De hippienihilisten van postpunkgroep Yard Act mogen Elton John alvast als fan beschouwen

Jonas Boel
Jonas Boel Jonas Boel is medewerker van Knack Focus

Yard Act, het jongste postpostpostpunksnoepje van over het Kanaal, wordt niet alleen in de eigen parochie maar ook door beroemdheden als Ed Sheeran en Elton John gesmaakt. Frontman James Smith babbelt zich op hun debuutalbum The Overload een weg door zijn ergernis en begrip. ‘Ik noem mezelf een hippienihilist.’

‘It’s talking, it’s music, it’s really interesting, like Fontaines D.C.’, in die bewoordingen vatte sir Elton in The Guardian zijn enthousiasme voor postpunkkliek Yard Act. Volgens de 130-koppige vakjury van de BBC worden ze dan wel níet het dominante geluid van 2022 – die eer ging naar producer en zangeres PinkPantheress – maar het viertal uit Leeds heeft alvast wel de vinger aan de pols van deze verwarrende en polariserende tijden, mét humor en begrip. Hun album The Overload, niet gespeend van springerige gitaren, zwalpende synths, spoken word, rake karakterschetsen en maatschappijkritiek, is alvast een vroeg lichtpunt in dit muziekjaar.

Ooit heb ik Eminems Stan gecoverd, maar dan met Donald Trump die denkt dat hij een brief schrijft aan Phil Collins. Vreemd dat ik daar nooit mee doorgebroken ben.

‘Het label wilde de release eigenlijk liever nog een beetje uitstellen’, zegt frontman James Smith. ‘Maar wij zeiden: fuck it, we zijn het wachten beu. Januari is sowieso een van de saaiste, stilste maanden van het jaar. En mensen willen nog altijd geëntertaind worden, hè. En daar doen we het tenslotte voor. Vandaar, gedaan met strategisch denken en hup, breng de muziek zo snel mogelijk naar het volk! (lacht)

‘The last bastion of hope this once great nation had left was good music’, zing je in Dead Horse. ‘Was’: verleden tijd.

James Smith: Het is geen kritiek op de huidige stand van zaken in de Britse muziekwereld, hoor. Ik ben niet een van die mensen die constant ‘de muziek trekt tegenwoordig op de ballen’ loopt te verkondigen. Je kunt tegenwoordig zelfs spreken van een hernieuwde interesse in gitaarbands, dus mij hoor je niet klagen. Maar daar gaat Dead Horse dus eigenlijk niet over. Elders in de song komen ook andere zogeheten Britse bastions aan bod, zoals humor en de kunst van het converseren. Het is vreemd dat de Britten enerzijds zo trots zijn op hun kleine, geïsoleerde eiland, maar dat we intussen vergeten wat ons land ‘groot’ heeft gemaakt. Muziek, bijvoorbeeld, heeft meer betekend voor het imago van onze natie dan alle fucking kolonialisme ooit gedaan heeft. Die muziek wordt meestal dan ook nog eens gemaakt door ruimdenkende, progressieve mensen. Mensen die nu genaaid zijn door de brexit. Dead Horse gaat over nationalisme en hoe dat ironisch genoeg alle goeie dingen van een land van binnenuit opvreet.

Beschouwen jullie jezelf als punk?

Smith: Op een semi-ironische manier, soms. (lacht) Dat is al decennialang een interessant debat, natuurlijk: wat is punk precies? Wat betekent het voor jou?

Primitief maar inventief. Doe-het-zelf. Jezelf niet verkopen aan een groot label als Universal.

Smith: (lacht) Ja maar, dat is nu net het plan: de mainstream infiltreren via Universal en zo het label van binnenuit infecteren en uiteindelijk neerhalen. We doen aan punkspionage, we zijn dubbelagenten!

Leg het maar uit.

Smith: Ach, als we door bij Universal te tekenen ons punkkrediet verliezen, het zij zo. Soms zijn je idealen de ellende niet waard. Selling out is alright sometimes. Ik zou nooit iets voor het geld doen dat ik niet wil doen. We doen alleen wat we wél willen. Is het verkeerd dat we daar een beetje poen voor in de plaats krijgen? Ik heb een kind, weet je, en we moeten allemáál de eindjes aan elkaar knopen. Wat ben je met sympathie als je intussen compleet platzak bent?

Voel je affiniteit met andere Britse postpunkbands als Dry Cleaning, Idles of Goat Girl?

Smith: (blaast) Dat is een scene die zich haast integraal in Londen afspeelt. Goeie bands, hoor, maar wij doen ons eigen ding. In Leeds zijn we op onszelf aangewezen, en dat vind ik prima. Als arme, ploeterende artiest is het sowieso veel aangenamer, minder stressvol leven in het noorden van Engeland. In Londen moet je om te overleven als muzikant ofwel geld van thuis uit hebben, ofwel in een kraakpand wonen. Neen, dankjewel.

