I’m afraid I can’t do that, Dave

In de filmreeks Film in zicht nodigt Cinema Sphinx in Gent elke maand een gastspreker uit om zijn of haar favoriete film voor te stellen. Op 13 januari legt Knack Focus-filmcriticus Dave Mestdach er uit waarom Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey (1968) zijn kijk op cinema verbreedde én zijn jeugd verpestte.

Hoe beu ben je het om steeds weer ‘I’m afraid I can’t do that, Dave’ te moeten horen, Dave?

DAVE MESTDACH: De laatste die het waagde, eet nog steeds sondevoeding (lacht niet). Ik was dertien toen ik de film voor het eerst op tv zag en heb er effectief een aversie voor computers aan overgehouden. Ik had nog nooit zoiets gezien, ik was verbluft en helemaal mee, maar werd ook bang toen Hal 9000, die nare computer uit de film, mij plots persoonlijk aansprak. Mijn angst voor technologie die het van de mens overneemt, heb ik daaraan te danken. Ik hou nog steeds niet van computers en zij niet van mij. Wat dat betreft was the ultimate trip voor mij deels ook een bad trip, maar wel een die ik graag herbeleef.

Is het geen te voor de hand liggende keuze voor een filmcriticus?

MESTDACH: Ik had de slimmerik kunnen uithangen met een minder bekende of cultureel verantwoorde keuze, maar wanneer je zo’n vraag krijgt, moet je eerlijk zijn en een film kiezen die impact op je heeft gehad tijdens je jeugdjaren. Een film die je manier van denken over cinema heeft veranderd. Een film met een ouderwets wow-effect. Béla Tarr is ook een van mijn favoriete cineasten, maar op mijn vijftiende had ik nog niks van hem gezien. Dat was pas op mijn zestiende (lacht niet). En bovendien kan ik op deze manier de film nog eens op een groot scherm bekijken, waar hij nog meer indruk maakt.

Is 2001: A Space Odyssey geen elitaire, semifilosofische film die vertikt antwoorden te geven op de vragen die hij zelf stelt?

MESTDACH:(erkent lachen niet langer als mogelijke gezichtsuitdrukking) Neen, zeer zeker niet, het leven zit ook vol vragen die je niet kunt beantwoorden en het is net elitair om te denken dat je alle nuances en vraagtekens met informatie moet dichtsmeren. Als 2001: A Space Odyssey mij één ding heeft geleerd, dan is het dat je een verhaal krijgt zodra je twee beelden aan elkaar monteert. Denk aan dat tollende bot dat overgaat in een tollend ruimteschip, een van de beroemdste overgangen uit de filmgeschiedenis. Goede cinema laat ruimte. Prikkelt de verbeelding. Schildert met licht. En speelt met tijd. Daar gaat 2001: A Space Odyssey ook over. Vorm wordt inhoud. Film is veel meer dan pratende kopjes die in close-up informatie met elkaar uitwisselen. Dat is tv, dat is banaal, dat is ordinair. 2001: A Space Odyssey is cinema in al zijn epische grootsheid.

SAM DE WILDE

Partner Content