25 jaar Praga Khan: ‘Ik kan toch moeilijk dezelfde platen maken als in 1992?’

Jonas Boel
Jonas Boel Jonas Boel is medewerker van Knack Focus

Van new beat over de kinky industrial van Lords of Acid tot de hits van Praga Khan, van Herselt naar de VS, van Japan naar Werchter. Maurice Engelen blikt terug op een kwarteeuw succes en sensatie. ‘Ik kan toch moeilijk dezelfde plaat blijven maken.’

1988 – HET JAAR VAN DE VERBODEN VRUCHT

Met I Sit on Acid had je met Lords of Acid meteen een stevige hit te pakken, met Praga Khan liep het iets moeizamer.

MAURICE ENGELEN: Behalve in

Argentinië! Daar was Praga Khan in 1988 wel al een hit. We kregen meteen aanvragen om daar te spelen. Ons eerste optreden met Praga Khan hebben we dus in Zuid-Amerika gespeeld.

Vanwaar het idee om Lords of Acid zo’n kinky imago aan te meten?

ENGELEN: Veel new-beatreleases hadden een pikant tintje, denk aan acts als Erotic Dissidents. Wij hebben die erotiek uitvergroot. In de States hadden ze zoiets nog nooit gezien. Eigenlijk moeten we Tipper Gore (vrouw van Al, bedenker van de ‘Parental Advisory’-stickers, nvdr.) bedanken voor ons succes. Dankzij haar en alle andere moraalridders waren wij een verboden vrucht, en niks verkoopt beter dan controverse.

1992 – HET JAAR VAN BASIC INSTINCT

ENGELEN: Maar ook het jaar van Injected with a Poison, waarin alles is ontploft. In Engeland stonden we zelfs met twee projecten tegelijk, Praga Khan en Digital Orgasm, hoog in de hitlijsten.

Waarom pakte de mayonaise in Engeland zo goed?

ENGELEN: Breakbeats! Behalve in Engeland draaiden Europese dj’s toen geen breakbeats. Zelfs The Prodigy stelde niks voor buiten hun eigen land. Maar wij speelden er net als hen op gigantische, illegale raves. Ik zie ons nog rondtuffen op het platteland. Het enige wat je kon doen, was je kop door het raam steken en proberen te volgen waar de bassen vandaan kwamen. (lacht) Eenmaal gearriveerd stond daar 30.000 man uit de bol te gaan, in the middle of nowhere. Hallucinante tijden. En toen gebruikte Paul Verhoeven onze muziek in Basic Instinct en ging Amerika compleet overstag. In 1994 tekenden we voor het album Voodoo U zelfs een deal met Rick Rubin, als eerste Europese act op zijn American Recordings. Een hele eer.

1997 – HET JAAR VAN DE LAGE LANDEN

Stak het dat jullie in eigen land nauwelijks bekendheid genoten?

ENGELEN: Het deed een beetje pijn, maar we hadden de tijd niet om daarbij stil te staan. Terwijl Praga Khan toerde in Amerika, zaten Lords of Acid in Japan of vice versa. Rond 1997 kwam dan de erkenning in de Lage Landen, toen EMI flink investeerde in Praga Khan. Een vreemd gevoel, we deden fundamenteel niks anders dan de vijf jaar daarvoor, maar nu stond het hele dorp op onze vingers te kijken. (lacht) Blijkbaar was België eindelijk klaar voor Praga Khan. Het hielp natuurlijk dat we als een goed geoliede machine op het podium stonden. In 1999 kwam met Breakfast in Vegas uiteindelijk het écht grote succes in België.

Zei hij met heimwee.

ENGELEN: In geen geval. Want de jaren nadien waren minstens even mooi. Komaan, op naar het volgende hoofdstukje!

2000 – HET JAAR VAN DE BEVESTIGING

ENGELEN: Vreemd om hier pas van bevestiging te spreken, maar daar zijn redenen voor. Zo stonden we in 2000 als eerste Belgische band ooit als afsluiter op Werchter. Ik herinner me dat Schueremans de wind van voren kreeg. Hetzelfde jaar mochten we ook de Dance Hall op Glastonbury afsluiten. Daar stonden we na kleppers als Roni Size en Grooverider, grote namen in de drum-‘n-bass. Blijkbaar was dat een soort eerbetoon voor ons aandeel in de ontwikkeling van de breakbeat.

Heb je van die mannen ooit rechtstreeks schouderklopjes gehad?

ENGELEN: Ik heb ooit een uitgebreide thank you gekregen van Kevin Saunderson, omdat we hem met onze versie (als 101, nvdr.) van zijn Rock to the Beat vele, vele dollars hebben opgebracht. (lacht) Ik heb ook eens een telefoontje gehad van Flea van de Red Hot Chili Peppers, om te zeggen dat hij samen met Perry Farrell van Jane’s Addiction naar het Lords of Acid-album Voodoo U aan het luisteren was, en hoe geweldig ze het wel niet vonden.

2008 – HET JAAR VAN X-FACTOR

ENGELEN: De jaren daarvoor had ik mijn inspiratie de vrije loop gelaten met theatershows, ballet en kruisbestuivingen allerhande. Mijn creatief ei was voor een poosje gelegd. Toen kwam die vraag om te jureren in X-Factor. Ik ben erop ingegaan zonder me bewust te zijn van de impact. Met je kop in primetime op tv komen heeft heel wat neveneffecten. Plots bemoeit Jan en alleman zich met wat je zegt. Plots speelt het geen rol meer of je tienduizenden platen hebt verkocht in de States en ben je een échte BV. Een zeer beangstigend gevoel.

Dat met je managementbureau SonicAngel een positief staartje kreeg.

ENGELEN: Dat kwam er uit een gevoel van frustratie, ja. SonicAngel is bedoeld als lanceerplatform voor artiesten, zoals Tom Dice. Er loopt in België veel talent rond, maar de juiste begeleiding ontbreekt nog te vaak. Met al mijn ervaring als platenbaas hoop ik daar iets aan te doen. Van Won Ton Ton tot Belle Perez en Kate Ryan, allemaal zijn ze via Antler (legendarisch label dat Engelen oprichtte, nvdr.) doorgebroken bij het grote publiek.

2013 – HET JAAR VAN DE COMEBACK

In de perstekst van jullie nieuwe album staat iets van ‘andere troeven’ die worden uitgespeeld.

ENGELEN:Soulsplitter is meer dan ooit een groepsplaat geworden, een plaat met songs. Ik had deze keer geen last van het gevoel dat ik alles moest volstoppen met beats, de flow dicteerde vooral variatie. Ik vind dat je jezelf moet blijven heruitvinden, je bent als groep verplicht om mee te gaan met je tijd. Ik kan toch moeilijk dezelfde platen maken als in 1992?

Misschien is die sound nu wel heel erg hip?

ENGELEN: Misschien ja, maar daar gaat het me niet om. Ik ken mensen die toen ik zeventien was enkel naar Genesis, Jethro Tull en Led Zeppelin luisterden en dat vandaag nog altijd doen. Dat kan ik niet. Ik ben niet meer dezelfde als eind jaren tachtig, begin negentig, dus kan Praga Khan ook niet meer hetzelfde zijn. Sommige fans zullen misschien schrikken van deze nieuwe plaat, maar dat trek ik me niet aan. Ik heb ze vooral met veel goesting gemaakt, en dat is wat telt.

25 YEARS OF PRAGA KHAN

17/1 in de AB, Brussel. Soulsplitter verschijnt op 18/1, via Universal.

DOOR JONAS BOEL

Partner Content