‘Elvis’ is meer fantasme dan film, net zoals de iconische rockartiest misschien zelf gewild zou hebben

3 / 5
© Courtesy of Warner Bros. Picture
3 / 5

Film - Elvis

Regisseur - Baz Luhrmann

Cast - Austin Butler, Tom Hanks, Olivia DeJonge

Dave Mestdach
Dave Mestdach Chef film van Knack Focus

Hollywoodshowman Baz Luhrmann zapt door het turbulente leven van de King in zijn bombastische biopic Elvis. And that’s all right, mama.

Geboren in 1935 in Tupelo, Mississippi als arme, blanke knul die van zwarte muziek hield, eruitzag als een engel maar zong als de duivel. Gestorven in 1977 op zijn landgoed Graceland, als opgeblazen crooner ten prooi aan succes, drugs en zichzelf. Ziedaar het leven van Elvis Presley, zoals Baz Luhrmann dat in zijn blitse biopic op 159 minuten overschouwt. Maar dan in diens gekende, met veel glamour, kleur en muziek gepimpte stijl. En door te zappen langs alle hoogtes en laagtes.

Geen goed verhaal zonder een goede schurk, weet een geboren showman als Luhrmann, dus laat hij de opkomst en val van Elvis op de voice-over vertellen door Colonel Tom Parker, de manager met wie de King of Rock ’n’ Roll een verwrongen vader-zoonrelatie had. Hoe Parker – Tom Hanks met stetson en fatsuit – midden jaren vijftig de jonge Elvis ontdekt. Hoe hij zijn talent weet uit te buiten en de familie Presley rond zijn vinger windt. Hoe hij erin slaagt om zijn zingende, briesende, hijgende en wild met de heupen schuddende goudklomp binnen de States te houden, aangezien hij geen paspoort en een schimmig verleden heeft.

Luhrmann laat het de Colonel uit de doeken doen, maar dan met niet te veel dialoog en diepgang, aangezien het vooral vooruit moet gaan. Waar het om draait zijn muziek, decors, kostuums en popmythologie, zoals steeds bij de maker van Romeo + Juliet, Moulin Rouge en The Great Gatsby. Bij momenten is het meer een epische videoclip dan een film, maar ondanks het warrige begin serveert Luhrmann zijn showbizzsprookje met schwung, en weet hij de motor te doen spinnen als een Wurlitzer.

Ja, het is leeg, glad en gedateerd. Alsof de nostalgiedronken Luhrmann in zijn postmoderne juxebox opgesloten zit. Maar het is ook groots, spectaculair en op een groteske manier ontroerend. Een beetje zoals Elvis in zijn Las Vegas-periode. Ondanks het geshake, gerattle en geroll met travellings, kleurenfilters en montagetruken druipt Luhrmanns liefde voor de knappe knul die blank en zwart muzikaal verenigde ervan af. Alsof hij Citizen Elvis presenteert, met Elvis Aaron Presley als gedoemde popmagnaat, en Graceland en het Continental Hotel in Las Vegas als Xanadu.

Bovendien is hij niet de enige die Elvis teder bemint. Relatieve nieuwkomer Austin Butler – die de bewerkte, maar grotendeels op de originele songs gebaseerde soundtrack inzingt – zet met trots de vetkuif en het vibrato van de King op, wat geen sinecure is wanneer je zo’n grote blue suede shoes moet vullen. Plus een jumpsuit. Maatje XXL.

Er zijn flitsen van performances waarmee Elvis in de fifties de goegemeente choqueert. Er wordt aandacht besteed aan de ‘68Comeback Special, waarmee EP even tegen de Colonel rebelleert. Maar het hoogtepunt komt op het einde. Je ziet en hoort Butler vol overgave Unchained Melody zingen, tot de echte Elvis het via archiefbeelden overneemt en nog een allerlaatste keer zijn goddelijke stem uit zijn opgeblazen lijf perst.

Meer fantasme dan film, meer mythe dan mens, al zou de meest iconische rockartiest aller tijden het misschien ook zelf zo gewild hebben.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Partner Content