La nuit du 12***

© National

Werd Dominik Moll er na zijn prima debuutfilm Harry, un ami qui vous veut du bien (2000) nog van verdacht de nieuwe, Franse Hitchcock te zijn, dan grossierde hij daarna vooral in halve en hele missers. Maar met dit onderkoelde, maar broeierige moordmysterie mikt hij eindelijk nog eens raak. Hitchcock is dit keer nergens te bespeuren, maar de schaduwen van stemmige procedurethrillers als Zodiac en Memories of Murder loeren om elk donker hoekje. Het onderzoek begint wanneer de 21-jarige Clara ‘s nachts in brand wordt gestoken door een onbekende belager met hoodie, een aanslag die het meisje niet overleeft en door Moll zakelijk, maar spookachtig en sensatievrij in beeld wordt gezet. De flikken staan voor een raadsel en de begintitels verraden meteen dat deze waargebeurde zaak tot de twintig procent behoort die in Frankrijk nooit raakt opgelost, maar dat doet de klinisch kille bovenlaag alleen maar boller staan van de spanning. Dag na dag en ondervraging na ondervraging raken de jonge, plichtbewuste hoofdrechercheur Vivès (Bouillon) en zijn gerodeerde collega Marceau (Lanners) alsmaar meer verstrikt in de schemerzone tussen idealisme en pragmatisme. Ondertussen toont Moll zich niet vies van de genreclichés – uiteraard hebben de flikken hun persoonlijke issues, en af en toe duikt er uit het niets een nieuwe verdachte op – maar de sfeer blijft sereen, het ritme rustig, de vertolkingen sober en de beeldvoering strak, op het beklemmende af. Gaandeweg wordt dan ook duidelijk dat de film, gebaseerd op Pauline Guéna’s non-fictieboek 18.3 – Une année à la PJ, evenveel over generaties, gender en genre gaat dan over wie nu eigenlijk Clara in de fik heeft gezet, zoals ook Twin Peaks nooit draaide om Laura Palmer. Een bevredigend complexe whodunit die zich discreet en ijzig kalm tussen Schuld en boete en Mindhunter in wringt.

Dominik Moll met Bastien Bouillon, Bouli Lanners

Partner Content