De wereld hoeft niet meer aan zijn voeten te liggen, Peter Gabriel heeft andere ambities. ‘Ik geef er niet om dat mensen denken dat ik al jaren niets heb uitgericht. Ik heb nu tenminste een interessant leven.’

Door Peter Van Dyck

‘Up’, uit op 23/9 bij Real World/Virgin.

Peter Gabriel is een lucky old bastard. Als het weer het toelaat, gaat hij met de boot naar zijn werk, de Real World Studio, een prachtig gelegen studiocomplex in het groen, even buiten Bath. Na het grote internationale succes van So in 1986 kocht de zanger daar, dicht bij een van de mooiste Britse steden, een oude watermolen, restaureerde die en bouwde er perfect geïsoleerde opnamestudio’s aan. Die ogen als een postmoderne bunker – Oakenfold noemde er zijn solodebuut Bunkka naar – en als je buiten staat, baad je in een oase van rust, enkel af en toe verstoord door een voorbijdenderende trein. Gabriel heeft er zijn eigen koks, die zoals we zelf mochten vaststellen, geweldige maaltijden bereiden. Laat andere rocksterren zich maar tussen de beau monde in metropolen bewegen, deze artiest is er trots op dat hij met het plaatselijk jeu de boules-team recent een tornooi heeft gewonnen. ‘Een mooiere prijs dan welke award dan ook’, lacht hij.

Het is even schrikken bij het zien van Gabriel. De combinatie van een ‘derde-wereld’-sik en een kortgeschoren schedel bezorgt de popster de aura van een boeddhistische monnik. Ook de bezadigde en zachte manier waarop hij praat, is een en al Zen. Dit is een rockzanger die tot rust is gekomen. Samen met de Ierse Meabh Flynn, met wie hij enkele maanden geleden trouwde en met wie hij een zoontje van bijna een jaar oud heeft, Issac Ralph. De titel van zijn nieuwe cd Up is een indicatie van al dat huiselijk geluk en het contrast met Us, dat een echtscheiding – hij was 17 jaar getrouwd met Jill, zijn eerste vrouw – én een spaak gelopen relatie met actrice Rosanna Arquette verwerkte, is bijzonder groot.

‘Up’ is je eerste plaat in tien jaar. Niet bepaald een hels tempo.

Peter Gabriel: ‘Ik besef dat het lijkt alsof ik jaren op mijn luie kont heb gezeten. Maar geloof me, ik heb héél veel songmateriaal opgenomen. Vóór dit album zijn overigens nog het Ovo-album (met de muziek die hij schreef voor de show van de Millennium Dome in Londen, pvd) en de soundtrack Long Walk Home (van de Australische film Rabbit Proof Fence, pvd) verschenen. Zo slecht is dat toch niet? Die andere projecten hebben natuurlijk het uitstel in de hand gewerkt. Bovendien ben ik behoorlijk snel afgeleid. Ik produceer véél ideeën, deze keer had ik er zo’n 130. Als ik het ene beu ben, werk ik aan het andere voort. Zo raak je natuurlijk niet snel vooruit.

Hoe langer je aan een plaat werkt, hoe meer twijfels er komen. Waren er momenten waarop je besloot radicaal van koers te veranderen?

Gabriel: Zeker. Van sommige songs lijkt de definitieve versie in niets meer op de nummers die ik eerst in mijn hoofd had. Voor aardig wat songs moest ik kiezen tussen verschillende versies. Jammer genoeg zijn daardoor ook enkele bijdragen van muzikale gasten gesneuveld. De lijst van mensen die een partij hebben ingespeeld maar het album niet hebben gehaald, is waarschijnlijk dubbel zo lang als de werkelijke creditlist. (lacht)

Gastmuzikant Nusrat Fateh Ali Khan is ondertussen overleden. Was het raar om na zijn dood nog te sleutelen aan een song waarop hij te horen is?

