‘Woef!’ en ‘Woohoo!’, zo aanstekelijk werkt ‘De zes Brandenburgse Concerten’ van Rosas

© Anne Van Aerschot
Els Van Steenberghe
Els Van Steenberghe Els Van Steenberghe is theaterrecensent.

Anne Teresa De Keersmaeker laat zestien dansers en een rebelse hond los op De Zes Brandenburgse Concerten (1721) van Johann Sebastian Bachs en bezorgt je – mede dankzij de magnifieke live uitvoering van B’Rock Orchestra – een topavond vol gehuppel, gewiegel en gekwispel.

En de zon komt op. Dat is het eerste wat je denkt wanneer de cirkelvormige constructie opstijgt waaraan scenograaf Jan Versweyveld de spots en een immense, liggende ster van hallogeenlampen bevestigde. Dit is hét teken voor de twintig muzikanten – die net vóór de eerste publieksrijen zitten – en de zestien dansers om hun twee uur durende tour de force te starten.

Het is de vijfde keer – na onder meer Partita 2 (2013) en Mitten wir im leben sind (2017) – dat Anne Teresa De Keersmaeker aan de slag gaat met muziek van Bach.

Net als in de twee creaties die we net vermeldden, plaatst De Keersmaeker ook nu de muziek letterlijk en figuurlijk op het eerste plan. Doordat de muzikanten van B’Rock Orchestra net voor de eerste publieksrijen staan (enkel klaveciniste Anna Fontana zit), waaiert de muziek prachtig uit én – dit is zeldzaam – heeft het publiek een geweldig zicht op het magische vingerwerk van die muzikanten, zoals Fontana’s handen die even snel als elegant over het klavier van het klavecimbel razen. Die vingervlugheid contrastreert overigens prachtig met de vaak weidse bewegingen van De Keersmaekers choreografie waarin soms het ritme van de muziek gevolgd wordt, maar vaak rustige – secuur gebeeldhouwde solo’s (met veel kleine hoofd- en handbewegingen) – tegenover vinnige muziekpassages geplaatst worden.

De zes concerten worden telkens aangekondigd door een jongenman in vrijetijdskleding die rustig naar het midden van het podium wandelt en daar een bordje omhooghoudt waarop de titel van het concert staat. Van zodra hij wegwandelt, kleurt de scène per concert goudgeel, blauwig wit of zachtroze en komen de dansers – gehuld in elegante, zwarte kostuums die even mooi ‘uitwaaieren’ als de muziek – op.

Anne Teresa De Keersmaeker doet het weer: met haar dans een muziekstuk inzichtelijk maken en de beleving ervan rijker.

Tijdens het eerste concert stappen alle dansers in een lijn over de scène. De eerste danssolo ontstaat wanneer ook in de muziek de eerste solo te horen is. De Keersmaeker past een intussen vertrouwde maar allerminst achterhaalde techniek toe en laat dansers een instrument ‘belichamen’. Dat levert onder meer een podium vol wonderlijk wiegelende mannen op tijdens het eerste concert en een grandioze scène in het derde concert. In die scène ‘vertolkt’ danser Frank Gizycki de viool van Amandine Beyer. De wervelende muziek zweept hem, en in zijn kielzog het volledige dansersensemble, op. Het leidt tot een schitterende cirkeldans die het hele podium in beslag neemt. Gizycki rent tussen zijn rennende collega’s door terwijl hij halve pirouettes draait en ineens een uitgelaten ‘woohoo!’ de zaal in jubelt.

Dat spelplezier is opmerkelijk. Vooral tijdens de uptempo-stukken – waar zelfs ruimte is voor humor wanneer een van de danseressen een swish swish uitvoert – straalt dat plezier ook uit het geamuseerde oogcontact tussen de dansers onderling én tussen de dansers en de muzikanten.

Vooral tijdens de uptempo-stukken – waar zelfs ruimte is voor humor als een van de danseressen eenu003cemu003eswish swishu003c/emu003e uitvoert – straalt het spelplezier van de scu0026#xE8;ne.

Wat op het toneel gebeurt, gebeurt ook in de zaal: dans en muziek interageren voortdurend. Door wat je ziet, hoor je de ‘architectuur’ van de muziek zoveel beter. Deze choreografie ontstond niet alleen uit de muziek maar voedt ook je verwondering voor Bachs meesterschap. Anne Teresa De Keersmaeker does it again: met haar dans een muziekstuk inzichtelijk maken en de beleving ervan rijker.

Al biedt haar choreografie – waarin ze vooral inzet op weidse cirkelgebaren, lange looplijnen en enkele door kleine hand- en hoofdbewegingen gekleurde solo’s – niet steeds even straf weerwerk. Er zit een dip in het vierde concert waarin Thomas Vantuycoms danssolo mak en kleurloos dialogeert met de eclatante klavecimbelsolo. En tijdens het eerste concert kwijt de rebelse hond zich iets te fors blaffend van zijn taak. Maar deze onvolmaaktheden geven de voorstelling wél wat robuusts in de plaats van iets afgelikts. Dat weerbarstige houd je alert. Tot ‘de zon’ van scenograaf Jan Versweyveld ondergaat en je dankbaar denkt: ‘woohoow!’

Trailer:

270360

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
https://www.youtube.com/user/RosasVzwYouTube480https://www.youtube.com/Rosas vzwhttps://i.ytimg.com/vi/W92F_Q2HSII/hqdefault.jpgvideo4801.0Teaser: rehearsals of The Six Brandenburg Concertos (2018)

De zes Brandenburgse Concerten (Rosas) speelt tot 9 januari in De Munt te Brussel, op 28 en 29 februari in Concertgebouw Brugge, op 20 en 21 maart in Opera Gent en van 3 tot 6 april in DeSingel in Antwerpen. Alle info: www.rosas.be

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content