20 jaar ‘Outside the Simian Flock’ van Millionaire: ‘Wij willen naast Radiohead en Queens of the Stone Age staan’

© GF

Al speelde hij bij Evil Superstars en dEUS, nu begint het pas écht voor Tim Vanhamel (23). Millionaire, zíjn groep, wil een lap om de oren geven. Op het funky debuut ‘Outside The Simian Flock’ hoor je jonge honden janken naar de maan. Door Peter Van Dyck. Foto Guy Kokken

Al speelde hij bij Evil Superstars en dEUS, nu begint het pas écht voor Tim Vanhamel (23). Millionaire, zíjn groep, wil een lap om de oren geven. Op het funky debuut ‘Outside The Simian Flock’ hoor je jonge honden janken naar de maan.

Tim Vanhamel, de spil van Millionaire, had beter moeten weten. Als gitarist bij Evil Superstars en dEUS had hij al kunnen ondervinden dat majors een andere agenda hebben dan de alternatieve rockgroepen waarmee ze, als vorm van artistiek prestige, graag pronken. Toen BMG een akkoord sloot met Les Enfants Terribles, het label dat Luc Van Acker (zie Arbeid Adelt!, Shriekback en Revolting Cocks) had opgericht, rook Vanhamel nog geen onraad. Maar nog vóór Les Enfants Terribles goed en wel gelanceerd was, knipte BMG de navelstreng met Van Acker door. Millionaire terug naar af, dus.

Een talent waarvoor zelfs ex-baas Mauro Pawlowksi enorm veel ontzag heeft – ooit zei hij: ‘Als Tim een plaat maakt en hij zoekt een gitarist, ben ik altijd bereid’ – moest met een afgewerkte plaat opnieuw op bedelronde langs de platenfirma’s. Millionaire tekende uiteindelijk bij grote independent PIAS en na een behoorlijk ontvangen eerste single Body Experience Revue en optredens op de zomerfestivals ligt dat langverwachte Millionaire cd-debuut Outside The Simian Flock dan toch in de winkels.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Vanhamel maakte de plaat niét met Mauro, maar met het vriendenclubje van Ben Wijers (gitaar), Dave Schroyen (drums) en Bas Remans (bas). Met veel overtuiging en branie kookten zij een pittig potje popmuziek, op smaak gebracht met dissonante, brutale pepers. Het universum: ergens tussen de p-funk van Parliament en Funkadelic en de harde gitaren van Smashing Pumpkins.

Toen je in februari 2000 met dEUS terugkwam van ‘The Ideal Crash’-tournee zei je over Millionaire: ‘Ik ga nu even dit doen.’ Dat ‘even’ duurde anderhalf jaar. De weg naar het debuut blijkt een martelgang te zijn geweest.

Tim Vanhamel: Het heeft vreselijk lang geduurd, ja. We zijn precies een jaar geleden begonnen met de opnames. Na een maand was alles al gemixt. Toen begonnen de problemen. De deal tussen Luc Van Ackers label en BMG ging niet door en we stonden op straat. Moesten we weer helemaal van nul af met onderhandelingen starten. Achteraf bekeken, viel het echter nog aardig mee. We hebben in de zomer veel live gespeeld en kregen zo de kans om verder te groeien.

Kwam dat gedoe met de platenindustrie minder hard aan omdat je op dat vlak met Evil Superstars en dEUS al een en ander had meegemaakt?

Vanhamel: Nee. Ik trap keer op keer in dezelfde val. Maar het is, denk ik, toch een geluk bij een ongeluk dat we nu niet bij BMG zitten. Waren we dáár terechtgekomen, het zou helemaal misgelopen zijn. Luc Van Acker is een superkerel. Hij was heel enthousiast en gemotiveerd. Hij kwam naar de repetities in Hasselt en regelde de preproductie.

Bas Remans: Maar de mensen van BMG kenden ons niet eens. Ze wisten zelfs niet dat Luc dat label had opgericht.

Vanhamel: Een voorbeeld van slechte communicatie. Ik stond op dat moment toch wel wat onder stress: zou het allemaal wel goed komen?

Welke verwachtingen koester je nu zelf?