Gabriel: Zeker en vast. Nusrat zong op Signal To Noise, een nummer dat al vrij oud is. Initieel was dat een veel grimmiger song, maar Nusrats vocalen zetten me ertoe aan om de productie helemaal om te gooien. Het nummer vroeg plots om een grootsere, meer emotionele klank en daarom hebben we er nog strijkers aan toegevoegd. Die stem van Nusrat is uniek. De machtigste die ik ooit heb gehoord. Ik ben dan ook blij dat ik nog met hem heb kunnen samenwerken voor hij stierf.

‘Signal To Noise’ sluit de cd af. Het is een vrij donkere eindnoot. Het openingsnummer ‘Darkness’ is al even huiveringwekkend. En dat voor een plaat die ‘Up’ heet.

Gabriel: Toegegeven, er staan redelijk wat miserabele songs op. (lacht) Maar ook al draaien een aantal songs om verlies en de dood, toch schuilt er heel wat optimisme in het album. Weet je, onze cultuur loopt weg van de dood. Alles is toegespitst op jong zijn. De dood wordt weggestopt, terwijl die net een wezenlijk deel van het leven uitmaakt. Enkele vrienden zijn tijdens de opnames gestorven. Mijn schoonbroer is bezweken aan huidkanker. En mijn ouders zijn intussen al de negentig gepasseerd. Dan begin je toch wel wat over de dood na te denken.

In ‘Darkness’ zing je: ‘I have my fears but they don’t have me’.

Gabriel: Dat is gestolen van John Lennon. Hij zong in Mother over zijn moeder: ‘You had me but I never had you’. Zo’n briljante zin mag naar mijn mening best twee keer worden gebruikt. Waar ík aan dacht toen ik het parafraseerde, was dat weinig mensen beseffen waartoe ze in staat zijn. We laten ons afremmen door onze angsten, terwijl je ze net moet uitdagen. Ik had bijvoorbeeld een slangenfobie. Tot ik mezelf ertoe verplichtte om de python van een bevriend dierenarts over mij te laten kruipen. Dat gaf een enorm bevrijdend, sterk gevoel. Het is belangrijk dat je in het reine komt met je angsten. Zo hadden we voor het Real World Experience Park, dat ik ooit wou realiseren, een attractie ontworpen waarin je je fobieën het hoofd kon bieden. Nadat je je persoonlijke gegevens had ingegeven, werd je via een computerspel met je eigen angsten geconfronteerd.

Hoe zit het eigenlijk met dat veelbesproken pretpark in Barcelona?

Gabriel: Die plannen zijn definitief opgeborgen. Al hoop ik dat we sommige van de ontwikkelde ervaringen op een of andere manier nog kunnen recupereren. Ik heb al met het idee van een Experience Train gespeeld. Je volgt met die trein een bepaald traject en in de tunnels zou je projecties kunnen realiseren. Dat zou in ieder geval een minder dure grap zijn.

Geen spijt van de verloren tijd en energie?

Gabriel: Nee, want het denkwerk is niet verloren. Brainstormen met mensen als Brian Eno en Laurie Anderson en met architecten was een creatieve verrijking. We hebben ongelooflijke conversaties gehad die ons werk hoe dan ook hebben gevoed. Ik wil meer en meer die richting uit: met boeiende mensen de koppen bij elkaar steken en zien wat eruit komt. Ik ben er zeker van dat iemand ooit de draad weer oppikt en alsnog de vruchten plukt van ons voorbereidend werk. Ik blijf in het potentieel van een alternatief themapark geloven. Je hebt independent films, independent muzieklabels, een independent attractiepark moet toch ook mogelijk zijn. Het prijskaartje is het grootste struikelblok. Je moet voldoende volk lokken, zonder dat je te veel compromissen sluit. Dat zie je in de muziekbusiness constant: hoe hoger de kosten, hoe meer je water bij de wijn moet doen.

Je hebt in het begin van het scheppingsproces van ‘Up’ bij elk nummer een tekening gemaakt. Waarom?

