De bloedbanden van Lidewij Nuitten: ‘Ik denk dat ik het nodig heb om vanuit het persoonlijke te vertrekken’

© Anneke D’Hollander
Kristof Dalle Journalist

In Waar is Mark? poogde documentairemaakster Lidewij Nuitten vorig jaar haar eerste jeugdlief uit de plooien van de geschiedenis te peuteren. In We Are Family haalt ze de bloedbanden aan. Die van haar, en die van twee Chinese adoptiezussen. ‘Privé en werk zijn bij mij één grote brij. Als dat ongezond klinkt, is het omdat het waarschijnlijk ook ongezond is.’

‘We draaien, we draaien, we blijven maar gaan / En niemand die weet waar we morgen nog staan / Dus vraag ik me af, als ik kijk door mijn raam: Waar zijn we mee bezig? /In godsnaam!’

( In godsnaam!, Lidewij Nuitten, 14 jaar, Eurosong for Kids)

‘Dat idealisme vlakt nog wel af’, bezwoeren volwassenen de veertienjarige protestzangeres Lidewij Nuitten destijds. ‘Maar ik denk dat ik nog steeds voor een betere wereld strijd, op mijn manier, en onder andere in mijn werk’, zegt de dertigjarige reporter en documentairemaakster Lidewij Nuitten nu. ‘Minder militant misschien, want daar wek je enkel weerstand mee op. Het is eerder zacht verzet. Ik wil geen inhoudsloos entertainment maken, maar ook niet telkens op de barricaden gaan staan.’

‘Krachtige tekst wel, Lidewij.’

‘Goed gepikt van Boudewijn de Groot en Louis Neefs vooral.’

Mijn broers en ik waren vreemden voor elkaar geworden, en net nu gaat dat deurtje op een kier. Alles klopt en klikt in elkaar. Ik denk zelfs dat dat mijn definitie van geluk is.

***

Vorig jaar trok Nuitten in het drieluik Waar is Mark? via haar zoektocht naar haar eerste jeugdliefje (dat Rafael bleek te heten) een blik ontroerende adoptieverhalen open. In We Are Family probeert ze zowel haar genealogische geschiedenis uit te vlooien als die van Noëmie en Anéline, twee Chinese adoptiezussen uit Leuven. Al doet een telefoontje van haar vervreemde broer haar snel beseffen dat ze zelf misschien niet zo ver op de stamboom moet gaan zoeken.

We spreken elkaar in het Josaphatpark in haar Schaarbeek, waar ze in 2015 voor de Iedereen beroemd-rubriek Mijn straat haar buren een camera onder de neus duwde. Over twee weken verhuist ze. Weliswaar slechts naar een paar straten verderop.

Kies jij een appartement op EPC-waarde of op documentair potentieel?

Lidewij Nuitten: Laat ons zeggen dat het tweede niet onbelangrijk was. (lacht) Toen de makelaar me vertelde wie nog in het gebouw kwam wonen, zag ik meteen hoe perfect ze zouden passen in de reeks die ik dit najaar ga draaien. Ik geloof wel dat zo’n dingen meant to be zijn, dat het uiteindelijk allemaal in elkaar klikt. (denkt na) Ik zou ook nooit in zo’n artificiële Tour & Taxis-omgeving kunnen wonen. Het mag gerust een beetje niemandsland zijn, met een verzegeld hotel naast de deur en een louche carwash aan de overkant. Je wilt toch in het echte leven staan, nee?

Waar kwam het idee voor We Are Family vandaan?

Nuitten:Waar is Mark? en de thema’s die we daarin aanraakten – identiteit, adoptie en familie – hadden een snaar geraakt, merkte ik aan de vele positieve reacties. Ik wilde al even naar mijn eigen roots op zoek gaan – mijn kennis daarover stopt bij mijn grootouders – in de hoop dat die zoektocht ook wel tot een ander verhaal zou leiden. Ik wil namelijk nooit in het verleden blijven steken. Een paar dagen later kreeg ik een berichtje van Noémie en Anéline, over hoe ze door Waar is Mark? eindelijk zelf op onderzoek naar hun roots wilden gaan. ‘Ah, mag ik daar een tv-programma over maken?’ stuurde ik in al mijn impulsiviteit. ‘Ja, is goed.’ Soms hoeft het echt niet moeilijk zijn.

© Anneke D’Hollander

Evident kan het toch niet zijn om louter met een flinterdun en allicht foutief adoptiedossiertje als startpunt de families van twee niet-verwante zussen terug te vinden in een land dat niet bepaald uitblinkt in openheid en journalistenliefde?

Nuitten: Ik heb daar nooit op die manier over nagedacht. Voor Waar is Mark? kon ik ongetwijfeld ook honderd rationele redenen bedenken waarom ik hem nooit zou vinden, maar daar schiet je niks mee op. Mijn programma’s vertrekken altijd vanuit een diep vertrouwen in een goede afloop, en op de een of andere manier lijkt de realiteit me vooralsnog gelijk te geven.

