Amerikaans artrocktrio Battles headliner van nieuw AB-festival BRDCST: ‘Trump gaat zwaar op zijn donder krijgen’

V.l.n.r.: Dave Konopka, John Stanier en Ian Williams. © gf

Tussen 24 en 27 maart vindt in de Ancienne Belgique het gloednieuwe indoorfestival BRDCST plaats, een vierdaagse muzikale ontdekkingsreis met als grote headliner het New Yorkse artrocktrio Battles. Een gesprek met gitarist-toetsenist-stoorzender Ian Williams: ‘Bij onze muziek drink je best een tequila.’

Hoewel de New Yorkers van Battles vanwege hun complexe songstructuren en georkestreerde chaos doorgaans gecatalogeerd worden onder mathrock en artrock, is hun reputatie als liveband er eentje van de categorie Balthazar, Bruce Springsteen, Muse en… K3: retestrak, en zelden of nooit ontgoochelend.

Dat heeft alles te maken met het opzwepende slagwerk van John Stanier (de ex-drummer van metalband Helmet), de aanstekelijke riffs van Dave Konopka en het knoppenwerk van creatieve stoorzender Ian Williams (ex-Don Caballero). Het leverde in de studio al drie pareltjes van albums op, en zorgt tijdens optredens voor een zweterige, haast transcendentale ervaring.

Tien jaar geleden stond Battles een eerste keer op de planken van de AB, toen nog in het kader van het Dominofestival – als gemeenplaats van ontdekking en experiment de voorloper van dit BRDCST. Tijdens dat verstreken decennium werd het viertal een trio, nadat zanger Tyondai Braxton in 2010, in volle opnames van tweede langspeler Gloss Drop, afhaakte. Dit met gastvocalen opgeluisterde tweede album werd matig onthaald, maar met La Di Da Di slaagt Battles dezer dagen keihard terug, ditmaal als instrumentaal trio.

‘Ik denk en hoop dat je op La Di Da Di hoort dat we onze identiteit als drietal en instrumentale band gevonden hebben’, zegt Ian Williams, brein van Battles, vlak voor hij zijn appartement in Brooklyn weer inruilt voor de tourbus. ‘Eigenlijk is Battles oorspronkelijk ook zo bedoeld. Onze eerste EP’s, tussen 2002 en 2006, waren allemaal instrumentaal. Pas met onze eerste LP Mirrored kozen we voor een andere richting en integreerden we stemmen in onze muziek. Die lijn trokken we door op Gloss Drop. Voor La Di Da DI zijn we teruggekeerd naar de roots van deze groep, tussendoor hebben we gewoon nogal lang geëxperimenteerd. In mijn hoofd is Battles in de eerste plaats een rockband, al zitten er grooves en elektronische invloeden in verwerkt. Het is nooit helemaal duidelijk, en dat is goed zo.’

V.l.n.r.: John Stanier, Ian Williams en Dave Konopka.
V.l.n.r.: John Stanier, Ian Williams en Dave Konopka.

Welk instrument bepaalt de sound van Battles het meest: de gitaar, het keyboard, het drumstel of de computer?

WILLIAMS: Goh, we prutsen graag met die gangbare interpretaties. Je kunt een Fender Rhodespiano door een vervormde gitaarversterker jagen en een klassieke gitaarsound produceren, en je kunt je gitaar een digitaal effect meegeven zodat hij als een synthesizer klinkt. Dat mensen niet meer weten of ze nu een keyboard of een gitaar horen: dat boeit me. Nu goed, als ik er toch één akoestisch instrument zou moeten uitpikken, noem ik de drums. Die zijn het meest direct.

Sinds het vertrek van Tyondai heeft Battles geen zanger of frontman meer. Denken jullie bij aanvang van een nieuwe tournee wel eens na over het vraagstuk hoe je als instrumentale band een concert visueel boeiend kunt houden?

WILLIAMS: We hebben het geluk dat we alle drie uitzonderlijk knappe mannen zijn, dat volstaat om visueel te boeien. (lacht) Neen serieus, we beseffen dat het fysieke aspect van een drummer het makkelijkst mensen aanspreekt, in die zin is het logisch dat we John centraal plaatsen.

Jullie staan bekend als perfectionisten in de studio – dat er amper drie albums in tien jaar tijd uitkwamen, is daar een exponent van. Hoe vertaal je die drang naar perfectie in liveshows?

WILLIAMS: Hoe meer ervaring je opdoet, hoe makkelijker het wordt om zogezegde foutjes geruisloos te integreren in je song. Dan knik je even naar je bandleden: ‘Yeah, I meant to do that.’

Vorig jaar hebben we de mensen van de Ancienne Belgique bedrogen door in de Botanique te gaan spelen, maar de AB blijft wel één van de fijnste muziektempels in de wereld.

Hoeveel ruimte is er voor improvisatie binnen Battles?

WILLIAMS: Op het podium geven we de songs meer vrijheid, door ze bijvoorbeeld wat langer uit te rekken of ‘grootser’ te maken. Niet zelden hebben we het gevoel dat we onze eigen songs staan te coveren. Maar er is zeker ruimte voor improvisatie. Meer en meer wordt dat mijn favoriete onderdeel van de show. We hebben geen bandleider, niemand die de grenzen afbakent. Ik moet echter wel rekening houden met de twee anderen. John drumt heel duidelijk: het is zus of zo. Hij zorgt voor de klei in onze muziek. Het komt er op aan er zoveel mogelijk plezier voor mezelf uit te halen, zonder de sound van onze band in het gedrang te brengen.

