Donald Niedekker

1 Waarom wilde je nog iets toevoegen aan de al eerder beschreven overwintering van Willem Barentsz en zijn lotgenoten op Nova Zembla?

Donald Niedekker: Al vanaf het prille begin van mijn schrijverschap wilde ik het over Nova Zembla hebben, maar niet over het avontuur van de overwintering. Dat was inderdaad al vaak gedaan. Ik wilde het meer over de achterliggende ideeën hebben. Het fascineerde me hoe in 1585, na de val van Antwerpen, veel wetenschappers en rijke handelaren naar Holland trokken om er de financiers van expedities te worden. En hoe uit de volstrekte mislukking van die expedities een nationale legende ontstond. Die overgang van de zestiende naar de zeventiende eeuw is een geboortemoment. Ik wilde dat vangen in een barok noordelijk verhaal.

2 Is het niet gek dat net die mislukking van Barentsz een nationale mythe is geworden?

Niedekker: Dat gebeurde pas in de tweede helft van de negentiende eeuw, toen staten zich gingen profileren en dit verhaal bij wijze van spreken in de permafrost lag te wachten. Opeens was er grote interesse voor de oude pannen, ketels en schoenen die men op Nova Zembla had gevonden. Er werd zelfs een heus panorama geschilderd. Je kon er middenin gaan staan en je in de poolwinter wanen. Wat Das Rheingold en Die Walküre waren voor Duitsland en de Kalevala voor Finland, was de expeditie van Barentsz voor Nederland. De romantiek hield ervan om dergelijke verhalen vet aan te zetten.

3 In je boek staat cartografie centraal, kaarten die de wereld tonen, maar ook aanzetten tot verwondering en verlangen. Wat heb je daarmee?

Niedekker: Ik kan nog steeds gelukkig worden van het kijken naar een kaart van de Noorse kust. Gewoon die plaatsnamen lezen is al voldoende. Maar kaarten horen natuurlijk bij de zestiende eeuw. Kaarten waren grote stimulatoren van de kennisontwikkeling. Sommige kaarten waren kleine encyclopedieën die vol zaten met informatie over volkeren, specerijen en ga zo maar door. Als je alle informatie zou willen opschrijven die op de beroemde wereldkaart van Blaeu staat, zou je al gauw een boek van tweehonderd bladzijden hebben. Omdat ik zelf nogal collageachtig schrijf, vind ik de opbouw van zo’n kaart trouwens ook een interessant gegeven. Ze bevat niet één lineair verhaal, maar is in feite ook een collage. Ik hou van die vorm en ik zou het niet erg vinden als lezers mijn boek zouden verknippen en in een andere volgorde leggen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content