Was je van plan naar China te trekken, voor de pandemie dat vrijwel onmogelijk maakte?

Nuitten: Misschien was dat ooit een stille hoop. Maar hoe langer ik dit doe, hoe meer ik tot het besef kom dat ik als reportagemaker geen voet buiten de Benelux moet zetten. De allermooiste onderwerpen zijn gewoon in mijn buurt en omgeving te vinden.

Ter hoogte van een VRT in besparingsmodus trekt een boekhouder een voordelig geprijsd flesje prosecco open.

Nuitten: ‘Wat? Die griet zegt dat ze het nog goeikoper kan?’ (lacht)

Je doet nu al nagenoeg alles zelf.

Nuitten: Ik kan mijn reeksen toch niet door iemand anders laten monteren? In mijn hoofd is dat onmogelijk. Ik heb wel een fantastische eindredacteur, maar het creatieve moet mijn verantwoordelijkheid blijven. Zo kan ik me ook alleen maar aan mezelf ergeren. Anders ga ik me daarbovenop ook nog eens ergeren aan de manier waarop ik me erger aan een collega. Om maar te zeggen: het is voor iedereen beter dat ik dat netjes van binnen houd. (lacht)

Is dat extreem perfectionisme?

Nuitten: O ja. Het zit ’m in alles. Neem nu de veelvuldige shots van bomen in We Are Family. Je zou die gewoon in meerdere seizoenen kunnen filmen in exact hetzelfde kader en daar vrede mee nemen. Maar omdat ik bijvoorbeeld in mijn hoofd heb dat er ook nog eens een vogel moet opvliegen in beide shots, zit ik plots twee uur in de meest verkrampte houding te wachten op dat ene moment terwijl ik denk: ‘Dit is er toch wat over, Lidewij.’

‘Ik zou nooit in zo’n artificiële Tour & Taxis-omgeving kunnen wonen. Er mag een verzegeld hotel naast de deur en een louche carwash aan de overkant zijn.’
‘Ik zou nooit in zo’n artificiële Tour & Taxis-omgeving kunnen wonen. Er mag een verzegeld hotel naast de deur en een louche carwash aan de overkant zijn.’ © Anneke D’Hollander

Je pivoteert vrij snel van stamboomonderzoek naar het oplappen van de eigen familiebanden. De relatie met jouw broers Aart en Zeger is sinds jullie kindertijd al verzuurd. Vergis ik me of zat Zeger al niet even in Waar is Mark?

Nuitten:Klopt. We zijn met de jaren vreemden voor elkaar geworden, maar die reeks heeft wel iets losgemaakt. Stilaan kunnen Zeger en ik terug naar elkaar toe groeien. Het is vooral op de relatie met Aart dat nogal veel lading zit. Maar vorig jaar belde hij me plots zelf op – voor het eerst, denk ik. Hij wilde me laten weten dat hij vader zou worden. Ik wilde eigenlijk al een paar jaar nog eens met mijn broers samenkomen, maar ik wist niet hoe ik dat moest aanpakken. En net wanneer ik aan een reeks begin over voorouders en familie, gaat daar dat deurtje op een kier. Hoe geweldig is dat? (mijmerend) Het is echt wonderlijk om te kunnen voelen: dit klopt. Alles klopt en klikt in elkaar. Ik denk zelfs dat dat mijn definitie van geluk is.

Je bent vrij zwijgzaam over je jeugd. Je hebt in De Morgen wel ooit gezegd dat je opgroeide in ‘een sfeer van agressie, haat en geweld’.

Nuitten: Die uitspraak had ik beter niet gedaan. Want zonder verdere context klonk dat alsof ik tien jaar in de kelder aan de ketting heb gelegen. Zo was het ook niet. Er waren wel elke dag spanningen thuis. Mijn broers en ik spaarden elkaar niet echt in onze ruzies, dus het ging er zowel fysiek als verbaal hevig aan toe. Mijn vader was als zelfstandige bovendien vaak afwezig terwijl mijn moeder met het chronischevermoeidheidssyndroom kampte en geen energie overhad om in te grijpen. Ik heb mezelf ook al die jaren exclusief als slachtoffer gezien, maar nu pas kom ik tot het besef dat ik eigenlijk ook een soort ‘dader’ was. (denkt na) Hoewel… Het drama van ons gezin was – zonder op de details in te gaan – dat niemand eigenlijk echt slechte bedoelingen had of iets aan de situatie kon doen. Maar het gezin is er wel min of meer door gescheurd.

Je geeft wel veel van jezelf prijs in je werk. Wil je dat blijven doen?

Nuitten: Ik denk dat ik het nodig heb om vanuit het persoonlijke te vertrekken. Als zo’n reportage tegelijk een universeel verhaal kan vertellen en eventueel een taboe doorbreken, vind ik het het helemaal waard om mijn ziel bloot te leggen. We moeten er niet flauw over doen: ik kan die dingen ook maar met zoveel passie maken omdat ze, eh, over mezelf gaan. (lacht)

Gebruik je je werk in je leven of je leven in je werk?

