SPACELAND. Paul Simon trekt met Brian Eno de studio in en levert op zijn 64e zijn meest progressieve plaat ooit af.

Paul Simon ***

SURPRISE

WARNER

Toen Paul Simon uitgerekend met Brian Eno de studio in trok, was dat een surprise indeed. Dat die samenwerking ook nog een goede plaat opleverde, mag nog wat verrassender worden genoemd. Eno is namelijk Mr. Avant-garde in persoon, een man die zijn tijd permanent een tiental lichtjaren vooruit is, eigenhandig de ambient uitvond en in de jaren 80 Roxy Music, U2 én Talking Heads boven zichzelf deed uitstijgen. Simon daarentegen vertoeft bij voorkeur in het verleden: dat hij met Graceland de township jive uit Zuid-Afrika opvree, kwam omdat die muziek hem herinnerde aan de prille rock-‘n-roll waarmee hij opgroeide. Met de doo-wop, rockabilly en salsa in zijn musical The Capeman keerde hij al even vastberaden terug naar zijn jeugd. En dan zwijgen we nog van de conservatieve folk die hij voortbracht met Art Garfunkel. Maar door een beroep te doen op Brian Eno komt de kleine New Yorker op zijn 64e zowaar met zijn meest progressieve plaat ooit voor de dag.

Eno ging geenszins als een elektronische olifant te keer in Simons porseleinkast. Wel voegde hij een ‘sonic landscape’ toe aan de schetsen waarmee Simon kwam aanzetten en waakte hij erover dat de liedjes spannend bleven. Van de eerste noot, wanneer spinnende gitaren en spacy geluiden elkaar omhelzen in How Can You Live In The Northeast, houden de relaxte stijl van de zanger en de noise van de klanktovenaar elkaar in evenwicht. Ondanks de vaak funky grooves – in de bekwame handen van schoon volk als bassist Pino Palladino, gitarist Bill Frisell, drummer Steve Gadd en toetsenman Herbie Hancock – blijft Paul Simon zichzelf als melomaan en tekstdichter. Eno respecteert de elegantie en fragiliteit van de songs, met het tegen gospel aanleunende Wartime Prayer als absolute rustpunt. Het donkere bos van geluiden diept de gevoelens van teleurstelling, vertwijfeling en ergernis uit die aan de grondslag van de plaat lagen. Simon kijkt naar de absurde, tragische wereld waarin we leven – de dreunen van 9/11 en New Orleans zinderden tot in de studio na – en richt zich tot God met de milde ironie die hem zo eigen is. Ook zijn zelfspot borrelt automatisch op: heeft hij als 60-plusser nog iets te betekenen in de popmuziek? De slimme oneliners zijn weer raak: ‘ If the answer is infinite light/why do we sleep in the dark?’ (uit How Can You Live In The Northeast?). Soms, in I Don’t Believe of Everything About It Is A Love Song, waarin drum ‘n’ bass af en aan golft, krijg je moeilijk vat op de muziek. Simon gaat niet altijd recht op zijn doel af, met een dribbel hier en een schijnbeweging daar. Zal Surprise bij machte zijn om, na de povere ontvangst van Songs From The Capeman en You’re The One, het tij voor Simon te doen keren? Als Eno vermag wat zijn maatje en zielsverwant Daniel Lanois twee keer deed voor Bob Dylan wel, en is Paul Simon aan zijn derde jeugd toe.

Peter Van Dyck

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content