Gabriel: Die visualisering houdt me heel erg bezig. Ik maakte bij elk nieuw embryonaal nummer een snelle schets. Dat diende vooral om die prille songs uit elkaar te houden, want in dat vroege stadium hebben die nog geen titel. Ik kleefde die tekeningetjes op de doosjes van de demo’s, zodat ik makkelijk de song kon vinden waar ik verder aan wilde schaven. Een beeld aan een nummer linken, helpt je overigens dat nummer vormgeven. Het doet je nadenken over de richting waar je met een song naartoe wilt.

Je songs kunnen een uitgesproken intellectuele aanzet hebben – je schrijft bijvoorbeeld over een politieke moord (‘Biko’) of een psychologisch experiment (‘Milgram 37’) -, maar er zit onmiskenbaar ook een emotioneel en speels element aan vast.

Gabriel: Dat klopt. Al moet ik erbij vertellen dat ik aanzienlijk sneller ben in het uitwerken van muzikale ideeën. Om teksten te kunnen schrijven, moet ik me afzonderen. Ver weg van hier. Daarvoor moet ik me in beweging zetten. Met de auto of de trein reizen naar een plek waar ik niet zo word afgeleid. Want als ik hier blijf, zijn er toch altijd weer zaken te regelen en dan kan ik me niet voldoende concentreren. Ik moet er enkele dagen tussenuit om mezelf met het witte blad te confronteren.

Heeft de omgeving hier een invloed op je?

Gabriel: De nabijheid van een waterloop helpt me, geeft me een rustig gevoel. Ik kan me hier beter ontspannen dan in de stad. Soms heb ik nood aan de prikkels van de stad, maar ik ben snel verzadigd. Nu ik een baby heb, lijkt het platteland me nóg idealer om te leven. In de tijd dat ik op school zat, had je misschien één kind op de honderd dat astma had, nu heb je er al drie op de tien. Ongelooflijk, toch?

Melanie, een van je dochters uit je eerste huwelijk, zit nu ook in de studio, las ik.

Gabriel: Niet dat ik haar ooit heb gepusht, maar inderdaad: ze heeft een cd opgenomen. Ik heb haar niet geholpen maar als een van haar eerste critici kan ik gerust zeggen: het klinkt goed.

Je hebt haar nooit gepusht, maar je hebt je dochters toen ze klein waren wel soms bij het songschrijfproces betrokken.

Gabriel: Inderdaad. Dat was altijd heel plezierig. Een goeie oefening voor die kinderen, want op school krijgen ze zoiets niet mee.

In juni ben je getrouwd. Volgens een persbericht was het een ‘low-key’ huwelijk in typische Peter-stijl. Wat moet ik me daarbij voorstellen?

Gabriel: Het was heel informeel en relaxed. De mensen werden dronken, er was voortreffelijke muziek. Heel intiem eigenlijk, maar we hebben ons enorm geamuseerd.

Je hebt je niet aan zoeloedansen gewaagd zoals Johnny Clegg op zijn huwelijksceremonie?

Gabriel: Gelukkig niet. Ik ben niet zo acrobatisch als hij. Als ik dat zou proberen, sloegen mijn benen in de knoop. (lacht)

Hoe heb je je vrouw leren kennen?

Gabriel: Tijdens mijn vorige tournee werd zij in Real World Studios aangenomen als technicus. Toen ik terugkwam, zag ik hier die geweldige vrouw rondlopen. (lacht) Nadat we een tijdje hadden samengewerkt, begonnen we te daten. En nu hebben we een baby. (lacht)

David Bowie beweert dat hij nu, op oudere leeftijd, een betere vader is dan vroeger. Herken je dat?

Gabriel: Ja. Ik denk dat ik nu een betere vader kan zijn omdat ik een kalmer mens ben. Iemand zei me onlangs, toen hij me met de baby op de arm zag: ‘Je ziet eruit als iemand die heel goed beseft wat hij heeft.’ De nagel op de kop. Ik beleef het vaderschap nu heel bewust.

Je vrouw heeft een ‘percussive sample library’ voor je gemaakt. Wat is dat?

