LIEFDE IS… SAMEN AFTAKELEN

JEAN-LOUIS TRINTIGNANT en EMMANUELLE RIVA in AMOUR. Zij begint te dementeren, hij moet onder ogen zien dat er grenzen aan de liefde zijn. 'Dit is deels gebaseerd op wat een bevriend koppel heeft meegemaakt.' ©

Samen de dood onder ogen zien, dat is liefde, toch volgens Amour, het aangrijpende relatiedrama waarmee Michael Haneke dit jaar zijn tweede Gouden Palm won. ‘Ik heb die machteloosheid en wanhoop zelf gezien.’

Wat doe je als echtgenoot wanneer je vrouw volledig afhankelijk van je wordt? Wanneer niet alleen je lijf maar ook je liefde op is? Het zijn pregnante vragen waarmee Georges (Jean-Louis Trintignant), een tachtigjarige muziekleraar op rust, in Michael Hanekes huwelijksdrama Amour wordt geconfronteerd. En dat terwijl zijn vrouw Anne (Emmanuelle Riva) wordt getroffen door een beroerte en begint te dementeren.

Dat het vragen zijn die de Oostenrijkse arthousemeester – net zeventig geworden – ook persoonlijk bezighouden, is er duidelijk aan te zien. Verwacht dan ook niet de intellectuele spelletjes, vervreemdingstechnieken of dikke geuten misantropie die je van de man achter mokerslagen als Funny Games (1997), La Pianiste (2001) of Caché (2005) gewend bent. Zijn strenge stijl, met weinig of geen camerabewegingen, is grotendeels intact gebleven, maar Haneke kwam nooit eerder zo humaan en empathisch uit de hoek. Zelfs niet in zijn vorige langspeler, het magistrale heimatdrama Das weisse Band (2009).

Haneke modelleerde het Parijse appartement van zijn bejaarde en beproefde bourgeoiskoppel naar dat van zijn eigen ouders, die weliswaar in Wenen woonden, maar beiden ook muziekleraars waren. Bovendien schreef hij de film speciaal op maat van Jean-Louis Trintingant, de inmiddels 81-jarige Franse acteerlegende die eenmalig uit pensioen terugkeert als de loyale echtgenoot die na vijftig jaar huwelijk plots voor levensgrote dilemma’s over de grenzen en voorwaarden van de liefde komt te staan.

‘De meeste films gaan over jonge mensen en liefde die begint’, aldus Haneke, zelf ondertussen dertig jaar samen met zijn echtgenote Susanne. ‘Ik wilde het ook eens hebben over ouderen en liefde die eindigt.’ Die aanpak leverde Haneke afgelopen mei in Cannes enigszins verrassend de Gouden Palm op. Verrassend, niet omdat de kwaliteit van zijn film ter discussie stond, wel omdat hij de trofee in 2009 al won voor Das weisse Band, en omdat de jury werd voorgezeten door Nanni Moretti, de Italiaanse filmmaker die zich in het verleden al meermaals negatief had uitgelaten over de koele, Oostenrijkse stilist. Eind goed, al goed dus – al bewijst Amour dat zulks niet noodzakelijk ook voor gelukkig gehuwde koppels geldt.

Het appartement van Georges en Anne is gebaseerd op dat van je ouders. Hoe belangrijk was dat autobiografische element voor jou?

MICHAEL HANEKE: Heel erg, omdat ik zelf een dagje ouder word en ook ik in mijn familie geconfronteerd wordt met dood en lijden. Wat Georges en Anne overkomt, is deels gebaseerd op wat een bevriend koppel heeft meegemaakt. Ik heb dezelfde machteloosheid en wanhoop gezien. Dat ik dat appartement goed ken, is ook praktisch voor de mise-en-scène. Ik vind het handig als ik weet welke weg de personages afleggen van de keuken naar de slaapkamer. In die zin is Amour mijn meest persoonlijke film, al vloeiden ook mijn vorige films voort uit persoonlijke angsten en vragen die ik had over onze hedendaagse maatschappij. Ik heb het interieur wel wat verfranst – omdat de film zich in Parijs afspeelt – en ik heb ook achttiende-eeuwse schilderijen gezocht die ik vond passen bij de personages.

Schrijf je de film ook in het Frans?

HANEKE: Daar is mijn Frans niet goed genoeg voor. Ik schrijf in het Duits en voor mijn Franstalige films werk ik altijd met dezelfde vertaler. Ik heb er gewoon op gelet dat het taalgebruik past binnen het milieu dat ik portretteer. Georges en Anna zijn intellectuelen, dus is het logisch dat ze gasten vousvoyeren en geen vulgaire woorden gebruiken, zelfs niet in hun meest emotionele momenten. Zo zijn ze niet met elkaar getrouwd.

Je films spelen zich altijd af in een burgerlijk milieu. Waarom precies?

