3x Curie: ex-diplomate Claudine Monteil schreef een boek over Marie Curie en haar dochters

© Getty

De voormalige Franse diplomate Claudine Monteil schreef een boek over het engagement van Marie Curie en haar dochters, maar slaagde er niet in objectief te blijven.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog zorgden granaten voor gruwelijke wonden. De granaatscherven waren niet alleen moeilijk te verwijderen uit het lichaam van de getroffen soldaten, ze waren soms gewoonweg onvindbaar. Marie Curie, die inmiddels twee Nobelprijzen op haar naam had staan – natuurkunde in 1903 en scheikunde acht jaar later – besefte dat röntgenapparaten de scherven zichtbaar zouden maken. Ze installeerde de toestellen in auto’s en stelde die ter beschikking van zo veel mogelijk veldhospitalen achter het front. Het leverde haar na de oorlog erkenning en een ereteken op.

Voor Claudine Monteil, de schrijfster van Marie Curie en haar dochters, is dit voorval erg typerend voor de Pools-Franse ontdekster van de radioactieve elementen radium en polonium. Curie was altijd op zoek naar de concrete toepasbaarheid van haar wetenschappelijk onderzoek. Zo wilde ze de geheimzinnige straling die ze had ontdekt, gebruiken bij het behandelen van kanker. Maar dat onderzoek was niet zonder gevaar: op haar 66e overleed ze zelf aan leukemie ten gevolge van langdurige blootstelling aan de straling.

Dat Claudine Monteil meer sympathie heeft voor Ève dan voor Irène Curie is niet onbegrijpelijk. Maar het maakt er haar boek niet beter op.

In haar biografie onderzoekt Monteil de sociale gedrevenheid van Marie Curie en haar dochters Irène en Ève. Want Curie, die heel wat te verduren kreeg omdat ze een vrouw was in een mannelijke wetenschappelijke wereld en een Poolse in een Franse samenleving, stond niet alleen in haar engagement.

Irène, die in de voetsporen van haar moeder trad en samen met haar man Frédéric Joliot in 1935 de Nobelprijs voor de scheikunde kreeg, ging de politiek in. In 1936 werd ze staatssecretaris voor Wetenschappelijk Onderzoek in de regering van Léon Blum. Ze gaf dat ambt al gauw op, teleurgesteld omdat de regering het vrouwenkiesrecht niet invoerde en omdat Frankrijk neutraal bleef tijdens de Spaanse burgeroorlog. Van de weeromstuit werd ze steeds linkser, koos ze openlijk partij voor Stalin en Mao en belandde ze vanwege haar communistische sympathieën zelfs in een Amerikaanse gevangenis.

Ève ging een heel andere richting uit. Na een gevierde carrière als oorlogsverslaggever tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd ze een rabiate gaulliste, speciaal adviseur van de eerste secretaris-generaal van de NAVO en uiteindelijk de rechterhand en vrouw van Henry Labouisse, tussen 1965 en 1979 uitvoerend directeur van Unicef. Ève geniet duidelijk de voorkeur van de auteur: ook Monteil, diplomate op rust en een van de stichtsters van de Franse vrouwenbeweging, werkte jarenlang voor Unicef. Dat ze meer sympathie heeft voor Ève dan voor Irène is dus niet onbegrijpelijk. Maar dit gebrek aan objectiviteit maakt haar boek, dat sowieso al niet uitblinkt in stijl of inlevingsvermogen, er niet beter op.

Claudine Monteil, Marie Curie en haar dochters, Querido Facto, 302 blz., € 25,99.

Partner Content