Damon Albarns ode aan de schoonheid van de natuur klonk in Bozar een beetje saai

Op zijn 53ste behoort Damon Albarn zonder twijfel tot de grootste en veelzijdigste talenten die de Britse popmuziek de jongste drie decennia heeft opgeleverd. Zijn concert in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten was er dan ook één waar we reikhalzend naar hadden uitgekeken. Maar was het zo spannend als verhoopt? Niet helemaal.

HET CONCERT: Damon Albarn in Bozar, Brussel op 28/2.

IN EEN ZIN: Er werd aanhoudend op hoog niveau gemusiceerd, maar het klonk allemaal nogal berekend en voorspelbaar, waardoor echte verrassingen schaars waren.

HOOGTEPUNTEN: Royal Morning Blue, Darkness to Light, Polaris, Strange News From Another Star.

DIEPTEPUNTEN: geen

QUOTE (net voor Albarn aan de bisronde begon): ‘Verhip, ik ben mijn bril vergeten’. Neen, veel had de man niet te vertellen.

Door Corona diende de komst van Albarn al eens te worden uitgesteld. Het feit dat hij nu alsnog op een Brussels podium verscheen, werd door de fans dus sowieso op gejuich onthaald. De set stond nagenoeg volledig in het teken van ’s mans jongste soloplaat, The Nearer the Fountain, More Pure the Stream Flows, die tot stand kwam tijdens de lockdown en sinds november in de winkelrekken ligt.

In 2019 kreeg Damon Albarn een compositie-opdracht van Marc Cardonnel, de dirigent van het prestigieuze Fête des lumières in Lyon. De artiest werd gevraagd een orkestraal werk te schrijven, maar kreeg voor het overige carte blanche. Albarn liet zich inspireren door de majestueuze landschappen die hij door het raam zag van zijn vakantiehuis, even buiten Reykjavik, en dat leidde aanvankelijk tot vrij abstracte kamermuziek. Maar met de hulp van Simon Tong (de ex-gitarist van The Verve) en toetsenman/saxofonist Mike Smith (de enige constante in de live-incarnatie van Gorillaz) wist hij uit zijn soundtrack uiteindelijk echte songs te puren.

De plaat zou een ode worden aan de schoonheid van de natuur en de kracht van de aarde. The Nearer the Fountain, een imaginair reisjournaal dat ook Albarns innerlijke landschap weerspiegelt, ontleent zijn melancholische karakter niet alleen aan de prangende klimaatcrisis, maar handelt ook over verlies en rouw. Tijdens het werkproces moest de Brit namelijk afscheid nemen van zijn goede vriend Tony Allen, de Nigeriaanse drummer die deel uitmaakte van zijn groep The Good, The Bad and the Queen. Het één en ander leidde tot fraaie, ingetogen songs met melodieën die doordrongen zijn van tristesse, maar door hun mix van ambient elektronica, hedendaags klassiek en jazz, wellicht net iets te gelaagd klinken om in commercieel opzicht veel potten te breken.

Atonaal

Niet dat Damon Albarn daar één moment wakker van ligt. Sinds hij met Blur naam maakte als dé spilfiguur van de Britpopbeweging en met zijn virtuele popband Gorillaz meer dan 25 miljoen platen verkocht, is hij vrij om precies te doen wat hij wil. Het maakt dus niet uit of hij wil experimenteren met Chinese pentatonische toonladders (zie Monkey: A Journey to the West), een opera wil schrijven over een zestiende eeuwse wiskundige (Dr Dee) of op zijn eigen Honest Jon’s label aan de slag gaat met Malinese muzikanten. De speeltuin die hij voor zichzelf heeft gecreëerd reikt dezer dagen tot aan de horizon.

Damon Albarns ode aan de schoonheid van de natuur klonk in Bozar een beetje saai
© Yvo Zels

In Brussel nam Albarn (met zonnebril!) plaats achter een vleugelpiano en liet hij zich begeleiden door een achtkoppige band, inclusief een strijkkwartet dat soms behoorlijk atonaal uit de hoek kwam. Voor de artiest is The Nearer the Fountain blijkbaar één en ondeelbaar: alle nummers kwamen voorbij, in precies dezelfde volgorde als op de plaat. Zo werden beelden opgeroepen van vulkanische stranden, machtige gletsjers, een onstuimige zee en de berg Esja, maar was er weinig ruimte voor frivoliteiten.

Het titelnummer van de nieuwe lp, waarmee de avond werd ingezet, verwees naar Love and Memory, een elegisch gedicht uit 1829 van de Engelse dichter John Clare over ’the dark journey that leaves no returning’. In de al even statige pianoballad The Cormorant, zette een voorbijvliegende aalscholver de zanger aan het mijmeren over het verstrijken van de tijd en de vluchtigheid van het leven. Het bedrieglijk luchtige Royal Morning Blue was weliswaar een pittig popminiatuurtje, maar tegelijk een bespiegeling over het einde van de wereld.

Toeter

De songs werden regelmatig van elkaar gescheiden door instrumentale interludia, waarin nu eens een sax op de voorgrond trad en dan weer een marimbasolo de aandacht trok. In Combustion blies Damon Albarn op een twee meter lange toeter, wat twee minuten dissonante herrie opleverde. Misschien wilde de opper-Gorilla gewoon even testen of iedereen nog wakker was. En jawel, toen hij even later een uptempo-nummer inzette, met een staccato ritme dat herinnerde aan Virginia Plain van Roxy Music, begon het publiek zelfs even spontaan mee te klappen. Daarna zakte het tempo weer beduidend met het klagerige Daft Wader en Darkness to Light, een even ouderwets aandoend als langoureus popdeuntje dat op walsbenen was geplant.

Damon Albarns ode aan de schoonheid van de natuur klonk in Bozar een beetje saai
© Yvo Zels

In het tweede deel van Polaris haalde Damon Albarn zijn vertrouwde melodica even boven, weerklonk een speels synthmotief en liet de bassist een huppelende groove los, zodat je eindelijk het gevoel kreeg dat er echt iets gebeurde op het podium. Helaas waren die momenten schaars. Zeker, er werd aanhoudend op hoog niveau gemusiceerd, maar tegelijk klonk het allemaal nogal berekend en voorspelbaar. Albarn speelde op zeker, waardoor je zelden verrast de oren spitste. Na Particles knipte hij het licht boven zijn piano uit en verdween hij in de coulissen.

Ook de bissen bleven in hetzelfde sfeertje hangen. The Bollocked Man, enkel verkrijgbaar als bonustrack op de Japanse editie van The Nearer the Fountain, leed aan melodieuze bloedarmoede en Island was een aardige maar doordeweekse instrumental. Helemaal aan het einde volgde dan toch nog een onverwacht juweeltje: het Bowie-achtige Strange News From Another Star, uit Blur, een plaat die deze maand precies een kwarteeuw oud is. Tot twee weken geleden duurden de sets van Albarn nog gemiddeld een half uur langer en trakteerde de man het publiek op enkele grondig herwerkte hits van Blur en Gorillaz. Uiteraard heeft een artiest geen verplichtingen, maar enkele momenten van herkenning en opwinding hadden in Bozar wellicht en wereld van verschil gemaakt.

DE SETLIST: The Nearer the Fountain, More Pure the Stream Flows / The Cormorant / Royal Morning Blue / Combustion / Daft Wader / Darkness to Light / Esja / The Tower of Montevideo / Giraffe Trumpet Sea / Polaris / Particles // The Bollocked Man / Island / Strange News From Another Star.

Partner Content