Waarom 2001: A Space Odyssey na vijftig jaar nog overeind blijft

© .

Het is dit jaar een makkie om de beste film van het festival van Cannes aan te duiden nog voor de rode loper is uitgerold. Op 12 mei wordt 2001: A Space Odyssey er vertoond. Maar wat maakt Stanley Kubricks vijftig jaar oude ruimtefilm zoveel beter dan alle andere?

Van de 4500 journalisten die het festival van Cannes volgen zullen er na afloop véél beweren dat de beste film die ze gezien hebben niet de Gouden Palm is, noch de nieuwe van Asghar Farhadi, Lars von Trier of Spike Lee, maar een vijftig jaar oude ruimtefilm. Die jarige film is 2001: A Space Odyssey van Stanley Kubrick, en de vertoning in Cannes wordt een evenement. Batman– en Interstellar-regisseur Christopher Nolan werpt zich op als ceremoniemeester en kreeg het festival zover om geen piekfijn gerestaureerde, digitale versie te vertonen maar the real thing: een nieuwe 70mm-print op basis van het originele cameranegatief. De achterliggende gedachte: het publiek precies dezelfde kijkervaring aanbieden als vijftig jaar geleden en maximaal profiteren van het haarscherpe, extra grote formaat dat Kubricks voorkeur genoot.

2001 is de beste sciencefictionfilm aller tijden, en tegelijk de laatste. Het genre is dood: alles wat je ermee kon doen, zat al in die film

Ridley Scott, regisseur van Alien en Blade Runner

De ultieme sf-film

Niet dat 2001: A Space Odyssey Cannes nodig heeft. De vijftigste verjaardag is al weken goed voor een stroom aan artikels. Bekende cineasten verdringen elkaar om de film te kunnen roemen. In een essay in Entertainment Weekly haalt Alfonso Cuarón herinneringen op aan de ’transcendentale’ ervaring die hem te beurt viel toen hij als tiener de film voor het eerst zag. ‘Vijftig jaar na datum is 2001: A Spacey Odyssey nog altijd vooruitstrevend door zijn thematische complexiteit, zijn technische zuiverheid, de manier waarop hij het geloof in cinema uitdraagt, zijn profetische wijsheid en zijn schoonheid’, schrijft de regisseur van Children of Men. Hij herbekeek 2001 met opzet niet toen hij werkte aan zijn (met zeven Oscars bekroonde) ruimtevaardersfilm Gravity. ‘Dat zou me verlamd hebben, een beetje alsof je in de douche naast Dirk Diggler staat.’ Voor wie Boogie Nights van Paul Thomas Anderson niet gezien heeft: Dirk Diggler is een fors geschapen pornoster.

Iconische scene uit 2001: A Space Odyssey.
Iconische scene uit 2001: A Space Odyssey.

Cuarón is de enige die niet graag samen met Kubrick onder de douche staat. James Cameron, Ridley Scott, Jonathan Glazer, Steven Spielberg, Christopher Nolan: allen erkennen de grote invloed van 2001: A Spacey Odyssey op hun werk. ‘Kubrick maakte de ultieme scienfictionfilm. Het wordt heel moeilijk om nog beter te doen.’ Dat zegt niet een of andere overenthousiaste sf-fan, maar de bouwheer van het Star Wars-imperium, George Lucas. Ridley Scott doet niet voor hem onder. ‘Het is de beste en meest epische sciencefictionfilm aller tijden, maar tegelijk de laatste. Het genre is dood: alles wat je ermee kon doen, zat al in 2001: A Space Odyssey.’ Straffe taal van de man die toch Alien en Blade Runner maakte.

Die heiligverklaring is geen recent verschijnsel, maar steekt wel schril af tegen de lauwe ontvangst vijftig jaar geleden. Tijdens de première liepen honderden mensen de zaal uit. Volgens de overlevering vloekte filmster Rock Hudson: ‘Kan iemand mij vertellen waar dát in hemelsnaam over ging.’ Op een schamele Oscar voor de speciale effecten na viel 2001 niet in de prijzen. Enkele toonaangevende Amerikaanse critici boorden de film de grond in. Pauline Kael zag ’trash vermomd als kunst’.

