Cave In laat de emocore wat achter zich en slaat met ‘Antenna’ meer de poprichting in. Hier en daar wordt zelfs al gesproken van de nieuwe Radiohead. ‘Toen we stopten met metal te spelen, kregen we heel wat rotzooi naar ons hoofd. Maar achteraf bekeken, was het goed dat die fans wegvielen.’

‘Antenna’ Uit bij RCA/BMG.

Emocore is een storm die de jongste drie jaar fel opstak, als tegengif voor de oppervlakkigheid van nu metal en pretpunk. Niettemin dateert de term emo al van het einde van de jaren tachtig, toen Fugazi zich verzette tegen de stoerheid van het hardcoremilieu. De muziek van de groep had zijn wortels in de hardcore, tussen punk en metal dus, maar concentreerde zich in tegenstelling tot de concurrentie meer op het uiten van gevoelens dan op snelheid en volume. Over dynamische, met gitaarharmonieën opgesmukte songs schreeuwden ze zich de ziel uit het lijf.

Hedendaagse bands als Sparta, Rival Schools, The Spirit That Guides Us en Hot Water Music hebben wereldwijd een stevige aanhang opgebouwd, maar zitten muzikaal wat vast in het emocore-stramien. Gelukkig zijn er steeds meer groepen die afstand nemen van de meute, koppig hun eigen weg gaan en zodoende een breder publiek aanboren. Cave In, een kwartet uit Methuen, een kleine stad nabij Boston, blijft avontuurlijk, maar met elke release stijgt ook de popgevoeligheid van de muziek. Drie jaar geleden was het album Jupiter een eerste mijlpaal: majestueus, melodieus en stoeiend met prog rock. Op de EP Tides Of Tomorrow stonden akoestische songs die nauwelijks nog aan hun metalverleden herinnerden, en de kersverse cd Antenna is het logische vervolg daarop. Geen toeval dus dat RCA hen net nu tekende. De platenmaatschappij hoopt stilletjes dat Cave In de nieuwe Radiohead wordt, een geloofwaardige groep die geld in het bakje brengt. Er wordt veel van Cave In verwacht, moet frontman Stephen Brodsky toegeven.

Er zijn genoeg groepen die uit de underground komen, door een groot label worden opgepikt, maar twee jaar later weer op straat staan omdat de verkoop teleurstelt. Ben je je daarvan bewust?

Stephen Brodsky: Zeker. Toch leek ons de tijd rijp om de kans te wagen om meer mensen te bereiken. Alle alternatieven die we kregen, hielpen ons niet echt vooruit. Terwijl we nu toch een béétje uitzicht hebben op continuïteit. Ik neem graag Sonic Youth of The Flaming Lips als voorbeeld: zij hebben geen megasucces, maar verkopen genoeg platen om het hoofd boven water te houden.

Dave Grohl van Foo Fighters laat geen gelegenheid onbenut om jullie te bewieroken. Heeft hij RCA, toch ook het label waar hij bij zit, ingefluisterd jullie te tekenen?

Brodsky: Hij heeft geen beslissingsmacht bij RCA: zo groot zal zijn invloed wel niet geweest zijn. Sommige artikels deden uitschijnen dat hij een belangrijke rol heeft gespeeld in onze doorbraak, maar dat klopt helemaal niet. Ik mag gerust stellen dat het enkel aan onze muziek lag dat de deuren zich voor ons openden. Natuurlijk is het flatterend als Dave zich zo positief over ons uitlaat. Wij zijn met Nirvana opgegroeid.

Hoe ambitieus zijn jullie?

Brodsky: Ambitieus in de zin dat we als muzikanten het beste uit onszelf willen halen. We kunnen alleen maar hopen dat de mensen mee willen. Als dat niet het geval is: het zij zo. Hoe vaak worden interessante groepen niet genegeerd en zien de mensen pas járen na de split hoe belangrijk ze waren?

Naar verluidt ben je zelfs op vrije dagen in de studio te vinden. Ben je een workaholic?

