Paul Baeten
Paul Baeten Columnist bij Knack Focus

P.B. GRONDA, schrijver van onder meer Onder vrienden en recent nog Straus Park, duikt elke week in de populaire cultuur.

Because a little bit of summer’s what the whole year’s all about. Dat zing ik graag mee, met het ene hand op het stuur en het andere hand niet op het stuur. In stilte, weliswaar, terwijl John Mayer het zelf gewoon luidop zingt in zijn nummer Wildfire. Hey, ieder zijn talent, en ik heb mijn succesvolle Hollywoodcarrière tenslotte al. En het internationale tafeltennis.

Je weet dat wat John daar zingt niet echt waar is, maar je wilt het wel heel graag geloven voor zolang het liedje duurt en liefst nog even daarna want ooit komt de herfst en dan trekt de zwaartekracht alles weer naar beneden. Nee, je wilt niks liever dan geloven. Misschien is daarin slagen wel meteen de grootste verdienste van popmuziek. Samen met de stilte opvullen terwijl je je lief uitkleedt of de afwas doet.

Iedereen viert doorgaans min of meer dezelfde gebeurtenissen. Kerstmis, een verjaardag, een pensioen, het Suikerfeest, het feit dat het zaterdagavond is en je de dag nadien kunt uitslapen. Of, als je in Charleroi of Honduras of zo woont: het feit dat het gelijk welke avond is en je de dag nadien kunt uitslapen.

Hoe dan ook, we vieren ook allemaal de zomer. Als een soort godin die we maar al te graag voeden met, ja, weet ik veel… Druiven. Wat eten godinnen anders? Appeltaart. Citroenijs. Misschien wel gewoon pizza.

Misschien is de zomer wel het meest democratische feest ter wereld, met de festivals als seculiere vieringen ervan. We vieren alleen op licht verschillende manieren. Daarom hebben we ook festivals voor de verschillende types. Voor mensen met carreauhemden in bermuda’s met ceintuurs en voor mensen die voor alles wat ze doen gras of hun eigen haar gebruiken.

Ik heb een leeftijd bereikt waarop ik de bovenste helft van de affiches nog ken, maar de onderste allang niet meer. Ooit was het omgekeerd. Toen gingen we net voor de snullen die met hun bandje helemaal uit Butthole in de great state of Whogivesashit om kwart voor elf ’s ochtends garagerock kwamen spelen. Belachelijk. Maar alles wat je doet als je zeventien bent, is belachelijk en dat maakt het zeker niet minder plezant.

Wel blij dat ik van de voormiddagconcerten verlost ben. De voormiddag is de backstage van de dag. Dan moet je jezelf wassen, een vorm van betaalde arbeid uitvoeren en bellen met serieuze mensen zoals boekhouders of Telenetinstallateurs. Precies om in de namiddag en de avond het echte leven te kunnen ondergaan.

Het hele leven gebeurt op festivals. Ik heb op festivals getapt, parking B2 aangewezen, geslapen, gespeeld en ook gewoon heel veel bands gezien. Dat was altijd legendarisch omdat elk festival ter wereld ten laatste twee seconden na afloop legendarisch wordt. Woodstock ’69 doet daar iets gewichtiger over dan Swing Wespelaar ’11, maar de verhalen die ontstaan onder het warme kleed van een zomeravond met hele grote speakers maken daar weinig verschil in. A little bit of summer. Alsof we meer nodig hebben dan dat.

P.B. GRONDA

WOODSTOCK ’69 DOET DAAR IETS GEWICHTIGER OVER DAN SWING WESPELAAR ’11, MAAR ELK FESTIVAL TER WERELD WORDT TEN LAATSTE TWEE SECONDEN NA AFLOOP LEGENDARISCH.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content