Rebecca Solnit doorbreekt vrouwen hun slachtofferrol in ‘Herinneringen aan mijn onzichtbaarheid’

Roderik Six
Roderik Six Journalist voor Knack

Rebecca Solnit houdt in haar memoires de lezer een nietsverhullende spiegel voor. Alleen vergeet ze soms kritisch naar zichzelf te kijken.

1981, San Francisco. Rebecca Solnit is negentien en gaat voor het eerst alleen wonen. Voor amper tweehonderd dollar kan ze een groot appartement huren in een zwarte buurt van San Francisco. Ze zal er vijfentwintig jaar blijven.

In Herinneringen aan mijn onzichtbaarheid vertelt ze over haar eerste jaren in de grootstad, de jaren die haar overgang tussen adolescentie en volwassenheid markeren. Makkelijk waren die niet. Al snel begrijp je dat ze niet zozeer zelfstandig wilde leven, maar eerder moest ontsnappen aan een gezin waar huiselijk geweld en seksueel misbruik schering en inslag waren. Hoewel Solnit mild over haar moeder probeert te oordelen – het zoveelste slachtoffer van misogyne agressie – blijft dier gebrek aan mentale en financiële steun haar een doorn in haar oog. Daarnaast hebben haar ouders haar niet gewapend voor de boze buitenwereld. Wat ze wél hebben gedaan: haar angst ingeboezemd. ‘Jonge vrouwen krijgen voortdurend te horen dat ze hun eigen moord voor ogen moeten houden. Vanaf onze kindertijd wordt ons vooral geleerd wat we níét moeten doen: die jurk moet je niet dragen, dat drankje moet je niet drinken, na dat uur moet je niet alleen over straat lopen – je moet nooit iets zelfstandig of alleen ondernemen.’ Die aangeleerde slachtofferrol probeert Solnit te doorbreken.

Centrale zin: Mijn spiegelbeeld loste op in het niets, alsof ik maar een schim was die ik zelf niet meer kon zien.

Hoe ze dat doet? Door te verdwijnen. Door zich te vermommen. Door aansluiting te zoeken bij de punkscene, waar ze zich stoer voordoet. Door een motor aan te schaffen, hoewel ze schrik heeft om ermee te rijden. Maar gaandeweg beseft ze dat ‘elk harnas ook een wandelende kooi is’. Ze begrijpt dat ze zich afschermt van haar ware ik, dat ze zich verbergt omdat ze een vrouw is. Haar drang naar zelfontplooiing krijgt een activistisch tintje omdat ze snapt dat niet zij maar de wereld dient te veranderen, dat mannen de poortwachters zijn en dat het patriarchaat haar knecht.

De eerste helft van haar memoires staat bol van scherpe analyses die het raderwerk van een seksistisch systeem blootleggen. In haar anekdotische essays laat ze zien hoe ze via andere subculturen, zoals de zwarte jazzscene en de homogemeenschap in Californië, leert hoe subtiel discriminatie werkt. Hoe onzichtbaar de onderdrukking in het weefsel verwerkt zit.

Rebecca Solnit doorbreekt vrouwen hun slachtofferrol in 'Herinneringen aan mijn onzichtbaarheid'

Net daarom ontgoochelt de tweede helft: het ontbreekt haar plots aan kritische zelfreflectie. Wanneer Solnit in het begin van haar schrijfcarrière op een aantal barrières botst, schuift ze dat te makkelijk af op de grote boze witte-mannensekte. Elke debutant heeft ervaringen met botte uitgevers, met pr-tours die mislukken, met een gebrek aan aandacht. Het is kleinzerig om dat louter op gender af te wentelen.

Helemaal gênant wordt het wanneer ze als erkend auteur wraak neemt op de dan al stokoude William Burroughs door hem te vernederen op een feestje omdat hij ooit iets vrouwonvriendelijks schreef. Net het type pestgedrag dat Solnit al heel haar intellectuele carrière bekampt – of hoe slachtoffers soms onbewust daders worden.

Herinneringen aan mijn onzichtbaarheid

Rebecca Solnit, Podium (oorspronkelijke titel: Recollections of My Nonexistence), 286 blz., 25 euro.

Rebecca Solnit

Rebecca Solnit (°1961) schrijft boeken en essays over milieu, kunst en politiek. In 2008 verscheen haar beroemde essay Men Explain Things to Me, vertaald als Mannen leggen me altijd alles uit. Daarin beschrijft ze de onhebbelijke gewoonte van mannen om haar op bevoogdende toon van alles uit te leggen, ook al beschikken ze zelf niet over de nodige kennis. Dat fenomeen werd later bekend als mansplaining.

Partner Content