Frederik Goossens Jazzrecensent bij Knack Focus

Elke muzikant heeft een plaat die hem heeft doen beslissen: aan dít instrument wil ik mijn leven wijden. Deze week: de eyeopener van drummer Han Bennink (70), van wie een nieuwe cd (Bennink & Co) én een verjaardagsbox van 52 cd’s en 2 dvd’s verschijnt.

HAN BENNINK: Mijn vader was percussionist in het radio-orkest van Hilversum en ik heb het drumvirus van hem geërfd. Als jonge knaap kreeg ik van hem Tiger Rag door Louis Armstrong en zijn All Stars, met die lange drumsolo van Big Sid Catlett. Wat vond ik dat goed!

Je houdt erg van die oude generatie drummers – Baby Dodds, Zutty Singleton, Catlett…

BENNINK: Ja, natuurlijk. Daar moet je het toch van hebben?

Maar je bent zelf wel de avant-garde-improvisatie in gedoken.

BENNINK: Ach, avant-garde… Dat is toch ook maar een naam? Ik vind mezelf helemaal niet avant-gardistisch. Ja, ik heb gespeeld met Peter Brötzmann, Cecil Taylor en dat soort kerels, maar tezelfdertijd ook met Sonny Rollins of met oncle René Thomas. Als er fijne muziek van komt, speel ik gewoon mee.

Je hebt een tweede cd uit van je eigen trio, met de Deense pianist Simon Toldam en ‘onze’ Joachim Badenhorst, uit Antwerpen.

BENNINK: Ze zijn allebei vijftien jaar jonger dan mijn kinderen. (lacht) Ik ontmoette hen tijdens een workshop in Canada. Allemaal on-waar-schijn-lijk talentvolle jonkies die daaraan deelnamen, maar die twee profileerden zich. Zij kiezen een niet zo voor de hand liggend parcours en dat vind ik mooi. Ik hoef ook heel weinig aan ze uit te leggen. Het leuke van dit trio is dat er nooit één solist is. Er is ontzettend veel samenspel. Ik breng gewoon wat sentimentele deuntjes mee en we gaan ermee aan de slag.

En jijzelf begint steeds meer te vertellen met steeds minder drums. Vaak heb je aan de podiumvloer genoeg.

BENNINK: Uiteindelijk hoop ik de sterren van de hemel te spelen met enkel een luciferdoosje waarin twee halfverbrande lucifers zitten. Dus ik heb nog een heel lange weg te gaan.

Je bent 70 geworden en er komt een verzamelbox uit met alle ICP-platen van de afgelopen 45 jaar. Heb je alles nog eens beluisterd?

BENNINK: Waarom zou ik dat doen? Daar heb ik geen tijd meer voor. Het graf gaapt, jongen. Ik weet alleen dat ik nog 1000 exemplaren van die doos moet gaan signeren.

Tot slot: je hebt met zoveel bekende muzikanten samengespeeld. Is er nog iemand die op je verlanglijstje staat?

BENNINK: Bobbejaan Schoepen! Maar daarvoor is het te laat.

FREDERIK GOOSSENS

Partner Content