Nuitten: Daar kan ik niet op antwoorden. Privé en werk zijn één grote brij. Als dat ongezond klinkt, is het omdat het waarschijnlijk ook ongezond is. Het laatste jaar ben ik dagelijks opgestaan en gaan slapen met We Are Family. Maar ik zie dat niet enkel als werk. Het is ook mijn therapie, mijn hobby, mijn passie en mijn verslaving. Als ik vrijdag om 23 uur nog even snel iets wil aanpassen in montage, is het voor je het weet vier uur ’s nachts. Omdat het nooit als werk aanvoelt. (denkt na) Ik zou het niet anders willen, maar dat komt wel met een prijs. Op dit moment kan ik bijvoorbeeld geen goede relatie onderhouden, want ik heb al een innige relatie met mijn werk.

© Anneke D’Hollander

‘Zal u met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ooit in haar werk gebruiken’ wil ook al eens afschrikken in een Tinderbio.

Nuitten:Ook dat nog, ja. Alles wat waardevol is in mijn leven, loopt de kans ooit in een reportage te belanden.

‘Anders moet je nog eens een familieopstelling doen’, stelt je moeder voor wanneer je haar vertelt dat je de band met jouw broers wil aanhalen. Dat is een therapeutische sessie waarin je een vraagstuk aandraagt waarover je helderheid wilt krijgen, zo leert Google.

Nuitten: Ik vrees dat we daar kritiek op gaan krijgen.

Zelfs de coach die de sessie zou leiden, gaf toe dat het een drupje zweverig was.

Nuitten: Die kanttekening zit er bewust in, omdat ik de kijker niks wil opdringen. Klassieke psychologen doen geweldig werk, maar ik heb daar nooit echt gevonden wat ik zocht. Op den duur ben je jezelf en je verhalen over je kindertijd kotsbeu gehoord. Zo’n familieopstelling draait niet alleen om praten, maar ook om voelen en zelfs stilte.

Wanneer een ver familielid je in de eerste aflevering uitlegt dat jouw overgrootvader voor de oorlog moest vluchten, bedenk jij je zonder een spatje ironie dat dat misschien de reden is waarom je zelf zo begaan bent met vluchtelingen. Zoiets zeg je alleen maar als je gelooft in…

Nuitten: Karma? Reïncarnatie? All of the above? Ja. Een paar jaar geleden had ik dat misschien uit de aflevering geknipt. Maar hoe ouder ik word, hoe minder ik mij geneer om uit te spreken waarin ik geloof. De tijd is er rijp voor. Ik weet niet of de pandemie er voor iets tussen zitten, maar we lijken minder zwart-wit te denken. Wie er per se om wil lachen, mag dat gerust. Al lijkt iedereen dat kantje van mij voorlopig te accepteren. Misschien omdat ik tegelijk ook heel nuchter kan zijn?

Lidewij Nuitten: half Jan Becaus, half Ingeborg?

Nuitten: Ik ben een grote fan van Ingeborg. Je kunt dat over the top vinden, maar tegelijk verspreidde ze destijds bij Van Gils & gasten bijvoorbeeld wel een keimooie universele boodschap.

Gratitude to the left of me, gratitude to the right of me?

Nuitten: Zelfs al lach je, toch neem je daar iets van mee. Ik hoop dat het bij mij ook zo werkt. In honderd dingen waarschijnlijk. Uiteindelijk komt alles altijd neer op een soort van zelfhulp. (denkt na) Of een soort van sjamanisme. Ik geloof zeer hard in de kracht van de kosmos, de natuur en ook in totemdieren. Een van mijn totemdieren is bijvoorbeeld de hommel: als er zo eentje op mijn pad komt, dan wil dat meestal iets zeggen. (lacht voorzichtig) Een paar dagen geleden wandelde ik in het bos aan de VRT en zag ik er nog eentje op een bankje in de avondzon liggen. Dood. Of dat dacht ik toch, want toen ik hem wilde aanraken, kreeg ik een elektrisch schokje en spartelde hij even. Sterker nog: met de laatste poot die hij nog kon bewegen, wees hij de hele tijd naar zijn buik die helemaal open lag. (maakt een graaibeweging) Dat moet toch iéts betekenen? Misschien duurt het nog jaren, maar ooit wordt me duidelijk wat precies.

We Are Family

Elke maandag om 21.30 uur op Eén.

Lidewij Nuitten

Geboren in 1992 in Lier.

Woont in Schaarbeek.

Studeert journalistiek aan de Erasmushogeschool, Brussel.

Wordt bekend wanneer ze voor de Iedereen beroemd-rubriek Mijn straat bij haar Schaarbeekse buren gaat aanbellen.

Draait onder meer de docu- en reportagereeksen Mijn naam is Lidewij (2020), Tussen Eupen en Oostende (2020) en Waar is Mark? (2021).

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content