DE GROEP DIE MET TWEE WOORDEN SPREEKT

Steven Cassiers Bert Dockx Fred Jacques

Instrumentale muziek is niet spannend? Met het grofkorrelige I/II bewijst Dans Dans het tegendeel, en op het podium zijn Bert Dockx en co. nog beter. ‘Deze groep is een vrijhaven waarin alles mogelijk is.’

Gitarist Bert Dockx kent u van Flying Horseman, drummer Steven Cassiers van Dez Mona en bassist Fred ‘Lyenn’ Jacques van zichzelf of zijn allianties met Marc Ribot en Mark Lanegan. Samen vormen ze Dans Dans, een psychedelische garagejazzgroep met surfabilly-invloeden die zich zowel aan het oeuvre van Sun Ra en Ornette Coleman als aan eigenzinnige covers van Tom Waits en David Bowie waagt.

Jullie nieuwe plaat I/II is de vrucht van anderhalve week repetitie en drie dagen in de studio. Zit jullie kracht in de spontaniteit?

BERT DOCKX: We zijn snel en intuïtief, ja, maar zo opzienbarend is dat toch niet? In de wereld van de jazz is het veeleer regel dan uitzondering.

Dans Dans speelt vooral covers. Zijn interpretatie en compositie gelijkwaardig?

FRED JACQUES: Zeker. Wat telt, is wat er gebeurt tijdens het spelen. De song is slechts het vertrekpunt voor de muzikale reis die we samen ondernemen.

DOCKX: Sowieso hebben we elk een andere relatie met de nummers. Als ik een melodie speel, zit ik doorgaans met de zanglijn in mijn hoofd en probeer ik zo dicht mogelijk bij de tekst te blijven. Soms kom ik met iets aanzetten waar ik al tien jaar verliefd op ben en waar persoonlijke herinneringen aan vastzitten, maar dat Steven nog nooit heeft gehoord. Zijn spel wordt dus niet afgeremd door zijn kennis van het origineel. Waar de muziek precies vandaan komt, maakt niet uit. Zolang ze ons maar inspireert.

Jullie repertoire bestaat zowel uit jazz en rock als folk en filmmuziek. Hoe hebben jullie de nummers voor I/II gekozen?

DOCKX: Als ik een melodie hoor die bij Dans Dans zou kunnen passen, floept in mijn hoofd een lampje aan. Ik heb er de jongste jaren een zesde zintuig voor ontwikkeld. Voor de rest wordt er nauwelijks over gepraat of over nagedacht. Sinds onze begindagen is de interactie tussen ons drieën er wél vanzelfsprekender op geworden. Steven en Lyenn leggen een soort snelweg aan, waar ik dan, al solerend, over mag razen.

Hoe verhoudt I/II zich tot jullie debuut? Waar zijn jullie beter in geworden?

DOCKX: We hebben subtielere manieren gevonden om met elkaar te communiceren. We putten uit een bredere waaier van invloeden en er zitten meer pieken en dalen in de muziek.

JACQUES: Ook het wederzijdse vertrouwen is gegroeid. We scheppen nu meer ruimte voor elkaars spel.

Jullie zijn elk bij meerdere bands actief. Komt in Dans Dans al jullie muzikale ervaring samen?

DOCKX: Ieder brengt zijn eigen bagage mee, maar we delen alles waar we de jongste maanden mee bezig zijn geweest. Dans Dans is voor elk van ons een uitlaatklep. Het is de vrijhaven waar niets onmogelijk is.

Is er live veel ruimte voor improvisatie?

JACQUES: De plaat is slechts een momentopname: geen enkele versie is definitief. De rode draad? De wisselwerking tussen de groepsleden, elk met hun specifieke gevoeligheden.

DOCKX: Improvisatie is de kern van wat we doen. Voor elk optreden maken we bepaalde afspraken, maar echt bindend zijn die niet.

JACQUES: Ieder van ons kan altijd beslissen van het uitgestippelde pad af te wijken en zo een nummer een totaal onverwachte wending geven. Dat houdt de spanning erin. DIRK STEENHAUT

EXTRA OP KNACKFOCUS.BE

Vergelijk origineel en cover van alle songs op I/II, met commentaar van de groepsleden.

DIRK STEENHAUT

Partner Content