Het lijfboek van actrice Sofie Hoflack: ‘Telkens als ik een exemplaar zie, móét ik het hebben’

Sofie Hoflack © Filip Naudts
Roderik Six
Roderik Six Journalist voor Knack

One book to rule them all: bekende boekenvrienden vertellen over dat ene werk dat ze hen nooit mogen afpakken. Deze week: actrice Sofie Hoflack.

Maar liefst drie kortfilms verschijnen er dit jaar nog waarin Sofie Hoflack een rol speelt, en ze heeft nog meer projecten op stapel staan waar ze – mysterie, mysterie – weinig over kwijt wil. ‘Het zijn artistieke samenwerkingen met gelijkgestemde zielen, maar ik hou de inhoud liever dicht bij mijn hart.’ Dat ze haar koesterboek ontdekt heeft via haar passie voor acteren, is geen toeval. ‘Op een dag was ik in Parijs in Shakespeare and Company, de befaamde Engelse boekhandel op de linkeroever van de Seine, aan het rondsnuffelen, en ontdekte er The Art of Acting van toneeldocente Stella Adler. Daarin staan haar acteerlessen opgesomd, met op het einde van elk hoofdstuk een korte oefening.

De profeet [1923] Kahlil Gibran
De profeet [1923] Kahlil Gibran

De eerste taak was: ‘Zoek het boek De profeet van Kahlil Gibran, duid twee zinnen aan die je raken en vertel op een podium waarom.’ Ver hoefde ik niet te zoeken, want The Prophet lag ook in Shakespeare and Company en het is ondertussen uitgegroeid tot mijn lijfboek, zelfs in die mate dat het een dwangkoop is geworden: telkens als ik een exemplaar zie, ongeacht in welke versie of taal, móét ik het hebben.

De profeet past goed in mijn leven omdat ik ook góéd wil leven. Vaak word ik herleid tot louter een actrice, maar acteren is slechts één aspect van mijn bestaan, één methode om mezelf beter te leren kennen en indien mogelijk een beter mens te worden. In die zin vind ik ook de mens achter de kunstenaar belangrijk. Als ik in biografieën van Charlie Chaplin of Ingmar Bergman ontdek dat ze hun geliefden vaak slecht behandelden, dan haak ik af, dan hoef ik hun werk niet meer te zien.

Gibran wordt vaak in het spirituele hoekje geduwd, maar ik huiver een beetje van dat woord. Zijn poëtische teksten behandelen inderdaad de grote thema’s in het leven – liefde, dood, kinderen, seks en zelfs het priesterschap – maar hij is geen goeroe. Hij laat je de ruimte om zelf na te denken, gunt je de openheid van spreken. Zelf beschik ik enerzijds over een grote verbeeldingskracht en anderzijds kan ik alles rationeel tot in de puntjes analyseren. Die dualiteit vind ik ook bij Gibran terug. En ja, ook zijn persoonlijke leven heb ik uitgeplozen. Zijn briefwisseling met zijn mecenas Mary Haskell is prachtig. Hoewel zij Gibran aanvankelijk louter financieel steunde, bekent hij haar na verloop van tijd dat hij verliefd op haar is geworden. Haskell antwoordde: ‘Het maakt niet uit of die liefde wederzijds is. Ik denk dat jouw oeuvre het grootse geschenk aan mij is, én aan de wereld.’ Wijs antwoord, en ik kan haar alleen maar gelijk geven.’

Partner Content