‘WIJ COMMUNICEREN VIA GEUR’

DAN AUERBACH (links) over het plotse succes van THE BLACK KEYS. 'Het heeft vijf platen geduurd voor we bedachten dat we ook een catchy nummer konden proberen te schrijven.'
Geert Zagers
Geert Zagers Journalist bij Knack Focus

Het fluitriedeltje van Tighten Up is nog niet uit ons hoofd verdwenen, en The Black Keys zijn al daar met El Camino, de opvolger van doorbraakplaat Brothers. Hun zevende – jazeker, hun zévende – moet de plaat van de bevestiging worden. ‘Wees gerust: wij zijn Kings of Leon niet.’

Triggerfinger had er drie platen voor nodig, Kings of Leon deed er vier albums over, The National lukte het pas na vijf. Het record wat laattijdige doorbraak betreft staat echter nog steeds op naam van The Black Keys, die pas bij nummer zes, het fantastische Brothers, hun eerste radiosingle scoorden. En dan ging het plots snel: het voorbije jaar volgden vijfhonderdduizend verkochte exemplaren, drie Grammy’s én een MTV Award voor Breakthrough Video. Grappig detail: in die laatste award – voor single Tighten Up – graveerde MTV het pijnlijke ‘Artist: The Black Eyed Peas’. Reactie van zanger Dan Auerbach en drummer Patrick Carney, tot nader order de enige twee leden van de band: ‘Tja, we zijn makkelijk door elkaar te halen.’

DAN AUERBACH: In elk interview krijgen we nu dezelfde vraag voorgeschoteld: legt het succes van Brothers druk op onze schouders? Wel: niet dus. We hebben vooraf niet eens over deze plaat gepraat. We hebben niet gerepeteerd, geen demo’s gemaakt, niets op papier gezet. We zijn gewoon de studio ingegaan en hebben een plaat opgenomen. Elke ochtend begonnen we van niets, ’s avonds hadden we een afgewerkte song. El Camino is dus geen beredeneerde plaat, zoals iedereen schijnt te denken. Als we op veilig wilden spelen, hadden we een tweede Brothers gemaakt: samenhangend, songgericht en overwegend mid-tempo. El Camino is het tegenovergestelde: snelle songs, veel gitaren en simpele teksten over liefde.

Kings of Leon brak pas door met plaat nummer vier om dan opvolger ‘Come Around Sundown’ compleet de mist in te zien gaan. Is dat een doembeeld?

AUERBACH: Absoluut niet. We hebben nauwelijks iets gemeen met Kings of Leon. Oké, we hebben met hen getoerd, maar verder houdt de vergelijking op. Je moet weten: voor die jongens was doorbreken bij het grote publiek al van in het prille begin het opzet. Voor hun eerste platen trokken ze naar een grote studio met een grote producer om grote radiohits te schrijven. Dat is een verdedigbare keuze, maar wij hebben een andere weg gekozen. We hebben altijd zelf opgenomen en hebben in alle rust een fanbase opgebouwd. Het heeft vijf platen geduurd voor we bedachten dat we ook een catchy nummer konden proberen te schrijven. Je mag gerust zijn: ik maak me niet de minste zorgen om onze band. Niet dat ik respectloos wil zijn over hun succes, maar de Kings zijn veel meer een product van een major label. Als je zo je carrière opbouwt, heeft je label veel meer over je te zeggen. Dat kennen wij niet: geen enkele executive heeft ons ooit verteld wat we moesten doen.

De video van ‘Next Girl’ deed nochtans anders vermoeden – een pluchen dinosaurus die tussen enkele bikinibabes de song lipt, terwijl volgende tekst over het beeld loopt: ‘This is an attempt by their record label to attract attention to the band using a ridiculous dinosaur puppet.’

AUERBACH:(Lacht zelfvoldaan) Héél ander verhaal. Het label dacht dat het goed zou zijn voor ons als er wat videocontent was, dus hebben ze die clip laten maken en ons vervolgens gevraagd of ze die mochten uitbrengen. De video op zich vonden we verschrikkelijk, maar met een paar – ahum – kleine aanpassingen zagen Pat en ik hem wel zitten. Ik heb dan die tekst geschreven – tot onvrede van de regisseur overigens – en dat is dan de finale versie geworden. Ons label heeft nooit geprobeerd zijn wil op te leggen: het zou ons nooit dwíngen.

Bij jullie eerste platen werden jullie voortdurend als Jimi Hendrix-epigonen afgeschilderd, een vergelijking die nu nauwelijks nog gemaakt wordt. Wie is er in die tien jaar veranderd: jullie of de recensenten?

AUERBACH: Eerlijk? Ik denk de recensenten. We stonden zelf versteld van hoe ons debuut destijds gehoord werd. We werden in het vakje gestoken van garagebands als The White Stripes, terwijl wij daar weinig mee te maken hadden. We hoorden niet bij die scene en waren al helemaal niet bezig met The Stooges, rock-‘n-roll of de blues. Wij probeerden ons ding te doen met hiphop en oude Staxsoul. Met de jaren is dat voor de recensenten blijkbaar duidelijk geworden.