De hippienihilisten van postpunkgroep Yard Act mogen Elton John alvast als fan beschouwen

Je debiteert meer dan je zingt. Hoe heb je die spoken-wordstijl ontwikkeld?

Smith: Ik ben het spoken-wordcircuit ingerold dankzij enkele promotoren die me met een van mijn vorige bands hadden gehoord en vonden dat ik het moest proberen. Zo belandde ik al eens in het voorprogramma van een dichter of op poëziefestivals met songteksten, fragmenten uit mijn dagboek of vreemde rapachtige dingen. Ooit heb ik een ‘cover’ van Eminems Stan bedacht, maar dan met een tekst vanuit het perspectief van Donald Trump die een brief schrijft naar Gil Scott-Heron maar verkeerdelijk denkt dat het Phil Collins is. Vreemd dat ik daar nooit mee doorgebroken ben. (lacht)

Zit die rapinvloed nog steeds ergens in Yard Act?

Smith: Jazeker. Onze plaat staat vol met loops en samples en overstuurde zwalpende synths. Al de demo’s zijn zo ontstaan, met knip-en-plakwerk. Pas toen de plaat af was, hebben we uitgevogeld hoe we dit met vier man live op een podium gingen brengen.

Ook je rake karakterschetsen, in Rich bijvoorbeeld of The Incident, doen soms aan rap denken. Waar komen die levensechte maar niet altijd erg sympathieke personages vandaan?

Smith: Ze zijn een amalgaam van mensen die ik rond me zie of met wie ik opgegroeid ben. Vaders van vrienden en zo. Ik plaats mezelf in hun fictieve schoenen en dring zo binnen in het perspectief van andere mensen. Ik begin altijd met een leeg canvas, zonder veel na te denken en gaandeweg krijgt dan een personage vorm. Een heilzame denkoefening, zo kun je het noemen.

Het lijkt mij vooral een goede manier om mensen aan het denken te zetten, zonder dat je preekt of iemand een mening in het gezicht roept. Het is eerder een uitnodiging tot nadenken en tot conversatie.

Smith: Absoluut, dat is héél belangrijk voor mij: meer conversatie. Ik geloof oprecht dat mensen niet genoeg met elkaar praten. We moeten dringend meer tolerantie betonen voor mensen die anders denken dan wijzelf. Leren om samen te leven en te communiceren, want onze hakken in het zand zetten en onoverbrugbare lijnen trekken, werkt níét, zoveel is duidelijk. Wat hebben álle mensen gemeen? De nood aan een beetje liefde en begrip, zou ik denken.

Jullie songs ontstaan vanuit een reactie op polarisatie?

Smith: Inderdaad, meer zelfs dan ik aanvankelijk zelf besefte. Ik zit momenteel in een soort politiek vagevuur. Ik heb zo lang geloofd in en gevochten voor allerlei zaken, en die zijn er allesbehalve op vooruit gegaan. Hoe moet het verder? Ik weet het niet, en loop er ook maar wat verward bij, eerlijk gezegd. Daarom vind ik het zo belangrijk om me onder te dompelen in andere perspectieven, want denken dat je dé waarheid, hét antwoord in pacht hebt, blijkt niet erg constructief. Ik hoef niet nog eens te herhalen dat het, om maar een voorbeeld te geven, niet oké is om vluchtelingen in de oceaan te laten verdrinken. Dat wéten de meeste mensen wel. En de punkscene of het indiewereldje preken me al te vaak voor eigen parochie. Ik heb mijn hele twenties gedacht dat er verandering aan zat te komen. Ik geloof dat nog steeds, maar ik ben nu 31, en het wordt tijd om eens wat stil te staan en de wereld vanuit andere hoeken te bekijken.

Anderzijds, de ‘overload of discontent’ waarover je in de titeltrack zingt, is best een goede voedingsbodem voor bands als Yard Act, nee?

Smith: Ellende als voedingsbodem voor muziek, daar pas ik voor. Ik wil songs schrijven gerust inruilen voor een hele wereld hand in hand. Een hippienihilist, zo noem ik mezelf. (lacht) Enkel wanneer we accepteren dat we in constante chaos leven, kunnen we schoonheid in de kleine dingen vinden, troost uit de kleine, mooie momenten putten.

The Overload

Uit op 21/1 via Universal.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Yard Act

Leden James Smith (zang, vooraan op de foto), Ryan Needham (bas), Sam Shipstone (gitaar) en Jay Russell (drums).

Ontstaan in Leeds, na vele samenzweringen in de pub, toen Smith en Needham besloten om samen te hokken.

Laten vanaf 2020 van zich spreken met singles als The Trapper Pelt’s, Fixer Upper, Peanuts en Dark Days.

Gingen hun debuut eerst Yard Act – The Musical dopen.

Frontman James Smith werkt aan een roman waarin de personages uit zijn songs verder leven.

Partner Content