Maar zoals met bijna elke film van de perfectionistische, obsessieve Kubrick wist het publiek het beter dan de weifelende pers. In 1968 lokte geen enkele film meer Amerikanen naar de bioscoop, terwijl er de eerste 25 minuten geen woord valt en de volgende twee uur maar voor een derde voorzien zijn van tekst. Lang niet alle symbolen zijn ontcijferbaar, het tempo ligt laag, de metafysica en de kunstzinnigheid druipen ervan af en de Stargate-climax is te abstract en mysterieus voor woorden. ‘Als je 2001 volledig begrijpt, dan hebben we gefaald’, vond Arthur C. Clarke, de Britse auteur die het scenario samen met Kubrick schreef. Zoek niet naar een bekende naam, want er speelt geen enkele mee. Verwacht geen conventionele plot of heroïek. Zelfs meeleven met de ruimtevaarders zit er amper in. Alleen de zwanenzang van boordcomputer HAL – Will you stop, Dave! – doorbreekt even de emotionele kilte.

Iconische scene uit 2001: A Space Odyssey.
Iconische scene uit 2001: A Space Odyssey.

De kijker trok zich daar niets van aan, en ging aan boord van het ruimteschip Discovery zonder zich zorgen te maken om de bestemming. 2001 eindigde in 1968 op de eerste plaats aan de Amerikaanse kassa. Wie ziet zoiets vandaag nog gebeuren?

Voor kleuters

Toegegeven, de tijdsgeest stak een handje toe. In 1968 piekte de tegencultuur en had de jeugd wel zin in de ‘ultieme trip’. John Lennon beweerde dat hij elke week ging kijken. 2001 was een voor de grootste schermen en tot in het kleinste detail uitgewerkt, opwindend experimenteel spektakelstuk. Monumentale beelden gaven de bioscoopganger min of meer voor het eerst het gevoel er in het heelal bij te zijn. Aan de realistische uitwerking van hoe ruimteschepen en -reizen er zouden kunnen uitzien gingen weken research en overleg met ruimtevaartdeskundigen vooraf. Vandaag is het cliché om ruimtebeelden van planeten en ruimtetuigen te combineren met klassieke muziek zoals Also sprach Zarathustra of An der schönen blauen Donau. Kubrick toonde als eerste hoe overweldigend die combinatie kan zijn en kreeg voor zoveel vulgarisering zelfs op zijn donder.

De Amerikaan die voor een kluizenaarsbestaan in Engeland koos, nam sciencefiction zo ernstig als maar kon en trok het genre eens en voor altijd uit de B-filmklei. Veel ambitieuzer dan 2001 kan niet. De film begint bij het ontstaan van de mensheid, verspringt via een geniale jump-cut (mensaap gooit zijn bot/wapen de lucht in en het komt neer als een ruimteschip: vier miljoen jaar menselijke geschiedenis samengevat in een vingerknip) naar ruimteverkenning en mondt uit in een psychedelische tijdreis waar we vijftig jaar laten nog altijd niet over uitgepraat zijn.

Je kunt je het hoofd breken over de betekenis van de zwarte monolieten. Versnellen ze de menselijke evolutie, of zijn het eerder alarmbelletjes die een superieure buitenaardse soort herinneren aan de vorderingen van de mens? Maar dat is naast de kwestie. Idem dito voor de grote levensvragen. Wie zijn we? Waar komen we vandaan? Waar gaan we naartoe? Hoe ziet een oneindig heelal dat er lang voor ons was en lang na ons zal zijn eruit? Kubrick werpt die existentiële raadsels wel op, maar zonder er een zweverige, ingewikkelde of moraliserende oplossing aan te verbinden. Mag je zelf verzinnen. Of niet. Van tel is enkel wat het werk oproept, en in dit geval is dat werk geen schilderij of symfonie, maar een film die volledig vertrouwt op zijn beeldende (cinematografische) kracht. Pure cinema dus.

Visual-effectsmensen hadden veertig jaar nodig om 2001 in te halen

Cameraman Wally Pfister

Te cerebraal naar uw zin? Cineast Christopher Nolan schotelde zijn kinderen 2001 voor toen ze amper vier jaar oud waren. Zijn redenering: op die leeftijd verlies je je niet in een zoektocht naar betekenis, maar absorbeer je de film op het belangrijkste niveau, dat van het zuiver cinematografische spektakel.

Vijftig jaar later

Heeft 2001 geen rimpels gekregen? Vijftig jaar na de release weten we dat Kubrick er flink naast zat. 2001 was geen jaar van kosmische avonturen maar van Herman Brood die van het dak van de Hilton sprong en gekaapte vliegtuigen die zich in de Twin Towers in New York boorden. Paleontologen onderschrijven niet langer het idee dat wapengebruik en geweld een verschil hebben gemaakt in de evolutie van de mens, zoals het eerste deel van de film suggereert. Kubrick voorvoelde wél beangstigend goed de problematiek van artificiële intelligentie, in zijn film verpersoonlijkt door het besturingssysteem HAL, dat het op een bepaald punt beter meent te weten dan de domme, impulsieve mens die zijn emoties en driften niet controleert. Het laatste woord is daar nog lang niet over gezegd.