Gabriel: Een soundlab waarmee ik, rechtstreeks van een keyboard, met samples nieuwe grooves in elkaar kan zetten. Meabh heeft dat ontwikkeld in die drie jaar dat ze in de Real World Studios heeft gewerkt.

Technologie heeft op jou als muzikant de uitwerking van nieuw speelgoed op een kind.

Gabriel: Dat is zo. Komt omdat mijn vader ingenieur was. Hij vond het eerste tv-systeem met kabels uit glasvezel uit. Hij was zijn tijd vooruit, droomde luidop van kabeltelevisie, home shopping, elektronische democratie, het voor iedereen beschikbaar maken van educatie en entertainment. Destijds had niemand daar oren naar, nu zijn die ideeën algemeen geaccepteerd én effectief gerealiseerd, met het internet. Toen ik opgroeide, dacht ik door dat werk van mijn vader al veel na over de toekomst.

Op ‘Ovo’ stond het nummer ‘Father, Son’waaruit je kon afleiden dat de relatie met je vader er met de jaren beter op geworden is.

Gabriel: Ik vond de afstand tussen ons zo groot worden dat ik hem op een gegeven moment beter wilde leren kennen. Omdat hij al meer dan veertig jaar yoga beoefent, stelde ik hem voor samen naar een meester te gaan die ‘partner yoga’ geeft. Yoga spreekt mij ook heel erg aan, alleen heb ik niet zoveel zelfdiscipline als mijn vader om er zo actief mee bezig te zijn. We verbleven een week samen op hotel. Het werd een fantastische week. Op een bepaald moment moest ik tijdens de les mijn rug stretchen. Alle pijn en frustratie kwamen plots boven. Ik barstte in tranen uit. Mijn vader gaf me een knuffel en dat had hij sinds mijn dertiende niet meer gedaan. Het deed enorm deugd. Op yogales met je vader: een ervaring die ik iedereen kan aanraden.

Heb je nu andere verwachtingen en ambities dan vroeger?

Gabriel: Wat me tegenwoordig vooral stimuleert, zijn projecten met inspirerende mensen. Met theatermakers als Robert Lepage (die de scenografie van de Secret World Tour verzorgde, pvd) en Robert Wilson. Zo heb ik ook in de soundtrack voor Long Walk Home met veel appetijt mijn tanden gezet. Omdat je enkel de opdracht hebt de film te ondersteunen, is de artistieke verantwoordelijkheid van een andere orde. Hoewel ik deadlines haat, is het toch wel eens nuttig om onder die druk te werken. Stukken die oorspronkelijk voor de score bedoeld waren, kwamen uiteindelijk op Up terecht en omgekeerd. Ik ben heel goed in recycleren. Ik vind dat de rockmuziek zich méér zou moeten overgeven aan recyclage. Zo loop ik al lang rond met een idee voor een groep. Alleen vind ik niemand bereid om er mee in te stappen. (lacht) Wie mee wil doen, moet me één ding beloven: we maken in onze carrière maar één album, dat we daarna keer op keer opnieuw opnemen. Steeds in een ander jasje. Voorwaarde is dat we héél straffe liedjes hebben, anders stuikt het als een kaartenhuisje in elkaar.

Vroeger wilde ik veel succes hebben. Nu lig ik er niet meer wakker van dat mensen zouden denken dat ik al die jaren niets heb uitgericht. Ik heb nu tenminste een interessant leven. Niet dat ik het succes onaangenaam vind, maar de motivatie is toch anders. Ik heb geen zin meer om vast te zitten aan het album-tour-album-stramien van de muziekindustrie. That’s like a dog eating his own tail. Dan wórd je geleefd en heb je na een tijd een verschrikkelijk leeg bestaan. Je moet uit de mallemolen kunnen stappen.

‘Ik heb geen zin meer om vast te zitten aan het album-tour-album stramien van de muziekindustrie. Dat is een verschrikkelijk leeg bestaan.’

Partner Content