Voor een groep die als retrobluesband geboekt staat, horen wij inderdaad verdraaid veel Wu-Tang Clan.

AUERBACH: Dat is wat wij voor ogen hadden: de producties van RZA en Wu-Tang Clan kopiëren met drum en gitaar. Wat we niet wisten, is dat RZA gewoon oude soulnummers samplede, veel songs van Stax à la Booker T & The MG’s en veel producties van Willie Mitchell (de producer van onder meer Al Green; nvdr.) uit begin jaren 70. Dat was een van mijn verrassendste muzikale ontdekkingen: dat een klassieker als Shadowboxin’ volledig op een sample van Ann Peebles is gebouwd. In hiphop zit heel veel muziekgeschiedenis. Het grappige is dat we zo wel een link hebben met The White Stripes. Zij gingen terug naar de roots van de blues, wij kwamen via Wu-Tang Clan bij soul terecht, wat op zijn beurt op de blues voortborduurt. Een vreemde muziekcirkel waarvan we niet wisten dat we er deel van uitmaakten.

In ‘The Colbert Report’ liet komiek Stephen Colbert jou en Ezra Koenig van Vampire Weekend uitvechten wie van jullie bands de grootste ‘ sell-out’ was.

AUERBACH:(Lacht) We probeerden elkaar te overtroeven met de grofste licensing deal. ‘Wij hebben onze muziek verkocht aan Victoria’s Secret.’ En dan antwoordde Ezra: ‘Ja, maar wij hebben A-Punk laten gebruiken door zowel Tommy Hilfiger als Honda. Wij zijn grotere commerciële hoeren.’ Héél amusant.

‘You’ve both equally whored out your music’, was Colberts conclusie. Is het voor een indieband niet wrang om vast te stellen dat jullie bij Warner Music de meest gelicentieerde band van de voorbije vijf jaar zijn?

AUERBACH: Ik zie niet in waarom. Meer zelfs: we zijn dankbaar dat we onze muziek aan Victoria’s Secret kunnen verkopen. It’s good money. Kijk: vóór Brothers werden onze songs nauwelijks op de radio gespeeld. Dan moet je wel op zoek naar een andere manier om gehoord te worden. Bedrijven, films en tv-series waren wel geïnteresseerd in onze songs. En dat werkt: op optredens reageert het publiek het meest op die nummers. Een goede licensing is tegenwoordig het equivalent van een wereldhit. Als Apple je muziek gebruikt, bereik je er even veel, zo niet meer, mensen mee.

Mensen associëren je muziek dan wel met ondergoed, auto’s en alcohol .

AUERBACH: Zelfs dat heeft zijn voordelen. De HBO-serie Hung(over een grootgeschapen gigolo; nvdr.) gebruikt onze I’ll Be Your Man als titelsong – een associatie waar ik niet rouwig om ben. (Lacht) Ach, het is niet dat onze muziek voor hondenvoerreclame gebruikt wordt.

Roddelcheck: klopt het dat Patrick zijn bril afzet voor hij het podium opgaat – de ijdelheid van een rockster?

AUERBACH: Heb je Pat al eens zien drummen? Als hij zijn bril zou ophebben, ligt die in geen tijd kapot op de grond. Dat is geen ijdelheid, maar praktische noodzaak. Tuurlijk, hij zou zo’n rubberen band aan zijn bril kunnen bevestigen, maar ik denk dat het van zelfrespect getuigt dat hij dat níét doet. (Lacht) Het grappige is dat hij ook oordoppen in heeft. Op podium ziet én hoort Patrick niets meer. Alsof je met een reusachtige mol op het podium staat. We communiceren via geur.

Leidt dat nooit tot vreemde situaties?

AUERBACH: Nooit. Na tien jaar voel je elkaar blindelings aan. Hoewel, heel af en toe gebeurt er nog wel iets raars.

We voelen een anekdote aankomen…

AUERBACH: Wel, ik denk dat het in Denver was. Na het optreden wandelde Pat mét bril naar de backstage, toen plots een kleerkast van de security een jong meisje aan hem presenteerde. ‘ Dude, dit is het meisje dat jij ‘het knikje’ hebt gegeven.’ Nu zijn er misschien andere muzikanten die met ‘het knikje’ de security de juiste groupies uit het publiek laten pikken, maar wij dus niet. Patrick heeft dan heel beleefd moeten uitleggen dat hij geen meter voor zich uitziet op het podium en dat ze zijn spastische hoofdbewegingen verkeerd geïnterpreteerd moet hebben. Héél gênant moment. (Lacht)

EL CAMINO

Vanaf 2/12 uit bij Warner.

GEERT ZAGERS

DAN AUERBACH – ‘TEGENWOORDIG IS EEN GOEDE LICENSING DEAL HET EQUIVALENT VAN EEN WERELDHIT.’

Partner Content