Vanhamel: Ik ben gezond optimistisch. Ik verwacht niet dat we even grote verkoopcijfers halen als Novastar. Wij komen uit een andere hoek. Ik denk dat we voldoen aan wat onze ambitie is: muziek met ballen maken en nieuwe territoria exploreren. Al het succes dat erbij komt, is te gek.

Innoverend willen zijn, is natuurlijk fantastisch, maar hou je in het achterhoofd dat er ook nog een publiek voor moet zijn?

Vanhamel: We zullen niet snel een plaat à la Stockhausen of John Cage uitbrengen. We houden van experiment, maar ook van echte songs. Om die reden zal onze muziek altijd wel aanhoorbaar blijven. Wat we doen, is welomlijnd. Ik hoop dat de luisteraars een beetje moeite doen.

Denk je dat het publiek onderschat wordt?

Vanhamel: Misschien óverschat ik het wel. Met Evil Superstars stonden we in Engeland voor haast lege zalen te spelen. Twee kerels stonden compleet uit de bol te gaan, de rest gaapte ons niet begrijpend aan. Je zag die mensen, echte britpoppers, denken: what the hell is this? Toen pas besefte ik: we gaan niét in Top Of The Pops optreden en op nummer één staan. Ik ben zelf een fan van muziek die verrast en een lap om de oren geeft. Ik heb er vertrouwen in dat er nog van dat slag mensen rondlopen.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Wat was de laatste plaat die je heeft omvergeblazen?

Vanhamel: De cd van The Strokes. Die zet ik vaak in de auto op. Er is uiteraard een megahype rond gecreëerd. Precies daarom wilde ik het ook eens checken. Een heel goeie plaat. The Strokes zijn ook jonge honden, hé. Je voelt dat er opnieuw steeds meer groepen opstaan die zich volledig willen geven.

Echt vernieuwend zijn The Strokes wel niet.

Vanhamel: Nee. Maar dat hoeft ook niet.

Remans: De nieuwe cd van Squarepusher is ook knap.

Vanhamel: Mijn smaak gaat heel breed: van heavy tot Sparklehorse.

Zie je jezelf ooit, zoals Mauro, een pure popplaat maken?

Vanhamel: Ja. Zeker weten. Ook popplaten kunnen vernieuwend zijn. Luister naar Faith van George Michael of naar sommige platen van Michael Jackson. Qua productie waren die uniek in de jaren ’80. Dat waren dansplaten, maar de arrangementen en de klankkleuren gaven ze iets speciaals.

‘Outside The Simian Flock’ is een sexy en freaky album.

Vanhamel: Seks is voor mij heel belangrijk. Een aantal nummers gaat daarover.

Het is seks met een destructief randje. ‘I will bring the fire and I’ll burn us down tonight’, zing je in ‘Come With You’.

Vanhamel: Seks met een beetje pijn, ja. We zijn ook kwaaie jongens. We willen harde, afwijkende muziek maken. Als dat afwijkende én die seks in onze plaat zitten, zijn we in ons opzet geslaagd.

Heb je ‘De Nationale Test’ gevolgd?

Vanhamel: Niet echt. Te saai. Al die vragen: dat duurde me wat te lang.

Je weet dus niet hoe het met je seksuele intelligentie is gesteld?

Vanhamel: Nee. Ben ik nochtans wel benieuwd naar. Al vrees ik dat ik een slechte score zou hebben gehad.

Is het gezond om van je vijftiende al voor je muziek te leven?

Vanhamel: Financieel, fysiek én psychisch is het wellicht niet zo gezond, maar het was een natuurlijke drang. Als je bij een artiest ziet dat muziek zijn leven is, geeft dat toch een extra dimensie. We hebben niet gestudeerd. Dat is nooit een punt geweest. Soms slaat de onzekerheid wel toe. Je moet kunnen overleven. Je weet niet wat de toekomst brengt. Maar zolang ik die behoefte heb en er plezier aan beleef, zie ik geen probleem. Toen we nog op de schoolbanken zaten, droomden we al weg. We wilden alles weten van groepen: rookte Kurt Cobain sigaretten? Die levenswijze, dat je m’enfoutisme trok ons aan.