HANEKE: Ik maak films over dingen die ik ken en ik kom zelf uit een burgerlijk gezin. Ik wil ook bewust geen sociale drama’s maken of in pseudo-uitleg vervallen. Je kunt arm zijn, of je kunt kanker krijgen, maar oud wordt iedereen. Bovendien is de hoger opgeleide middenklasse mijn grootste publiek. Ik maak films over en voor hen. Ik wil hen wel niet behagen. Als kunst eerlijk en intelligent wil zijn, moet het lastig en onbehaaglijk zijn. Het dagelijkse leven is dat ook. Een intelligent publiek lastige maar intelligente vragen stellen, dát is mijn roeping in dit leven. (lacht)

Je schreef de film met Jean-Louis Trintignant in gedachten, hoewel die al sinds 2003 niet meer voor de camera had gestaan. Wat als hij de rol had geweigerd?

HANEKE: Dan had ik de film niet gemaakt, zoals ik ook Caché niet gemaakt zou hebben zonder Daniel Auteuil. Of La Pianiste zonder Isabelle Huppert. Ik vertrek meestal vanuit een concrete acteur. Gelukkig vond Jean-Louis het een boeiende rol. Emmanuelle Riva, die wat in de vergetelheid gesukkeld was, kende ik nog uit mijn jeugd van Hiroshima, mon amour. Maar haar heb ik gekozen op basis van de castingsessies, waar trouwens alle grote Franse actrices van die leeftijd aan deelgenomen hebben. Jean-Louis en Emmanuelle vormden gewoon een mooi en geloofwaardig koppel samen.

Waarom was Trintignant zo cruciaal?

HANEKE: Het is een zware film over thema’s waarmee iedereen vroeg of laat geconfronteerd wordt. Dan heb je iemand nodig die tederheid en menselijkheid uitstraalt, zeker als hij door omstandigheden dingen doet die sommige mensen misschien hard en inhumaan vinden. Ik wilde niet choqueren. Ik wilde meeleven en een debat op gang trekken over omgaan met dementie, over euthanasie. Mijn Amerikaanse distributeur waarschuwde me: ‘Michael, je weet toch dat sommige scènes voor Amerikanen erg gevoelig liggen.’ Ik antwoordde: ‘Perfect. Dan hebben we tenminste iets om over te discussiëren. Ik heb niet liever.’

Toch kreeg je in het verleden vaak het verwijt koud en afstandelijk te zijn.

HANEKE: Daar heb ik geen problemen mee. Journalisten moeten dingen classificeren en uitleggen aan hun publiek. Ik hoop alleen dat ik de kijker af en toe verras en mezelf niet constant herhaal.

Een ander vooroordeel is dat je streng en veeleisend bent. Ben je toegeeflijker als je acteurs een stuk ouder en ervarener zijn dan jezelf?

HANEKE: Het is altijd lastig en ik ben altijd veeleisend. Of het nu kinderen zijn of ouderen, maakt niks uit. (lacht)

Net als in La Pianiste speelt klassieke muziek een belangrijke rol in de film. Is er een specifieke reden waarom je bepaalde stukken hebt gekozen?

HANEKE: Ik heb drie lievelingscomponisten: Bach, Mozart en Schubert. En die komen in bijna al mijn films voor. Schubert klinkt tegelijk wondermooi en intriest, wat hier perfect past, en de Bachcantate die Jean-Louis speelt, heet Ich ruf zu dir, Herr Jesu Christ. Het is veelbetekenend dat hij midden in het stuk plots stopt. ‘La Musique s’arrête’ was aanvankelijk trouwens de werktitel van de film.

Is muziek hier een ersatz voor religie?

HANEKE: Er zijn hele doctoraten geschreven over de rol van religie in mijn werk – of over het ontbreken ervan. Ook deze keer weten de academici dus weer wat te schrijven. (lacht) Voor mij is het simpel: ik ben niet religieus, mijn personages ook niet. Is dat Bachstuk bidden voor het personage? Dat kan best. Die interpretatie laat ik aan de kijker over.

Je bent zelf ook academicus en geeft sinds jaar en dag les aan de Weense filmschool. Toon je ook je eigen films?

HANEKE: Ik organiseer één screening voor hen en daarna mogen ze me vragen stellen, wat ik meestal trouwens een vreselijke ervaring vind. Voor de rest gebruik ik mijn films nooit als lesmateriaal.

Ga je nog vaak naar de bioscoop?

HANEKE: Eerlijk? Nee. Ik heb een beamer thuis en daar word ik niet lastiggevallen door lui die zitten te telefoneren of popcorn te vreten. Ik ben geen vervelende, onverdraagzame vent. Ik wil me alleen kunnen concentreren op de film.

AMOUR

Vanaf 24/10 in de bioscoop.

DOOR DAVE MESTDACH

MICHAEL HANEKE ‘DE MEESTE FILMS GAAN OVER JONGE MENSEN EN LIEFDE DIE BEGINT. IK WILDE HET OOK EENS HEBBEN OVER OUDEREN EN LIEFDE DIE EINDIGT.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content