50 jaar ‘Monster Movie’ van Can: weinig succes, maar wel een zenuwinzinking

Niet alle muziek geurde in 1969 naar patchoeli. Een zomer lang belichten we de vreemdere klanken die toen op vinyl gestanst werden en vandaag nog altijd swingen. Deze week: Monster Movie van Can.

De groep

Nadat de Duitse, klassiek geschoolde pianist Irmin Schmidt in 1966 is teruggekeerd uit New York, waar hij avant-gardecomponisten als Terry Riley en Steve Reich ontmoette, richt hij, samen met bassist Holger Czukay, gitarist Michael Karoli, drummer Jaki Liebezeit en de Afro-Amerikaanse, naar Keulen verkaste kunstenaar en zanger Malcolm Mooney de experimentele krautrockband Can op. De naam is een verwijzing naar de soepblikken en popart van Andy Warhol.

De plaat

Een poging om in 1968 een eerste album aan platenlabels te slijten liep af op een sisser, dus besloot de groep om een iets commerciëler koers te varen op het in augustus 1969 verschenen Monster Movie, opgenomen in hun homestudio Inner Space.

Het geluid

Schmidt en Czukay liepen allebei school bij experimenteel componist Karlheinz Stockhausen, Liebezeit was een vrijgevochten jazzdrummer, Karoli was fan van Jimi Hendrix en The Beatles, en Mooney moest het meer van bluf dan van zijn stem hebben. De vier tracks op hun debuut ontstonden uit urenlange improvisatiesessies waarin de rock-‘n-rolltrance van The Velvet Underground gekoppeld werd aan sjamanistische uitspattingen richting repetitieve protopunk en extatische noise. Mary, Mary So Contrary is een perverse verbastering van het bekende, Engelse kinderwijsje, en het meer dan twintig minuten durende You Doo Right beslaat zowel dissonante garagerock als minimalistische dubinvloeden.

De quote

‘Why don’t you dance us some more/ Why don’t you dance us some more/ Why don’t you dance us some more/ Like before?’ (uit Outside My Door)

De impact

Veel potten brak de eerste plaat van Can niet. De grootste impact had ze op zanger Malcolm Mooney, die aan de opnames een zenuwinzinking overhield en niet veel later vervangen werd door de Japanner Damo Suzuki. Met hem maakte de groep wat later de dubbelaar Tago Mago (1971), hun meest gerenommeerde elpee die onder meer door Brian Eno, The Fall, Mark Hollis van Talk Talk, Happy Mondays, The Horrors en Radiohead een inspiratiebron wordt genoemd. Van begin tot midden jaren zeventig vormde Can samen met bands als Neu!, Kraftwerk, Faust en Cluster de speerpunt van de krautrock, ook ‘kosmische Musik’ genoemd. David Bowie ging er de mosterd halen toen hij naar Berlijn was verhuisd.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Partner Content