Soms, als ik oude schoolmakkers tegenkom, denk ik: shit, die hebben een baan en ik heb nog altijd niks. Het wordt nu stilaan duidelijk dat ik écht iets doe en daar ben ik blij om. Dit is nog maar een begin. Ik heb nu mijn groep, begrijp je. Ik speelde bij Evil Superstars en bij dEUS, maar nu pas heb ik het gevoel: zo moet het zijn. Ik wil naast Radiohead en Queens Of The Stone Age staan.

Je vader is een jazzfreak en amateur-muzikant met een halftijdse baan. Dat hij niét die bezetenheid heeft, ben je daar nooit jaloers op geweest? Hij kan heel vrij en onbevangen musiceren. Hij heeft niet zozeer dat moéten.

Vanhamel: Toch wel, hoor. Hij is nog méér bezeten dan ik, daar ben ik zeker van. Op zíjn manier dan wel. Hij is veeleer een laatbloeier en heeft nooit de ambitie gehad om nummers te schrijven, maar hij is áltijd aan het musiceren. Kom ik binnenvallen: gegarandeerd staat hij klarinet of contrabas te spelen. Moet ik vijf minuten wachten voor ik iets kan zeggen. ( lacht) Bas z’n vader: hetzelfde verhaal.

Remans: Als ik als kind iets aan mijn pa wou vragen, was ik vaak verplicht om eerst een half uur naar een pianostuk te luisteren. ( lacht)

Vanhamel: Ik ben blij met zo’n vader. Toen hij hertrouwde, kwamen zijn vrienden op het feestje spelen. Ik vond dat knap. Ze brachten onder meer joodse muziek. Wat een verschil met huwelijksfeesten waar ze de polonaise staan te huppelen. Daar loop ik van weg. Eerlijk, het was heel fijn om in een muzikale omgeving op te groeien.

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Millionaire is eigenlijk een bende oude vrienden.

Vanhamel: Dave, de drummer die ook bij Evil Superstars speelde, en ik zitten al heel lang samen in groepjes. Bas ken ik ook al heel lang. We hingen samen op straat rond, rookten broederlijk onze eerste jointjes. Met Ben, de gitarist, heb ik in de klas gezeten. Na het afwerken van mijn middelbare school ben ik meteen op tournee vertrokken met Evil Superstars. Toen ik terugkeerde, zag ik de groep waar Bas, Ben en Dave op dat moment bij speelden. Toen wist ik: hallelujah, dat zijn ze. We moésten samenvloeien. Na de opnames van het album is Aldo Struyf (toetsenman, bekend van Orange Black, pvd) er nog bijgekomen voor het livewerk. Toen we de eerste keer met vijf repeteerden, klopte alles. Ik vind het heel sterk dat we, na alle omzwervingen, zo weer bij elkaar zijn terechtgekomen. Het zijn verdomd goeie muzikanten.

Maar jij blijft de baas, zoals Mauro dat was bij Evil Superstars?

Vanhamel: Daar was het toch anders. De Superstars waren wel vrienden, maar we gingen zelden samen op café. De sfeer bij Millionaire is opener. We zijn een democratie, al ben ik hoe dan ook de master of ceremony. Ik luister naar hun opmerkingen. Er is een heuse wisselwerking: ieder heeft zijn inbreng, maar ík moet het uiteindelijk zingen. Ik kan niets zingen waar ik niet achter sta. Ik wil enkel het beste voor Millionaire, mijn ego mag geen obstructie vormen. Als iemand anders met een superfunky nummer afkomt, zal ik het met open armen ontvangen. Bij Radiohead moet het ook zo zijn: Thom Yorke bepaalt de richting, maar de anderen leveren ook ideeën aan.

‘Blindfold’ gaat over mensen die voor hun tv hangen en blind zijn voor wat het leven nog meer te bieden heeft.

Vanhamel: Blind voor het spirituele, ja. Wat dat spirituele voor mij persoonlijk is? Muziek en liefde. Alles wat me energie geeft, wat me oplaadt. Spiritualiteit is natuurlijk een gevaarlijk woord. Wij branden geen wierookstokjes, weet je. Maar ik vind dat er in een songtekst iets gezegd mag worden. Het moet niet altijd lollig zijn.

Dit interview is op 17 oktober 2001 verschenen in Knack Focus.

Partner Content