en steracteur en sterartiest Peter & Ramses Van den Eede.

De winnaars van De Nieuwe Lichting 2017 over hun toekomstplannen (én hun zenuwen)
© Knack Focus

Partner Content