Kijk, veel mensen zijn gefocust op het vinden van iets dat ze goed kunnen en proberen dat te perfectioneren zodat ze er nóg beter in worden. Die mentaliteit heeft nooit in mij gezeten. Ik tast liever af hoe ver ik kan gaan met iets nieuws.

En, al op limieten gestoten?

WILLIAMS: Natuurlijk. Op ons nieuw album zijn we niet voor de meest toegankelijke songs gegaan, zoals we op ons eerste album met Atlas deden of op ons tweede met Ice Cream. Op La Di Da Di is onze attitude: dit zijn wíj, het is te nemen of te laten. Mogelijk slaat het daardoor minder aan, maar als band zijn we beter dan ooit. Dat is niet cocky bedoeld, het is een oprecht gevoel.

Jullie stonden het voorbije jaar in exotische steden als Mexico City en Bangkok. Hoe reageert het publiek daar op Battles?

WILLIAMS: Door de evolutie van het internet worden over heel de wereld artiesten tegenwoordig in eenzelfde hokje gestoken: indie of commercieel. Tegelijk zijn de verschillen in muziekbeoordeling uitgevlakt. Maar er bestaat wel nog een groot verschil naar waardering toe. In Mexico, Thailand of India zijn de mensen blij en dankbaar dat je bij hen een concert bent komen spelen. Alsof je hen net een bepalend moment in hun leven hebt bezorgd. In de VS of Europa ben je vaak de zesde coole band in één week tijd. Je ziet mensen denken: mja, dat was niet slecht, en nu op naar de volgende.’

V.l.n.r.: Ian Williams, Dave Konopka en John Stanier.
V.l.n.r.: Ian Williams, Dave Konopka en John Stanier.

Battles staat voor de derde keer in de AB. De eerste keer was in 2006, de tweede keer in 2007. Jullie zijn een loyale band?

WILLIAMS: Wel, we hebben de mannen van de Ancienne Belgique vorig jaar bedrogen, door in de Botanique te gaan spelen. Maar de AB is één van de fijnste muziektempels in de wereld.

Jullie staan er in het kader van BRDCST, net als Domino destijds een festival voor ontdekking en experiment. Is dat de context waarin jullie het best gedijen?

WILLIAMS: Het is een comfortabele setting voor ons, dat klopt. Maar we spelen even graag op grotere, commerciële festivals. Ik hoop voor Battles dat het niet blijft bij ‘ons’ conceptje, met onze coole, arty vrienden die komen kijken en dan weer naar huis gaan. We willen geen museumstuk zijn.

Er zullen tijdens BRDCST naast een hoop nieuwe bands ook expo’s, lezingen en workshops aangeboden worden. Is er iets dergelijks dat jou de voorbije maanden kon inspireren?

WILLIAMS: (blaast) Man, het is hier ochtend, veel te vroeg voor zulke moeilijke vragen. (denkt lang na) De laatste tijd sta ik vaak op met de hemelse klassieke muziek van componist Charles Ives. In combinatie met een koffietje uitstekend om de dag mee te beginnen.

Trump spreekt duidelijke taal, dat moet je hem nageven. Maar ik denk niet hij de Amerikaanse presidentsverkiezingen zal winnen. He is just too insane.

Welke drank past het best bij de muziek van Battles?

WILLIAMS: Tequila!

Hoe verklaar jij, als afgestuurde in geschiedenis en politieke wetenschappen, het fenomeen Donald Trump?

WILLIAMS: Eén ding moet je hem nageven: hij spreekt duidelijke taal. De Republikeinse partij heeft er altijd al een racistische ideologie op nagehouden, maar het werd nooit publiekelijk gezegd. Alles gebeurde volgens gecodeerde boodschappen. Je moest vooral doen alsof je een gezonde, fatsoenlijke mens was. In die zin is het enigszins entertainend om te zien hoe Trump die heilige, of beter gezegd: schijnheilige, huisjes omver blaast.

Anderzijds breekt het angstzweet me uit bij de gedachte dat hij president kan worden. Al denk ik nog steeds niet dat hij het zal halen… he is just too insane. De helft van de Republikeinen haat hem trouwens ook, hoor. Alleen heeft hij tot nu toe kunnen profiteren van de chaos en de veelheid aan kandidaten bij de Republikeinen.

Ik heb er vertrouwen in. Trump zal de latino’s en de vrouwen motiveren om eindelijk ook eens te gaan stemmen. Want dat is altijd het probleem geweest: heel de Amerikaanse bevolking naar het stemhokje krijgen. Dat zal nu anders zijn. Geloof me: Trump gaat zwaar op zijn donder krijgen.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

BRDCST vindt tussen 24 en 27 maart plaats in de Ancienne Belgique. Battles, wiens jongste album La Di Da Di sinds september 2015 uit is bij V2, speelt op de slotdag. Alle info: abconcerts.be

Matthias Stockmans

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content