Brodsky: Ik ben de meest obsessionele van de groep. Soms raak ik er zodanig door opgeslokt dat ik er zelf van schrik, maar al bij al brengt die attitude toch op. Zonder die bezetenheid zou Cave In nu niet zo ver staan. Ik ben zonder twijfel een workaholic, ja. Ik weet niet eens hoé ik me zou moeten ontspannen. Stilzitten kan ik niet. Ik kan enkel bewondering hebben voor artiesten die songs schijten.

‘Maybe I think too much’, zong Paul Simon ooit.

Brodsky: Ja, die bedenking maak ik me ook vaak. Dat steeds tollende hoofd put mij uit. Maar zelfs als ik daardoor tien jaar minder leef, dan nog zou ik het mij niet beklagen.

Als ik kan kiezen tussen alles geven en korter leven of het kalmer aan doen en het langer uitzingen, dan kies ik voor het eerste.

Je muziek mag alsmaar subtieler worden, er zit nog altijd veel woede en agressie in.

Brodsky: Het is dansen op een slappe koord. Ik hoop dat we onze ruwe kantjes kunnen blijven behouden, want er is niets opwindends aan groepen die in het begin vurig zijn en nadien verwateren tot een karikatuur. We hebben het geluk dat we heel jong zijn begonnen. Op ons vijftiende richtten we de groep op. We zijn nog lang niet oud en bezadigd. We hebben zeker nog enkele kwaaie, luide platen in ons. (lacht)

Wat vind je van de emocore-rage?

Brodsky: Daar willen we ons van distantiëren. Mijn vrienden en ik gebruikten emo als scheldwoord voor groepen die té strakke broeken en sweaters droegen en als gekken krijsten op het podium. Acrobaten waren het, géén muzikanten. Pas op, van sommige undergroundmuziek was ik heel wild, maar nu is emocore te vergelijken met grunge tien jaar geleden. Toen Nirvana voor een explosie zorgde, las ik in bladen over andere grungebands, maar als ik platen van die groepen kocht, bleek het zoutloze rommel. Ik ben gelukkig nooit zo dom geweest om me een cd van Bush aan te schaffen, maar ook dié kregen een grunge-etiket opgeplakt. Stel je voor.

Dat is natuurlijk net het probleem: als emocore een hype wordt, gaan heel wat bands zich conformeren aan die ene formule.

Brodsky: Ramones: dié konden het zich permitteren om altijd dezelfde plaat te maken. Dat streven wij niet na. Wij denken op lange termijn. We hebben geen schrik om van sommige fans te vervreemden. Omdat we geloven dat de échte muziekliefhebber de moeite doet om ons te begrijpen. Sommige platen die ik nu koester, stootten mij in eerste instantie af. Omdat de groep niet aan mijn verwachtingen voldeed. Een recent voorbeeld: Queens Of The Stone Age. Eerst was ik niet echt wild van hun nieuwe cd Songs For The Deaf. Nu beschouw ik het als hun beste plaat totnogtoe.

Kreeg je hatemail toen je meer epische songs begon te schrijven?

Brodsky: Oh ja. We kregen rotzooi naar ons hoofd gegooid tijdens optredens. Belachelijk toch. Het is, achteraf bekeken, positief dat mensen die zo redeneerden, afvielen.

Dé belangrijkste reden om van muzikale koers te veranderen, was heel praktisch.

Je zag af van de keelpijn

die het brullen je bezorgde.

Brodsky: Dat was ellendig. Halverwege een tournee had ik constant hoofdpijn. Het lag ook helemaal niet in mijn persoonlijkheid om constant te staan schreeuwen. Ik begon me echt af te vragen: wat doe ik mezelf aan? De gedachte dat ik mijn stembanden aan het verknoeien was, beangstigde me. Een zanger moet zichzelf in de watten leggen. Je moet op tijd naar bed, opletten met wat je eet en je mag niet te veel roken. Maar het rare is: als je je zorgen maakt, krijg je stress en trek je de narigheid aan. De paranoia is je ergste vijand. Ik ben geen asceet natuurlijk, maar ik kan best jaloers zijn op mensen die zich altijd kunnen laten gaan.

Door Peter Van Dyck

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content