Iconische scene uit 2001: A Space Odyssey.
Iconische scene uit 2001: A Space Odyssey.

Op de apenpakken na is het er niet aan te zien dat 2001 er eerder was dan de eerste mens op de maan. Techneuten zijn nog steeds vol bewondering. ‘Visual-effectsmensen hadden veertig jaar nodig om 2001 in te halen’, poneert Inception-cameraman Wally Pfister in The Guardian. De ruimteshots verbijsteren ook Peter Suschitzky vandaag nog steeds. Wie The Empire Strikes Back filmde, is nochtans geen leek.

Met z’n allen naar Cannes om het wonder te aanschouwen? Dat kan, maar voor het mooiste eerbetoon moet je naar Charon, een maan van de dwergplaneet Pluto. Sinds 2015 bestaan er foto’s van Charons imposante bergen en canyons. Die hadden namen nodig, en dat zijn Kubrick Mons en Clarke Montes geworden. Wetenschappers zijn Stanley Kubrick en Arthur C. Clarke dankbaar. 2001: A Space Odyssey is dan wel máár een film, maar hij prent je op onvergetelijke wijze het idee van ruimtereizen in en wakkert de verwondering voor het overweldigende heelal aan. Zonder verbeelding kom je nergens.

Een retourtje Kubrick Mons zit er vandaag nog niet in, maar wie weet in 3001. En anders maken we er wel een film over.

10 maal 2001

1. The truth is out there, en daar moest Kubrick niet van overtuigd worden. Hij was zo bang dat buitenaardse wezens zich zouden manifesteren voor 2001: A Space Odyssey in de bioscopen kwam, dat hij zich tegen dat risico wilde indekken. Verzekeraar Lloyd’s of London vroeg daar zoveel geld voor dat Kubrick hen naar de maan verwenste.


2. Hoe boots je het maanoppervlak na? Volgens Kubrick door negentig ton zand aan te slepen en dat te wassen en verven tot het de juiste kleur heeft.


3. Dat een echte ruimtereis niet tot de mogelijkheden behoorde, dat was nog tot daaraan toe. Maar zelfs van de aarde heeft de filmcrew niet genoten. Alles is in twee studio’s gefilmd, met uitzondering van de aap die van een bot een wapen maakt.


4. Volgens het boek Space Odyssey: Stanley Kubrick, Arthur C. Clarke, and the Making of a Masterpiece van Michael Benson lagen de opnames dagenlang stil nadat Kubrick op de loop was gegaan voor een boze stuntman. De man had van Kubrick geen gaten mogen maken in zijn ruimtehelm en was zoals te verwachten viel flauwgevallen.


5. Arthur C. Clarke ontkende in alle toonaarden dat de naam voor de malafide computer HAL gevonden werd door de Amerikaanse computergigant IBM telkens een letter in het alfabet voor te blijven. Officieel staat HAL voor Heuristically Programmed ALgorithmic computer.


6. Componist Alex North schreef filmmuziek, maar Kubrick was ontevreden en testte tientallen klassieke muziekstukken uit bij het ballet van planeten en ruimteschepen. En dan stootte hij op An der schönen blauen Donau van Johan Strauss.


7. Niet alleen Kubrick had vliegangst. Ook hoofdrolspelers Keir Dullea en Gary Lockwood verkozen boot boven vliegtuig.


8. Het roterende woonkwartier van de Discovery was 21 meter lang en draaide aan net geen vijf kilometer per uur. Om de middelpuntvliedende kracht te simuleren werd er valsgespeeld. Als u zich afvraagt waarom het eten niet van de vork van de astronaut valt: het was eraan vastgelijmd.


9. Om enkele plotgaten te dichten suggereerde visual-effectsspecialist Douglas Trumbull om HAL enkele ruimtevaarders te laten elimineren. Kubrick was aanvankelijk razend, maar zag zijn ongelijk op tijd in en hield er zelfs een fraai aforisme aan over: ‘Laat je ego nooit in de weg staan van een goed idee.’


10. Aan de psychedelische Star Gate-climax is maandenlang gewerkt. De door Trumbull speciaal ontwikkelde Slit Scan-machine had vier minuten nodig had om één beeld vast te leggen. Die caleidoscopische effecten zijn dus geen toevalstreffer.

Partner Content