Ancienne Belgique viert Afrikaanse ritmes in al hun vormen tijdens dag 1 van BRDCST

MC Yallah © .

Een focus op de Oegandese platenlabels Nyege Nyege en Hakuna Kalala, aangevuld met opzwepende footwork en post-punk voor overgangsrituelen, zorgde voor een ritmisch uitdagende festivaldag op BRDCST.

Het heeft lang geduurd, maar de laatste jaren lijken hippe muziekluisteraars eindelijk voorbij de westerse grenzen te zoeken. Dat hadden ze ook door bij BRDCST, het meerdaagse festival van de Ancienne Belgique waarin uitdagende muziek in al haar vormen centraal staat. Tijdens de eerste dag legde de programmatie nadruk op Nyege Nyege en Hakuna Kulala, de twee interessantste Afrikaanse labels van het moment. Nyege Nyege focust zich op ritmisch uitdagende muziek, terwijl zusterlabel Hakuna Kulala opzwepende beats en verpulverende clubmuziek voorziet.

Nyege Nyeges liefde voor complexe ritmes werd meteen in haar puurste vorm geëtaleerd door Arsenal. Niet de Belgische groep van Hendrik Willemyns, wel een percussietrio uit Oeganda. De drie stonden netjes in kostuum op het podium terwijl ze langzaam een soort mantra uit hun longen loslieten, waardoor het geheel aanvankelijk iets weg had van een misviering. Langzaam maar zeker lieten de drie echter hun stokken ratelen over hun drumvellen en koebellen, waardoor we snel wakker werden geschud. Alhoewel, de constante barrage van snelle ritmes werkte na een tijdje heel bezwerend, alsof de drie ons in een opzwepende trance brachten. Enkele keren kreeg de percussionistische misviering een duister randje doordat een van de trommelaars zijn innerlijke nazgûl kanaliseerde en een oerschreeuw door de AB liet klinken, maar verder werden we vooral bedwelmd door de muzikale wierook die het drietal uit zijn trommels losweekte.

Vervolgens kwam Ecko Bazz met zijn duistere raps tonen hoe Hakuna Kulala een feestje bouwt. Onlangs bracht hij nog het sterke album Mmaso uit, dat hij nu voor de eerste keer ooit in Europa kwam voorstellen. Zelf leek de rapper alvast heel gelukkig om de oceaan over te steken en zijn muziek te presenteren, want heel joviaal en vol liefde voor het publiek betrad hij het podium. Dankzij zijn baret leek het alsof hij rechtstreeks van Montmartre kwam rappen na het schilderen. Het contrast tussen zijn verschijning en zijn nummers kon haast niet groter zijn. De muziek van Ecko Bazz is hard en donker en doet wat denken aan een Afrikaanse variant van grime en UK drill. Maar waar die genres een nogal gewelddadige reputatie hebben, werpte Ecko Bazz zich tussen de nummers op als een profeet van de liefde. Hoe hard en donker zijn beats ook waren, de MC wilde vooral lol trappen en een connectie met het publiek aangaan. Missie geslaagd.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Vervolgens werd de fakkel van de Hakuna Kulala-hiphop doorgegeven aan MC Yallah en haar producer Debmaster. Aanvankelijk oogde Yallah wat killer dan Ecko Bazz, al had ze een erg stoere uitstraling. Gaandeweg ging ze toch meer liefde voor het publiek uitspreken, en haar oproepen tot ‘more fire’ werden enthousiast door het publiek beantwoord. De beats van Debmaster waren ritmisch wat complexer dan wat we bij Ecko Bazz hoorden, al lag dat vooral aan alle belletjes, ratelende cymbalen en andere franjes die hij eraan toevoegde. Het geraamte bleef echter bestaan uit zware, opzwepende bassen, waarover MC Yallah haar razend snelle raps kon afvuren. Wanneer we even stopten met losgaan op de waanzinnige energie van het duo, moesten we vooral bewonderen hoe Yallah aan dit tempo nooit over haar woorden struikelde.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Vervolgens werd het podium vrijgemaakt voor enkele artiesten die niet aan Nyege Nyege of Hakuna Kalala verbonden waren, al hield Avalanche Kaito de Afrikaanse geest wel in de zaal. Dit Brusselse post-punktrio wordt namelijk geleid door Kaito Winse, wiens roots in Burkina Faso liggen. Hij groeide op in een familie die traditioneel veel griots voortbracht, West-Afrikaanse verhalenvertellers en muzikanten. Hoewel we de taal niet verstonden waarin hij zijn passionele vocals bracht, had hij inderdaad iets heel theatraals en konden we bij zijn klankkleur moeiteloos onze eigen verhalen verzinnen. Het contrast tussen zijn theatrale voorstelling en de post-punkwaas van zijn bandleden zorgde voor een erg bizar, maar interessant sfeertje. Alsof we getuige waren van het vreemdste overgangsritueel ooit, zonder dat zoiets beangstigend hoeft te zijn.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

In paars gewaad en witte wintermuts kwam jazztrompetiste Jaimie Branch met haar drie muzikanten na al het ritmisch geweld wat rust voorzien. Tenminste, als je enkel op de sfeervolle muziek lette en niet op de kwade slam poetry die Branch over het jazztapijt bracht. In nummers als Prayer for Amerikkka klaagde ze zowat alles aan dat wrang loopt in de wereld, terwijl haar muzikanten vrij kalme jazz brachten. Muziek voor in cocktailbars waar je tijdens happy hour twee molotovs voor de prijs van één krijgt. Haar gedichten droeg Branch op aan ’the good, the bad and the rest of us’, een erg toepasselijke verwijzing aangezien haar trompet met momenten wat aan de epiek van Ennio Morricone deed denken. Wanneer Branch haar microfoon even neerlegde, werd de muziek onrustiger en woelde de zaal dankzij de onrustige drumgolven en het nakende onweer dat cello, contrabas en trompet aankondigden. Jammer genoeg leek het pit halverwege de set te verdwijnen. Weg waren de maatschappijkritische teksten of de muzikale onrust, en het kwartet begon steeds meer makke pretjazz te spelen. Wij onthouden vooral de eerste drie kwartier van het optreden, de rest was er te veel aan.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Als afsluiter stond Jana Rush op het menu, een dj uit Chicago die zich specialiseert in footwork. Dat is een elektronisch genre dat zich specialiseert in opzwepende, vliegensvlugge ritmes, vaak met samples uit hiphop of de popmuziek. Met Nyege Nyege heeft Rush niets te maken, maar dankzij haar genrekeuze bleef de ritmische focus van de festivaldag ook bij haar show intact. Aan haar draaitafels oogde ze eerder grappig met haar feloranje hoodie en flashy zonnebril, maar die bizarre outfit paste wel bij de bliepjes en bliepjes waarmee haar set opende, alsof aliens contact probeerden te leggen met het publiek in de AB. Terwijl de ritmes geleidelijk opbouwden, liet Rush allerlei pornografische samples uit de bassen oprijzen, alsof beide op elkaar reageerden. Wanneer de typische footworkritmes dan eindelijk los mochten barsten, ontaardde de set in een orgie van stuwende bassen en uitdagende ritmes. Houvast in het opzwepende geheeld waren de grappige, alledaagse samples van bijvoorbeeld scheidsrechterfluitjes en droevige trompetten. Hoogtepunt was een footworkremix van Sweet Dreams (Are Made of This), waarna we voldaan een festivaldag vol opzwepende percussie en dreunende beats konden afsluiten.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content